De hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait blijken ideaal voor het bedrijven van inkomens- en symboolpolitiek door de overheid. Ook komen ze van pas voor het dichten van budgettaire gaten.

 

Eigenwoningforfait

Achtereenvolgende kabinetten hebben de lasten voor huiseigenaren flink verhoogd, ook al moet een groot deel hiervan de komende jaren nog neerslaan. Het huidige kabinet sluit hier moeiteloos bij aan. In het Regeerakkoord van het nieuwe kabinet Rutte III staat weliswaar het voornemen om het eigenwoningforfait (EWF) te verlagen, maar ook om tegelijkertijd deze bijtelling voor degenen die hun hypotheek volledig hebben afgelost in 30 jaar opnieuw in te voeren. Dit betekent dat uiteindelijk iedere huiseigenaar voortaan het EWF bij zijn of haar inkomen moet optellen.

De vraag rijst wat de ratio is achter het EWF. Dat is ooit ingevoerd als de waarde van het huurgenot van de eigen woning, waarover belasting wordt geheven. Men betaalt immers geen huur voor de eigen woning. In een dergelijke systematiek is het logisch dat de betalingen aan hypotheekrente aftrekbaar zijn, want die vormen tezamen met enige andere aftrekbare kosten de uitgaven die men noodzakelijkerwijs doet voor het verwerven van een eigen woning. De aftrek van hypotheekrente is straks alleen nog mogelijk tegen het lage tarief van de ‘sociale vlaktaks’ die het kabinet gaat invoeren. Wie zijn of haar belastingaangifte erbij pakt, ziet hoe deze aftrek wordt berekend. Op de betaalde hypotheekrente moet u eerst het EWF in mindering brengen. Het EWF is de uitkomst van de vermenigvuldiging van een bepaald percentage met de WOZ-waarde van de woning. Voor de meeste woningbezitters is dat percentage nu nog 0,75 procent, maar het kabinet gaat dat vanaf 2020 stapsgewijs verlagen naar 0,6 procent. Daarvoor gebruikt het de opbrengst van de versobering van de versnelde afbouw van de aftrek voor hogere inkomens.

Wat nu als uw EWF hoger is dan de aftrekbare kosten en dus een bijtelling bij het inkomen zou resteren? Dan hoeft u nu nog geen bedrag aan EWF bij uw inkomen op te tellen. Die vrijstelling vervalt echter maar het RA zegt niet tegen welk tarief de uitkomst voortaan wordt belast. In de huidige systematiek wordt deze progressief belast, want de inkomstenbelasting kent meerdere, oplopende tarieven. Als de hypotheekrente alleen tegen het lage tarief wordt afgetrokken, dan ligt het voor de hand dat het EWF tegen hetzelfde tarief wordt belast.

Gegeven het voorgaande zou het logisch zijn het tarief waartegen de hypotheekrente wordt afgetrokken verder te verlagen, onder gelijktijdige stapsgewijze verlaging van het EWF. De verstorende invloed van de overheid op de markt voor koopwoningen wordt dan teruggebracht. Het zal er wel niet van komen, omdat veel politici (en burgers) niet gewend zijn om de overheid überhaupt als een verstorende factor te zien. In de tweede plaats doen tal van organisaties als bijvoorbeeld Vereniging Eigen Huis al alsof de wereld vergaat als kopers alleen nog slechts de aankoopwaarde van de eigen woning volledig met geleend geld mogen financieren en zelf moeten opdraaien voor de bijkomende kosten. In elk land op de wereld is het volstrekt normaal dat je als buffer ook wat eigen geld in jouw woning stopt. Hier hoeft dat nog steeds niet en kun je tot 100 procent van de aankoopwaarde probleemloos lenen.

 

Ondertussen

Ondertussen gebeurt wel wat de tegenstanders van een versobering van de hypotheekrenteaftrek vreesden. De manier waarop het kabinet hiermee omgaat is een flinke lastenverzwaring voor veel huiseigenaren. Tien jaar geleden was aan de fiscale aftrek van de eigen woning een budgettaire last voor de overheid verbonden van 14,5 miljard euro. Nu is dat nog circa 8,5 miljard euro. De lagere rente neemt een flink deel van deze daling voor zijn rekening. Het zou nuttig zijn om eens aan de nieuwe minister van Financiën te vragen om het sommetje te maken welk deel. En ook om de vergelijking te maken met de subsidiëring van de huurmarkt, die tot nu toe grotendeels buiten schot is gebleven. En vooral hoe alle maatregelen op termijn uitpakken voor de schatkist en de burger, want het grootste deel van de lastenverzwaringen moet nog komen.

Het EWF is ook een soort van ‘inkomensafhankelijke’ regeling. Tot een WOZ-waarde van €75.000 gelden lagere percentages; boven een WOZ-waarde van €1.060.000 een hoger. Het ‘stacaravantarief’ valt nog wel te rechtvaardigen; de ‘villabelasting’ niet. Als iedereen tegen hetzelfde tarief de hypotheekrente aftrekt, slaat een ‘villabelasting’ nergens op. Bezitters van een woning met een WOZ-waarde van meer dan €1.060.000 betalen een extra heffing. Deze bedraagt 2,35 procent van de waarde van de woning boven die €1.060.000. Die extra heffing geldt sinds 2009. Toen verviel de bovengrens tot waar nog EWF werd geheven en werd ook over het meerdere voortaan 0,55 procent geheven. Dit percentage is daarna elk jaar verhoogd, totdat in 2016 een niveau van 2,35 procent werd bereikt. Het reguliere percentage van het EWF nam sinds 2009 toe van 0,55 procent tot 0,75 procent nu. De villabelasting is vooral symboolpolitiek. Ik heb niet kunnen achterhalen wat de huidige opbrengst is van de villabelasting, maar het kan nooit veel zijn aangezien het aantal woningen in Nederland met een WOZ-waarde boven €1.060.000 niet zo heel groot is. Tien jaar geleden telde het CBS er zo’n 25.000. Hier staat tegenover dat woningeigenaren, ongeacht de waarde van de woning, wel het volledige bedrag aan betaalde hypotheekrente mogen aftrekken. Een wonder dat dit in de afgelopen jaren niet is gesneuveld. Met een verhoging van het EWF is de opbrengst voor de schatkist wel hoger, want dan pak je ook degenen die hun huis niet (volledig) via een hypotheek hebben gefinancierd. Bovendien levert deze groep al in via de stapsgewijze verlaging van het maximale tarief waartegen hypotheekrente wordt afgetrokken.

 

Villabelasting

De ‘villabelasting’ is onrechtvaardig. Nu is het in Nederland niet populair om het voor rijke mensen op te nemen. Als je een huis van boven het miljoen bezit, dan kun je ook wel wat extra belasting betalen zo redeneren de meeste (en niet alleen linkse) Nederlanders. De meerderheid moet echter rekening houden met allerlei minderheden en een minderheid niet disproportioneel anders behandelen. Dat wordt ons elke dag onder de neus gewreven door allerlei bestrijders van discriminatie. Rijke mensen zijn echter niet zielig, dus staan ze niet op de hyper gevoelig afgestelde radar van deze groepen. Het gaat mij dan nog niet eens om de toegevoegde waarde die rijke mensen materieel gezien aan de samenleving leveren en die maakt dat de bovenste 20 procent van de inkomensverdeling de helft van de belastingopbrengst genereert. Mij gaat het erom dat je een groep procentueel tot 4 keer zoveel belasting laat betalen en in absolute bedragen een veelvoud daarvan. Iemand met een huis van 1 miljoen heeft een EWF van €7500; iemand met een huis van 2 miljoen circa €30.000. Het gaat er niet om of deze mensen dit wel of niet kunnen opbrengen. Het punt is dat belastingheffing niet is bedoeld om zoveel mogelijk geld uit een klein groepje mensen te schudden die op korte termijn geen kant op kunnen. Dat is principieel niet juist. En het werkt altijd averechts, want vanuit Brasschaat is een groot deel van Nederland prima bereikbaar.

Hypotheekrenteaftrek en EWF tonen aan dat als je iets in handen geeft van de overheid, die er vervolgens onvermijdelijk inkomenspolitiek mee gaat bedrijven. Waardoor het al gauw nodeloos ingewikkeld wordt. Ook vindt die overheid altijd mogelijkheden om (geruisloos) lasten te verzwaren als de budgettaire nood aan de man is. De Commissie Van Dijkhuizen heeft voorgesteld de eigen woning geleidelijk te verhuizen van box 1 naar box 3. Gecombineerd met het verder afbouwen van de hypotheekrenteaftrek onder gelijktijdige verlaging van het EWF lijkt me dat een logisch einddoel: Dan maakt het niet meer uit of je een euro belegt, spaart of investeert. Bijkomend voordeel is dat er heel wat knoppen verdwijnen voor de overheid om aan te draaien. Voor de belastingbetaler een hele geruststelling.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons