Schade

De economische schade kan enorm oplopen:

In een uitgelekt Brits intern regeringsdocument wordt becijferd dat de staat 66 miljard pond per jaar zou kunnen derven als gevolg van Brexit, dus bij uittreding uit de EU. Dat zou overeenkomen met 9,5% van de totale belastinginkomsten en ruim 2% van het nationaal inkomen.

Daarbij is verondersteld dat het Verenigd Koninkrijk als zelfstandige natie voldoet aan de spelregels van de WTO, de wereld handelsorganisatie, maar geen voordeel meer zou kunnen trekken uit de interne markt. Dit wordt ook wel de ‘hard Brexit’ variant genoemd, de meest ongunstige uitkomst op middellange termijn.

Een dergelijke ontwikkeling zou in de komende jaren desastreus zijn voor onze buren, nog niet meegerekend wat het voor schade aanricht bij het bedrijfsleven.  Ook andere landen zullen averij oplopen, waarbij Nederland een dominante plaats zou innemen. De schade kan echter meevallen als er gunstige handelsverdragen worden afgesloten met de grote handelsblokken in de wereld zoals de EU, de VS en China. Ook zijn de (ex) Commonwealth landen voor het Verenigd Koninkrijk nog altijd van groot belang, waaronder landen als Australië, Canada en India.

Quid pro quo

De EU zit echter niet te wachten om de Britten veel tegemoet te komen. De belangrijkste drijfveer is om te bewijzen hoe kostbaar zo’n uitreding zal zijn. Donald Tusk, voorzitter van de EU Raad, zegt daarover: er is hard Brexit of geen Brexit, quid pro quo, ofwel het een voor het andere. Dit wordt ook gezegd om andere potentiele enthousiastelingen zoals in Nederland, Frankrijk, Hongarije, Italië en Zweden af te schrikken, landen met actieve minderheden die uittreden bepleiten.

De bedoeling van Brussel, het EU regeringscentrum, (nog) gesteund door Duitsland en Frankrijk, is Brexit te gebruiken om iedereen te doordringen hoe waardevol het lidmaatschap is van de EU.

Bijkomende reden voor de harde opstelling ten opzichte van de Britten is dat een aantal landsregeringen niet vergeten is welke obstructiepolitiek het Albion decennia lang heeft gepraktiseerd. Alles wat verder ging dan vrijhandel stuitte bij hen op verzet, waardoor ze veel hebben bijgedragen tot de onduidelijke besluitvorming van de EU. De meeste EU-aanhangers zijn dan ook niet rouwig over hun vertrek, er liggen nog een paar rekeningen klaar ter vereffening van de historisch geleden schade.

Ongemakkelijke Britse opstelling

Minister David Davis voor Brexit-zaken lijkt bij dit alles een roepende in de woestijn. Hij heeft de Europese partners  gewaarschuwd dat zij geen ‘bestraffingsplan’ voor de Britten moeten proberen af te dwingen. Hij wees erop dat het zou kunnen leiden tot uittreden van andere landen en tot het opbreken van de EU. ‘Dat zou geen goede strategie’ zijn, zei hij, vooral gericht aan het adres van Duitsland en Frankrijk. Hij was echter wel zo realistisch toe te geven dat dat het VK ‘wel een prijs zal moeten betalen’.

Davis was zeer verbolgen over het feit dat ambtenaren bij het Ministerie van Financiën het bovengenoemde ‘schaderapport’ naar buiten hebben laten lekken. Hij waarschuwde bovendien parlementariërs, waaronder enkelen van zijn eigen partij, voor een ‘Brexit blame festifal’. Hij duldt geen afwijking van het regeringsbeleid, maar zal toch ooit de meerderheid in het Lagerhuis moeten meekrijgen. De wittebroodsweken voor het kabinet May zijn nu wel voorbij, zoveel is duidelijk.

Onmogelijke positie VK

Het Verenigd Koninkrijk heeft zich onder druk van ‘diehards als Davis, minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson en minister van Internationale Handel Liam Fox in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd.

Het VK kabinet wil ‘Hard Brexit’ doorzetten, ondanks de miniem verkregen meerderheid in het referendum, en hoewel Theresa May daar voor die raadpleging zelf nog tegen was. Het nieuwe kabinet  moet het lidmaatschap van de EU eerst opzeggen, via het daarvoor bestemde artikel 50. Daarna zijn de Britten afhankelijk van goede wil aan de andere zijde bij de dan komende onderhandelingen en dat ziet er niet goed uit.

De visie van Davis cum suis lijkt dan ook meer op ‘wishful thinking’ dan op een uitgekiende strategie, daarbij hopend dat de meeste EU landen zullen inzien dat wederzijdse handel voordelig is voor beide partijen. Landen als Denemarken en Nederland zullen deze visie zeker delen. Maar een gunstige uitkomst lijkt onmogelijk zolang als het VK niet alle vier vrijheden, namelijk vrije verkeer voor diensten, goederen, kapitaal en personen, blijft onderschrijven.

Immigranten het breekpunt

Hét grote knelpunt is vrijheid van personenverkeer. De Britten zijn de grote toestroom ook uit andere EU landen meer dan zat. Ze hebben reeds 3 miljoen EU inwoners terwijl er 1,2 miljoen in de andere EU landen wonen. De regering May wil zelf beslissen wie het land inkomt en wie niet. Je zou haast zeggen, welk EU land wil dat nu niet?

Vrijheid van personenverkeer niet accepteren en toch in de interne markt blijven is onmogelijk, omdat dit het fundament van de EU zou aantasten.

De Britten zullen er dus vrede mee moeten hebben dat zij geen ongelimiteerde toegang meer zullen hebben tot de interne markt. Er is geen menukaart voor vrijheden waaruit de Engelsen kunnen kiezen, zei commissie voorzitter Juncker daarover. Wel zullen de personen die nu legaal in VK wonen mogen blijven verzekerde premier May.

Waslijst van gevolgen

Afhankelijk van de definitieve uitkomst kunnen de gevolgen variëren, maar zeker lijkt dat het VK in ieder geval zal lijden onder het volgende:

  • Buitenlandse investeringen zullen minder worden en zolang er onzekerheid is, ze zullen in ieder geval op een lager niveau komen dan in de laatste jaren gebruikelijk is.
  • De export van VK zal profiteren van de lagere Pond-koers maar lijden onder veel nieuwe EU handelsbelemmeringen, met negatieve invloed op de export.
  • Het zal nog jaren duren voordat het VK met de andere belangrijke landen in de wereld nieuwe handelsovereenkomsten zal hebben afgesloten, dit zal ook een negatieve invloed hebben op de export.
  • Importen worden door het goedkope pond duurder, maar ook door handelsbelemmeringen, waardoor de inflatie zal toenemen Dit heeft al tot een eerste conflict geleid tussen retailer Tesco en Unilever. Unilever wil de prijzen verhogen vanwege de lage pondkoers, Tesco wil niet meewerken.
  • De stad Londen zal als internationaal financieel centrum aan betekenis verliezen, wat ook zal leiden tot (eindelijk) daling van de prijzen van onroerend goed. De Franse minister Sapin meldde onlangs dat de grote Amerikaanse banken hem hebben verteld tenminste delen van hun organisatie te verplaatsen naar het Europese continent.
  • De Britse regering zal waarschijnlijk substantieel inkomsten gaan missen waardoor belastingverhogingen wellicht toch onvermijdelijk worden, ondanks de ontkenning daarvan door May.
  • Mogelijk zullen Schotland en Noord Ierland zich van Engeland afscheiden om lid van EU te kunnen blijven, cq weer te worden. Premier Nicola Sturgeon heeft reeds laten doorschemeren dat er spoedig weer een referendum over onafhankelijkheid van Schotland komt.

Een recessie is in de komende jaren niet uit te sluiten. Erger is wellicht is dat de economische structuur van het VK minder aantrekkelijk wordt voor investeerders. Al helemaal als Engeland en Wales alleen overblijven. Dat het VK hier dus zonder grote schade uitkomt, zeker in de komende jaren, is weinig aannemelijk. Mede hierdoor is het twijfelachtig of dit voorbeeld snel door andere landen zal worden gevolgd.

Brexit zou de EU de kans geven zich te vernieuwen tot een meer dienstverlenende organisatie voor aangesloten landen, in plaats van doorgaan met steeds nieuwe supranationale maatregelen. Zonder deze aanpassing is de  EU, wegens gebrek aan draagvlak voor een federalistische staat, waarschijnlijk ten dode opgeschreven. Komt die aanpassing dus niet dan zou achteraf kunnen blijken dat het VK toch als eerste verstandig heeft gehandeld.

De conclusie is dus:

Als de EU blijft bestaan is het vrij zeker dat het VK de slechtst mogelijke keuze voor zichzelf heeft gemaakt.