Marcel Canoy over de globalisering, de verliezers en een kabinetsbeleid dat populisme écht voorkomt. 

 

Wie zijn de verliezers van globalisering? Een veel gehoorde verklaring voor opmars van de drie p’s (populisme, patriottisme en protectionisme) is dat globalisering is doorgeschoten en niet voldoende burgers profiteren. Maar wie zijn die verliezers dan?

Manifestaties van globalisering

Een lastige vraag omdat noch op voorhand duidelijk is wat ‘verliezer’ betekent, noch wat globalisering precies is. De schaal die globalisering met zich mee brengt heeft diverse manifestaties en ook diverse oorzaken. Als manifestaties kun je denken aan de toegenomen handel. In 1955 werd er wereldwijd voor 505 miljard dollar verhandeld, tegen 8164 miljard in 2004. Sindsdien is de handel ongeveer verdubbeld.

Een andere manifestatie van globalisering is de internationalisering van de arbeidsmarkt en het onderwijs. Productieprocessen worden verregaand mondiaal ‘opgeknipt’ om zo te profiteren van comparatieve voordelen. Ook toerisme en sport krijgen een mondiaal karakter. Financiële stromen suizen met grote snelheid rond de aarde.

De oorzaken van globalisering zijn gevarieerd: politiek, natuur, economie en sociologie spelen allemaal een rol. Een economische oorzaak is bijvoorbeeld de daling van de transportkosten. Daardoor wordt het gemakkelijker comparatieve voordelen te benutten en handel te drijven. Een politieke oorzaak is de toegenomen openheid in voorheen gesloten gebieden, vooral Oost-Europa en China. Een andere oorzaak met grote politieke gevolgen ligt in de mondialisering van maatschappelijke problemen. Er liggen uitdagingen op het gebied van energie, klimaat, water, visvangst, milieu die een mondiale aanpak vragen.

Meer taart met globalisering

Het staat niet ter discussie dat globalisering tot een grotere mondiale ‘taart’ leidt. Maar leidt globalisering ook tot een betere verdeling van die taart? Het glas is halfvol of halfleeg, want het is sterk afhankelijk van de manier waarop globalisering en verdeling worden gemeten. Eerst het halfvolle verhaal.

Globalisering heeft gezorgd voor mondiale groei, ook van ontwikkelingslanden. Als je een eerlijke verdeling ziet als ‘de staart omhoog tillen’, dan hebben we die eerlijke verdeling bereikt. De cijfers laten zien dat armoede over de hele linie (en hoe dan ook gemeten) een neerwaartse trend laat zien.

Wel een schevere verdeling van de taart

Er is ook het halflege glas. Globalisering heeft tot een schevere verdeling van welvaart geleid, zowel internationaal als nationaal. In de vs, het meest extreme voorbeeld, verdienen de één procent rijkste mensen een slordige veertig procent van het nationale inkomen. Alleen Zimbabwe maakt het nog bonter. De tachtig procent ‘armste’ mensen in de vs verdient maar zeven procent van het nationale inkomen.

Een andere maatstaf komt van Dani Rodrik. Het blijkt dat – tegen de intuïtie in – je beter arm kunt zijn in een rijk land (onderste 10%) dan rijk in een arm land (bovenste 10%), want dan ben je gemiddeld 3x zo rijk. Maar meet je rijkdom absoluut of relatief ten opzichte van je landgenoten?

Het is een moeilijke ethische vraag: wat is beter, een grotere taart of een eerlijker verdeelde taart? Er zitten ook dynamische economische aspecten aan deze kwestie. Zo leidt het reduceren van honger en armoede tot het verkleinen van de kans op conflicten. Tegelijkertijd is het bepaald niet simpel om effectieve manieren te vinden om verschillen te verkleinen zonder dat dit de prikkels aantast of de elite in ontwikkelingslanden corrumpeert.

De baten realiseren

De baten van globalisering kunnen gerealiseerd worden als de echt arme landen minder arm worden en de echt arme mensen in ieder land minder arm worden. Maar het is niet geheel fair om globalisering daarvan de schuld te geven. Het zijn eerder corrupte regimes die voor armoede zorgen dan gewetenloze multinationals of falende internationale instituties. Het beste aangrijpingspunt voor het creëren van mondiale welvaart ligt dan ook niet in het terugdringen van handel (want daar wordt niemand wijzer van) maar in het bevorderen van onderwijs voor vrouwen in arme landen.

Als arme mensen in arme landen niet de werkelijke verliezers zijn van globalisering, wie dan wel? Kijken we dichter bij huis, dan verschuift de focus al snel naar laagopgeleiden. Ook daar blijkt het genuanceerder te liggen dan het lijkt. Zo leg ik hier al uit dat Oost-Europeanen en asielzoekers niet massaal de huizen en banen van laagopgeleiden afpakken.

Globalisering en laagopgeleiden: complexe relatie

De relatie tussen globalisering en de toekomst van laagopgeleiden is heel complex. Zo is het curieus dat de regio’s in het Verenigd Koninkrijk met de meeste laagopgeleiden niet alleen het meest voor Brexit stemden maar tevens de regio’s zijn die daarvan de dupe lijken worden, volgens de Britse denktank Demos. Meer handel is kennelijk niet goed, maar minder ook niet?

Paradoxaal genoeg klopt dat ongeveer. Een oud Chinees spreekwoord (die ik van Rodrik heb gejat) luidt: zet de ramen open maar vergeet het muskietennet niet, dan waait het lekker door maar blijven de insecten weg.

Het mechanisme werkt als volgt. Door toegenomen globalisering worden sectoren blootgesteld aan buitenlandse concurrentie. Markten functioneren optimaal wanneer sectoren waar mensen en bedrijven overbodig worden zichzelf opnieuw uitvinden zodat er vernieuwing plaatsvindt en internationale arbeidsverdeling voor welvaart zorgt.

Laagopgeleiden zijn verliezers van de aanpassingen

Alleen is de praktijk veel weerbarstiger en gaan er in de transitiefase allerlei dingen mis. Om de transitie soepel te laten verlopen is heel wat nodig: mensen moeten in staat en bereid zijn zich om of bij te scholen en zich aan te passen aan nieuwe realiteiten. Wet -en regelgeving moet gebaseerd zijn op de wereld van morgen, niet op die van gisteren. Al die dingen kosten tijd.

Het probleem is dat de kosten van transitie niet gelijk verdeeld worden over burgers. Laagopgeleiden zijn niet de verliezers van globalisering, want ze zullen uiteindelijk ook profiteren, maar ze zijn wèl de verliezers van aanpassingen.

Kabinet moet Chinees muskietennet aanschaffen

Als het nieuwe kabinet weg willen blijven van de ruïneuze 3 p’s en meer mensen wil laten meeprofiteren van globalisering, moet ze beginnen met het aanschaffen van een Chinees muskietennet. Dat kan in de vorm van een minister van Verandering. Met een onsje arbeidsmarktbeleid, een snufje sociale zekerheid, een flinke dot onderwijs en liters democratische vernieuwing moet het uitvoerbaar zijn.

Maar wie gaat deze belangwekkende en domein-overstijgende klus klaren? Liefst geen partijfossiel, maar een fris en fruitige bewindspersoon. Ik stel Klaas Dijkhoff (VVD) voor. Kan hij meteen laten zien waarom hij de Slimste Mens is.

 

Deze column stond eerder op Sociale Vraagstukken.