Half februari schoven vier ‘boegbeelden van duurzaam Nederland’ – Marjan Minnesma (directeur van organisatie voor duurzaamheid en innovatie: Urgenda), Jan Paul van Soest (vermaard duurzaamheidsadviseur), Jeroen de Haas (bestuursvoorzitter van groen Eneco) en Faiza Oulahsen (klimaatcampaigner voor Greenpeace) – op de redactie van de ‘Correspondent’ aan voor ‘De Groene Ronde Tafel’. Zij gingen in gesprek over de toekomst van het klimaat en de omschakeling naar duurzame energie. Over wat nodig is en wat we zelf kunnen doen. De ‘Correspondent’ bracht een uitgebreid verslag van de hand van Jelmer Mommers van deze ontmoeting, die de ‘Correspondent’ zèlf als indrukwekkend kwalificeerde. Tja, ze zullen het resultaat van hun eigen initiatief natuurlijk niet gaan bekritiseren. Maar anderen zouden deze discussie misschien eerder zien als een hallucinerende trip door een virtueel universum.

Te oordelen naar de samenstelling van het gezelschap viel te verwachten dat het gezellig griezelonderonsje zou worden over de nakende klimaatcatastrofe (die overigens maar steeds niet wil komen en tot dusver slechts in de virtuele werkelijkheid van de klimaatmodellen bestaat). Maar feiten brengen broeikasgelovigen nu eenmaal niet van hun stuk. Dus was hun uitgangspunt de erkenning van de urgentie van klimaatverandering, waarbij allerlei ellende in de wereld werd toegeschreven aan de opwarming van de aarde (eigenlijk atmosfeer), die echter zo’n 18 jaar geleden is gestopt.

De discussianten stelden vast dat de samenleving de ernst van het probleem ontkende.

Ik pik enkele krenten uit de discussie.

Direct wordt duidelijk: het gevoel van urgentie hier aan tafel steekt schril af bij de politieke en maatschappelijke werkelijkheid. ‘Er is nog ruimte voor ontkenning,’ zegt De Haas. ‘Kijk naar de discussie over het sluiten van de kolencentrales. Als je klimaatverandering serieus neemt, moeten die centrales direct dicht.’ Maar in de praktijk leggen argumenten over de industriële ontwikkeling van onze havens – waar veel kolen worden overgeslagen – nog net zoveel gewicht in de schaal.

‘We vorderen in de stadia van ontkenning,’ analyseert Van Soest. Hij beschrijft deze analyse ook in zijn boek De Twijfelbrigade. … ‘Het eerste stadium is dat je letterlijk de theorie over opwarming – en de basale natuurkunde erachter – ontkent. Het tweede stadium is dat je door selectief winkelen jezelf een rooskleurig beeld probeert aan te praten. Het derde en laatste stadium is dat je de consequenties van wat je weet niet aanvaardt en probeert te verdringen.’

Vervolgens werd gediscussieerd over de rol van de burgers, die volgens de deelnemers te weinig doordrongen zijn van de ernst van de klimaatproblematiek.

‘Het is ook bijna niet op te brengen om je zo in de problematiek te verdiepen als wij hier aan tafel doen,’ zegt Van Soest. ‘En dat hoeft volgens mij ook niet. Het besef dat wel echt moet doordringen, is dat je als burger medeverantwoordelijk bent voor maatregelen op collectief niveau.’ Volgens Van Soest moeten we ver weg van het ‘fnuikende neoliberale model’ waarbij we burgers individueel verantwoordelijk maken voor de oplossingen die eigenlijk collectief moeten worden geregeld….

Hoe weet je als burger dat jouw bijdrage ertoe doet? Dat is na het Verdrag van Parijs heel duidelijk, zegt Oulahsen: ‘Er is iets in beweging gezet. Het fossiele tijdperk is voorbij en we gaan over naar duurzaam. Die beweging en dat optimisme geeft mij als burger het gevoel: het doet ertoe.’

[Over het energieakkoord.] Minnesma noemt het een ‘flutakkoord’ – haar organisatie Urgenda tekende niet – en vindt dat de milieubeweging veel bozer moet worden om overheid en bedrijven tot daadkracht te dwingen: ‘De beuk erin! Ik voel ook bij Greenpeace niet dat je echt ongerust bent. Het gevoel van: shit, het wordt een klerezooi in de wereld en al in 2050. Dat moeten mensen nu zien!’

Greenpeace komt continu in actie om te laten zien dat het zo niet langer kan, zegt Oulahsen: ‘Wij hangen praktisch elke maand aan een boorplatform of een kolencentrale.’ Maar met alleen een boze milieubeweging kom je er niet. De tafelgenoten zijn het erover eens: pas als politici de hete adem van burgers in de nek voelen, zullen ze voldoende daadkracht laten zien. ‘We moeten echt bozer worden,’ zegt Minnesma.

Van Soest: ‘Ik ben niet erg optimistisch over het collectieve anticiperende vermogen van mensen. Als je eenmaal het boek Collapse van Jared Diamond hebt gelezen, dan weet je dat de historie leert dat van de twintig door hem bestudeerde beschavingen bijna alles naar de ratsmodee ging omdat ze binnen bepaalde werkwijzen, culturen een zienswijze opbouwen waardoor ze inert worden en niet goed meer zien welke gevaren er dreigen. Over het algemeen moet die realiteit kei– en keihard op de deur kloppen wil er beweging komen. …

Vervolgens waren alle deelnemers het erover eens dat alle ingrediënten voor het duurzame energiesysteem van de toekomst er al zijn: technologie is niet de beperkende factor.

‘En je moet er gewoon geld tegenaan gooien,’ zegt Oulahsen. ‘We willen de gaskraan dichtdraaien en solidair zijn met de Groningers. Dan moet je isolatie verplicht stellen en zo snel mogelijk beginnen met de isolatie van scholen en kantoorgebouwen. Het is een eenmalige investering die zich op termijn zal terugverdienen. En het levert banen op.’

Wat te denken van – bijvoorbeeld – het pleidooi van de Canadese klimaatactiviste Naomi Klein? Zij zegt dat de groei in het huidige kapitalisme per definitie gepaard gaat met vernietiging van het klimaat. ‘Naomi Klein overdrijft sterk,’ zegt Minnesma. ‘Het pure kapitalisme wat zij beschrijft, bestaat bijna nergens, zeker niet in Nederland.’ We hoeven het dus ook niet af te schaffen om de klimaatcrisis het hoofd te bieden.

‘Je kunt best een vorm van kapitalisme hebben waarbij er een zekere mate van streven naar winst is, maar waarbij je andere waarden dan alleen maar zo veel mogelijk geld verdienen voorop stelt. Kijk naar Paul Polman van Unilever en naar Feike Sijbesma van DSM. Zij sturen nu al op andere waarden.’

Van Soest vindt het onbegrijpelijk dat we nog altijd zoveel ruimte laten aan de markt. Op dit moment wordt de vraag naar olie aangejaagd door de lage prijzen. ‘Je zou die prijzen als overheid tijdelijk naar een minimumniveau moeten opkrikken.’ Alle moeite die we via het Energieakkoord in een paar procent meer duurzaamheid steken, zegt Van Soest, kan teniet worden gedaan zolang we ‘dat andere deel van de energievoorziening aan wereldmarktprijzen overlaten.’

We vragen naar de rooskleurige scenario’s. Klimaatrampen gaan sowieso plaatsvinden, daar hebben we met alle uitstoot tot nu toe al voor gezorgd. Maar wat als we nog flinke actie ondernemen en we de ergste rampen kunnen voorkomen?

Minnesma: Ik denk dat er wel nog een paar rampen overheen gaan, dat we schoksgewijs zullen overstappen op een ander model. De grote vraag is: gaan we het snel genoeg doen? Want we verliezen nog steeds 50 procent van de biodiversiteit als we doorgaan op de huidige route. En een aarde van vier graden warmer is echt niet leefbaar. Het zou fijn zijn als we eens wat rationeler worden. Uiteindelijk zijn we nu heel irrationeel bezig.’

Tot zover enkele flarden van gesprekken vanuit het praathuis van Fabeltjesland.

Lees verder hier.

En nu enkele feiten.

De menselijke broeikashypothese (AGW = ‘Anthropogenic Global Warming’) is nog immer niet bewezen. Paleotemperatuurdata over miljoenen jaren laten geen enkele correlatie zien tussen de gemiddelde wereldtemperatuur en de CO2–concentratie in de atmosfeer. Aanvankelijk leek het erop dat de zogenoemde Vostok–ijsboring (over 420.000 jaar) wèl een dergelijke correlatie liet zien. Maar bij nadere beschouwing bleek dat de temperatuurstijging vooraf ging aan die van de CO2 en niet andersom. De temperatuur ging eerst omhoog (waarschijnlijk als gevolg van de invloed van de zon) en pas zo’n 800 jaar daarná liep de CO2–concentratie op (waarschijnlijk als gevolg van de uitgassing van oceanen, die bij hogere temperaturen minder CO2 kunnen bevatten, net zoals een blikje Spa rood dat men uit de koelkast haalt en op de verwarming zet).

De zeespiegel stijgt. Dat is waar. Maar de stijging is uiterst gering: 20 cm per eeuw langs de Nederlandse kust. En er is geen versnelling waargenomen.

De ijsbedekking op de beide polen is al tientallen jaren betrekkelijk constant. Op de Noordpool is die in het recente verleden de laatste jaren wat afgenomen – naar aanleiding waarvan verschillende klimaatalarmisten weer vol op het orgel gingen –, maar onlangs weer toegenomen. De ijsbedekking op de Antarctica neemt toe. Daar worden records gebroken. Maar dat lees je nooit in de krant.

Sinds ong. 1998 is de opwarming van de aarde (eigenlijk atmosfeer) gestopt. Volgens een recente publicatie van een groep mainstream klimatologen mogen we dat echter geen ‘opwarmingspauze’ noemen. We mogen het ook geen ‘hiatus’ noemen – een term die werd geïntroduceerd in het laatste rapport van het VN-klimaatpanel (IPCC). In plaats daarvan spreken zij over een slowdown. Over de oorzaken daarvan breken zij het hoofd. Geen enkel klimaatmodel heeft de slowdown voorspeld (of beter: geprojecteerd). M.a.w.: ‘The science is not settled’, zoals zij vele tientallen jaren hebben beweerd. En als de wetenschap niet voldoende houvast biedt, hoe weten we dan dat het klimaatbeleid effectief is?

Over extreme weerverschijnselen heeft het IPCC een afzonderlijk rapport gepubliceerd. Daarin was de conclusie dat er geen trends konden worden waargenomen in het optreden van extremen en evenmin een verband met CO2 (van welke oorsprong dan ook: natuurlijke of menselijke).

Normaal gelden de rapporten van het IPCC als de gouden standaard voor klimaatalarmisten. Maar deze conclusie was geruststellend. Dus wordt deze door hen genegeerd.

Over de biodiversiteit zijn vele studies verschenen. Het blijkt dat het verlies daarvan uiterst gering is en dat dit niet aan opwarming en/of CO2 kan worden toegeschreven. Zie hier.

Dat alle technische oplossingen naar een duurzame economie bekend zouden zijn is al evenzeer een fabeltje. De zogenaamde bekende oplossingen als zonne– en windenergie (uitsluitend voor de opwekking van elektriciteit, zo’n 15% van het totale energieverbruik) zijn veel te duur en zijn niet in staat om stroom te leveren op momenten dat daaraan in een moderne samenleving behoefte bestaat – zulks vanwege het intermitterende profiel van hun productie. Er zal dus altijd 100% fossiele back-up moeten blijven.

Op grond van deze feiten is maar één conclusie mogelijk. Deze ‘boegbeelden van duurzaam Nederland’ leven in hun eigen virtuele werkelijkheid. Het is niet waarschijnlijk dat zij daar uit zullen stappen. Zij zijn niet te overtuigen door feiten. Die glijden op hen af als water op het verenpak van een eend. Zouden zij de feiten wèl serieus nemen, dan heeft dat ernstige gevolgen voor hun negotie, ofwel hun verdienmodel. Dat is natuurlijk ook een belangrijke reden voor hen om de kop in het zand te blijven steken en ons te blijven bestoken met hun onheilsprofetieën, waardoor de samenleving inmiddels tientallen miljarden in een bodemloze put heeft geplempt.

Voor mijn eerdere bijdragen aan Jalta zie hier.