Na gedurende enkele maanden vorig jaar gedaald te zijn, daalden de prijzen in het euroland ook in februari en maart dit jaar. Velen concluderen dan ook dat er sprake is van deflatie in het euroland. En dat is ook het geval in mijn ogen. Dan moeten we wel hier en daar een oogje dichtknijpen en doen alsof onze neus bloedt.

Het euroland is in de ban van deflatie. Dat is de stelling van steeds meer analisten, economen, politici en anderen die zich met de economie bezig houden. Zij wijzen dan bijvoorbeeld naar enkele maanden in 2015 waarin de prijzen in het euroland zijn gedaald, iets wat een trend lijkt te zijn getuige het voorlaatste persbericht over inflatie van de Eurostat, het Europese bureau voor de statistiek, waarin te lezen valt dat de prijzen in het euroland in februari dit jaar met 0,2 procent zijn gedaald en het laatste persbericht over de eerste schatting voor de inflatie in maart (namelijk -0,1 procent). Diegenen die voor deflatiegevaar waarschuwen voegen er triomfantelijk aan toe: ‘Zie je wel, daar hebben we de afgelopen jaren voor gewaarschuwd’.

Ik daarentegen ben iemand die al enige tijd waarschuwt voor de gevolgen van het beleid van de centrale banken, namelijk hoge inflatie in de toekomst. Dit mede gebaseerd op de track record die de centrale banken hebben in het post-goudstandaardtijdperk. Neem Nederland. Tussen 1814 en 1914 bedroeg de totale inflatie in de polder 6,8 procent (dus niet per jaar maar totaal voor die 100 jaren!). Tussen 1914 en het laatste guldenjaar, 1999, bedroeg de geldontwaarding in ons land echter welgeteld 1.412 procent.

Het zijn vooral de energieprijzen en de prijzen die ermee te maken hebben, die hard dalen en dat trekt het totale inflatiecijfer behoorlijk omlaag

Dat ik de verwachting dat we met structurele deflatie  te maken zullen krijgen niet deel, dat is neem ik aan ondertussen bekend. Wat ik in dit artikel echter wil melden is dat ik de eerder genoemde stelling, dat het euroland gegrepen is door deflatie, volledig onderschrijf. Er is inderdaad sprake van deflatie in het euroland. Om dat zo stellig te concluderen moeten we wel de prijsontwikkeling van

voedsel en alcohol (+ 0,7 procent),

brood en granen (+0,4),

vis ( + 1,6),

oliën en vetten (+3,0),

fruit (+3,7),

groente (+4,3),

suiker, jam, honing en chocolade (+0,5),

niet-alcoholische dranken (+ 0,5),

koffie en thee (+2,8),

tabak (+3,0),

sterke drank (+0,6),

wijn (+0,7),

bier (+1,0),

kleding en schoeisel (+0,1),

schoonmaak/reparatie kleding (+1,3),

huren (+1,1),

onderhoud woning (+1,1),

water (+1,5),

rioolheffing (+2,7),

andere huisvestingskosten (+ 1,2),

meubels en vloerbedekking (+0,3),

reparatie meubels en vloerbedekking (+ 1,2),

glas, tafelgerei en vergelijkbare huishoudelijke spullen (+ 0,4),

huis- en tuin gereedschap (+ 0,2),

huishoudelijke diensten (+ 1,4),

zorg (+ 0,8),

medische producten en apparaten (+0,9),

farmaceutische middelen (+1,0),

tandartskosten (+ 0,1),

ziekenhuiskosten (+1,4),

auto’s (+ 1,1),

onderhoud en reparatie voertuigen (+1,7),

OV (+ 1,5),

post (+ 5,1),

recreatie en cultuur (+ 0,3),

planten en bloemen (+ 0,5),

huisdieren en eraan gerelateerde goederen en diensten (+ 0,4),

recreatie- en cultuurdiensten (+ 1,4),

recreatiediensten sport (+ 1,8),

andere cultuurdiensten (+ 1,2),

kranten, boeken en kantoorspullen (+ 1,9),

pakketreizen (+ 0,5),

onderwijs (+0,9),

horeca (+1,7),

catering (+ 1,5),

kantineprijzen (+ 1,9),

accommodatiekosten (+ 2,3),

overige goederen/diensten (+ 0,9),

persoonlijke verzorging (+ 0,3),

kappers (+ 1,6),

juwelen, klokken en horloges (+ 1,2),

sociale bescherming ( + 2,4),

verzekeringen (+ 1,2),

verzekeringen huis (+ 2,1),

zorgverzekering (+ 2,3),

verzekeringen overige (+ 2,4),

financiële diensten (+ 1,1),

andere diensten (+ 0,3),

industriële goederen, niet-energie (+ 0,3),

duurzame industriële goederen (+0,1),

niet-duurzame industriële goederen (+ 0,7),

diensten (+1,2),

diensten mbt woning (+ 1,2),

diensten mbt recreatie, exclusief pakketreizen en logies (+ 1,5),

diensten mbt pakketreizen en logies (+ 1,6) en

diensten mbt transport (+ 1,3)

vergeten, negeren of als onjuist bestempelen.

Of ik deze cijfers verzonnen heb, vraagt u? Nee hoor, ze zijn gewoon te vinden bij de Eurostat. Iedereen die dat wil kan ze, vrij makkelijk, vinden en aanschouwen.  Dat velen dat niet (willen) doen en die cijfers negeren, komt, vermoed ik, doordat die cijfers een ander beeld opleveren dan het door velen geschetste beeld dat de prijzen in het euroland dalen. Als de cijfers de theorie en de beweringen over deflatie niet staven, dan zijn de cijfers óf verkeerd óf men negeert ze blijkbaar.

Van deflatie is sprake wanneer de prijzen over een breed front en gedurende een lange tijd dalen; aan beide voorwaarwaarden wordt in het euroland niet voldaan

Maar hoe komt het dan dat het totale inflatiecijfer gedurende enkele maanden in 2015 en in februari en maart dit jaar dan negatief is geweest? De reden daarvoor is dat er wel degelijk ook prijzen zijn die gedaald zijn. We hebben het dan echter over een zeer beperkte groep goederen en diensten die bovendien sterk gerelateerd zijn aan de energieprijzen die spectaculair zijn gedaald het afgelopen jaar door de indrukwekkende daling van de olieprijs. In februari en maart dit jaar bijvoorbeeld is de subcomponent ‘energie’ met 8,1 respectievelijk 8,7 procent gedaald. Vorig jaar was de daling nog groter. En dat had hier en daar wat gevolgen, zoals te zien is in het deelcijfer voor transport (- 2,4 procent) of de kosten van het autogebruik (- 4,7).

Wat ook in prijs daalde was de vleesprijs, wat voor een belangrijk deel samenhangt met de sancties tussen de EU en Rusland, waardoor veel Nederlands vlees, dat normaliter in de schappen van de Russische winkels zou staan, te vinden is in de Nederlandse winkels. Het aanbod van vlees overtreft zo de vraag ernaar en dan zegt de basiswet van de economie, die van vraag en aanbod, dat de prijzen zullen dalen. Of dit inflatietechnisch gesproken structureel is, valt echter zeer te betwijfelen. Niet alleen omdat die sancties kunnen en ooit zullen verdwijnen, maar ook omdat, statistisch gezien, dat effect wegvalt na enige tijd. Wanneer de we vleesprijzen in de toekomst gaan vergelijken met die van nu moet, om aanhoudend neerwaartse druk op de inflatie uit te blijven oefenen, er sprake zijn van aanhoudende en steeds sterkere (percentueel gezien) daling.

Kortom, het zijn vooral de energieprijzen en de prijzen die ermee te maken hebben, die hard dalen. Aangezien het energiecomponent in het totale inflatiecijfer nogal zwaar weegt, trekt dat deelcijfer de hele index omlaag. Maar dat is dus géén deflatie! Van deflatie is sprake wanneer de prijzen over een breed front en gedurende een lange tijd dalen. Aan beide voorwaarwaarden wordt in het euroland, zoals uit het bovenstaande duidelijk blijkt, niet voldaan. Wie dan over deflatie spreekt, begrijpt simpelweg niet wat inflatie en deflatie zíjn.