Het was een grote envelop. ‘Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties’ stond erop. Net zoals miljoenen andere Nederlanders kreeg ik onlangs ook het voorlopige energielabel (werd vetgedrukt in de brief) toegestuurd, samen met een brochure over het energielabel. Full colour uiteraard: het is immers maar belastingggeld, dus het kost niets.

Ziedaar het nieuwste foefje van de overheid. Wie sinds 1 januari dit jaar zijn huis verkoopt of verhuurt, heeft dat energielabel nodig om aan de koper/huurder te laten zien hoe zuinig, of niet zuinig, het huis is. Verkoopt of verhuurt iemand zijn huis zónder dat label, dan wordt er enkele weken laten een tweede brief bezorgd, alleen nu van het Centraal Justitieel Incassobureau. De boete voor verkoop of verhuur zonder het verplichte label is 400 euro (met ongetwijfeld 6 euro administratiekosten erbij). Het is een ouderwets staaltje bemoeizucht van de Nederlandse overheid.

‘In heel Europa is een energielabel verplicht bij de verhuur, verkoop of oplevering van woningen’ staat op de achterkant van de brief te lezen. Het label vloeit inderdaad voort uit Europese afspraken uit 2013 en heeft als doel ‘meer inzicht te krijgen in de energiezuinigheid van gebouwen en energiebesparing te stimuleren’ (ik citeer de brief, niet de full colour brochure).

Onzichtbare hand van de markt vastgebonden

Om een aantal redenen is het gedrocht dat energielabel heet te verafschuwen. In de eerste plaats: als ik als huiseigenaar bij verkoop van mijn huis een koper krijg die zegt ‘ik wil het huis best kopen maar ik wil weten hoe energiezuinig het is’ dan schaf ik het wel aan. Enkele tientjes uitgeven om het huis te verkopen is prima. Interesseert het de koper niet – en voor veel kopers geldt dat – dan doen we gewoon zaken zonder label. Wil de nieuwe eigenaar later toch weten hoe energiezuinig zijn nieuwe huis is, dan kan hij zelf het label kopen. Hij kan ook wachten op zijn eerste jaarafrekening, grote kans dat hij dan wel goed kan inschatten hoe energiezuinig, of niet, het nieuwe stekje is. Wat de overheid te zoeken heeft in het verplicht stellen van zo’n label bij verhuur of verkoop, is mij niet duidelijk. Dat je als eigenaar verplicht bent eventuele gebreken te noemen, dáár valt veel voor te zeggen, anders ben je iemand aan het bedriegen. Maar een energielabel verplichten…

Als een huiseigenaar zijn huis wil onderscheiden tussen duizenden anderen op de verschillende huizensites, dan kan hij zelf zo een label kopen en in de advertentie melden hoe energiezuinig het huis is. Blijkt dat de kopers daar waarde aan hechten dan zullen meer huiseigenaren volgen. Waarom? Het antwoord is: de onzichtbare hand van de markt. Merken huisverkopers dat de kopers daar waarde aan hechten, dan ontstaat er een run op energielabels simpelweg omdat de markt zegt ‘er is daar vraag of behoefte aan’ en de verkopers daarom weten dat de kans op een succesvolle verkoop groter is mét het energielabel. Huizen zónder zo’n label brengen dan minder op. Reken er maar op dat álle huiseigenaren in dat geval bij verkoop uit zichzelf dat energielabel zullen aanschaffen. Maar voorlopig weten we helemaal niet of die vraag van de kant van de kopers er wel is. Dat is mijn tweede bezwaar: er wordt iets opgelegd waarvan niet te zeggen is of de kopers zoiets willen. De overheid wil het en dan wordt het verplicht gesteld.

Leuk zakcentje

En zo komen we tot de hamvraag: wáárom wil de overheid het ondanks het feit dat het onduidelijk is of de partijen op de huizenmarkt, kopers, verkopen, huurders en verhuurders, wel omp zo’n label zitten te wachten? In de brief staat, zoals gezegd, dat het doel is om meer inzicht te krijgen in het energieverbruik. Maar dat kan ook op andere manieren, bijvoorbeeld met slimme energiemeters die om de twee maanden het verbruik doorgeven. Of – hou u vast want dit is zo out-of-the-box – de bewoners kunnen zelf elke maand de stand noteren. Een Excel-sheetje maken en je kunt alles prima bijhouden. Kosten: EUR 0.

Maar het moet dus via een verplicht energielabel. Zou het iets met geld te maken hebben? Reken even mee. Het verplichte energielabel kost volgens de overheid enkele tientjes. Laat het 20 euro zijn. Er zijn in Nederland ongeveer 7 miljoen huizen en appartementen. Als voor álle 7 miljoen vroeg of laat zo een verplicht energielabel aangevraagd moet worden, dan hebben we het over een totale uitgave van 140 miljoen euro. De overheid krijgt daar een stukje van. Immers, die deskundigen die ieder van ons het verplichte label toesturen, betalen winstbelasting over hun inkomsten. Die winstbelasting op de genoemde 140 miljoen euro betekent dat enkele miljoenen euro in de schatkist vloeien. Maar dat is niet alles. Zo een label kan dan wel 20 euro kosten, daar bovenop komt ook nog 21 procent btw en die belasting gaat in zijn geheel naar de overheid. Per label is dat 4,2 euro. Doe dat maal 7 miljoen en de totale btw-inkomsten door het verplicht stellen van het label bedragen net geen 30 miljoen euro.

Toegegeven, dat is het bedrag voor álle woningen in Nederland. Die zullen vroeg of laat van eigenaar wisselen of verhuurd worden, dus die berekening is niet voor de fun of it maar is wel degelijk een indicator. Kunnen we iets over de opbrengsten per jaar zeggen? Zeker.

Per jaar wisselen zo een 15.000 huizen en appartement van eigenaar in Nederland. 20 euro á label betekent 300.000 euro aan uitgaven. Laat na kosten 20 procent daarvan als winstbelasting naar de overheid vloeien en we hebben het over 100.000 euro per jaar. Lijkt niet veel, maar is wel het geld dat uit de zakken van de huiseigenaren is geklopt zonder een echte reden. En dan is er nog de btw á 4,2 euro per huis oftewel 63.000 euro. Let op: dit betreft alleen huisverkopen. Huizen die verhuurd worden komen daar nog bij. Al met al een leuk zakcentje voor Den Haag.

Al met al levert het verplicht stellen van het energielabel voor woningen Den Haag elk jaar zeker meer dan 1 miljoen euro op. Over gratis geld gesproken…We kunnen ook zeggen: elk jaar hebben de Nederlandse huishoudens ruim 1 miljoen euro minder te besteden. Drukken we dat bedrag per huishouden uit, dan komt het neer op circa 15 cent. Stelt niets voor zegt u? Eens. Maar dat opent een hele gevaarlijke deur. Als we gaan redeneren volgens de lijn ’15 cent stelt niets voor’ dan komen er zo allerlei andere heffingen bij. Immers, wat is 15 cent per huishouden per jaar. En als álle Nederlandse huishoudens er zo over denken, dan geef ik graag mijn bankrekeningnummer door. Als iedereen die denkt ‘ach, het is maar 15 cent per jaar’ die 15 cent op dat rekeningnummer overmaakt zou ik dat prima vinden.

Expert op afstand

Gaat het echt om het geld? Ik weet het niet. Maar ik heb een sterk vermoeden van wel. En dat vermoeden heeft een reden.

Wanneer u het energielabel moet aanschaffen mag u van onze overheid kiezen uit twee opties. U kunt inloggen met uw DigiD, de gegevens van uw woning inzien en controleren, wat foto’s en aankoopdocumenten uploaden zodat een, door u gekozen deskundige – de overheid bepaalt toch niet álles – de aanvraag kan controleren en valideren. Dit gebeurt op afstand, alleen zo kost het enkele tientjes. Er komt dus niemand daadwerkelijk naar uw woning kijken, toch wel belangrijk dunkt me om te bepalen of en hoe energiezuinig een huis of een appartement is.

Dit valideren kan enkele dagen duren en is ‘mede afhankelijk van de door u verstrekte informatie!’ valt er te lezen op een site over het label. Ofwel: we bepalen uw energielabel aan de hand van de informatie die we van u krijgen, ook al is die informatie niet juist! Immers, het gebeurt allemaal op afstand, geen deskundige die uw huis ooit te zien krijgt, behalve op de foto’s die u stuurt (en zelf dus mag maken). Heeft wel veel weg ervan dat het vooral om het geld gaat.

De tweede optie is ervoor kiezen dat een deskundige echt langskomt, uw huis daadwerkelijk ziet en doorloopt en écht vast kan stellen hoe energiezuinig dat is. Dát is dan wel een echt label en de kosten ervan komen uit tussen 200 en 300 euro, afhankelijk van hoe groot het huis is.

Overheid afgetroefd? Dream on!

Als het de overheid écht zou gaan om energiezuinigheid goed te bepalen, dan is die veel duurdere tweede optie eigenlijk de enige juiste. In plaats daarvan krijgen huiseigenaren die eerste, goedkopere optie aangeboden waardoor ze kunnen zeggen toch lekker goedkoop het energielabel te kunnen krijgen en zich in hun handen kunnen knijpen want ze hebben de overheid lekker afgetroefd. Terwijl de overheid de lachende derde is.

Op de bijbehorende site over het energielabel staat onder meer: ‘het energielabel kan gunstig zijn voor uw uiteindelijke verkoop- of verhuurprijs’ en ‘Een groen energielabel (A, B of C) kan de verkoop of verhuur van uw huis versnellen.’ Let op: de overheid zelf zegt dus dat het energielabel gunstig kán zijn voor de verkoopprijs van uw huis én hoe snel uw huis verkocht of verhuurd wordt. Het kán voor hetzelfde geld zo zijn dat het geen ene mallemoer uitmaakt. Zal de overheid overigens niet interesseren, het geld voor het label is immers gewoon binnen.

Tot slot blijf ik met nog één vraag zitten terwijl ik kijk naar de A4-envelop, de full colour brochure en de brief met het voorlopige energielabel – waar ik bij verkoop of verhuur niets aan heb overigens omdat ik dan het definitieve label moet aanschaffen – die voor me liggen: hoeveel heeft het drukken en het versturen ervan de belastingbetaler eigenlijk gekost?