Waarschuwing. Dit wordt een artikel over een saai onderwerp. Een onderwerp waar niemand in geïnteresseerd lijkt te zijn. Maar een belangrijk onderwerp. Wie weet, wel belangrijker dan ooit.

 

Post factual politics

We zijn heel wat gewend dezer dagen. De Financial Times noemt het the time of the post factual politics. We verbazen ons niet meer over het feit dat Thierry Baudet de voorzitter van de Europese Raad met Hitler vergelijkt. We kijken echt niet meer op van koddige Sinterklaasrijmpjes van Geert Wilders als ‘Brussel regeert, Brussel dicteert, de Nederlandse burger gireert, de burger crepeert’.

 

Barre onzin

Nee, we liggen zelfs niet meer wakker als Fleur Agema (PVV) en Renske Leijten (SP) doodleuk beweren dat onze verpleeghuizen moeten sluiten van Brussel, hoewel we stiekem best weten dat dit barre onzin van Trumpiaanse proporties is.

 

Er knaagt iets

Kunnen we ons laven aan de gedachte dat dit bij de huidige folklore hoort waarbij populistische partijen van zowel links als rechts zich nergens meer voor schamen? Misschien, maar er knaagt iets. Het is al amper te tolereren dat premier Rutte al jaren niets beters weet op te hoesten dan dat Brussel slagvaardiger moet, maar niet een begin van een plan heeft hoe dat te bewerkstelligen.

 

Anti-Europa agenda CDA

Maar we zijn nu in een nieuwe dorre fase belandt: een onverholen anti-Europese agenda van het CDA, van oudsher één van de meest Europagezinde partijen. In een interview in het Financieele Dagblad pleit fractieleider Buma feitelijk voor het opzeggen van het verdrag van Rome, dat het vrije verkeer van personen, goederen en diensten regelt. Dit is geen toevallige misser van de CDA-leider, want rechtsbuiten Pieter Omtzigt beweert praktisch iedere week dat Brussel onze pensioenen aan het verkwanselen is, hoewel hem vaak is uitgelegd dat dit onzin is. Aan mij de schone taak om te laten zien hoe krankzinnig het idee van Buma is.

 

Afschaffen interne markt kost een duitje

Het afschaffen van de interne markt gaat Nederland een hoop geld kosten. Het CPB noemde de interne markt ‘één van de grootste successen van 50 jaar Europese samenwerking’ en  becijferde de baten op 2000 euro per Nederlandse burger per jaar. Die rekensommetjes zijn niet heilig, maar ook de Britse Treasury, de OESO en zo’n beetje elke academicus die zijn of haar tanden hier inzette, komt tot stevige baten, vooral voor een kleine open economie als Nederland.

 

Er zijn ook overige baten

Naast deze kwantificeerbare baten liggen er ook andere baten op het gebied van telecommunicatie, energie, product- en voedselveiligheid en studie-uitwisseling. De opbrengsten van de interne markt worden zelfs door veel eurosceptici niet in twijfel getrokken. Waarom wil Buma dit dan allemaal weggooien?

 

Als verklaring haalt Buma het aloude cliché van de arme Nederlandse vrachtwagenchauffeur of aannemer van stal die verdrongen wordt door zijn Oost-Europese collega. Daar moet paal en perk aan worden gesteld! Los nog van het feit dat daarmee ook alle Europese activiteiten van Nederlandse bedrijven worden gefrustreerd (of denkt Buma net als de Britten of Donald Trump dat handel eenrichtingsverkeer is?), is het verhaal van de aannemer ook nog eens misleidend.

 

Arbeidsmarkt is geen stoelendans

De arbeidsmarkt is geen stoelendans met een gegeven aantal stoelen. Economen noemen deze misvatting de lump of labour fallacy. In de markt is – gegeven de vraag – de hoeveelheid banen afhankelijk van de verhouding tussen arbeidskosten en productiviteit. Zolang die verhouding gunstig uitpakt, hebben werkgevers een prikkel om banen te creëren. Per saldo levert de interne markt Nederland een hoop banen op, ook al kost het lokaal banen. De banen die verloren gaan zijn pijnlijk en zichtbaar: de spreekwoordelijke aannemer en vrachtwagenchauffeur. Buma vindt deze zichtbare banen kennelijk belangrijker dan de veel talrijkere onzichtbare banen die elders in de economie worden gecreëerd.

 

Eerlijke concurrentie

Iets anders is of deze zichtbare banen wel om eerlijke redenen worden weggeconcurreerd. Hier ga ik mee met de critici die vinden dat er streng opgetreden moet worden als andere landen het arbeidsrecht of het minimumloon aan hun laars lappen. Dat kun je gewoon regelen zonder de interne markt af te schaffen.

 

Wat doet de Europese Commissie

En dat is precies waar de Europese Commissie mee bezig is. Zo liet de Belgische Eurocommissaris Thyssen in hetzelfde FD optekenen: ‘We mogen niet aanvaarden dat er verliezers van globalisering zijn. Dat betekent dat we kort op de bal moeten spelen en moeten laten zien dat Europa ook solidair is. Je hoort nu populisten zeggen: laten we terugplooien naar vroeger met gesloten grenzen. Toen was alles beter. Dat kan niet. Dan gaan we terug naar af.’

 

Eurocommissaris Thyssen

Thyssen wil de EU laten handelen op sociaal gebied, bijvoorbeeld door lidstaten aan te sporen meer in te zetten op permanente scholing van werknemers of werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt basisvaardigheden te geven. Vindt Buma – en met hem vele andere politieke leiders – dat de EU dit niet moet oppakken? Of iets anders moet doen? In plaats van naar Europa te wijzen kan Buma beter zijn collega Asscher aanspreken die heeft bezuinigd op de arbeidsinspectie maar ondertussen het verhaal van de vrachtwagenchauffeur er te pas en onpas bij sleept.

 

Daar heb je ze weer: Noorwegen en Zwitserland

Als je de baten van Europa opsomt, komt altijd het argument langs dat Noorwegen en Zwitserland het toch ook leuk doen zonder Europa. Een misvatting. Zo kost het opdoeken van de interne markt Nederland een enorme hoop politiek kapitaal, dat toch al schaars is. Vergeet het maar dat we ooit nog iets gaan bereiken bij andere landen op ander domeinen. Ook zijn Zwitserland en Noorwegen gewoon economisch volledig aangehaakt bij Europa door bilaterale verdragen. Geen wenkend perspectief, want je hebt dezelfde regels maar hebt niets te vertellen. In het Verenigd Koninkrijk begint dit besef na Brexit heel langzaam door te dringen, maar Buma is nog niet zo ver.

 

Waar blijft het constructieve plan

Na Brexit en het dwaze discours van dolleman Donald wordt het tijd dat Nederlandse politici die het na de verkiezingen voor het zeggen krijgen een constructief plan hebben voor Europa. Want ondanks alle baten is er een hoop werk aan de winkel, dat zal niemand ontkennen. Problemen op het gebied van migratie, het klimaat en de geopolitiek kunnen niet zonder Europa, of men nu eurofiel of eurosceptisch is.

 

Bezorgde burgers

Van politieke leiders als Sybrand Buma mag verwacht worden dat hij helpt een aanvalsplan te formuleren op de prangende problemen. Hij heeft daarnaast de plicht de ‘bezorgde burgers’ uit te leggen op welke misverstanden hun bezorgdheid is gebaseerd. En voor zover de bezorgdheid reëel is, welk plan er is om die burgers tegemoet te komen.

 

De angstmachine van Buma

In plaats daarvan zet Buma de angstmachine aan. Daarbij hanteert het CDA een politieke truc die snel aan populariteit wint, ook bij partijen als de PvdA en GroenLinks. Die partijen weten heel goed dat er een kabinet gaat komen met de VVD. In plaats van eerlijke standpunten in te nemen op terreinen als de zorg, migratie of Europa, doet men aan populisme light: een beetje bang voor migranten, marktwerking of Brussel. Dat houdt de achterban rustig en snoept wellicht wat stemmen af van de populistische partijen. Tegen de tijd dat coalitieonderhandelingen beginnen, zijn de punten op dag één weggegeven omdat dat al ingecalculeerd was. Het is politiek anno 2017. Begrijpelijk maar weinig verheffend en een middenpartij onwaardig.

 

Dit artikel verscheen 2-3-2017 op socialevraagstukken.nl

 

Marcel Canoy is distinguished lecturer Erasmus School of Accounting and Assurance