Een centrale bank is er voor de maatschappij. De instelling heeft doorgaans als taak de economische groei te stimuleren en de prijzen onder controle te houden. Dat is te belangrijk om over te laten aan (monetair) economen en bankiers.

De situatie in de Verenigde Staten laat zien waarom het bestuur van de ECB op de schop moet. Het dagelijks bestuur van de Fed, de Amerikaanse centrale bank, bestaat uit  zeven gouverneurs. Zij worden voorgedragen door de Amerikaanse President en moeten goedgekeurd worden door de Senaat.

Op dit moment zitten er vijf mensen in het bestuur. Vandaar dat President Barack Obama onlangs bekend maakte Allan R. Landon voor te dragen om zitting te nemen in het bestuur. Landon is een gepensioneerde ex-CEO van de Bank of Hawaii, een bankier dus. En dát is een belangrijk punt. De Amerikaanse Eerste Kamer zou de benoeming van Landon tegen moeten houden. Niet vanwege Landon zelf, maar omdat met een ‘ja’ van het Senaat, de Senaat in feite de Amerikaanse wet aan zijn laars zou lappen. De samenstelling van van het dagelijkse bestuur van de Fed is geregeld in de Federal Reserve Act. Die wet schrijft in artikel 10 voor dat ‘bij zijn benoemingen van de bestuursled (…) de President ervoor moet zorgen dat er sprake is van een faire vertegenwoordiging van de belangen van de financiële sector, landbouw, industrie en handel maar dat er ook sprake moet zijn van een faire geografische vertegenwoordiging.’

Fed-bestuur: dient belangen van één sector

Op dit moment bestaat het dagelijks Fed-bestuur uit vijf mensen, namelijk de voorzitter Janet Yellen, vice-voorzitter Stanley Fisher, Lael Brainard, Jerome Powell en Daniel Tarullo. Yellen, Fisher en Brainard zijn economen van huis uit; Powell is een jurist en een investment banker en Tarullo is ook een jurist.  Yellen is geboren in de staat New York, Powell in Washington D.C., Tarullo in Boston, Brainard komt uit Pennsylvania en Fisher is geboren in Afrika. New York, Boston (in de staat Massachusetts), Pennsylvania en Washington D.C.; allemaal plaatsen aan de Noordoostkust van de Verenigde Staten.  Aan dit wat betreft geboortplaats en achtergrond weinig gemêleerde gezelschap, wil Obama nu een accountant annex bankier toevoegen.

De huidige crisis is veroorzaakt doordat  centrale banken, vooral bestaande uit bankiers en economen,  banken decennialang hebben toegestaan grote en onverantwoorde risico’s te nemen.

Waarom doet dit er allemaal toe? Velen zijn het erover eens dat de economische en financiële crisis waar het Westen nu al jaren mee kampt, veroorzaakt is doordat centrale banken decennialang laks toezicht hebben gehouden. Daardoor konden banken onverantwoorde risico’s nemen. Het gevolg waren grote winsten op korte termijn. Maar onder de oppervlakte groeide daardoor een financieële vulkaan die in 2008 is uitgebarsten. Al die tijd werd het Fed-bestuur gedomineerd door economen en bankiers, vaak mensen met een sterke relatie met de financiële sector.

Financiële belangen zijn al decennialang sterk oververtegenwoordigd in het Federal Open Market Comite (FOMC), het comité dat het monetaire beleid bepaalt. Alle leden van het dagelijkse bestuur van de Fed zitten daarin. Daarnaast mogen 5 van de 12 regionale centrale banken elk jaar stemmen over monetair beleid. Dat doen ze volgens een rotatieschema, met één uitzondering: de New York Fed, die letterlijk tussen de hoofdkantoren van de Amerikaanse commerciële banken te vinden is in downtown Manhattan, mag altijd meestemmen. De andere 11 regionale centrale banken delen dus 4 stemmen. Dit is van groot belang omdat vertegenwoordigers van de regionale centrale banken uit bijvoorbeeld het Midden-Westen, waar veel boeren wonen, zeer huiverig zijn voor inflationair beleid. Daar heeft hun achterban veel bij te verliezen. Voor de snelle bankierstypes op de Wall Street geldt juist het omgekeerde: inflatie is een goede vriend van de bankiers. Deze stemmenverdeling binnen het rentecomite van de Fed bevoordeelt de financiële sector dus. Zeker als we ons de achtergrond van het dagelijks bestuur van de Fed herinneren.

Dit is níet hoe de Fed is begonnen trouwens. Het FOMC is opgericht in 1933; toen hadden alleen de regionale bankpresidenten stemrecht over rente en het dagelijks bestuur in Washington had er juist niets over te zeggen. In 1935 al kreeg dat dagelijks bestuur óók stemrecht maar was nog steeds ruim in de minderheid, aangezien er 12 regionale centrale banken waren en nog steeds zijn. In 1942 volgde nog een hervorming van het FOMC; het zevenkoppig dagelijks bestuur behield zijn 7 stemmen maar de regionale Presidenten moesten voortaan om de beurt stemmen. Het belang van de financiële sector had nu een duidelijke numerieke meerderheid. Toeval of niet, maar sindsdien kennen de Verenigde Staten aanhoudende inflatie die de koopkracht van de dollar inmiddels zo goed als volledig uitgehold heeft. De totale inflatie in de VS tussen 1942 en 2014 bedraagt, volgens de officiële inflatiecijfers van de Amerikaanse overheid, 1348,8 procent ofwel gemiddeld 18,7 procent per jaar. Ter vergelijking: tussen 1914, de Fed is opgericht vlak voor de kerst 1913, en 1942 bedroeg de totale inflatie 63 procent ofwel gemiddeld 2,25 procent per jaar. Uiteraard zijn er ook andere factoren van invloed op het inflatiecijfer, maar (het personeel achter) monetair beleid, is een zeer belangrijke factor in het geheel.  Merk bijvoorbeeld in de grafiek hieronder op dat sinds ruwweg 1942 de VS alleen maar stijgende prijzen kennen; dalende prijzen zijn uitgeroeid.

Sinds Washington het rentebeleid bepaalt daalt de koopkracht van de dollar alleen maar

grafiekedin

Bron: wikipedia

Dat het dagelijks bestuur van de Fed het monetair beleid in feite bepaalt én dat economen en bankiers zo goed als altijd dat bestuur uitmaken, daar plukken we sinds 2008 de zeer zure vruchten van. In het huidige Fed-bestuur is het moeilijk in te zien hoe de belangen van handel, industrie en landbouw, laat staan de gewone, vertegenwoordigd worden. Het is in dat opzicht veelzeggend dat bij het debat over de voordracht van Janet Yellen enige tijd geleden, veel Senatoren, zowel Democraten als Republikeinen, de centrale bank fors hebben bekritiseerd omdat die met alle middelen de financiële sector helpt en weinig tot niets doet voor de Amerikaanse middenklasse. Geen wonder, gezien de samenstelling van het bestuur. De enige vertegenwoordiger van de gewone man bij de Fed is de schoonmaakploeg die het kantoor elke dag schoonmaakt.

De enige vertegenwoordiger van de gewone man bij de Fed is de schoonmaakploeg die het kantoor elke dag schoonmaakt.

Nieuw bestuursmodel voor de ECB nodig

Is dit relevant voor de eurozone? Ik vind van wel. Er is veel voor te zeggen dat het ECB-bestuur op de schop moet. Ruim een decennium na de komst van de euro is het tijd voor een nieuw bestuursmodel. In de VS hebben ze zoals genoemd die bepaling in de wet dat het bestuur van de Fed belangen van uiteenlopende sectoren moet vertegenwoordigen. Bij de ECB is het echter een hele andere wereld. De leden van het zeskoppig dagelijks bestuur van de ECB moeten, volgens artikel 11.2. van de Statuten van de E(S)CB, ‘gekozen worden uit personen met een erkende reputatie en beroepservaring op monetair of bancair gebied’. Alleen dus op bancair of monetair gebied! Anders gezegd: het bestuur van dé instelling die het dagelijks leven van ons allen misschien wel meer bepaalt dat onze regeringen, is volgens het Verdrag over de Europese Unie, off-limits voor iedereen die géén bankier of monetair econoom is!

En als u nu denkt, ‘overdrijft hij niet een beetje als hij zegt dat de invloed van de ECB verder reikt dan van de regeringen’: de ECB bepaalt de koopkracht van uw loon of pensioen, de hoogte van uw hypotheekrente en andere rentes, inclusief de spaarrente. Via haar invloed op de waarde van de euro bepaalt de ECB deels uw energierekening en sinds de ECB staatsobligaties en waardeloze leningen van banken opkoopt in de eurozone, kan dat zelfs uw belasting bepalen als de verliezen groot worden en de aandeelhouders, onder meer Nederland, ervoor moeten opdraaien.

Het bestuur van de ECB, dé instelling die het dagelijks leven van ons allen misschien wel meer bepaalt dat onze regeringen, is volgens het Verdrag over de Europese Unie, verboden terrein voor iedereen die géén bankier of monetair econoom is!

Dit exclusieve voorrecht voor (monetair) economen en bankiers om deel uit te maken van het ECB-bestuur, moet op de schop. Het bestuur van de ECB moet verplicht een afspiegeling zijn van de maatschappij en de economie van de eurozone. Dat is nu niet het geval, het bestuur is vooral een afspiegeling van de financiële sector. Een beetje boerenverstand in het ECB-bestuur zou misschien voorkomen hebben dat deflatie, prijsdalingen, als ramp worden beschouwd.

Men zegt wel eens dat economie te belangrijk is om overgelaten te worden aan economen. Hetzelfde geldt voor het monetair beleid: dat is té belangrijk voor de welvaart van elk land om dat over te laten aan economen en bankiers.