Griekse schulden kwijtschelden omdat we dat ooit met de Duitse schulden hebben gedaan, is een onzinargument omdat het impliceert dat Griekenland en Duitsland even belangrijk zijn.

Griekenland wil dat een deel van zijn schuld afgeschreven wordt omdat die schuld te zwaar weegt op het land en een klim uit de malaise onmogelijk maakt. Velen knikken instemmend omdat dat volgens hen inderdaad de enige geloofwaardige manier is om dat land boven water te houden (en daarmee de euro te redden). Het andere vaak gehoorde argument is dat Duitsland, nota bene het land dat de meeste moeite heeft met dat Griekse verzoek, zélf na de Tweede Wereldoorlog, in 1953, een zeer groot deel van zijn schuld kwijtgescholden kreeg. Volgens sommigen ging het zelfs om 90 procent van de totale staatsschuld! Zonder die afschrijving was er zeer waarschijnlijk geen Wirtschaftswunder geweest die Duitsland uiteindelijk een van de rijkste landen ter wereld zou maken.

Beide beweringen zijn waar. Wie een scenario probeert te bedenken waarin Griekenland zijn schuld op eigen kracht kan halveren, zelfs met een timeframe van enkele decennia, begeeft zich in feite buiten plausibele analytische paden en drijft al snel af het science fiction gebied in. Het land zeult een staatsschuld van bijna 200 procent van het Griekse bruto binnenlands product (bbp) met zich mee. Met een economie die in coma ligt en inwoners die meer dan ooit belasting ontwijken en ontduiken is geloven dat Griekenland ooit ook maar de helft van zijn schuld kan aflossen, zonder al het tafelzilver te verkopen, hetzelfde als geloven in sprookjes.

Wirtschaftwunder

En het Duitse Wirtschaftswunder was er inderdaad waarschijnlijk nooit geweest als Duitsland na de Tweede Wereldoorlog al zijn (pre-)oorlogsschuld had moeten afbetalen. Door de kwijtschelding konden onze oosterburen uitgerust en fris beginnen aan de naoorlogse economische wedstrijd. Waren die oude schulden niet kwijtgescholden dan was het alsof Duitsland mee moest doen aan een wedstrijd 3000 meter horden maar dan met ketenen om beide benen, handen achter de rug gebonden én geblinddoekt.

Kortom, beide beweringen zijn waar. En toch is het argument dat de Griekse schulden afgeschreven moeten worden omdat we dat bij Duitsland ook hebben gedaan een halve eeuw geleden wel erg kort door de bocht. Enkele belangrijke zaken worden daarbij namelijk uit het oog verloren.

In de eerste plaats hadden we in 1953 te maken met de Koude Oorlog. Duitsland was verdeeld in vier bezette zones; drie daarvan, de Franse, Amerikaanse en Britse vormden de Bundesrepublik Deutschland en de Russische zone ging door het leven als de Deutsche Demokratische Republik. Dit betekende dat het communisme op enkele uren rijden van de Nederlandse grens springlevend was én popelde om uit te breiden naar het Westen. Het was een reëel gevaar dat de Bundesrepublik communistisch zou kunnen worden. Gezien de strategische ligging van voormalig West-Duitsland in Europa, zou dat feitelijk hebben betekend dat het communisme Europa in zijn greep zou hebben.

In de tweede plaats is er het feit dat al kort genoemd is: de Duitse geografische ligging op het Europese vasteland. Die ligging betekende dat er zonder een sterk Duitsland, of in ieder geval geen zwak Duitsland, een sterk Europa onmogelijk werd. Een zwak Duitsland zou altijd een bron van economische en politieke instabiliteit vormen en, nogmaals, door de grootte en de ligging van het land zou dat bijna per definitie betekenen dat heel Europa instabiel zou zijn.

Eigen economisch en politiek belang

In de derde plaats – en dit hangt nauw samen met de voorgaande twee punten – was Duitsland ook toen al een grote afzetmarkt voor Amerikaanse, Franse, Britse bedrijven. Een economisch zwak Duitsland zou daarmee de economische ontwikkeling van die landen, zeker Frankrijk, behoorlijk frustreren. Een economisch sterk Duitsland was dus in het economisch én politiek belang van de andere (Europese) landen.

In de vierde plaats geldt dat het afschrijven van een groot deel van de Duitse schulden het Wirtschaftswunder weliswaar mogelijk maakte maar niet garandeerde. Wat cruciaal is geweest is de Duitse opstelling, met andere woorden hoe het land is omgegaan met die schuldenkwijtschelding. We weten inmiddels maar al te goed dat Duitsland daar uiterst verantwoord, efficiënt en prudent mee is omgegaan. Had het land dat níet gedaan, dan was het Wirtschaftswunder onmogelijk geweest, schuldenkwijtschelding of niet.

In de vijfde plaats vergeet men dat Duitsland een hoge prijs betaald heeft. Het buitenlands beleid maar ook het defensiebeleid van het land was een lange tijd sterk beïnvloed en/of beperkt door Frankrijk en andere winnaars van de Tweede Wereldoorlog. Sterker nog, Duitsland kreeg pas in 1955 zijn soevereiniteit terug. Tussen 1945 en 1955 werd het land vooral bestuurd door een commissie van de geallieerden. Decennialang waren er bovendien tienduizenden buitenlandse soldaten gelegerd op Duitse bodem. Natuurlijk, tegenwoordig zien we dat als een onderdeel van de militaire samenwerking in het kader van de NAVO, maar daarvoor was dat gewoon een teken dat Duitsland in feite een bezet land was.

Tot slot: schulden afschrijven was in 1953 mogelijk. In feite deden de Verenigde Staten dat. Maar die konden dat doen enerzijds vanwege het hierboven genoemde economische en geopolitieke belang maar ook, niet onbelangrijk, omdat de economische groei in de VS hoog en de Amerikaanse staatsschuld relatief laag waren, iets wat nu juist niet het geval is. De Amerikaanse staatsschuld bedroeg in de jaren vijftig ongeveer 60 procent van de Amerikaanse economie én de trend was sterk dalend. De economische groei bedroeg gemiddeld bovendien zo’n 5 procent per jaar.

Niet van toepassing op Griekenland

Het bovenstaande zijn allemaal zaken die niet of nauwelijks op Griekenland en de Griekse situatie van toepassing zijn. De Koude Oorlog is voorbij. En ook al zou Griekenland zijn heil moeten zoeken in Rusland en onder sterke invloed van Moskou komen te vallen, dan nog geldt dat Griekenland qua omvang, ligging en belang niet te vergelijken is met Duitsland in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Een zwak Duitsland betekent als snel een zwak Europa. Een zwak Griekenland betekent vooral een zwak Griekenland. De analogie met het bankstelsel ligt voor de hand. Sinds kort weten we dat we banken kunnen onderverdelen in gewone banken en systeembanken. Een gewone bank kunnen we laten omvallen zonder grote nadelige gevolgen voor de rest. Het omvallen van een systeembank leidt tot een ramp. Duitsland was toentertijd al een systeemland, en nu helemaal. Griekenland is dat niet.

De Griekse economie is voor buitenlandse bedrijven geen belangrijke markt in de zin dat ze er niet zonder kunnen. En waar Duitsland destijds zoals gezegd zeer verantwoord om is gegaan met de ruimte die het land kreeg door de schuldenkwijtschelding, kunnen we ons sterk afvragen of dat voor Griekenland nu zou gelden. Athene zag namelijk in de moderne geschiedenis al eens eerder zijn schulden behoorlijk verdwijnen. In 1934 werd 43,4 procent van de Griekse staatsschuld afgeschreven. En wat deed het land ermee? Het duurde niet lang of Griekenland was weer terug was bij af: de schuldenberg was te hoog. Duitsland gebruikte schuldverlichting ten goede, Griekenland alles behalve. Hetzelfde geldt overigens voor Frankrijk en Italië, waar 36,4 respectievelijk 52,2 procent van de schulden werden kwijtgescholden in 1934. De Italiaanse staatsschuld lag zelfs in de gouden economische jaren ver boven 100 procent en die van Frankrijk is inmiddels zo hoog dat het land de hoogste kredietrating, de Triple A status, al enige tijd geleden kwijt is geraakt.

Financiële ruimte is er niet

Daarnaast is het vermogen van de schuldeisers om schulden af te schrijven niet bepaald groot te noemen. In de VS nadert de staatsschuld de 100-procent grens. De economische groei is met 2 tot 2,5 procent historisch bezien mager en gezien de omvang van de schuldenberg veel te laag. De VS hebben zelf al moeite hun eigen schuldenlasten te dragen, laat staan dat Washington de luxe heeft schulden van Griekenland af te schrijven. De situatie bij veel Europese landen is nog schrikbarender. De staatsschulden zijn zeer hoog én de trend is sterk stijgend terwijl de economische groei in het meest gunstige geval net het cijfer 1 voor de komma kent. Toegegeven, Duitsland staat er qua schuld en economische groei goed voor, maar dat land gaat de komende jaren hard geraakt worden door de vergrijzing, wat de openbare financiën én economische groei zal raken.

En waar Duitsland dus een hoge prijs betaalde, vooral op het gebied van het buitenlands beleid en het defensiebeleid, wijst Griekenland anno 2015 de EU-controleurs het land uit en wil het land niets weten van controles of toezicht of het zich zal houden aan de nieuwe afspraken, die de oude moeten vervangen. Het land wil ‘onderhandelen over een nieuwe regeling maar zal niets accepteren wat de soevereiniteit van het land raakt’, zegt een woordvoerder. Griekenland wil nu in feite een forse schuldkwijtschelding zonder consequenties, óók als het land daarna gewoon weer op de oude tour doorgaat, iets waar de kans, gezien de geschiedenis, groot op is.

Kortom, het argument ‘Duitsland kreeg een schuldkwijtschelding en Griekenland heeft er dus ook recht op’ gaat voorbij aan een reeks belangrijke verschillen tussen Duitsland anno 1953 en Griekenland anno 2015. Griekse schuldafschrijving is alleen te rechtvaardigen door te wijzen dat dat de enige manier is het land in de euro te houden. Maar de vraag is of dat wel wenselijk is.