Eerst even een misverstand ontzenuwen. Ja, Griekenland komt nog steeds in aanmerking voor noodsteun. Als aan de voorwaarden wordt voldaan althans. Al die eeuwige overlegrondes gaan over of – en in welke mate de Grieken aan de gestelde eisen voldoen. Maar het is dus niet zo dat het steunprogramma allemaal extra geld is dat de Grieken kunnen verbrassen. Een niet onbelangrijk deel van de steun gebruikt Griekenland om bestaande leningen mee af te lossen. In mei moet er een kleine €800 miljoen worden terugbetaald aan het IMF. En in juli gaat er €3,5 miljard terug naar de ECB. Dat is althans de bedoeling. En zo moet Griekenland voortdurend aflossen op bestaande leningen. Dat is waar de noodsteun vooral voor wordt gebruikt. Het is herfinancieren van bestaande schulden. Zonder noodsteun gaat dat niet. Dan moet de Griekse regering gaan kiezen tussen het betalen van de ambtenaren of de aflossing. En kiezen ze voor het eerste en niet voor het laatste dan blijven ze in gebreke en zijn ze failliet.

Dat Griekenland moet herfinancieren is op zich niets bijzonders. Alle landen doen het. Ook Nederland lost aan de ene kant leningen af en geeft tegelijkertijd weer nieuwe uit. Het grote verschil met Griekenland is dat Nederland die nieuwe leningen zelf aantrekt op de kapitaalmarkt. Voor Griekenland ligt dat anders. Op de openbare kapitaalmarkt zouden ze een torenhoge, niet op te brengen rente moeten betalen. De rente op leningen met een looptijd van drie jaar tikte recentelijk weer 30% aan. Duitsland kan bij een zelfde looptijd lenen tegen een negatieve rente. Die verschillen zeggen alles over het verschil in economische kracht en de mogelijkheid van een land om aan haar verplichtingen te voldoen.

De (relatieve) omvang van de schulden zijn daarbij eigenlijk van minder belang. De schuld van 175% van het bruto binnenlands product (BBP) die Griekenland heeft lijkt hoog maar is niet uitzonderlijk en niet per definitie ondraaglijk. Vandaag heeft Japan een schuld van ruim 200% van het BBP maar dat land ligt niet aan een infuus en leent voor bijna niets. En omgekeerd ging Mexico bijvoorbeeld failliet in de jaren 80 van de vorige eeuw met een schuld van ongeveer 50% van het BBP.

Het probleem van Griekenland is uiteindelijk niet de (relatieve) omvang van die schuld. Het probleem van Griekenland is dat de schuld veel te hoog is in relatie met het ‘verdienmodel’ van het land. Het probleem is niet zozeer financieel. Het probleem van Griekenland is institutioneel. De schuld van het land is te hoog voor een land waar de overheid zwak is en er te weinig belastingen worden geïnd. Een land met een diep ingesleten cultuur van cliëntelisme, corruptie en verstikkende bureaucratie is simpelweg minder kredietwaardig dan een land met een meer moderne en transparante institutionele infrastructuur. Dat leken de financiële markten in de eerste jaren van de euro echter even vergeten. In de eurozone convergeerden de rentes van de noordelijke en zuidelijke landen. Alsof de verschillen in kredietwaardigheid waren verdwenen. Het gevolg was een enorme kapitaalstroom richting het zuiden. In Griekenland vertaalde die zich in hogere lonen en dito consumptie en een stijgende staatsschuld. Maar met de kredietcrisis kwam aan de illusie van risicoconvergentie een abrupt einde. En Griekenland moest aan het infuus onder dwang van zware bezuinigingen.

Maar met snijden in de uitgaven los je de onderliggende problematiek van het zwakke verdienmodel niet op. Vandaar dat de belangrijkste eisen die nu aan de Grieken worden gesteld om in aanmerking te blijven komen voor de resterende noodsteun gaan over tal van hervormingen die ze moeten gaan doorvoeren om de structuur van de economie en dragende instanties te kunnen versterken. Op zich heel logisch. Het overleg daarover op 24 april in de Letse hoofdstad Riga lijkt terwijl ik dit schrijf echter op een complete mislukking te zijn uitgelopen. Zo wordt een faillissement een steeds waarschijnlijker scenario.

Eerder deze week was eurogroep voorzitter Jeroen Dijsselbloem nog optimistisch over de uitkomst. Maar ook al komt Griekenland binnenkort toch nog met een op papier prachtig pakket aan maatregelen dat aan alle voorwaarden voldoet, het is geen garantie dat ze ook daadwerkelijk doorgevoerd gaan worden en effect gaan sorteren. En zeker niet van vandaag op morgen. Een eeuwenlange traditie van belastingontduiking en nepotisme verander je niet zomaar. Temeer omdat zeer brede lagen van de bevolking ervan hebben geprofiteerd. Van ambtenaren met te hoge salarissen tot de ‘oligarchen’ die geen belasting betaalden en de vele beroepsgroepen die beschermd werden en worden door allerlei toetredingsdrempels voor nieuwe starters.

Wat de EU vraagt van Griekenland is niet zozeer een pakket aan economische hervormingen maar een cultuuromslag in hoe het land bestuurd wordt. En zo’n omslag doorvoeren is absoluut geen vanzelfsprekendheid.