Bij de supermarkt waar ik boodschappen doe, staat al tijden een bord buiten de deur met “personeel gevraagd”. Ernaast staat vaak iemand die om geld bedelt. Het is in Utrecht not done iemand aan te spreken op dergelijk gedrag, ook al lijkt deze op het eerste gezicht gezond van lijf en leden. De meeste mensen vinden dergelijke personen zielig en stoppen hem of haar een munt van 50 cent of meer toe. Daarmee kun je overigens een vrij modaal inkomen bijeensprokkelen. De mensen die buiten staan te bedelen hebben, tenzij ze illegaal zijn, ook een bijstandsuitkering. De verdiensten die ze ophalen bij de supermarkt zijn netto en komen daar bovenop. Toen ik een keer tijdens het wachten uit nieuwsgierigheid ging tellen hoe vaak iemand geld kreeg, zat ik al gauw rond een verdienste van ten minste 10 euro per uur. Dat is meer dan het bruto minimumloon per uur.

 

Geen flauw idee wie er in de bijstand zitten

Een opdringerige bedelaar wijs ik weleens op de tekst van het bord waar hij of zij naast staat. Als je een paar uur voor een supermarkt kunt rondhangen en mensen in goed Nederlands vriendelijk kunt vragen om geld, dan moet de stap naar een baan aan de andere kant van de winkeldeur toch niet zo heel groot zijn. Nooit krijg ik als antwoord dat de supermarkt hen niet wil aannemen. Het is overigens ook niet zo dat deze supermarkt alleen maar jonge gasten als vakkenvuller wil. Integendeel, het personeel vormt zowel qua achtergrond als leeftijd een doorsnee van de Utrechtse bevolking. Meestal maakt de aangesprokene zich snel uit de voeten of zegt niet gezond genoeg te zijn om lang te kunnen werken. Een ander gaf op dakloos te zijn, wat geen beletsel is om een uitkering te innen. Weer een ander zei in een schuldsaneringstraject te zitten en zat verlegen om een extra zakcentje. Op deze manier had hij meer dan wanneer hij ging werken.

Het voorgaande geeft in het kort het falen van het gemeentelijke re-integratiebeleid weer. Uit de reacties van de aangesprokenen was duidelijk dat als al iemand hen had aangesproken op het gaan verrichten van betaald werk, zij daar in de verste verte geen zin in hadden en daar gemakkelijk mee weg kwamen. Dit komt doordat met name grote gemeenten geen flauw idee hebben wie er in de bijstand zitten en wat er voor nodig is deze mensen weer aan de slag te krijgen.

Ruim 10 jaar geleden is de financiering van de bijstand veranderd. Het CPB maakt voor elk jaar een schatting van de totale bijstandspopulatie en stelt daarmee de totale omvang van het budget vast. Dit budget wordt vervolgens via een zogenaamd objectief verdeelmodel verdeeld over alle Nederlandse gemeenten. De omvang van het bijstandsbudget dat een gemeente van het Rijk ontvangt, hangt dus niet af van het feitelijke aantal bijstandstrekkers in die gemeente maar van het aantal dat het model voorspelt op basis van landelijk vastgestelde kenmerken. Je kunt als gemeente geld verdienen als je er in slaagt meer mensen uit de bijstand te houden dan het door het model voorspelde aantal op basis van landelijke kenmerken. En omgekeerd leg je er op toe als je op deze objectieve kenmerken slechter scoort.

 

De werkloosheid daalt

De werkloosheid daalt en heeft inmiddels een niveau bereikt van 463.000 ofwel 5,3 procent van de beroepsbevolking. Het aantal mensen met een WW-uitkering daalt ook, zij het langzaam, tot momenteel 415.000. Het aantal personen in de bijstand daalt echter niet en bedraagt thans ruim 400.000. We zitten dus met ruim 460.000 werklozen, terwijl we ruim 800.000 werkloosheidsuitkeringen verstrekken. Dit merkwaardige gegeven is een gevolg van het feit dat niet iedereen met een werkloosheidsuitkering beschikbaar is om direct te gaan werken. Daarnaast zijn er werklozen die geen werkloosheidsuitkering ontvangen.

Het bekende conjuncturele patroon van de laatste decennia volgend, zal na de werkloosheid eerst de WW gaan dalen. Hierin zitten de werklozen met een zogenaamd ‘korte afstand’ tot de arbeidsmarkt. Dat wil zeggen mensen met werkervaring en relevante arbeidsmarktkwalificaties. Bij de bijstand duurt het veel langer alvorens een daling inzet en is die veel geringer van omvang. In tijden van arbeidskrapte is de afname van de bijstandspopulatie gering, terwijl er grote vraag is naar mensen. Ook voor banen waar niet of nauwelijks opleidingseisen aan worden gesteld. Maar, zult u zeggen, worden mensen in de bijstand die onvoldoende solliciteren dan niet gesanctioneerd? De impact van een sanctie is het product van de hoogte van de straf en de pakkans. De hoogte van de korting op de uitkering is beperkt, aangezien iemand niet onder het minimum mag zakken dat absoluut nodig wordt geacht om in je bestaan te voorzien. In Nederland ligt dat op 90 procent van de uitkering, dus je kunt maximaal 10 procent van je uitkering verliezen. Dat is natuurlijk alleen het geval als er geen andere inkomsten zijn, zoals vermogen dat is weggemoffeld of inkomsten uit zwart werk. Dan kan een groter deel van de uitkering worden ingetrokken of kan deze helemaal vervallen. Dan de pakkans. Die is in de meeste gemeenten niet heel groot. In een dorp is nog sociale controle en valt het op als Jan en Piet die in de bijstand zitten elke ochtend met een busje worden opgehaald of op een steiger staan. Daarbij komt dat de gemeente niet over één nacht ijs mag gaan. Er moet een dik dossier aan bewijslast zijn wil een straf stand houden bij de rechter. Bij een pakkans die nadert tot 0 maakt de hoogte van de sanctie al niet veel meer uit, want de uitkomst van de vermenigvuldiging is dan ook nul.

 

Kunstgeschiedenis of antropologie van West-Afrikaanse volken

Zijn werkgevers bereid om mensen uit de bijstand aan te nemen? Niet elke werkgever wil dat. Als werkgevers de keus hebben, dan nemen ze de kandidaat die er op het eerste gezicht het best uit ziet. Dat is ook logisch als je een bedrijf moet runnen. Bovendien draai je als werkgever op voor het doorbetalen van het grootste deel van het loon gedurende de eerste twee jaren ziekte en mag je ook bij ontslag vaak nog een stevige vergoeding meegeven. Dan is het logisch dat je een dergelijk financieel risico op voorhand zoveel mogelijk probeert te beperken. Ook brancheorganisatie Inretail kwam deze week met een aanklacht over de hoeveelheid regels waarmee in dit geval de detailhandel wordt geconfronteerd en de kosten die dit met zich meebrengt bij bijvoorbeeld ontslag. Op een gegeven moment gaat echter de keus tussen geen extra personeel en iemand waar op het eerste gezicht wellicht een vlekje aan lijkt te zitten maar die misschien een prima arbeidskracht blijkt te zijn. En dan moet je er als bijstandsgerechtigde en als gemeente bij zijn…

Re-integratie is niet heel ingewikkeld, want uitgebreid wetenschappelijk onderzocht. Helaas weigeren wethouders en hun ambtenaren van de uitkomsten van dergelijk onderzoek kennis te nemen en hun beleid aan te passen, op een enkele uitzondering na. Het heeft geen zin mensen in trajecten te stoppen en te proberen allerlei zaken aan te leren waarvan jij denkt dat deze persoon ze nodig heeft op de arbeidsmarkt. Basale kennis en vaardigheden op het niveau van een startkwalificatie (ten minste een MBO-diploma op niveau 2) volstaan; de rest leren mensen wel tijdens het werk. Het is een veel beter idee om werkgevers te laten investeren in scholing dan in ontslagvergoedingen die worden gebruikt voor vervroegde uittreding of een nieuwe keuken. En het is leuk als je kunstgeschiedenis of antropologie van West-Afrikaanse volken hebt gestudeerd, maar als je daar niet iets van weet te maken moet je echt wat anders gaan doen.

 

Patstelling 

Op dit moment is er een soort van patstelling ontstaan tussen gemeenten. Zij hebben zich vooral gericht op het zorgen voor (meer dan) voldoende inkomen voor degenen in de bijstand en klagen steen en been dat ze tekort komen. De slechte conjunctuur van de afgelopen jaren vormde een excuus om niet in te zetten op mensen aan het werk te zetten. Werk is echter maar één reden voor uitstroom uit de bijstand. Veel mensen ontvangen onterecht een bijstandsuitkering. Zo bleek bijvoorbeeld uit experimenten in Rotterdam, waar alvorens een uitkering toe te kennen mensen eerst werkzaamheden moesten verrichten. Een niet-verwaarloosbare groep bleek hierop af te zien van het aanvragen van een uitkering.

Als de meerderheid van gemeenten qua aantallen bijstandstrekkers het slecht doet, dan helpt een objectief verdeelmodel niet meer. Wat we zien is dat het bestuur in de grote gemeenten gedomineerd wordt door linkse partijen, die de voorkeur geven aan inkomen boven werk. De laagste dichtheid aan bijstandstrekkers vinden we in middelgrote gemeenten met colleges van rechtsere signatuur. Met het aantrekken van de economie verdwijnt opnieuw het argument dat er geen werk is voor deze groep. Gevreesd moet worden dat veel gemeenten opnieuw de kans zullen missen om een aanzienlijk deel van hun bijstandspopulatie aan de slag te helpen.