Wouter Roorda over de te hoge uitkeringen en toeslagen, die de prikkel om aan het werk te gaan verlagen.

 

Werken loont te weinig. Een hoge marginale druk zorgt ervoor dat werknemers van elke extra verdiende euro een groot deel weer inleveren. Dit komt doordat zij belastingen en premies moeten betalen en aanspraken op inkomensafhankelijke regelingen verliezen. In mijn vorige bijdrage besprak ik de brief die minister Asscher van SZW hierover op 7 april jl. naar de Kamer heeft gestuurd. Deze brief laat zien dat vrijwel elke werknemer in Nederland met een marginale druk van meer dan 50 procent wordt geconfronteerd. Dit vermindert de prikkel om te gaan werken of een extra inspanning te leveren en leidt tot verstoringen niet alleen op de arbeidsmarkt maar ook op bijvoorbeeld de woningmarkt.

De afweging die bij aanpassing van het inkomensbeleid steeds moet worden gemaakt, is die tussen budgettaire, inkomenspolitieke en arbeidsmarkteffecten. Elke aanpassing kan maximaal 2 van de 3 aspecten positief beïnvloeden en zal op tenminste 1 en mogelijk 2 aspecten een negatieve uitwerking hebben. Met dit in het achterhoofd geef ik in het vervolg van deze bijdrage een aantal aanzetten om met name het de laatste jaren ondergeschoven arbeidsparticipatie element te versterken.

 

  1. Alleen het Rijk doet aan inkomenspolitiek.

Gemeenten spenderen veel geld, tijd en menskracht aan het bestrijden van problemen die, als ze al bestaan, beter door het Rijk kunnen worden aangepakt. De inzet van gemeenten om ‘armoede’ te bestrijden leidt tot een wirwar aan regelingen, waarvan de stapeling niet alleen een funeste uitwerking kan hebben op de arbeidsparticipatie maar ook het gelijkheidsbeginsel aantast. Immers, iemand met een uitkering is in de ene gemeente financieel beter af dan in de andere.

De volgende aspecten dragen bij aan het verminderen van de marginale druk:
– Bijzondere bijstand mag in beginsel alleen individueel en op aanvraag worden toegekend. Hoewel dus niet toegestaan, geeft de brief van Asscher aan dat bijzondere bijstand door sommige gemeenten nog steeds wordt ingezet als categoriale regeling. Dat wil zeggen groepen of alle bijstandsgerechtigden in een gemeente ontvangen een uitkering zonder dat een individuele afweging wordt gemaakt en zonder dat de noodzaak met betrekking tot bonnetjes en dergelijke voor bijzondere uitgaven moet worden aangetoond. Een bezuiniging hierop ligt dan ook voor de hand, te meer daar het budget de afgelopen jaren flink is verhoogd. Per jaar wordt maar liefst 400 miljoen euro aan bijzondere bijstand toegekend aan gemeenten, die zelf claimen het dubbele nodig te hebben. Nu wordt dit deels veroorzaakt door het grote aantal erkende vluchtelingen. Echter, gegeven de omvang van de bijstandspopulatie betekent dit bedrag een budget van bijna 1000 euro per bijstandsgerechtigde en gemeenten willen bijna het dubbele en dat is absurd. Te meer daar er nog een apart budget is voor uitvoeringskosten en het budget dus geheel ten goede komt aan de bijstandspopulatie.

– Gemeenten kunnen elk jaar een individuele inkomenstoeslag toekennen aan mensen met een laag inkomen zonder zicht op inkomensverbetering. In de praktijk betekent dit algauw dat de hele bijstandspopulatie hiervoor in aanmerking komt, want meer dan driekwart zit er langer dan een jaar in. Afhankelijk van de huishoudenssamenstelling gaat het om een bedrag van tussen de 360 en 510 euro. Dit betekent dus dat de netto bijstandsuitkering 30 tot ruim 40 euro per maand hoger is dan de norm die jaarlijks wordt gepubliceerd. Het betekent ook dat een laagbetaalde baan met een beloning rond het wettelijk minimumloon financieel nog onaantrekkelijker wordt. Ook houdt het SCP geen rekening met deze toeslag bij het berekenen van de door het bureau zelf gedefinieerde armoede. Tenslotte is de toeslag onnodig, want voor onvoorziene grote uitgaven is er nu juist de bijzondere bijstand.

– Gemeenten en veel waterschappen doen aan inkomenspolitiek door mensen met een bijstandsuitkering de lokale lasten kwijt te schelden. Dit doen zij door de kwijtscheldingsnorm gelijk te maken aan de bijstandsnorm. De hoogte van deze lokale lasten is gekoppeld aan de kosten die worden gemaakt voor de specifieke bestemming waarop deze betrekking hebben. Ze dekken dus in beginsel de te maken kosten voor riool, afval en waterstaat. Door de kwijtscheldingsnorm voor gemeenten en waterschappen terug naar 90 procent van de bijstandsnorm te brengen en daarmee gelijk aan die welke het Rijk hanteert voor de belastingen, draagt voortaan iedere gebruiker bij en daalt de marginale druk.

 

  1. Geen oneindige aanspraken op inkomensafhankelijke regelingen.

Uit de brief van minister Asscher blijkt dat de huurtoeslag de belangrijkste inkomensafhankelijke regeling is die bijdraagt aan de marginale druk. De huurtoeslag werd onder de naam huursubsidie begin jaren zeventig ingevoerd als tijdelijke inkomensmaatregel, maar ging als zo vele inkomensmaatregelen nooit meer weg. Deze is het inkomensequivalent voor de onderste helft van het inkomensgebouw wat de hypotheekrenteaftrek is voor de bovenste helft. Met het geheel van regulering van de huurmarkt is overigens meer overheidsgeld gemoeid dan met het reguleren van de koopmarkt. Daarover een andere keer meer.

Waar bij de fiscale behandeling van de hypotheek  de nodige stappen richting hervorming zijn gezet, hoewel aarzelend en ook met introductie van weer een nieuwe inkomensafhankelijke regeling, blijft de huurmarkt vrijwel buiten schot. De reden hiervoor laat zich raden en is vooral of uitsluitend inkomenspolitiek van aard. Maar waarom zou iemand zijn leven lang aanspraak moeten kunnen maken op huurtoeslag? Mag van iemand niet worden gevraagd na verloop van tijd te verhuizen als de prijs van zijn huidige woning niet in verhouding staat tot zijn inkomen. In de koopsector vinden we dat normaal. In de huursector ontbreekt elke prikkel. Door de huurtoeslag tijdelijk te maken, draait iemand na verloop van tijd op voor de gevolgen van zijn eigen keuze en is het niet langer de belastingbetaler die hieraan moet bijdragen. Het huidige kabinet heeft het mogelijk gemaakt om voor een periode tot twee jaar een tijdelijk huurcontract af te sluiten. Waarom zou dat niet langer kunnen? Aan het voorgaande ligt hetzelfde statische perspectief ten grondslag dat we tegenkomen in de hele verzorgingsstaat, waarin de nadruk wordt gelegd op verdelen in plaats van verdienen en waarbij ervan wordt uitgegaan dat mensen de rest van hun leven zullen doorbrengen in ongunstige omstandigheden als ze eenmaal daarin zijn geraakt.

De huurtoeslag heeft ook negatieve consequenties voor de woningmarkt. Op de sociale huurmarkt zijn namelijk een aantal ondoelmatigheden te identificeren, zoals het scheefwonen, de beperkte prikkel die huishoudens hebben om een passende woning te zoeken, de prikkel tot overconsumptie van woonkwaliteit (aangezien de huurtoeslag oploopt met de huurprijs) en de zwakke relatie tussen de huurprijs en de locatie van de woning. Dat verzin ik niet zelf, maar dit schreven ambtenaren op in 2016 in het Interdepartementale Beleidsonderzoek Sociale huur.

Wat voor de huurtoeslag geldt, is ook van toepassing op de zorgtoeslag. Nagenoeg de volledige ziektekostenverzekeringspremie wordt vergoed via de zorgtoeslag. Dat druist in tegen de gedachten die aan het huidige zorgstelsel ten grondslag liggen. Hier is een uitruil mogelijk tussen een lager eigen risico en minder zorgtoeslag.

 

  1. Een belastingstelsel waardoor werken loont.

Het huidige belastingstelsel kent tientallen inkomensafhankelijke elementen, waar dit kabinet als onderdeel van een pakket van per saldo 15 miljard aan lastenverzwaringen het inkomensafhankelijk maken van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting aan toe voegde. Nu het tekort is weggewerkt, zou er als onderdeel van een grootscheepse lastenverlichting gekeken moeten worden hoe dergelijke averechts uitwerkende maatregelen kunnen worden teruggedraaid. Daarbij hoeven de hypotheekrenteaftrek en de wijze van financiering van de oudedagsvoorziening niet buiten schot te blijven, mits er maar geen sprake is van lastenverzwaring of toevoeging van inkomensafhankelijke elementen. Het verzet tegen aanpassing van deze regelingen is in het verleden met name gevoed door de angst dat vooral de schatkist er beter van werd en/of er inkomenspolitiek mee zou worden bedreven.

Het is raar dat in een land met de hoogste uitkeringen ter wereld aan elke overheidsregeling een inkomensafhankelijk element moet worden toegevoegd alsof degenen met de laagste inkomens elke euro bijeen moeten schrapen om rond te kunnen komen. De drie hierboven genoemde maatregelen vormen een eerste stap om de lasten voor de modale en bovenmodale werknemer te verlichten en de gemiddelde werknemer van het subsidie-infuus af te krijgen. Dat is nodig voor het gezond laten functioneren van de arbeidsmarkt, waar nog steeds meer dan 1,5 miljoen mensen onder de pensioengerechtigde leeftijd langs de kant staan. Het is ook nodig in het licht van de betaalbaarheid van pensioen, gezondheidszorg en de gevolgen van migratie.