Het bankwezen in Europa lijdt onder het trage tempo waarmee sanering plaats vindt.

In ons werelddeel hebben wij nagelaten om, zoals in de VS wel is gebeurd, bij het begin van de crisis in 2008 onmiddellijk de kapitaalbuffers te versterken. Crisishaarden waren er de laatste jaren genoeg. Neem Griekenland waar een paar jaar geleden vele Europese banken nog grote posities in staatsleningen hadden, zodat als het land failliet zou zijn gegaan dit als een soort ‘ Lehmann Brothers’  tornado met aaneenschakeling van  faillissementen tot ontwrichting van het financiële systeem zou hebben geleid. Dat probleem is geïsoleerd doordat Europese staten — gecoördineerd door de EU – schulden van het land voor een groot deel hebben geherfinancierd waardoor het bankwezen een goed heenkomen kon vinden. Belastinggeld is dus gebruikt voor redding van veel banken, net  zoals in Nederland bij ABN AMRO, ING en SNS in 2008 en 2009 is gebeurd, maar dat geld is in tegenstelling tot Griekenland wel aan het terugkomen.

Bankunie en noodfonds

Mede door de geschetste ontwikkelingen rond Griekenland is in 2014 binnen de EU de Bankunie tot stand gekomen waarbij Europees toezicht is geregeld met ECB als coördinerende instantie. Daarbij is afgesproken dat bij een (dreigend) faillissement van een bank eerst de aandeelhouders, obligatiehouders en spaarders aan de beurt komen om nieuw vermogen te fourneren om kapitaalbuffers te versterken. Pas daarna komen nationale staten cq belastingbetalers aan de beurt. Als er niet voldoende middelen door direct betrokken worden opgebracht, kan een beroep worden gedaan op het noodfonds ESM. Voor het eerst is op die wijze de bankencrisis in Cyprus opgelost. Sinds 2013 is ESM een permanente voorziening met €80 miljard cash en tot maximaal €700 miljard garanties van EU staten, waar echter al €300 miljard van is uitgegeven aan Griekenland, Portugal en Ierland.  De huidige regelingen zijn een duidelijke stap voorwaarts, maar nog niet afdoende.

Corrupt Italië

In Italië bijvoorbeeld zijn er bij alle banken €360 miljard slechte, vrijwel oninbare, leningen of wel een vijfde van het totaal. Gesuggereerd wordt dat dit voornamelijk het gevolg zou zijn van de economische stagnatie van dat land gedurende een reeks van jaren. Maar te weinig wordt erbij stil gestaan dat in dit land cliëntelisme, voort wat hoort wat tussen ‘vrienden’,  aan de orde van de dag is, dus vergaande corruptie. Dat had een reden temeer moeten zijn geweest om het land buiten de Eurozone te houden, ook omdat de diverse Italiaanse regeringen sociaaleconomisch onvoldoende wilden hervormen. Minister van Financiën Zalm heeft als enige in 1999/2000 Italië’s toetreding proberen tegen te houden. Het leverde hem de bijnaam Il duro ‘de harde’ op, maar het mocht niet baten.

Door de slechte leningen in dit land ligt een nieuw probleem met de dimensies van ‘Griekenland’  op de loer, het hele bankwezen is verrot. Aandeel- en obligatiehouders voor verliezen te laten opdraaien durft geen enkele Italiaanse regering aan als die tenminste nog hoopt verkiezingen te winnen: het gaat om de pensioenvoorziening van de gewone man. Premier Renzi wil derhalve de reeds van schulden bol staande staat, die al 133% van het BNP geleend heeft (2015), weer laten inspringen, maar de EU houdt dat gelukkig (nog?) tegen.

Probleem banken

Een ander probleem met gigantische afmetingen zijn enkele grote probleem banken. Daarbij denken wij als eerste aan Deutsche Bank, die door het IMF het grootste risico voor het bancaire systeem is genoemd. De Bank heeft door een falend beleid om naast o.a. Goldman Sachs en Morgan Stanley ook tot de superliga van mondiale zakenbanken te worden gerekend zware averij opgelopen. Alleen al de ‘Libor’ affaire ofwel rentemanipulatie kostte de bank een boete van €10 miljard euro. Jarenlang heeft ‘Deutsche’ slechte resultaten gerealiseerd. De activa belopen ongeveer €1600 miljard, nauwelijks meer dan de passiva, niemand weet precies wat de verborgen gebreken zijn. De beurswaardering is bij deze kolos teruggelopen tot een schamele €15 miljard euro, ter vergelijking die van ING is €37 miljard.

Hetzelfde naargeestige verhaal geldt, hoewel in mindere omvang, voor banken als Barclays, Royal Bank of Scotland (RBS), Unicredit, Commerzbank en Credit Suisse.  Of deze banken aan gedwongen kapitaalverhogingen kunnen ontsnappen is zeer twijfelachtig.

Stresstest

In de zojuist uitgevoerde stresstest van de Europese bankenautoriteit (EBA) bij 51 grote Europese banken viel  Monte dei Paschi di Siena (MPS), de oudste bank van de wereld, als enige door de mand met €47 miljard slechte leningen. Het kapitaal van de bank zou helemaal worden weggevaagd als er opnieuw een zware financiële crisis zou uitbreken. De afgelopen week werd MPS met de toezegging van €5 miljard nieuw kapitaal voorlopig gered, ook om te voorkomen dat meer Italiaanse banken waaronder Unicredit direct in de val zouden worden meegesleurd. Bij de Italiaanse banken hebben de Franse banken een grote exposure, dus dit probleem  kan weer gemakkelijk de grens oversteken. Ook het Spaanse Banco Popular, het Oostenrijke Raiffeisen Landesbanken, Allied Irish en Bank Ireland bleken uiterst kwetsbaar.  Ook hier zullen kapitaalverhogingen waarschijnlijk onvermijdelijk zijn.

De vele kleine banken in Europa werden nog niet systematisch onderzocht maar het laat zich raden hoe de Griekse, Spaanse en Portugese banken ervoor staan. Het maakt duidelijk dat de stresstest niet al te stevig kon zijn om een financiële ramp te voorkomen. Het blijft voorlopig pappen en nathouden, verbeteringen doorvoeren in kleine stapjes. De Nederlandse banken doen het inmiddels redelijk, hun kapitaal ratio zou in het rampenscenario voor ABN Amro op 9,53%, ING 9,0% en Rabobank 8,11% uitkomen, voldoende om te overleven

Is er toekomst voor banken?

Het verdienmodel voor banken gaat in drie richtingen: een saaie bank die voornamelijk geld van spaarders uitleent, private banking voor vermogende beleggers, of een gespecialiseerde zakenbank. Tot die laatste categorie behoren eigenlijk alleen nog grote Amerikaanse banken, wellicht zou de grootste Europese bank HSBC met het unieke netwerk in Azië er nog aan kunnen worden toegevoegd. De toekomst voor de meeste banken gaat in de richting van ‘saaie’ bank, denk aan ING of Société Générale. Na publicatie van gunstige halfjaar cijfers over 2016 werd ING door Financial Times zelfs ten voorbeeld gesteld aan andere banken.

Echter door nieuwe technologie (fintech) komen geheel nieuwe spelers op de markt. Of het nu om betaalsystemen, beleggingsmodellen, leningen, hypotheken of sparen gaat, er zullen steeds meer nieuwe spelers komen die tegen extreem lage kosten veel meer klantgericht, door IT gedreven nieuwe diensten aanbieden waartegen de huidige banken met hun relatieve dure kantorennet slechts moeizaam kunnen concurreren .

Conclusie

Zo bezien is overleven, laat staan rendabel opereren, voor de meeste banken op zijn minst een uitdaging. De geschetste acute gevaren komen uit meerdere richtingen, waarbij een omslag van de conjunctuur zoals in het VK nog buiten beschouwing is gelaten. Ook hoge reguleringskosten door (overmatige) controle en lage rente veroorzaakt door het verruimingsbeleid van de ECB spelen een rol.

Geen economische sector dus om veel vertrouwen in te hebben, maar cruciaal voor het voortbestaan van het kapitalisme. We zitten binnen de EU noodgedwongen met z’n allen in een schuit, allerlei afscheidingsbewegingen als Brexit zullen alleen maar nieuwe grote schade creëren. Het is beter problemen gezamenlijk te isoleren en op te lossen waarbij incidentele gevallen daarna eventueel best failliet mogen gaan. Echt herstel zal hoe dan ook nog jaren duren.