Menselijke behoeften zijn onbegrensd leerde ik op de middelbare school bij mijn eerste les economie. En omdat de middelen om die behoeften te bevredigen wel begrensd zijn zal altijd iets te wensen overblijven. Economie. Dat was nog eens een vak waar je iets aan had om de wereld om je heen te begrijpen.

Mijn eigen situatie beschouwende leek het een ijzeren waarheid. Gitaren en versterkers, een betere stereotoren, een racefiets of camera, op mijn verlanglijstje stonden veel meer dingen dan ik met wat zakgeld en bescheiden bijverdiensten ooit dacht te kunnen vergaren. En uiteraard wilde je ook nog uitgaan en bierdrinken wat voor minderjarigen toen nog niet verboden was. Nu is dat allemaal anders. Ik kan veel meer spullen kopen dan ik daadwerkelijk doe. Als ik door de stad loop dan koop ik meestal niets omdat ik niet zou weten wat. Prachtige etalages met mooie kleding maar mijn kasten hangen al vol met jasjes die ik nooit aandoe. Waarom nog meer aanschaffen?

Uitpuilende winkels vol spullen. Meer dan we blijkbaar kunnen of willen kopen. Ook al is het permanent overal uitverkoop, genoeg zaken waar we niet bepaald in de rij staan om tot aanschaf over te gaan. En naast verkopers van fysieke producten zijn er ook genoeg tekstschrijvers, restaurateurs en zich als managementconsultant presenterende ZZP’ers die hun diensten nauwelijks gesleten krijgen. Het aanbod van veel dingen lijkt ondertussen groter dan de vraag. De capaciteit om dingen te maken overstijgt de bereidheid om die output ook daadwerkelijk te consumeren. Hoezo onbegrensde behoeftes?

Working Poor

Deze gelukkige situatie van overvloed geldt natuurlijk niet voor iedereen. Er zijn genoeg mensen die nog wel wat te wensen over hebben. Die zich niet eens basale levensbehoeften kunnen veroorloven. En dan hebben we het niet alleen over sloebers in Afrika. We zien het in toenemende mate in het rijke westen. Ook bij mensen met een normale baan. Een verdwijnende middenklasse en de opkomst van de ‘working poor’. Iets wat we in eerste instantie vooral kennen uit Amerika. Maar aangezien alles wat daar gebeurt met een vertraging van een jaar of tien ook hier plaatsvindt is deze ontwikkeling ook in Nederland en Europa ingezet.

Iets klopt er niet meer. We zijn in staat enorme output te genereren maar het lukt minder om te zorgen dat iedereen die bijdraagt aan dat hele proces ook een redelijk deel van die output krijgt.

“Er is genoeg voor iedereen” zong de activistische groep Bots in hun hit ‘Zeven dagen lang’ uit 1976. Op papier klopt dat. De productieoutput waartoe we technisch, logistiek en organisatorisch toe in staat zijn is genoeg. Meer dan genoeg. Maar niet voor iedereen. Het kan door de tijd van het jaar komen maar soms ben ik bang dat ik socialist wordt. Een heel klein beetje dan toch. Zien we hier een falen van de markt? Of toch juist te weinig markt? Daar ga ik tijdens de kerstdagen maar eens over nadenken. Niet aan een dis met links gemasseerd kalfsvlees op een bedje van gekaramelliseerde stoofpeertjes. Daar heb ik geen behoefte (meer) aan. Eigenlijk liever iets eenvoudigers. De kwaliteit van het gezelschap is belangrijker. Dat is pas echte rijkdom. Ik wens iedereen mooie kerstdagen en een geweldig 2016.