Reeds vaker heb ik in mijn schrijfsels het einde van de klimaathysterie aangekondigd. Maar ik was misschien wat te voorbarig. Wereldwijd wordt er nog dagelijks zo’n miljard uitgegeven aan klimaatbeleid, het grootste deel in de vorm van investeringen in hernieuwbare energie (wind en zon), die niet of nauwelijks tot een besparing van fossiele energie en dus vermindering van de CO2-uitstoot leiden, zoals onder andere de ervaring met de Energiewende in Duitsland heeft geleerd.

Volgens de klimaatmodellen van het VN-klimaatpanel (IPCC = ‘Intergovernmental Panel on Climate Change’) heeft dit beleid geen enkel aantoonbaar effect op de gemiddelde wereldtemperatuur – zelfs niet over een eeuw.

Ik ging er vanuit dat de vigerende menselijke broeikashypothese (AGW = ‘Anthropogenic Global Warming’, vooral als gevolg van de menselijke uitstoot van CO2 door verbranding van fossiele brandstoffen) op grond van rationele, wetenschappelijke argumenten kon worden bestreden. Maar ik heb buiten de waard gerekend. ‘Klimaat’ heeft zich tot een soort pseudo-religie ontwikkeld – immuun voor rationele tegenargumenten.

Volgens de propaganda moeten we streven naar klimaat’bescherming’ (dat is de term die in Duitsland wordt gebruikt) of een ‘schoon’ klimaat (zoals de milieubeweging stelt). Dat zijn loze kreten. Maar door de onophoudelijke indoctrinatie vanuit de overheid, wetenschap (althans een dominant deel daarvan), milieubeweging en de media zijn deze termen thans ingeburgerd in het dagelijkse taalgebruik, zonder dat de meeste mensen beseffen hoe voos zij zijn.

Hoe komt het toch dat velen zo gevoelig zijn voor de misleidende klimaatindoctrinatie en daar kritiekloos in meegaan? Aan het klimaat kan het niet liggen. De opwarming van de atmosfeer is zo’n 18 – 19 jaar geleden gestopt (volgens sommigen) dan wel afgevlakt (volgens anderen). De laatste tijd is de temperatuur weer gestegen. Maar dat heeft niets met CO2 te maken, maar met El Niño, een natuurverschijnsel. Die wordt nu afgewisseld door La Niña, die inmiddels reeds voor afkoeling heeft gezorgd.

De wetenschappelijke mainstream, die ons forse opwarming had voorspeld (‘geprojecteerd’ is een beter woord), heeft daarvoor geen verklaring. Men heeft het publiek altijd voorgehouden: ‘The science is settled. All scientist agree.’ Wel, vergeet het maar!

Volgens verschillende auteurs zijn het psychologische factoren die de klimaathysterie voeden, zoals morele paniek, groepsdenken, kuddegeest en tunnelvisie.

Zie Jeroen Hetzler hier, en André Bijkerk hier.

Toch zijn er recentelijk weer signalen dat de klimaathysterie haar langste tijd heeft gehad. Traditioneel hebben het Verenigd Koninkrijk en Duitsland een voortrekkersrol gespeeld in het internationale klimaatbeleid. Maar ondanks de (misplaatste) euforie over de uitkomst van de klimaattop van Parijs (december 2015) zijn er tekenen dat beide landen aan het terugkrabbelen zijn.

In het VK ligt de zogenoemde ‘Stern Review’ ten grondslag aan het klimaatbeleid. Dit rapport was vervaardigd in opdracht van de Britse regering door een team onder leiding van de Britse econoom Nicholas Stern. Het viel in goede aarde bij de opdrachtgevers en Stern werd in dank daarvoor in de adelstand verheven.

Het was extreem alarmistisch wat betreft de keuze van de toekomstscenario’s. Ten aanzien van de kosten van het klimaatbeleid was de conclusie dat die wel zouden meevallen en minder zouden zijn dan de baten, in termen van het vermijden van allerlei virtuele schade als gevolg van de opwarming van de atmosfeer. Volgens critici was dit de vooropgezette conclusie van de opdrachtgevers omdat het rapport moest dienen als legitimatie van de ‘Climate Change Act’ (2008), waarin draconische maatregelen werden aangekondigd om de Britse CO2-uitstoot in 2050 met ten minste 80% te verminderen t.o.v. het niveau in 1990.

De oppositie was fel. Zo schreef de Britse wetenschapsjournalist, Christopher Booker, dat het klimaatbeleid ‘will turn out to be one of the most expensive, destructive, and foolish mistakes the human race has ever made.’ Maar in de ban van de klimaathysterie werd de ‘Climate Change Act’ met een meerderheid van Noord-Koreaanse allure door het Britse Parlement aangenomen. Er waren slechts vijf parlementariërs die het hoofd koel hielden en tegen stemden.

Nu de opwarming maar niet wil komen en de klimaatmaatregelen hoe langer hoe meer maatschappelijke pijn veroorzaken – in het bijzonder wat betreft het gebruik van dure en onbetrouwbare hernieuwbare energie voor de elektriciteitsvoorziening – groeit de weerstand tegen het klimaatbeleid in het VK.

Onlangs opende voormalig minister Peter Lilley – een van de tegenstemmers van de ‘Climate Change Act’ – opnieuw een frontale aanval op de ‘Stern Review’. Wegens de tekortkomingen daarvan pleitte hij ervoor dat de regering zich daarvan zou distantiëren. De ‘Global Warming Policy Foundation’ (GWPF) publiceerde zijn opvattingen in een rapport, getiteld: ‘The Stern Review ten years on.’

Mede-auteur van dit rapport was Richard Tol met een eigen inbreng. In zijn inleiding merkte Lord Lawson, de voorzitter van de stichting, op: ‘I hope the analysis contained in this new publication will help to bring much-needed sanity to this important, and at present highly costly, area of policy.’

Lilley’s aanvankelijke twijfels over de ‘Stern Review’ werden versterkt door de kosten/batenanalyse van het klimaatbeleid (die in het VK wèl, maar in Nederland nooit heeft plaats gevonden!). Hij schrijft daarover:

The government, as for any piece of legislation, was required to publish a cost–benefit analysis – called an Impact Assessment – to demonstrate to Parliament that the measure was worthwhile.

But this Impact Assessment was unprecedented. It showed that the potential cost of the measure was twice the maximum benefit (in terms of reduction of damage global warming and the damage it would have caused across the world). This – not any scepticism about the science of global warming – prompted me, along with four others, to vote against the Bill. The Impact Assessment flatly contradicted the Stern Review, which claimed that the cost of preventing undue global warming would be a fraction of the benefits. But neither the contradiction, nor the Stern Review itself, nor the cost of this enormously expensive measure were considered at any stage of its passage through Parliament.

Lilley pleitte voor een nieuw onderzoek – dit keer onafhankelijk.

Ook in Duitsland stokt het klimaatbeleid. In ‘Die Welt’ rapporteerde Daniel Wetzel onlangs dat het ‘Institut für Wettbewerbsökonomik’ aan de Universiteit van Düsseldorf de kosten van de Energiewende voor Duitsland had berekend. In eerste instantie kwamen zij uit op een bedrag van € 520.000.000.000. Dat is een onvoorstelbaar groot bedrag voor een beleid dat geen enkel aantoonbaar effect zal hebben op het klimaat, hetgeen door de mainstream der klimatologen wordt erkend – zij het niet publiekelijk, want dan zouden zij hun baan verliezen. Dat behoort nu eenmaal tot hun omerta.

Inmiddels had de Duitse minister voor milieu, Barbara Hendricks, ambitieuze plannen op stapel staan voor het vervolg van de eerste fase van de Energiewende. Maar daar is nu een stokje voor gestoken. Anders dan voorheen kreeg zij ditmaal geen steun van de bovenbazen:

Onder de titel, ‘Shock … Germany To Come To Marrakesh Conference Empty-Handed! Withdraws Climate Protection Plan!’ rapporteerde de Duitse – maar Engelstalige – website ‘NoTricksZone’ van Pierre Gosselin onlangs daarover:

The online daily Abendblatt here and media all over Germany report that the country will not pass its climate protection act, which was supposed to be voted on tomorrow, thus meaning the Germany will come to the Marrakesh world climate conference later this month without any plan for decarbonizing its society.

Last June German Environment Minister Barbara Hendricks put forth the Climate Protection Plan 2050 with the aim of starting the “climate-friendly transformation of society”. The plan called for reducing CO2 emissions 40% by 2020 (compared to 1990 levels) and 80 – 95% by 2050.

However the plan was quickly and “radically” gutted out by Chancellor Angela Merkel’s Office, Economics Minister/Vice Chancellor Sigmar Gabriel, Transportation Minister Alexander Dolbridt and Agriculture Minister Christian Schmidt. The plan’s rejection sent a loud signal that the country was deeply divided on the issue, and that there were in fact other priorities far outweighing “climate protection”.

Kortom, het gezond verstand keert langzaam terug in de landen die zich de voortrekkers waanden van het internationale klimaatbeleid ter redding van een planeet, die zonder hen ook wel zal overleven.

Nu Nederland nog!

Voor mijn eerdere bijdragen aan Jalta zie hier.