Een van de onderwerpen waar de verkiezingen over zullen gaan, lijkt het eigen risico in de zorg te zijn. Een aantal partijen wil dat afschaffen, de VVD is er tegen. Wat mijn aandacht trok was de reactie van Staatssecretaris voor Volksgezondheid Martin van Rijn (PvdA).

In het TV-programma Buitenhof zei Van Rijn namelijk dat het eigen risico wat hem betreft best afgeschaft kan worden maar dat we – hij bedoelt de politici – ‘dan wel het hele verhaal moeten vertellen’. Wat het hele verhaal is? ‘We moeten dan ergens anders vier miljard euro vinden die het eigen risico nu oplevert. Dan kun je zeggen we betalen allemaal meer belasting of meer zorgpremie, want dat is eerlijker. Dat is een van de varianten die je denk ik zou moeten bekijken.’

Wat ik hier zo opmerkelijk vond is het regentesk achtige dedain van de Staatssecretaris. Blijkbaar is het voor hem niet eens een theoretische optie dat de overheid kijkt of die hier en daar kan afslanken en zelf die 4 miljard euro vrij kan spelen zonder meteen een graai te doen naar onze portemonnees. Nee, hij vindt het prima het eigen risico af te schaffen, en daarmee vervolgens ongetwijfeld te pronken en dat als een lastenverlichting te presenteren, als diezelfde mensen die die lastenverlichting krijgen maar op een andere manier daarvoor betalen. Het is alsof uw werkgever uw maandsalaris met 1000 euro zou verhogen maar wel elke keer als u naar huis gaat 50 euro zou innen van u met een maximum van 1.000 euro per maand (ook te innen op de dagen dat u ziek bent of afwezig). Zou iemand het per saldo als een loonsverhoging ervaren? Natuurlijk niet.

Afslanken, wat alles en iedereen sinds het begin van de crisis moest doen, is voor onze overheid niet eens een theoretische mogelijkheid

Afslanken

Als de overheid nou de afgelopen jaren afgeslankt was, zou je nog kunnen zeggen dat Van Rijn daar genoeg van heeft. Maar als we kijken naar de collectieve lastendruk, zeg maar het aandeel van de economische taart die de overheid zich toe-eigent, dan zien we dat die druk sinds 2013 gestegen is. De stijging is gelijk aan 0,9 procentpunt van het Nederlandse bruto binnenlands product (bbp). Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek bedraagt het Nederlandse bbp zo’n 676,5 miljard euro. 0,9 Procent daarvan is ongeveer 6 miljard euro. Dit betekent dat als Van Rijn en het kabinet de omvang van de Nederlandse overheid naar 2013 zouden resetten, zij 6 miljard euro vrij zouden spelen, wat meer dan genoeg is om het eigen risico in de zorg af te schaffen. Ze zouden zelfs geld overhouden voor nog een cadeautje voor de Nederlander.

Helaas is dat afslanken, wat overigens alles en iedereen sinds het begin van de crisis moest doen, voor de overheid zoals gezegd niet eens een theoretische mogelijkheid.

Gelukkig heb ik toch goed nieuws voor Van Rijn. Ik heb namelijk een voorstel voor hem waarmee hij én ervoor kan zorgen dat de overheid níet afslankt én tot de zomer van 2018 die 4 miljard vrij kan spelen. Sterker nog, hij kan voor alle jaren daarna tot en met 2046 élk jaar voor een meevaller van minstens 2 miljard euro zorgen!

Hoe? Is er sprake van iets wat op een voodoo-ritueel lijkt? Alles behalve. Van Rijns collega, de minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem, heeft in zijn boeken onder meer leningen die de Nederlandse Staat opgenomen heeft in 1998, 2005, 2010, 2012 en 2014. In totaal gaat het om iets meer dan 65 miljard euro aan schuld met een gemiddelde rente van ongeveer 3,5 procent. Dat betekent dat wij als land elk jaar op die vijf leningen alleen al zo’n slordige 2,4 miljard euro rente betalen. En dat blijven we voorlopig elk jaar doen want die leningen lopen tussen 20298 en 2047 pas af. De rente is vast, zoals afgesproken in de jaren waarin we dat geld hebben geleend.

Meevaller

Aangezien dat was voordat de rentes naar nooit eerder geziene niveaus zouden dalen, is er sprake van relatief hoge rentelasten. Maar stel nu dat Dijsselbloem zijn ambtenaren de opdracht zou geven 65 miljard euro te lenen door een nieuwe 30-jarige staatsobligatie uit te geven. De rente daarop bedraagt op het moment 0,7 procent. Dat betekent dat als Den Haag nu 65 miljard euro zou lenen met een looptijd van 30 jaar, de rentelasten per jaar iets minder dan een half miljard euro zouden zijn. Door met die 65 miljard de genoemde oude leningen af te lossen en de historisch lage rente dus voor een lange periode zou vastleggen, zou de Staat dus elk jaar tussen nu en 2046 circa 2 miljard euro aan rentelasten besparen.

Door oude staatsschuld, met hoge rente, te herfinancieren met nieuwe leningen tegen historisch lage rentes, zou Den Haag voor een structurele meevaller van enkele miljarden euro elk jaar zorgen

Met een snufje creatief boekhouden, namelijk dat rentevoordeel voor 2017 en 2018 nu alvast boeken, zou Van Rijn zijn 4 miljard euro binnen hebben en kan hij enerzijds het eigen risico afschaffen én de andere lasten voor de burger, zoals de zorgpremie of de inkomstenbelasting, onveranderd laten én hoeft zijn heiligdom, de overheid, geen gram af te vallen. Een win-win-win situatie zeg maar.

Stel je nou eens voor wat voor meevaller wij als land zouden hebben jaar in jaar uit als we niet alleen 65 miljard euro van onze schuld, wat slechts één zesde is van onze totale schuld, op de genoemde manier zouden herfinancieren maar de hele staatsschuld! Met een dertigjarige lening zou die meevaller zomaar richting 5,6 of meer miljard euro per jaar bedragen. Met dat geld zouden de werkgeverslasten behoorlijk omlaag kunnen, net als de inkomstenbelasting, wat de werkgelegenheid ten goede zou komen, wat op zijn beurt de economische groei zou aanjagen en zo, via hogere belastingopbrengsten (meer mensen aan het werk betekent al snel hogere belastinginkomsten ook als de belastingtarieven omlaag gaan; bovendien zijn er hogere btw-opbrengsten als gevolg van een hogere economische groei ofwel meer uitgaven) de opvolgers van Van Rijn zorgeloze nachten zou bezorgen.

Waarom we als land dit niet doen? Al sla je me dood. Ik weet echter wel dat wanneer de rentes in de toekomst zich normaliseren, veel politici, economen en analisten zich verwonderd zullen afvragen waarom we als land toch die historisch lage rente niet hebben vastgelegd voor een lange periode.