De poging om de hemel op aarde te maken brengt altijd de hel voort, zei de Oostenrijkse filosoof Karl Popper ooit. In mijn ogen is die uitspraak ook van toepassing op het monetaire beleid dat onze beleidsmakers sinds begin jaren tachtig voeren. Zij zijn namelijk voor God gaan spelen, met alle gevolgen van dien.

Een economie is een uiterst complex mechanisme. Hetzelfde kunnen we zeggen van een moderne auto. Zoals iedereen weet moet elke auto onderhouden worden. Wie een klein bedrag per jaar wil besparen, laat zijn auto niet onderhouden. Dat levert inderdaad elk jaar een besparing op maar uiteindelijk gaat, doordat er geen onderhoud is gepleegd, vroeg of laat iets kapot. Vaak is de rekening dan veel hoger dan het voordeel van geen onderhoud plegen elk jaar.

Hetzelfde principe geldt voor een economie. Als we de natuurlijke beweging van een economie zouden weergeven in een grafiek, dan zouden we daar geen rechte lijn die van links onder schuin rechts omhoog gaat maar een golvende lijn met fases van opgang en neergang. Met andere woorden, het natuurlijke gedrag van een economie is níet dat die alleen maar groeit, het natuurlijke gedrag is een van fases van groei afgewisseld met lage groei of zelfs krimp.

Die periodes van lage groei en krimp kunnen we zien als periodes van zelfreiniging of onderhoud van een economie. Wanneer de economische groei aantrekt, worden onder meer allerlei nieuwe bedrijven opgericht die voor nieuwe banen zorgen. De groei trekt aan mede doordat de overheden meer geld uitgeven – economen zeggen dan dat ze de geaggregeerde vraag aanjagen. Dit doen de overheden door meer uit te geven dan wat er binnenkomt, ofwel door een begrotingstekort te creëren. De groei trekt ook aan omdat de rente van de centrale bank laag is (omdat die economie uit een periode van lage groei komt). Terwijl de groei aantrekt blijft die rente laag om te vermijden dat het economisch herstel vroegtijdig stopt.

Infectie

Tussen al die nieuwe bedrijven zitten bedrijven die alleen maar levensvatbaar zijn bij die combinatie van hoge economische groei en lage rente. Het is echter een combinatie die niet lang kan duren. Naarmate een economie harder groeit, neemt het gevaar toe dat die oververhit raakt. Wederom is een vergelijking met een auto op zijn plaats. Wie op weg gaat, rijdt eerst langzaam door de woonwijk. Pas op de snelweg gaat de snelheid echt omhoog. Maar als de weg een scherpe bocht maakt, is afremmen nodig. Doe je dat niet dat vlieg je uit de bocht, met alle gevolgen van dien.

Het voorkomen van lage groei, laat staan een recessie, was het nieuwe doel van onze beleidsmakers, die dus overtuigd waren dat ze dat ook konden uitvoeren; zij gingen als het ware voor God spelen

Zo ook met een economie. Zouden de centrale bank en de overheid de rente laag houden c.q. het begrotingstekort hoog laten terwijl de economische groei almaar hoger wordt, dan zou die economie oververhit raken en uit de bocht vliegen. Vandaar dat een centrale bank normaliter naarmate de economie sneller groeit en steviger in zijn schoenen staat, de rente verhoogt. De langetermijnrentes stijgen ook omdat de vraag naar geld boven het aanbod ervan uitkomt doordat veel bedrijven besluiten te investeren, gelokt door hoge rendementen bijvoorbeeld. Mede doordat de effecten van die renteverhogingen pas na enige tijd optreden, begint de economische groei na enige tijd te dalen. De economie remt af om niet uit de bocht te vliegen.

Een reden waarom economische groei afneemt is dat die bedrijven waar ik het over had, die eigenlijk alleen levensvatbaar zijn bij lage rente, beginnen om te vallen. Die bedrijven zijn dus niet voldoende productief, niet voldoende sterk om te blijven bestaan. Zij zijn als het ware een infectie voor een economie. Die moet zichzelf daarvan verlossen om beter te worden. Net zoals dat met mensen gaat, betekent dat proces (denk aan een antibioticakuur) een periode van gedwongen rust, van ziek zijn, om daarna volledig hersteld er weer tegen aan te kunnen.

Het bovenstaande zagen we ook gebeuren in bijvoorbeeld de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog. Als we de Fed als een proxy voor de centrale banken nemen, dan zien we dat de centrale banken de rentes verhoogden naarmate de economische groei toenam om de rentes te verlagen als dat zelfreinigende proces van een economie, een periode van lage groei dus, optrad.

fredgraph.jpg

De centrale banken verstoorden dat proces eigenlijk niet zo heel veel. Dat is bijvoorbeeld te zien aan de niveaus waarop de officiële rente van de Fed piekte: na elke periode van lagere groei, kwam de top hoger te liggen. Dat is logisch. Dat zelfreinigen van een economie betekent normaal gesproken niet dat al het gewonnen terrein prijsgegeven wordt. Het is veel eerder een soort strategische terugtrekking, een periode van consolidatie, om vervolgens verder te kunnen komen dan vóór die terugtrekking.

In loop der tijd verloren de rentes hun betekenis, zij gaven niet meer de juiste, door de markt via de wet van vraag en aanbod bepaalde prijs van het geld weer, omdat ze zwaar gemanipuleerd waren door de centrale banken

Trendbreuk

Begin jaren tachtig gebeurt er echter iets dat voor een trendbreuk zorgt. In de zomer van 1971 koppelt Washington de dollar los van het goud waarmee het naoorlogse internationale financiële stelsel, bekend als het Bretton Woods stelsel, in elkaar klapt. Wat volgt zijn enkele jaren van onzekerheid. De wisselkoersen konden opeens vrij bewegen, in tegenstelling tot het Bretton Woods-stelsel waarin er sprake was van vaste koersen die alleen na samenspraak met andere landen konden veranderen. Het toeval wil dat de jaren zeventig ook de jaren van twee grote oliecrises waren. Al met al beleefde het Westen een decennium van lage economische groei, krimp, hoge inflatie en hoge werkloosheid.

Die ervaring gecombineerd met sterk aan populariteit winnende keynesiaanse school van het economisch denken, zorgde ervoor dat de beleidsmakers in het Westen vanaf ongeveer begin jaren tachtig het op een andere boeg wílden en kónden gooien. ‘Wilden’ omdat de beleidsmakers ervan overtuigd waren met monetair en begrotingsbeleid een economie te kunnen sturen en stabiliseren en ‘konden’ omdat de economische leer van Keynes het academisch-theoretische alibi verschafte om dat te doen. Van daaruit is het vervolgens een kleine stap naar zo snel mogelijk afkomen van ongewenste kenmerken zoals periodes van lage groei. Het voorkomen van lage groei, laat staan een recessie, was het nieuwe doel van onze beleidsmakers, die dus overtuigd waren dat ze dat ook konden.

Het voorkomen van lage groei is, zoals we nu weten, niets anders dan het uitschakelen van dat zelfreinigende proces dat elke economie van tijd tot tijd moet ondergaan. En hoe schakelen de centrale banken en overheden die zelfreiniging uit? Door dat wat dat proces in gang zet, namelijk hogere rentes, te voorkomen. Dát betekende dat ze een heel ander beleid gingen voeren dan vóór de jaren zeventig.

De begrotingstekorten waren niet meer een uitzondering, zij werden een regel. Dat de overheden structureel rood konden staan zonder al te nare gevolgen – in een echt vrije markt zouden de rentes na enige tijd stijgen waarmee de markt de overheden in het gareel zou krijgen – kwam doordat de centrale banken de rentes vaker wel dan niet te laag hielden. In loop der tijd verloren de rentes hun betekenis. Zij gaven niet meer de juiste, door de markt via de wet van vraag en aanbod bepaalde prijs van het geld weer, omdat ze zwaar gemanipuleerd waren door de centrale banken. De laatste jaren heeft dat extreme vormen aangenomen aangezien de rentes van nagenoeg álle looptijden door de centrale banken gemanipuleerd worden. De rentestanden die we nu op de schermen zien, zijn een illusie, net zo geloofwaardig als de resultaten van de testen over uitstoot van schadelijke gassen bij Volkswagen. Het zijn sjoemelrentes.

Wie vandaag geld leent om vandaag uit te geven, doet in feite niets anders dan zijn consumptie uit de toekomst naar het heden te halen. De groei die daaruit voortkomt is eigenlijk nepgroei

Wat bij dit alles ook nog een belangrijke rol speelde is dat de commerciële banken alle ruimte kregen om de nieuw uitgevonden producten te gebruiken om veel geld uit het niets te creëren en de hefboomwerking volop in te zetten. Dankzij de liberalisering konden de banken met elke dollar, gulden of mark in kas een veelvoud ervan uitlenen.

Bloeiperiode

Vroeger groeiden onze economieën dankzij twee factoren die voor houdbare groei zorgen, namelijk een toename van de beroepsbevolking en toenemende productiviteit. In de jaren tachtig kwam er een derde motor bij, die draaide op zoveel mogelijk geld lenen en uitgeven. Om bij de auto’s te blijven: wij vonden een degelijke, veilige maar relatief langzaam rijdende auto niet meer voldoende, wat men wilde was een voertuig dat pijlsnel was. En als we de motor daarvoor moesten opvoeren, wat behalve illegaal ook zeer gevaarlijk is, het zij zo.

Met andere woorden: onze economische groei veranderde van natuurlijk, duurzaam en houdbaar naar kunstmatig. O, en als u zich afvraagt waarom de overheden en de centrale banken niet eerder de economie gingen sturen, immers, het keynesianisme was ‘hot’ meteen na het einde van de Tweede Wereldoorlog: die oorlog richtte zoveel schade aan dat het herstel lang zou duren en terwijl het in gang was, voor (zeer) hoge economische groei zou zorgen. Immers, er moest veel geïnvesteerd worden want bijna alles tussen Lahti en Thessaloniki was kapotgeslagen of kapotgebombardeerd. Er was dus geen noodzaak voor de overheid ook nog vol gas te geven.

Behalve de oliecrises, hoge inflatie, lage groei en hoge werkloosheid, waren de jaren zeventig het eerste decennium eigenlijk waarin de economische groei niet meer aangejaagd zou worden door herstelinvesteringen om de oorlogsschade te repareren. Na de jaren zeventig zou de economie als het ware voor een deel verzadigd zijn en zou de economische groei lager zijn dan in de decennia ervoor. En díe werkelijkheid konden en wilden onze beleidsmakers niet accepteren; dat het keynesianisme hen vertelde dat ze de economie konden en zelfs móesten sturen, was een perfect excuus voor ze om de Westerse economieën te gaan sturen. Zij gingen als het ware voor God spelen.

Ook deze periode is duidelijk te zien aan de eerder genoemde grafiek van de Fed-rente. Let maar op de toppen van ná het begin van de jaren tachtig. Die komen keer op keer lager te liggen. Elke keer als er tekenen waren dat de groei zou kunnen gaan zakken, verlaagden ze de rente fors en elke keer ging die renteverlaging verder, dat is te zien aan het feit dat de laagste punten steeds lager komen te liggen.

Maar we kunnen deze periode ook aan enkele andere grafieken zien. Kijk hieronder maar naar de grafieken die de begrotingssaldo in de VS maar ook Nederland weergeven of de omvang van de staatsschulden, alle schulden in de VS en de groei van de geldhoeveelheid in de VS en let vooral op vanaf welk jaar ze ontstaan c.q. toenemen en structureel worden.

docgrf1

docgraf2

docgraf3

docgraf4

Gaten graven

Kijken we naar de grafiek die de economische groei weergeeft, dan zien we dat dat economie sturen aardig gewerkt heeft. Economische groei sinds het begin jaren tachtig was grofweg gelijk aan de groei in de decennia ervoor, hoewel toen dus de bijdrage van herstel van de oorlogsschade ontbrak. Dat stokje namen de beleidsmakers die voor God gingen spelen over.

fredgraph.jpg

Hoe ze het stokje overnamen zien we als de economische groei uit deze periode wat beter bekijken. De groei stoelde ook hier voor een deel op toename van de productiviteit en de groei van de beroepsbevolking (denk aan arbeidsparticipatie van vrouwen, immigratie en gastarbeiders) maar óók op geld uitgeven dat huishoudens, bedrijven en overheden niet hadden, namelijk geld lenen en besteden.

Dat laatste was echter voor een groot deel geen echte economische groei, het was nepgroei. Wie geld leent om vandaag uit te geven, doet in feite niets anders dan zijn consumptie uit de toekomst naar het heden te halen. Immers, in de toekomst zal hij een deel van zijn inkomen moeten missen om daarmee de schulden die hij vandaag aangegaan is, terug te betalen.

Moderne economieën hebben weinig gemeenschappelijk met een vrijemarkteconomie: het zijn in de kern planeconomieën die gekenmerkt worden door de centrale planning met de centrale banken – what’s in a name! – als centrale planners

Wanneer dat op grote schaal gebeurt, wordt dus consumptie uit de toekomst naar voren gehaald. Dat jaagt de economische groei op de korte termijn aan maar het zorgt er ook voor dat er een consumptie-gat ontstaat in de toekomst. Om voor hoge economische groei te blijven zorgen moest dus dat gat steeds weer gedicht worden. Dat is heel lang succesvol gedaan…door maar te blijven lenen ofwel door almaar de consumptie uit de toekomst naar voren te halen. Het ene gat werd steeds opgevuld dus door een andere te graven.

Het probleem is alleen dat het gat telkens groter werd. Een voorbeeld: om economische groei van zeg 3 procent te blijven halen, moesten huishoudens, bedrijven en overheden steeds meer lenen en uitgeven. Stel dat de economische groei elk jaar 3 proces is geweest en dat het bruto binnenlands product in het eerste jaar 100 miljard was. Dan moesten bedrijven en huishoudens zo veel meer lenen en uitgeven zodat de economie 3 miljard groeit. Als die economie het jaar erop weer drie procent groter moet zijn, moet er echter 3,1 miljard bij komen. En het jaar erop is een toename van 3,2 miljard nodig. Elk jaar is die 3 procent namelijk 3 procent van een grotere economie (door de economische groei uit het verleden).

Verslaafd

Dat meer lenen stimuleerden de centrale banken door de prijs van geld, de rente, steeds lager te maken en de overheden door lenen fiscaal te stimuleren. Om bij het eerste stuk te blijven: dat deden de centrale banken dus door telkens wanneer de economische groei leek te gaan afnemen, de rentes verder te verlagen dan voorheen en toen ze de rentes verhoogden, door met renteverhogingen te stoppen voordat het oude rentetarief werd bereikt. Een andere manier om geld lenen goedkoper te maken was zorgen voor aanhoudende inflatie (omdat dat met voorbedachten rade gebeurde noem ik dat geldmoord) wat geld lenen aantrekkelijker maakte omdat huishoudens en bedrijven wisten dat die inflatie een deel van hun schuld wegvreet. Dat beleid van de centrale banken maakte ook sparen almaar minder aantrekkelijk. Velen gingen minder sparen. Aangezien we een euro óf kunnen sparen óf kunnen uitgeven, betekent minder sparen per definitie meer uitgeven.

Een van de neveneffecten van dit beleid waardoor kredietverlening jaar in jaar uit harder moet stijgen, is echter dat er zoveel geld in omloop komt dat een steeds groter deel niet productief wordt ingezet, er worden zaken mee gefinancierd die economische groei niet of nauwelijks bevorderen. Denk aan de eerder genoemde bedrijven die eigenlijk niet levensvatbaar zijn.

Dat op zijn beurt zorgt ervoor dat de inflatie in eerste instantie omlaag wordt gedrukt. Het eerder genoemde zelfreinigende proces van een economie wordt namelijk voorkomen waardoor allerlei bedrijven die eigenlijk niet levensvatbaar zijn, blijven voortbestaan en blijven produceren. Daardoor neemt van tijd tot tijd het aanbod sterker toe dan de vraag – dat is zo een eerder genoemde eerste teken dat een periode van lagere groei dreigt – waardoor prijzen minder snel gaan stijgen.

Aangezien economische groei in onze moderne economieën in feite stoelt op een almaar groeiende kredietverlening en geld lenen aantrekkelijker is als de inflatie hoger is dan wanneer die omlaag gaat (en passant, dit verklaart het beleid van de centrale banken tegenwoordig uitstekend), verlagen de centrale banken de rentes nog verder om de vraag en inflatie omhoog te krikken.

Planeconomie

Zoals ik al uitlegde, betekende dit dat de rentes steeds op een lager niveau kwamen te liggen. En daarmee kom ik tot de conclusie dat zo een economische groei onhoudbaar is (denk ook terug aan ons voorbeeld van 3 procent groei, een economie moet als het ware steeds sneller rennen om op dezelfde plek te blijven staan). In de huidige crisis verlaagden de centrale banken de rentes tot 0 procent maar zelfs dat bleek niet voldoende laag om dat spel van kredietverlening aanjagen voort te laten duren. De geldpersen moesten aangezet worden, ziedaar het quantitative easing beleid. Wat ooit dus begonnen is als steun voor een economie in slechte tijden, namelijk lage rente, is inmiddels het cruciale element geworden in het boven water houden van onze economieën. Met andere woorden, onze moderne economieën zijn verslaafd geraakt aan gratis geld.

De huidige crisis komt niet zomaar uit de lucht vallen en is ook geen huis-, tuin- en keukencrisis maar is het gevolg van het enkele decennia lang gevoerde beleid van onverantwoord monetair en begrotingsbeleid in het Westen

Het mag ook duidelijk zijn dat er geen sprake is van een vrijemarkteconomie: het zijn in de kern planeconomieën met de centrale banken – what’s in a name! – als centrale planners. De moderne centrale bankiers lijden onder wat Friedrich Hayek ooit de kennisillusie noemde: dat zij beter weten welke rente een economie op elk gegeven moment nodig heeft dan de uitkomst van het vrije spel van vraag en aanbod op de markt. Wie oprecht ervan overtuigd is dat beter te weten, gaat zich al snel als een soort God gedragen, omdat hij denkt dat hij alles kán doen. Dat de heilig geachte keynesiaanse leer voorschreef dat de overheden de economieën móesten sturen, kwam daarbij prima uit.

Men kan nu zeggen: ok, dat is inderdaad erg, maar met hun beleid kunnen de centrale banken het spel in ieder geval aan de gang houden. Dat is misschien geen ideale situatie maar het is beter dan een recessie. Helaas is die denklijn een onjuiste.

Het probleem is namelijk dat een economie op gratis geld reageert zoals ons lichaam op medicijnen: na enige tijd wordt het immuun. Om hetzelfde effect te krijgen moet de dosering dan omhoog. Dat de moderne economieën inderdaad immuun zijn geworden is duidelijk te zien aan de eerder getoonde grafieken over economische groei en de rente van de Fed. De economische groei in de laatste pak ‘m beet 10-15 jaar is aanmerkelijk lager dan de groei in de decennia ervoor en de economieën herstellen niet in de huidige crisis, ondanks het feit dat de centrale banken de rentes nog nooit zo lang zo laag hielden én tegenwoordig geld bijdrukken als bezetene. Met andere woorden: die 3 procent groei vasthouden bleek onmogelijk. Om terug te gaan naar ons autovoorbeeld: het ziet ernaar uit dat al die jaren geen onderhoud plegen zich nu wreekt, de airbags, remmen, en schokdempers doet het niet meer en de motor maakt ook een raar, onheilspellend geluid.

Fundamentalisme

De laatste vier decennia hebben beleidsmakers in het Westen de economische groei gestimuleerd via structurele begrotingstekorten. Ze probeerden huishoudens en bedrijven ertoe aan te zetten almaar meer te lenen en uit te geven en minder te sparen. Dit hebben ze gedaan door almaar lagere rentes en structurele inflatie, waardoor de reële rentes laag waren en soms zelfs negatief zijn geweest!

De laatste tijd blijkt steeds duidelijker – maar je moet het wel willen zien – dat dat model uitgewerkt is. De economische groei is lager dan voorheen ondanks het feit dat de economie als nooit eerder gestimuleerd wordt. Wat ook duidelijk wordt, tenminste, voor wie dat wil zien, is dat het onmogelijk is het onderhoud van een economie af te stellen; beleidsmakers kunnen dat hooguit een tijd uitstellen maar vroeg of laat volgt alsnog een grote reiniging, waarbij al het geaccumuleerde vuil door uitstel van schoonmaak en onderhoud, weggewerkt wordt. Dat noemen we laagconjunctuur of een recessie. Hoe langer er niet schoongemaakt en onderhouden is, hoe langer en dieper een recessie c.q. periode van zeer lage groei duurt en hoe groter de kans op een depressie is. Zo een grote onderhoudsbeurt is wat we nu al zeven jaar lang meemaken.

Met het oog op de toekomst zijn meer ‘Oostenrijkers’ nodig op onze ministeries van Financiën en bij onze centrale banken

De huidige crisis komt dus alles behalve zomaar uit de lucht vallen en is ook geen huis-, tuin- en keukencrisis maar het gevolg van het enkele decennia lang gevoerde beleid van onverantwoord monetair en begrotingsbeleid in het Westen. Onze beleidsmakers zijn echter nog steeds niet bereid te erkennen dat recessies bij een economie horen en een nuttige, voor onze welvaart zelfs cruciale (hoe gek dat ook moge klinken) rol spelen. In plaats daarvan proberen ze met alle middelen die te voorkomen. Zij willen ook niet zien dat het een mythe is dat zij met hun sturingsbeleid een economie stabiliseren. In de praktijk lijkt het er namelijk eerder op dat zijn daarmee de economische instabiliteit veroorzaken.

In dat keynesiaans-gedreven monetair en begrotingsfundamentalisme kennen ze dan ook geen grenzen: zij zullen eerder onze economieën, welvaart en stabiliteit vernietigen dan erkennen dat hun beleid uit het verleden ook nare bijeffecten heeft die nu allemaal samenkomen en dat hun aanpak in het heden een verkeerde is.

Hoogmoed

De overtuiging van centrale bankiers, andere beleidsmakers, politici, academici etc dat onze beleidsmakers de huidige crisis kunnen oplossen is in mijn ogen een typisch gevalletje van ‘hoogmoed komt voor de val’. Die hoogmoed heeft zulke vormen aangenomen dat de ECB bijvoorbeeld er gewoon voor uitkomt geen plan B te hebben. Er is alleen Plan A, namelijk desnoods onbeperkt en eindeloos lang ongedekt geld bijdrukken en zo ons geld nog waardelozer maken (als er al een Plan B is, dan is het Plan A in het kwadraat). Men overweegt het niet eens om na te gaan waarom die naar eigen zeggen geweldige en enige mogelijke aanpak niet werkt, laat staan dat men de wil en het vermogen heeft te erkennen dat dat experiment van God spelen in de economie op zijn laatste benen loopt.

Eerlijk gezegd verbaast het me niet dat onze beleidsmakers zulke oogkleppen op hebben. Hele generaties zijn namelijk opgegroeid in een omgeving van hoge economische groei waarbij de overheden de economie stuurden. Zij zijn daardoor overtuigd dat ze voor God kúnnen spelen. Erkennen dat dat onzin is zou in feite betekenen dat ze, a la Nietzsche, moeten verklaren dat de God dood is. Maar omdat zij zelf die God zijn, zouden ze zichzelf dood moeten verklaren en overbodig verklaren! Ik denk dat het geen uitleg behoeft dat ze weigeren te erkennen dat ze verkeerd bezig zijn en dat de huidige crisis het gevolg is van jarenlang God spelen door de beleidsmakers.

Had dit allemaal voorkomen kunnen worden? Ja! Hoe? Door bijvoorbeeld in het onderwijs (meer) aandacht te geven aan andere economische denkrichtingen, zoals bijvoorbeeld de Oostenrijkse School in plaats van generatie na generatie studenten, die later beleidsmakers zouden worden, alleen maar het keynesiaanse leer voor te schotelen. Waarom is dat niet gebeurd? Ik kan me voorstellen dat het onder meer te maken heeft met het feit dat de Oostenrijkse School een minder aantrekkelijke inhoud kent vanuit de optiek van de beleidsmakers. Die school zegt namelijk dat wanneer beleidsmakers de rentes lang kunstmatig laag houden, dat níet leidt tot meer welvaart en een stabiele economie maar juist tot zeepbellen, speculatie, verarming van de bevolking en dus minder welvaart en meer instabiliteit. Wat ook had kunnen helpen is aandacht voor economische en monetaire historie in ons onderwijs, met de lessen daarvan voor het heden en de toekomst (dit was voor mij dé reden een boek op dat terrein te schrijven, dat komt later dit jaar uit).

Karl Popper had gelijk. Die poging van opeenvolgende generaties beleidsmakers om, met de boeken van Keynes als een soort verzameling economische geboden, voor God te spelen en de economische hemel op aarde te maken, brengt ook nu de hel voort. Hoe de economische hel eruit ziet? Een lange periode van lage groei, constant recessiegevaar, politieke instabiliteit, maatschappelijke spanningen tussen arm en rijk, jong en oud, allochtoon en autochtoon, geopolitieke strubbelingen…De huidige crisis is slechts een voorbode van die hel ben ik bang. Met het oog op de toekomst zijn meer ‘Oostenrijkers’ nodig op onze ministeries van Financiën en bij onze centrale banken. Welke centrale bankier houdt als eerste een toespraak waarin hij de legendarische Amerikaanse President JFK zal parafraseren met ‘Ich bin ein Österreicher’?