De alles of niets aanpak in de Griekse onderhandelingen leidt aan alle kanten tot frustraties. Er is wel degelijk een alternatief: werk met een puntensysteem waarbij elke doorgevoerde hervorming leidt tot extra kapitaalverstrekking.

Griekenlands positie in de Eurozone en zelfs in de EU blijft wankel: na maanden van drama is er dan zowaar een akkoord, maar dat akkoord betekent slechts dat er wellicht wekenlange onderhandelingen zullen volgen als Griekenland voor morgen aan een fors aantal preliminaire voorwaarden voldoet. Intussen zit Griekenland nog steeds in een economische depressie en hebben veel kiezers in vooral Noord- en Oost-Europa het wel gehad met de Grieken en hun ‘leiders’.

Puntensysteem

De enige manier om tot een oplossing te komen die langer dan een paar weken of maanden duurt, is om beide kanten steeds elkaars goede wil te laten zien. En daarvoor hebben we een puntensysteem nodig in plaats van het binaire erin of eruit, we betalen of we betalen niet dat de onderhandelingen al zo lang domineert. In een dergelijk systeem krijgt Griekenland geld in ruil voor prestaties, ook al zijn ze niet altijd perfect, en de Nederlandse en Duitse kiezer – die nu ziet wat de Grieken voor het geld moeten doen – kan zo hopelijk geleidelijk weer wat vertrouwen opbouwen in de Griekse goede wil en langzaam helpen de Griekse schuldenlast dragelijk te maken. Want als we de afgelopen weken één ding hebben geleerd, dan is het dat beide kanten de eurozone wanhopig in stand willen houden.

Een Grexit politiek is nog steeds onhaalbaar, puur omdat de fetaboeren nu eenmaal lid zijn

Hoewel het fundamentele probleem blijft dat Griekenland niet in de monetaire unie past, is een Grexit politiek nog steeds onhaalbaar, puur omdat de fetaboeren nu eenmaal lid zijn. De vraag is nu dan ook: hoe ontwerpen we een manier om Griekenland binnen de eurozone te houden zonder van explosief moment van onenigheid naar dramatische ontknoping te blijven struikelen? Om die vraag te beantwoorden hebben eerst het antwoord nodig op een andere vraag: waar komen al die steeds weer terugkerende problemen toch vandaan?

Scepsis

In de jaren negentig was er al forse scepsis over de idee van een monetaire unie die zowel Nederland en Duitsland als Griekenland en Portugal zou gaan omhelzen. Zo legde Harvard-hoogleraar Martin Feldstein in Foreign Affairs uit dat het conflict over monetair beleid tot confrontaties over begrotings- en ander economisch beleid zou leiden. En – in het bijzonder – omdat EMU-leden niet eenvoudig de eenheidsmunt kunnen opgeven, en dus niet eenvoudig van ruzies kunnen weglopen, zou het er wel eens van kunnen komen dat historische animositeiten weer oplaaien.

Toch kwam de eurozone ervan, en landen als Griekenland deden gezellig mee: nieuwe lage rentes voor alle Eurolanden gaven hen de kans om als een malle te lenen en te spenden.

Onderliggende problemen

Maar toen de financiële crisis overal ter wereld onderliggende problemen die door huizenbubbels waren verhuld, bloot begon te leggen, bleek Feldsteins scenario niet zo vergezocht: de landen in de periferie van de monetaire unie hebben allemaal al jaren te kampen met rampzalig hoge werkloosheidscijfers, terwijl Duitsland en haar bondgenoten er vooral op willen toezien dat de inflatie in de hand wordt gehouden. Waar goedkoop lenen ooit voor een hausse zorgde, bleven nu nog slechts schulden over en gingen vaste wisselkoersen en deflationaire druk nu zorgen voor uitzonderlijk langzaam herstel.

In totaal ontvingen de Grieken zo’n €250 miljard aan leningen uit de publieke sector, en in de Griekse staatsschuld werd fors geknipt

De ellende verdubbelde nog eens toen duidelijk werd dat Griekenland jarenlang gelogen had over haar financiële huishouding: in 2010 bleek dat de Griekse staatsschuld bijna 150% van BBP bedroeg, in plaats van net meer dan 100%. Mij leek het toen duidelijk dat het Griekse wangedrag van dien aard was, dat het niet beloond diende te worden met het geld van belastingbetalers in andere landen. De daarop volgende Griekse schuldencrisis, hoogstwaarschijnlijk gecombineerd met Grexit, zou zowel de Grieken als de Eurozone de kans hebben gegeven om opnieuw te beginnen in plaats van jarenlang belastinggeld in etterende wonden te smeren.

Interne verdeeldheid

Maar Griekenland bleef erin, en kreeg, ondanks dat het vertrouwen in de Griek bij veel kiezers en beleidsmakers in andere landen weg was, financiële steun van het IMF, de EU, en de ECB in zowel 2010 als 2012. In totaal ontvingen de Grieken zo’n €250 miljard aan leningen uit de publieke sector, en in de Griekse staatsschuld werd fors geknipt, waardoor Griekenland veel lagere rentelasten kreeg te verwerken. Al die steun kwam wel onder voorwaarden: Griekenland moest forse hervormingsprogramma’s doorvoeren, en de begroting op orde krijgen. En die hervormingsprogramma’s creëerden op hun beurt in Griekenland scherpe interne verdeeldheid: premier Papandreous trad af in 2011, in de aanloop naar de verkiezingen werd er fors gereld, de verkiezingen in mei 2012 kostten de traditionele partijen een flink aantal zetels en leverden geen coalitie op, en een maand later werd er weer gestemd, ditmaal met als resultaat een regering die het twee jaar volhield.

Met alle politieke chaos op de voorgrond en knetterend corrupt cliëntelisme zoals altijd op de achtergrond, kwamen de hervormingen er slechts langzaam en gedeeltelijk, maar in 2014 groeide de Griekse economie toch weer, en was de begroting op orde, met zowaar een primair begrotingsoverschot. Maar helaas: in mei wonnen de communisten van Syriza de Europese verkiezingen al, en in december 2014 waren er ook de vervroegde algemene verkiezingen.

Belastingbetalingen in Griekenland stortten ineen, het vertrouwen verdween, kapitaal vloeide het land uit, en plotseling waren de banken dicht

De ellende begon weer van voren af aan. Syriza wilde hervormingen terugdraaien, voelde zich niet aan eerdere afspraken gebonden, vroeg om uitstel van betaling, belastingbetalingen in Griekenland stortten ineen, het vertrouwen verdween, kapitaal vloeide het land uit, en plotseling waren de banken dicht en stond er een referendum op het programma. Het gehannes van de speltheoriekluns Varoufakis en z’n onnozele baas maakte het laatste beetje vertrouwen dat wie dan ook nog in de Griekse regering had kaput, en de uitslag van het referendum maakte nog maar eens duidelijk dat de Griekse bevolking het uitzicht van meer besparingen, hogere belastingen, en soms pijnlijke hervormingen niet meer zag zitten.

Vertrouwen

Hoe kan ’t dan beter? Als alles goed gaat wordt er de komende weken wederom onderhandeld door de Griekse regering en de andere landen in de Eurozone, wellicht ook gezellig met het IMF erbij. Twee centrale problemen moeten in die onderhandelingen overwonnen worden: Duitsland en Nederland en hun bondgenoten vertrouwen de Griek niet en willen zonder bewijs van hervormingen geen geld overhandigen, terwijl de Griek het gevoel heeft dat hem een enorm pakket aan hervormingen in ene keer de strot wordt doorgeduwd, zonder toekomstperspectief.

De eenvoudigste manier om dat te doen is door een soort hervormingspunten uit te delen. Griekenland ontvangt onder het voorlopige akkoord van maandag zo’n €86 miljard uit het ESM-fonds. Uiteindelijk wordt dat geld gegarandeerd door belastingbetalers in de andere Eurolanden en die hebben er dan ook recht op om te zien wat Griekenland voor dat geld moet doen. Een eenvoudige manier om Griekenland aansprakelijk te houden is om gedurende de komende weken 860 punten te verdelen over het vereiste hervormingsprogramma. Iedere keer dat het land een hervorming implementeert – bijvoorbeeld als het de definitie van wat een bakker is verandert – krijgt het een punt (of een half punt, of tien punten) en daarmee €100 miljoen (of €50 miljoen, of €1 miljard).

Voordelen

Voor de Grieken heeft een dergelijk systeem als voordeel dat er geleidelijk vooruitgang geboekt kan worden en dat de volledige hervormingsagenda minder overweldigend overkomt: een marathon benader je tenslotte ook niet als een sprint (tenzij je Pheidippides bent maar met die man liep het slecht af!). Voor de Nederlandse of Finse burger heeft dit als voordeel dat het duidelijk wordt wat de Grieken wel en niet doen en dat ze pas toegang krijgen tot nieuwe leningen als ze hun beloften daadwerkelijk nakomen.

En als ze echt goed hun best doen, dan liggen er ooit misschien zelfs wel bonuspunten in het verschiet

Dit systeem leent zich ook voor een flexibele benadering die ondanks de flexibiliteit discipline afdwingt: de onderhandelaars zouden een totaalpakket kunnen afspreken van 1000 punten, waarvan Griekenland er dan, afhankelijk van politieke haalbaarheid of veranderende omstandigheden, 860 kan uitkiezen, zodat het autonomie behoudt zonder dat het toegang verliest tot kredietlijnen én zonder dat het de andere Eurolanden teleurstelt.

En als ze echt goed hun best doen, dan liggen er ooit misschien zelfs wel bonuspunten in het verschiet. Die kunnen ze dan inruilen voor schuldenverlichting. En als ze ’t héél goed doen, dan maakt ’t ze misschien wel zo trots dat ze een scoreboard op de Akropolis zetten.