Geen enkele Europese politicus of beleidsmaker wil de geschiedenis ingaan als diegene die miljarden aan belastinggeld verspild heeft. Daarom blijven ze met zijn allen uiterst consequent het principe van de verzonken kosten negeren en blijven ze geld stoppen in een project dat gedoemd is, namelijk (Griekenland in) de euro, om te voorkomen dat ze hun verlies moeten nemen. De huilende derde is de belastingbetaler.

De euro is naar buiten toe altijd als een economisch project gepresenteerd. Het zou goed zijn voor de handel tussen de eurolanden, goed voor de export en goed voor de economie. De voorwaarden waaraan een EU-land moet voldoen om de euro in te voeren, zijn ook financieel-economisch: de criteria betreffen de omvang van de staatsschuld, het begrotingstekort, de hoogte van de inflatie en de langetermijnrentes.

Maar in de praktijk is de euro in de eerste plaats een politiek project. We hoeven geen diepgaande welles-nietes discussies te voeren over of dat echt zo is of niet: als het louter een economisch project was, hadden Griekenland en Italië niet meegedaan met de gemeenschappelijke munt. Toen besloten moest worden welke landen de euro zouden invoeren, hadden zowel Griekenland als Italië bijvoorbeeld staatsschulden van ruim 120 procent van hun respectievelijke economieën; het criterium was 60 procent. Later gaven verschillende hoofdrolspelers toe dat Griekenland erbij moest, om de eenvoudige reden het land de bakermat van de democratie is! Dat is ook al geen economische overweging.

Failliet en toch in de eurozone

Hoewel de euro, in mijn ogen althans, niet levensvatbaar en op zijn minst ongewenst is, vermoed ik dat de munt niet van de ene op de andere zal verdwijnen. Er is simpelweg te veel politiek en economisch kapitaal geïnvesteerd in die munt. Het is dan ook nauwelijks een voorspelling te noemen dat er nog vele tientallen miljarden euro’s aan noodleningen naar de zwakke eurolanden zullen vloeien. Maar zelfs als Griekenland failliet gaat, hoeft het land niet uit de euro te treden. Dat is de wens van de Duitse regering die, volgens berichtgeving van de Duitse krant Die Zeit, aan een plan werkt het failliete land toch in de muntunie te houden. Dit geeft nog eens aan hoe ver de eurolidstaten bereid zijn te gaan om de eurozone bijeen te houden. Dat mag geen verrassing zijn. De euro is altijd gepresenteerd als de slagroom op de Europese integratietaart; het falen van de euro kunnen en willen ze niet toestaan.

Het verschil tussen tientallen miljarden euro’s door de WC spoelen en overmaken aan Griekenland zit slechts in de uitvoering; het eindresultaat is hetzelfde.

Dát de leiders van de eurolanden er alleen aan zullen doen om het europroject te redden, kan dan ook, bezien vanuit hun standpunt, logisch worden genoemd. Of je dat toejuicht of vreselijk vindt, is subjectief. Wat wél objectief is, is dat diezelfde leiders er niet voor terugdeinzen economische logica en de basiswetten van de economie aan hun laarzen te lappen in hun euro-fanatisme. Dat geldt voor in ieder geval één vaakgenoemd argument waarom er steeds weer nieuw geld richting Griekenland moet vloeie.

Het gaat om het – impliciet en expliciet vaak genoemd – argument dat er al veel geld gestopt is in het redden van Griekenland, Portugal, Ierland en andere zwakke eurolanden. Stop nu en al dat geld is weg, is de redenering. Dat argument slaat, economisch gezien, nergens op. Een eerstejaarsstudent economie die hetzelfde argument zou gebruiken, zou zakken voor zijn examen. Bij elke hoogleraar economie zouden de eurolanden met dat argument een dikke onvoldoende krijgen.

Afscheid nemen van geld moet

Sunk costs, ofwel verzonken kosten in het Nederlands, zijn kosten die iemand al heeft gemaakt. Bij de daaropvolgende beslissingen zouden die kosten geen rol meer mogen spelen in de overweging wel of niet ergens mee door te gaan omdat de eerder gemaakte kosten niet meer terug te draaien zijn. Hoewel dit ogenschijnlijk vreemd is, is er in de praktijk heel wat voor te zeggen. Als een bedrijf 100.000 euro uitgeeft aan een nieuw IT-systeem dat achteraf ontoereikend blijkt te zijn, kan het bedrijf beter alsnog een nieuw, beter systeem aanschaffen dan vasthouden aan het slechte IT-systeem alleen omdat er al 100.000 euro in geïnvesteerd is. Die kosten van 100.000 euro mogen dus geen rol spelen bij vervolgbesluiten, het zijn verzonken kosten.

Zolang Griekenland een euroland is, kunnen ministers van Financiën van de eurolanden mooi weer spelen en roepen dat we het geleende geld, mét rente, terug zullen krijgen, dankzij boekhoudkundige regels.

Dat de eurolanden sinds het begin van de eurocrisis honderden miljarden gespendeerd hebben aan het steunen van de Helleense Republiek, mag dan ook geen rol spelen in beslissingen over de vraag wat nu verder te doen. Als Griekenland, zoals ik denk, niet te redden is – en niet alleen de recente Griekse geschiedenis wijst erop dat dat inderdaad zo is – dan zou het aan behoorlijke economische (politieke overwegingen zijn een ander verhaal) blindheid grenzen geld te blijven overmaken aan Athene. Het verschil tussen al die euro’s door de WC spoelen en overmaken aan Griekenland zou slechts in uitvoering zitten.

Tot slot, nu we het toch over de eerder verstrekte noodleningen aan Griekenland hebben: het geld dat we tot nu toe in Athene hebben gestoken zijn we in feite niet eens kwijt. Een heel klein deel van de ruim 250 miljardnoodleningen aan Griekenland is in dat land aangekomen. Veruit het grootste deel, volgens sommige schattingen circa 90 procent (zie ook infographic hieronder) moest de regering in Athene namelijk gebruiken om leningen die onze banken hebben verstrekt af te lossen en/of de rente erover te betalen. Het is dus goeddeels een vestzak-broekzak kwestie. Het overgrote deel van het geld dat Den Haag bijdroeg aan de noodleningen is alleen op papier naar het zuiden van Europa gegaan. In de praktijk is het neergestreken aan de Amsterdamse Zuidas, in de vorm van aflossingen van leningen die de Nederlandse banken aan de Griekse overheid hebben verstrekt in loop der tijd.

moneywent

Bron: Financial Times / Macropolis

Politici houden van boekhoudkundige regels

Griekenland, het land dat de Europese politici en beleidsmakers koste wat kost in de muntunie willen houden, is overigens het land met op de één na de slechtste kredietwaardigheid ter wereld: alleen Venezuela heeft, met een CCC- score (bij kredietbeoordelaar Standard&Poor’s), een slechtere kredietwaardigheid dan het euroland Griekenland (dat een score CCC+ kent). Slechts twee andere landen in de wereld delen hetzelfde lot als Griekenland: Argentinië en Oekraïne. Alle andere landen die een kredietwaardigheidsscore hebben, denk Zimbabwe bijvoorbeeld, staan er dus beter voor.

Een eerstejaarsstudent economie die hetzelfde argument zou gebruiken als politici en beleidsmakers uit de eurozone, zou zakken voor zijn examen

Waarom negeren Europese politici en beleidsmakers het principe van de verzonken kosten? Politieke overwegingen zijn een reden. De andere is dat de boekhoudkunde het zeer aantrekkelijk maakt om te doen. Een boekhoudkundig principe zegt dat de gemaakte kosten in het kader van een project afgeschreven moeten worden zodra het besluit wordt genomen met dat project te stoppen. ‘Vertalen’ we dat naar de eurocrisis en de noodleningen aan Griekenland, dan betekent het dat zolang Griekenland een euroland is, alle euro-ministers van Financiën, zoals onze Jeroen Dijsselbloem, mooi weer kunnen spelen en keurig kunnen roepen dat we het geleende geld, mét rente, terug zullen krijgen. Immers, boekhoudkundig staat er aan de linkerkant van de balans een post ‘Leningen aan Griekenland’; aan de rechterkant is de, even grote, post ‘Nog te ontvangen bedragen van Griekenland’ te vinden. Pas wanneer Griekenland uit de eurozone zou stappen, zou onder meer Den Haag zijn verlies moeten nemen. En dát is een sterke reden te verwachten dat het negeren van de verzonken kosten gewoon door zal gaan, dat Griekenland nog vele noodleningen zal ontvangen en dat de andere eurolanden Griekenland tegen elke prijs in de eurozone zullen proberen te houden (zelfs als het land failliet gaat, blijkt nu). Dat is, totdat de wal het schip keert, wat vroeg of laat onvermijdelijk zal gebeuren met enorme verliezen als gevolg. Maar de hoofdrolspelers van nu zijn dan lang weg. Wij, de Nederlandse belastingbetalers, zijn er dan echter nog wel.