De overheid plukt meer vruchten van onze noeste arbeid dan wij zelf. Dat alleen al geeft duidelijk aan dat er iets behoorlijk mis is. Geen wonder overigens dat het zo is, want aan alles wat we doen of aanraken tussen het moment van opstaan totdat we slapen gaan, kleeft minstens één en vaak zelfs meerdere belastingen. Vaak zichtbaar maar vaak ook niet.

Het belastingstelsel  zoals wij dat kennen is iets meer dan 200 jaar oud. In 1806 voerde Alexander Gogel een stelsel van algemene belastingen in in Nederland. Het zou echter nog ruim een eeuw duren voordat de belasting der belastingen, de inkomstenbelasting, het daglicht zag. De loonbelasting bestond toen echter nog niet, die zou pas in 1964 zijn intrede doen. Sindsdien zijn er alleen maar nieuwe belastingen bijgekomen. Natuurlijk, er zijn ook belastingen afgeschaft, maar doorgaans zijn ze óf vervangen door een andere heffing óf zijn de tarieven van andere belastingen verhoogd.  Dat is duidelijk te zien aan de collectieve lasten in Nederland. Dat getal geeft aan hoe groot het aandeel van de overheid is in de Nederlandse economie. Op de lange termijn bezien is dat fors toegenomen. Behalve de regering in Den Haag heffen ook alle provincies, gemeenten en waterschappen hun eigen belastingen. Hoe ziet een dag van de Nederlandse consument die zich, zonder het vaak te beseffen, van opstaan tot slapengaan beweegt door het onzichtbare maar verraderlijke belastingenbos? Wij volgen een fictieve maar doorsnee Nederlander, Bas Elastingh op een willekeurige dag.

Kraan open, belastingmeter loopt

Wanneer Bas wakker wordt en de kraan openzet om zijn gezicht te wassen, begint de belastingmeter te lopen. Met elke druppel water die uit zijn kraan komt, spekt Bas de schatkist. De Staat wordt echt blij wanneer Bas gaat douchen. Gezien het waterverbruik bij douchen in Nederland komt het geld elke ochtend als een waterval binnen in Den Haag. Bas spekt de schatkist niet alleen omdat hij 6 procent btw over het waterverbruik betaalt, maar ook omdat het bedrijf dat het water naar zijn huis brengt, belasting op leidingwater, provinciale grondwaterbelasting en precariobelasting over water betaalt. Waterleidingsbedrijven berekenen die belastingen uiteraard door aan Bas. Het enige verschil tussen die belastingen en de btw is dat Bas het btw-bedrag op zijn afrekening duidelijk ziet maar die andere belastingen niet omdat ze gewoon in de waterprijs zijn verstopt.

Belastingen die bedrijven betalen zijn in feite belastingen die de consument betaalt want uiteindelijk berekenen bedrijven alle kosten door.

Als Bas de deur van zijn woonkamer opent, groet zijn hond Takkie hem meteen. Bas aait de hond, die hem jaarlijks behalve veel plezier ook de gemeentelijke nota hondenbelasting oplevert. Terwijl in de keuken de koffie staat te pruttelen (waarover btw is betaald en – daar is ie weer –  waterbelastingmeter vrolijk doorloopt), pakt Bas zijn favoriete ochtendkrant van de mat. De prijs ervan is voor hem 6 procent hoger dankzij de btw voor de Staat.

Verdiept in een boeiend relaas in de krant vergeet Bas de tijd. Wanneer hij een blik werpt op zijn DVD-recorder – hallo energiebelasting – schrikt hij, springt uit zijn stoel en rent naar de garage.  Hij stapt in zijn auto, waar een fors bedrag aan BPM en btw op zit. Zelfs toen hij zijn voertuig uit Duitsland invoerde, kon hij om de vermaledijde BPM niet heen. Interne markt of niet, de Staat moet gevoed worden. Al wegrijdend van de oprit – terwijl de garagedeur automatisch sluit tikt het bedrag dat Bas aan energiebelasting moet betalen vrolijk door – merkt hij dat een bezoek aan de benzinepomp onvermijdelijk is. Gelukkig is de olieprijs de afgelopen maanden met ruim 30 procent omlaag geduikeld. 30 Procent is geen kattenpis, dat moet wel een deuk slaan in de benzineprijs. Dat was ook wel gebeurd als vadertje Staat de benzineprijs niet met zijn tentakels stevig in zijn greep had.

We betalen ook voor reclameborden in het straatbeeld

Ruim de helft van de prijs van een liter brandstof bestaat uit accijnzen, btw en andere al dan niet speciale heffingen. Het gevolg: benzineprijs is hoog en als de olieprijs omlaag dendert, daalt die met slechts een fractie ervan. O en niet te vergeten, die reclameborden waarop met grote zwarte koeienletters staat ‘bij ons tanken, goedkoper kan niet’, die betaalt Bas ook. Zonder het door te hebben, hoest Bas namelijk ook een stukje precariobelasting op, een heffing die bedrijven moeten betalen zodra ze iets, wat dan ook, onder, op of boven de openbare grond plaatsen, inclusief een reclamebord dus. Dit tikt ook door in de benzineprijs die hij betaalt alleen ziet hij dat nergens op het bonnetje.

Voordat hij naar kantoor gaat, heeft Bas eerst een afspraak bij de klant. Zijn werkgever geeft hem een kilometervergoeding van 30 cent. 0,19 cent is wat van de Staat belastingvrij mag, maar de kosten zijn veel hoger, vandaar die tegemoetkoming. Een tegemoetkoming waarvan de Staat echter zegt: dank u wel, omdat die over alles boven die belastingvrije 0,19 cent belasting heft. Samen met de belasting over dat deel van zijn vergoeding – die dus slechts de kosten dekt en geen cent extra inkomsten aan Bas oplevert – mag hij ook meteen de maandelijkse wegenbelasting voldoen. Die zou stukken lager kunnen zijn dan die is ware het niet dat de provincie ook een graantje mee wil pikken via opcenten.

Op veel producten zit meer dan één belasting

Terug naar het kantoor begint zijn werkdag achter zijn bureau zoals altijd met het doornemen van de mail. Uren later, als hij 8 uur erop heeft zitten, is het niet de vraag óf hij gezellig met veel anderen in de file zal staan maar hoe lang dat zal duren. Files die misschien wel veel kleiner zouden zijn als de opbrengst van allerlei heffingen die autobezitters betalen voor verkeer gebruikt zouden worden in plaats van aan allerlei andere zaken. Van die 8 uur waarin hij aan het werk is geweest, is een belangrijk deel van die inspanning niet voor Bas zelf maar de Staat. En van het deel dat hij overhoudt na loonbelasting af te tikken, gaat er nogal wat via andere routes naar de schatkist. Dat begint al bij de aankomst in zijn wijk. Omdat hij er al toch langs moet, stopt Bas bij zijn buurtsuper. Bas woont in het centrum, dus bij de super geldt betaald parkeren. Hij betaalt met zijn mobieltje, waar uiteraard ook alweer btw op zit, net als op de boodschappen die hij mee naar huis neemt. Op sommige artikelen zit niet alleen btw maar ook accijnzen zoals op bier, wijn en frisdrank die Bas meteen maar gehaald heeft. Morgen komen namelijk zijn vrienden om de verrichtingen van Ajax in de Champions League  te volgen.

Overheid zeer innovatief als het moet

Deze accijnzen zijn overigens een prima voorbeeld dat er niets is wat de Staat ertoe aan kan zetten een belasting af te schaffen. Tot 1993 kende Nederland frisdrankaccijns, de consument betaalde die heffing over elke fles vruchtensap, fris of zelfs water. Een Europese richtlijn dreigde, voor de Staat dan, roet in het eten te gooien. Accijnzen mocht van Europa, maar alleen op tabak, benzine en alcoholische dranken. Halsoverkop doopte Den Haag echter de frisdrankaccijns om tot verbruikersbelasting. De consument betaalde evenveel, Den Haag bleef geld melken uit verkoop van fris en de Europese Unie was tevreden want formeel was er geen sprake van een overtreding. De huilende derde was natuurlijk de consument.

Thuis aangekomen begint het ochtendritueel zich te herhalen: aan alles wat Bas aanraakt kleeft wel een of andere belasting. De garagedeur die opent, zijn hond Takkie die die straks meeneemt voor een wandeling, de waterkraan, de lichtschakelaar, zijn verwarming en zelfs dubbele belasting op het koude biertje dat hij uit de koelkast haalt na een lange dag op kantoor. Wanneer hij water doortrekt op het toilet, is de overheid dubbelblij: én waterbelasting binnen én rioolrecht van de gemeente. Aan elke zak afval die Bas in de container mikt, kleeft een bedragje aan afvalstoffenheffing.

Later op de avond komen een glas wijn en een sigaar – hallo belastingen weer – tevoorschijn wanneer Bas in zijn fotoalbum gaat bladeren. Over een paar avonden geeft hij namelijk een lezing in opdracht van een reisbureau. Bas houdt wel van reizen en doet daarbij ook de minder gangbare landen. Zo is hij de laatste jaren onder meer in Noord-Korea en Iran geweest. Toen hij op een feestje weer eens wat verhalen over die bezoeken afstak, zei iemand, half grappend ‘je moet er een boek over schrijven man’. Later die avond ging Bas naar huis en onderweg dacht hij ‘waarom ook niet’. Zo gezegd zo gedaan. Vorig jaar kwam zijn boek ‘Mijn reizen door de rogue states Noord-Korea en Iran’  uit en het werd wel een succesje. Een succesje dat Bas aangenaam verraste toen hij van zijn uitgever te horen kreeg dat er binnenkort op zijn bankrekening enkele duizenden euro’s aan royalties te vinden zullen zijn. Meer dan de helft kan Bas echter vergeten. Hoewel de Staat er helemaal niets mee te maken heeft, Bas reisde op eigen kosten en in zijn eigen vrije tijd, meent de Staat het recht te hebben op meer dan de helft van de opbrengst die Bas toekomt.

Sparen kost geld

Het doet Bas denken aan zijn ouders. Zij zijn alweer 12 jaar geleden overleden, vlak na elkaar. Bas, het enige kind, kreeg een erfenis bestaande uit zijn ouderlijk huis en het spaargeld dat zijn vader en moeder gedurende hun leven bij elkaar gesprokkeld hebben. Daarover hebben zij al allerlei belastingen betaald maar toch ging een flink stuk erfenis naar de Staat in de vorm van erfbelasting. En toen hij van zijn spaargeld, waarover ook al belasting was betaald, een deel schonk aan zijn jongste dochter zodat zij haar eerste appartement kon kopen, kwam de Staat alweer aan met een rekening aanzetten.

Behalve dat Bas het leuk vond zijn dochter te helpen, maakte hij een deel van zijn spaargeld ook over omdat het toch nauwelijks iets opleverde. De spaarrente is, dankzij de overheid want de centrale banken, die die rente feitelijk bepalen, behoren er ook toe, zeer laag. En na aftrek van inflatie en vermogensheffing is het rendement zelfs negatief. Vandaar dat hij en zijn echtgenote enkele jaren geleden besloten hadden een deel van hun appeltje voor de dorst te beleggen. Dat was de enige kans 4 procent rendement waar de Staat vanuit gaat, te kunnen halen. Dat lukte ongeveer wel, mede dankzij de jaarlijkse dividenden die ze kregen op hun aandelenbezittingen. Over die dividenden moest wel dividendbelasting betaald worden hoewel het bedrijf dat de winst behaalde als vennootschapsbelasting afgedragen had.

Terwijl hij door de fotoalbum bladert, komt zijn vrouw thuis. Zij is gek op schilderen en vanavond gaf ze in het buurtcentrum een van haar cursussen schilderen. Zij doet dat niet regelmatig en daardoor draagt ze meer dan de helft van die neveninkomsten af aan de overheid. Met een glas wijn erbij kijkt ze mee naar de foto’s van lang geleden gehouden vakanties. Het zou wel leuk zijn binnenkort een paar dagen weg te gaan. In eigen land, dat is lekker vertrouwd. De iPad komt tevoorschijn en voordat ze het doorhebben, hebben ze een lang weekend arrangement gevonden in Drenthe. Meteen boeken maar, denken ze. Tijdens het boekingsproces wordt bij de prijs onder meer toeristenbelasting opgeteld. Ook even uitrusten kan niet zonder dat een overheid er iets aan heeft. 

Zelfs even uitrusten kan niet zonder dat de Staat er iets aan verdient.

O ja, tot slot, vlak voor het slapen gaan opent Bas de post. Eén envelop heeft wel erg leuke inhoud. Op een loterij hebben hij en zijn vrouw 5.000 euro gewonnen. Hoewel…5000, zij krijgen 3.550 op hun rekening. 1.150 Euro gaat naar…afijn, u weet wel.

Wanneer ieder van ons gaat slapen, dan moeten we ons realiseren dat hoe hard we die dag ook gewerkt hebben, niemand is er meer beter van geworden dan de overheid. De optelsom van loonbelasting, btw, accijnzen, waterbelasting, energiebelasting etc zorgt ervoor dat wij maar een betrekkelijk klein stuk van wat we verdienen daadwerkelijk zelf mogen houden. Dat deel van wat we overhouden dat we uitgeven betekent ook belasting betalen, namelijk btw. Maar ook als we dat níet uitgeven maar sparen of beleggen, ook dan betalen we aan de Staat.

Onze overheid doet heel veel nuttige en goede dingen met ons belastinggeld. Maar gezien de omvang van de overheid, is mijn sterke gevoel dat die omvang niet optimaal is, in de zin dat de overheid te groot is, lees zich met te veel zaken bemoeit. De optimale overheidsomvang is niet 0 procent van een economie en ook niet 100 procent. Het optimum ligt er ergens tussen. Met het aandeel in de Nederlandse economie van tussen 50 en 60 procent is de Nederlandse economie te groot. Dat is een apart onderwerp waarover de komende tijd meer op Jalta. En ook zal er veel en speciale aandacht zijn voor het fenomeen inflatie en de wens prijsdalingen te voorkomen en de prijzen juist hard te laten stijgen omdat dat economisch goed zou zijn. Van alle belastingen en heffingen waar mensen zoals Bas mee te maken hebben, is de inflatie de ergste belasting van allemaal. Het is namelijk een stiekeme belasting, die kom je nergens expliciet op een bonnetje of een afrekening tegen omdat het de enige belasting is die politici kunnen invoeren zonder daarvoor een wet aan te nemen. 

Baatbelasting

Het kan dus voorkomen dat in een buitengebied bijvoorbeeld de gemeente een fietspad gaat aanleggen waar niemand behoefte aan heeft, maar toch voor moet betalen via baatbelasting. Want het levert een voordeel op.

Jalta-Infographic-belasting