ECB heeft in Nederland veel vrienden maar ook veel vijanden. De laatste groep is niet te spreken over het beleid en de resultaten van de bank tot nu toe. Zelf behoor ik tot vrienden noch vijanden maar heb ik wel veel kritiek op het gevoerde beleid. Bij allerlei beweringen over de prestaties van de bank hoort echter wel altijd onderbouwing bij. Zoals voor de stelling dat de ECB de eurolanden onder meer prijsstabiliteit heeft gebracht.

Onlangs hield ik een praatje over de euro en de EU bij de Forum voor Democratie in Amsterdam. Een van de dingen die ik daar zei was dat je kunt afvragen hoe waar de bewering van de zogeheten vijf Presidenten (voorzitters van de eurogroep, de Europese Commissie, het Europees Parlement en de EU-Raad en de President van de Europese Centrale Bank) dat de euro de eurozone onder meer prijsstabiliteit gebracht heeft.

Ik liet onder meer zien dat de inflatie in de eurozone tussen 1999 en 2015 34,5 procent bedroeg. Gemiddeld genomen bedroeg de inflatie tussen 1999 en 2015 ongeveer 2 procent per jaar en dat betekent dat er inderdaad keurig sprake is van prijsstabiliteit volgens de definitie van de ECB en de EU. Maar het ging mij in mijn presentatie niet zozeer om de totale inflatie sinds de invoering van de euro, maar om de taalkundige kant ervan.

Waar het mij om ging was of de gewone man op straat dat ook als prijsstabiliteit ziet. Linguïstisch gezien kun je niet zeggen dat wanneer in 15 jaar tijd alles 34,5 procent duurder is geworden, de prijzen stabiel zijn. Het is alsof je een bekeuring zou krijgen voor te hard rijden bij trajectcontrole (waar 120 km/h toegestaan is) over enkele kilometers en je de boete zou aanvechten bij de rechter met als verweer ‘edelachtbare, ik reed de hele tijd gewoon met een stabiele snelheid van 120, waarbij mijn definitie van stabiel luidt ‘na elk kilometer 5 km/h harder’. Ik vermoed dat de rechter je geen gelijk zou geven.

Volgens Van Dale heeft ‘stabiel’ als synoniem ‘onveranderlijk’, het is alleen bij de centrale bankiers dat ‘stabiel’ als synoniem ‘structureel stijgend’ heeft

Het is zoals de legendarische ex-voorzitter van de Fed, de Amerikaanse centrale bank, Paul Volcker, eerder dit jaar, toen we elkaar weer eens spraken, tegen me zei, namelijk dat hij zijn moderne collega’s die mikken op 2 procent inflatie elk jaar en dat prijsstabiliteit noemen, maar niet begrijpt. “Als je 2 procent inflatie per jaar nastreeft dan betekent dat dat na een decennium alle prijzen meer dan 20 procent zijn gestegen en dat het prijsniveau in één generatie verdubbelt. Dat is geen prijsstabiliteit maar men noemt dat wél zo. Zij misbruiken de taal, zij hebben de betekenis van sommige begrippen in loop der tijd veranderd. Als de prijzen met minder dan 2 procent per jaar stijgen, noemen de moderne centrale bankiers dat geen inflatie maar gevaar van deflatie.”

Vreemde synoniemen

Een D66-er en tevens een bankier was er als de kippen bij en twitterde: ‘doe nou eens 1,02 tot de macht 15. Gewoon, voor de lol’. Wat hij wilde zeggen is: die 34,5 procent is nog minder dan 2 procent inflatie elk jaar dus ik verspreidde onzin. Als antwoord twitterde ik overigens: ‘zoek eens ‘stabiel’ op op vandale.nl Gewoon, voor de lol’. Als je dat doet, dan zie je dat ‘stabiel’ als synoniem ‘onveranderlijk’ heeft. Het is alleen bij de centrale bankiers en de EU dat ‘stijgende prijzen’, jaar in jaar uit, een synoniem is voor ‘stabiel’.

Lex Hoogduin, voormalig directielid van De Nederlandsche Bank twitterde: ‘even voor het perspectief: heeft Edin ook gezegd hoe hoog inflatie tussen 1984 en 1999 was?’ Dat was een terechte, constructieve opmerking. Als de inflatie in die periode hoger was dan sinds 1999, dan kun je inderdaad niet beweren dat de euro prijsinstabiliteit heeft gebracht.

Zoals gezegd ging het mij echter om de taalkundige kant van de zaak. Ik stuurde Hoogduin dan ook als antwoord dat we eigenlijk de Nederlandse inflatie sinds 1999 zouden moeten hebben waarbij Nederland de gulden heeft, maar dat is niet mogelijk.

In de met ons op alle terreinen vergelijkbare landen is de inflatie (aanmerkelijk) lager geweest dan in de eurozone sinds 1999

Hoewel ik dus niet wilde impliceren dat de euro niet voor prijsstabiliteit zorgt maar vooral duidelijk wilde maken hoe wereldvreemd sommige taalkundige definities bij de EU zijn, ja inderdaad, zoals Volcker zegt, hoe de centrale bankiers onze taal corrumperen, kijk ik graag ook even naar die andere kant van de zaak. Wat zien we dan?

Anderen doen het beter

We kunnen zoals gezegd niet weten hoe hoog de inflatie zou zijn geweest als Nederland sinds 1999 tot 2015 de gulden had gehad. Wat dan overblijft is de inflatieprestatie van de eurozone vergelijken met enkele vergelijkbare landen om ons heen. Als de inflatie in de periode 1999 tot en met 2014 in die landen hoger is geweest, dan moeten we concluderen dat de euro ons inderdaad, relatief gesproken, prijsstabiliteit heeft gebracht.

En dus heb ik de totale inflatie in Zweden, Zwitserland, Denemarken en Noorwegen uitgerekend: twee EU- maar geen eurolanden (Zweden en Denemarken) en twee landen die geen lid van de EU zijn maar er wel sterke banden mee hebben (Noorwegen en Zwitserland). Alle vier zijn qua economie, levensstandaard en politieke systeem vergelijkbaar met de eurozone.

De uitkomst zien we in de tabel hieronder. De gebruikte cijfers komen van de statistische bureaus van de genoemde landen.

tabeledin

In alle vier landen is de totale inflatie tussen 1999 en 2015 láger dan in de eurozone, in het geval van Zwitserland zelfs fors lager. Kortom, op basis van deze cijfers zouden we óók kunnen beweren dat de euro de eurozone géén prijsstabiliteit gebracht heeft. Immers, in die met ons op alle terreinen vergelijkbare landen is de inflatie (aanmerkelijk) lager geweest dan in de eurozone.

En om meteen maar de vraag hoe de inflatie sinds 1999 zich verhoudt tot de totale inflatie in de 15 jaar die eraan voorafgingen in Nederland. De Nederlandse inflatie sinds 1999 bedraagt in totaal 37,1 procent, zo wijzen ze officiële inflatiecijfers uit. Tussen 1983 en 1999 kwam de totale inflatie uit op 34,2 procent. Dus óók als we die kant van de zaak bekijken, zien we dat in de inflatie in Nederland in de laatste 15 jaren van het guldentijdperk láger is geweest dan in de eerste 15 jaren van het eurotijdperk. En dat zelfs met de ergste recessie sinds de Grote Depressie die de laatste jaren van het eurotijdperk kenmerkt, waarin de inflatie fors is gedaald en af en toe zelfs negatief is geweest. Ik zou dan ook persoonlijk heel voorzichtig zijn met stellig te roepen dat de ECB en de euro voor prijsstabiliteit gezorgd hebben.