Europa heeft in de Griekse kwestie de kans gemist om een doorbraak te forceren. Het zwakke leiderschap van Merkel is het grote probleem van Duitsland – en van Europa.

Duitsland lag de laatste weken onder vuur. Kanselier Merkel en minister van Financiën Schäuble zouden te hard zijn geweest voor die arme Grieken. Het regende klachten over de Duitse opstelling. De topeconoom Paul Krugman noemde Duitsland ‘wraakzuchtig’. Volgens de New York Times was Schäuble ‘het normaal gesproken verborgen gezicht van de Duitse macht’. Ook de oude filosoof Habermas spaarde de roede niet: de coalitie van Merkel had volgens hem ‘in één nacht het politieke kapitaal vergokt dat een beter Duitsland in een halve eeuw had verzameld’.

Dat waren bombastische woorden. En er ligt een misvatting aan ten grondslag: Berlijn was niet te hard, het was de 13e juli niet rücksichtslos genoeg. De Duitsers schrokken terug voor de gevolgen van een Grexit en hielden het uiteindelijk bij ernstige dreigementen aan het adres van de regering van Alexis Tsipras (nooit was het onderscheid tussen genie en kamikazepiloot zo vaag). Het wurgkoord lag klaar – het ECB kon de geldkraan dichtdraaien – maar het werd uiteindelijk niet gebruikt. Duitsland zei “ja” tegen de onderhandelingen voor het hulppakket en de Grieken blijven het grote blok aan het Europese been.

Domino-argumenten

Duitsland miste daarmee een opgelegde kans op een historisch precedent: een Grexit forceren en heldere Europese machtsverhoudingen scheppen. De problemen werden, op typisch Europese wijze, op lange baan geschoven. Er worden geen Griekse schulden kwijtgescholden, maar er komen waarschijnlijk nóg langere looptijden van leningen, waarvan de vervaldata verder in de toekomst komen te liggen dan sommige Star Trek-afleveringen.

De angst voor financiële domino-effecten won daarmee voor de zoveelste keer. Het Europese denken is doordrenkt van moeilijk bewijsbare domino-argumenten – ‘als we voor Griekenland x doen, dan wil Portugal…’, ‘Als Griekenland vertrekt, is Spanje/Italië/Portugal de volgende’. De onomkeerbaarheid van de euro wordt als een levensverzekering van het Europese project gezien, maar de argumentatie is feitelijk nogal mager.

Emancipatie

Duitsland is een machtig land, de vijfde economie van de wereld – zonder de beide wereldoorlogen was het nu zelfs een wereldmacht geweest met een vaste zetel in de Veiligheidsraad. Daar hoort een openlijk gedemonstreerde zelfverzekerdheid bij die we in Berlijn te weinig zien. We zijn gewend aan het ingetogen Duitse nationale profiel: Duitsland als goedige beer die het Europese project zonder zuchten trekt, altijd klaar om de portemonnee te trekken en kinderlijke verwijzingen naar het naziverleden over zich heen te laten komen.

Wie werkelijk een begin wil aanwijzen kan voor november/december 2001 kiezen, toen de Bondsdag besloot tot een Duitse militaire bijdrage aan de Operatie Enduring Freedom in Afghanistan

Maar er verandert iets de laatste tijd. Grunberg schreef maandag in een Voetnoot dat ‘de Tweede Wereldoorlog in juli 2015 eindigde’. Hij overdreef, maar hij schoot wel raak. De Duitse ‘emancipatie’ begon overigens al eerder. Wie werkelijk een begin wil aanwijzen kan voor november/december 2001 kiezen, toen de Bondsdag besloot tot een Duitse militaire bijdrage aan de Operatie Enduring Freedom in Afghanistan. Tot dan toe was Duitsland extreem terughoudend geweest met militaire bemoeienissen in het buitenland. In 2003 weigerde kanselier Schröder vervolgens om mee te doen met de Irak-oorlog van 2003 (net als Frankrijk trouwens). Duitsland ging in de jaren erna een onafhankelijker koers varen.

Streep onder de oorlog

De Duitsers zijn ook allang niet meer zo bezig met de Sjoa, blijkt uit enquêtes. Duitsland heeft er genoeg van dat er om de haverklap op het Duitse oorlogsverleden wordt gehamerd, alsof er blanco morele-schuldcheques bestaan die op ieder moment kunnen worden ingewisseld. 67 procent van de Duitsers onder de 40 wil een streep onder de oorlog zetten.

Maar helaas loopt een zelfverzekerder Duitsland tegen een terugkerend probleem aan. Regelmatig wordt van Duitsland leiderschap geëist, maar zodra het zich enigszins dominant gaat gedragen is het Europese huis weer te klein. De vraag is dus niet alleen wat Duitsland wil, maar ook wat Europa wil.

De Duits-Franse as wordt een probleem

De as Berlijn-Parijs vormt de spil van de Europese samenwerking, luidt de algemene overtuiging. Maar de Nederlandse onderzoeker Pieter de Wilde zei vorige week in de NRC iets fascinerends: ‘De as (Duitsland-Frankrijk) dient ook als een excuus. Als die wegvalt, moet Duitsland bekennen dat het de hegemonie heeft op het Europese vasteland.’ Interessante woordkeuze: wat is de straf die op dat openlijk bekennen zou staan? Iedereen weet dat Duitsland de economische motor van Europa is, en dus de machtigste staat. Waarom is het een probleem als Duitsland daar openlijk voor uitkomt en de bijbehorende status opeist? Wordt het altijd sluimerende Tweede Wereldoorlog-syndroom dan weer actief?

Berlijn ergerde zich terecht grün und gelb toen Frankrijk godbetert ambtenaren naar Athene stuurde om te helpen bij het formuleren van de geëiste bezuinigingsplannen

De Frans-Duitse as begint een last te worden. Frankrijk houdt een stelsel van sociale voorzieningen in stand dat het al decennia niet meer kan betalen. En zo wordt Duitsland door het zwakke, socialistische Frankrijk steeds weer afgeremd bij de opmars naar een efficiënt, goed georganiseerd Europa. Berlijn ergerde zich terecht grün und gelb toen Frankrijk godbetert ambtenaren naar Athene stuurde om te helpen bij het formuleren van de geëiste bezuinigingsplannen. Zo leren ze het ook nooit, dacht Berlijn.

Schäuble, het harde Duitse gezicht

Europa haalde de trekker op de 13e uiteindelijk niet over en de ECB verhoogde het Griekse kredietplafond met nog eens 900 miljoen euro. Het chronische Europese uitstelgedrag zorgde voor enige rust en duizenden digibete pensionado’s konden weer naar de bank.

Maar als het aan Wolfgang Schäuble had gelegen was het anders gegaan. Hij is het gezicht van dat nieuwe, brutalere Duitsland dat door de oude, behoedzame versie heen schemert. Dat nieuwe Duitsland is de schaamte zo langzamerhand voorbij. Schäuble kreeg de 17e , toen de Bondsdag de onderhandelingen over een Hulppakket III goedkeurde, een applaus dat zo lang duurde dat het bijna gênant werd – voor Merkel. 64% van de Duitsers is tevreden over hem. Hij heeft het gehad met het politiek correcte, voorzichtige Duitsland en het deert hem niet dat hij door politieke tegenstanders als een ‘Kürzungs-Talib’ en als de grote bedreiging voor het Europese project wordt gezien. Hij is in feite de politieke avant-gardist die Duitsland en Europa tot een andere houding tegenover de wereld kan inspireren.

Merkel durfde niet

Duitsland had 13 juli zijn hardere gezicht kunnen tonen en afstand moeten nemen van de eensgezindheid met Frankrijk. Het had het lef moeten hebben om onsympathiek te zijn – om desnoods allerlei vooroordelen te bevestigen. Schäuble werd een ‘nationalistische’ houding verweten (door onder anderen de hoog aangeschreven columnist Wolfgang Münchau), maar hij is in wezen een federalist, een die gelooft in een sterke begrotingsdiscipline. Hij is zelfs voorstander van een Europese minister van Financiën, overigens net als president Hollande.

Een door de Duitsers veroorzaakte of aangemoedigde Grexit zou namelijk minstens vier vliegen in een klap hebben geslagen

Merkel had de Grexit misschien wel gewild – ze zou zoiets nooit hardop zeggen – maar ze durfde het niet aan. Zij wilde niet de kanselier zijn die Europa ondermijnt en ze kreeg de 17e juli tachtig procent van de Bondsdagleden mee, hoewel het verzet in de eigen CDU/CSU sinds hulppakket II ietwat zorgwekkend toe was genomen. Er kwam een akkoord, terwijl de meerderheid van de Duitsers die een Grexit wenste – in juni nog 58 procent – aan de vooravond van die cruciale 13e juli opvallend genoeg ineens verdwenen was. Zou ze daar nog rekening mee gehouden hebben?

Vier vliegen in één klap

Het is jammer dat die marathonzitting geen ‘succes’ had. Een door de Duitsers veroorzaakte of aangemoedigde Grexit zou namelijk minstens vier vliegen in een klap hebben geslagen: 1. Er zou meer duidelijkheid zijn over de positie Griekenland, want niemand gelooft in een tijdelijke Grexit; 2. Iedereen zou zien dat de Europese Unie een wél omkeerbare euro kan overleven, wat het zelfvertrouwen zou vergroten en neurotische beleggers kalmeren; dominotheorieën zou de kop worden ingedrukt; 3. Duidelijkheid over de feitelijke positie van Duitsland in Europa; werkelijkheid en beeldvorming zouden beter op elkaar aansluiten; 4. De angst voor verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog zou op vruchtbare wijze worden genegeerd; op een negatief sentiment of historische angsten kun je geen krachtig Europa bouwen.

Het ideeënloze leiderschap van Merkel

Maar voor een energiek en openlijk zelfverzekerd Duitsland is een bepaald type kanselier nodig. Die heeft het land niet. Duitsland en Europa leiden onder het zwakke, ideeënloze leiderschap van Merkel. Ze heeft geen andere filosofie dan het vermijden van risico’s. Ze ‘regeert’ met een permanente blik op de opiniepeilingen. Merkel denkt: als de euro mislukt, mislukt Europa. Met die erfenis wil ze niet de geschiedenis in – alsof dat een inhoudelijk argument zou zijn.

Door de tegenstelling tussen Merkel en Schäuble vertoont de Duitse Europapolitiek volgens Der Spiegel bovendien ‘een merkwaardige mengeling van besluiteloosheid en botheid.’ Tijdens een interview op de ARD, zondag, draaide Merkel om iedere directe vraag heen met een gekmakend wollig moeder-overste taalgebruik dat erop neerkwam dat er nog veel werk verzet moet worden, maar dat alles de goede kant op ging. Van haar valt ten gunste van een stevige Europese koers niets te verwachten.

Maar Merkel is geen Konrad Adenauer (Wirtschaftswunder), geen Willy Brandt (Ostpolitik) en geen Helmut Kohl (Wiedervereinigung)

Een Duitsland zonder schuldgevoelens, een Duitsland dat zich niets meer aantrekt van ‘regressieve’ Tweede Wereldoorlog-associaties – zo’n land zou als een krachtige motor voor het Europese project kunnen fungeren. Daarmee zou Europa op weg kunnen gaan naar een serieuze federale begroting en een Europees ministerie van Financiën. Maar Merkel is geen Konrad Adenauer (Wirtschaftswunder), geen Willy Brandt (Ostpolitik) en geen Helmut Kohl (Wiedervereinigung). She does not even play in the same league. Een echte leider had de banken ervan overtuigd dat ze een deel van hun schulden zouden moeten afschrijven. Die leider had de kiezers nooit beloofd dat ze hun geld tot de laatste cent zouden terugkrijgen.

Kans gemist

Een geopolitieke en conceptuele sprong voorwaarts zal Duitsland onder Merkel niet maken. Daarvoor moet een leider een eigen koers varen en andere partijen en kiezers tegen de haren in durven strijken. Duitsland heeft een opgelegde kans gemist om Europa werkelijk op sleeptouw te nemen.

En ondertussen blijft mijn hoop gevestigd op de Grieken. Hun koppigheid en sabotageacties – gebaseerd op een terechte twijfel aan het nut van deze draconische bezuinigingen – kunnen het Europese geduld in de komende weken zodanig ondermijnen dat ze alsnog tegen een Grexit aanlopen. Op dit onderdeel bevindt de eeuwige euro-criticus Krugman zich nota bene in hetzelfde kamp als Schäuble.