Vergeet massawerkloosheid, vergeet overheidsschulden die de komende 500 jaar niet afgelost zullen worden en vergeet dat een eurozone-jongere met een baan tegenwoordig net zo zeldzaam is als een witte neushoorn.  Het échte gevaar is dat huishoudens in de eurozone meer geld overhouden om uit te geven. Zeggen althans de ECB en zo goed als alle beleidsmakers, economen en analisten in koor.

´Een gevaarlijke mix van dalende prijzen, stijgende reële loonkosten, dalende winsten, minder consumptie en verder dalende prijzen dreigt.’ Dat is het opbeurende Kerstboodschap van Vitor Constancio, de Portugese tweede man van de Europese Centrale Bank (ECB). En dus moet de ECB op grote schaal staatsobligaties van de eurolanden gaan opkopen. En als de ECB ‘groot’ zegt, dan bedoelt de bank ook echt groot; er zou geen limiet moeten gelden. 2.000 miljard euro niet voldoende? Probeer 4.000 miljard? Werkt het niet, dan maar 5.000 miljard, enzovoort.

Constancio is geen roepende in de woestijn. Nee, ik bedoel niet dat zijn oproep op steun kan rekenen van andere Europese centrale bankiers, ik doel op het feit dat zo goed als alle economen, analisten, beleidsmakers en anderen die meedoen aan het economisch debat hetzelfde roepen. Zijn oproep monetaire sluizen niet alleen wijd open te zetten maar gewoon te ontmantelen, is tegenwoordig de regel en geen uitzondering.

Ebola, vulkaan Etna en een tsunami in één

De reden is dus de stelling dat deflatie dodelijk is of, zoals ik het zelf eens benoemde, deflatie is een soort aardbeving, epidemie en overstroming tegelijkertijd. Het is zoiets als ebola meets Etna-uitbarsting meets tsunami. Waarom is deflatie dodelijk? Zoals Constanctio zegt, als de prijzen dalen, zullen consumenten hun consumptie uitstellen. Als mensen verwachten dat alles toch goedkoper zal worden als ze even wachten, geven ze hun geld niet uit. Gevolg:  winkeliers zien hun omzetten dalen waardoor zij minder bestellen bij de groothandel. Die bedrijven reageren op minder orders door zelf minder te bestellen bij de producenten. Na enige tijd volgen ontslagrondes, eerst in de winkels, vervolgens bij de groothandel en daarna in de fabrieken. Het gevolg:  de consument, die tevens de werknemer is natuurlijk, heeft nog minder te besteden en zo boren we onszelf de afgrond in.

Toegegeven, dit klinkt zeer plausibel. Het enige probleem is dat de werkelijkheid niet bepaald overeenkomt met deze verder alleszins redelijke theorie.

Sinds energie en voedsel goedkoper zijn geworden, geven inwoners van de eurozone meer geld uit, iets wat niet logisch is in de wereld van de deflatie-is-een-ramp crowd.

deflatie1

Bewijs 1: de consumptie van de huishoudens in de eurozone is sinds maart dit jaar fors gestegen. Het is géén toeval dat ongeveer tegelijkertijd voedsel- en de energieprijzen zijn gaan dalen, waarna de inflatie ook omlaag werd getrokken. Dit alles hield in dat veel inwoners van de eurozone iets meemaken wat ze in jaren níet hebben meegemaakt: hun loon stijgt harder dan de prijzen. Ofwel: hun koopkracht neemt toe. Zij kunnen dan meer uitgeven en doen dat ook. In tegenstelling tot wat het gevolg van de bewering van Constancio en vele, vele anderen had moeten zijn – namelijk dat we met zijn allen minder uitgeven – is de consumptie dus opgeveerd.

deflatie2

Als we even inzoomen op één euroland in het bijzonder, namelijk Nederland, zien we nog meer ontwikkelingen die volgens Constancio cum suis eigenlijk onmogelijk zijn. Dit is bewijs 2. De inflatie in Nederland daalt sinds januari dit jaar. Je zou dus verwachten dat de Nederlander massaal zijn geld achter de hand houdt. Immers, grote kans dat de prijzen over enkele maanden echt zullen dalen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) houdt onder meer bij óf we dat doen. En wat blijkt? De stijging van onze consumptie is in vier jaar niet zo groot geweest! Oh en het is natuurlijk puur toeval dat het vertrouwen onder de Nederlandse consument in diezelfde periode is gestegen, nietwaar? Net als dat het toeval is dat de werkloosheid afneemt sinds het ‘gevaarlijk lage’ inflatiepeil. Vreemd natuurlijk, want de consument zag zijn grootste maandelijkse kostenposten lager uitvallen. Dat je daar niet depri van wordt, jezelf opsluit in je huis en geen cent meer uitgeeft, is een raadsel. En voor de volledigheid: de laatste tijd is het vertrouwen onder ondernemers gestegen, produceert de industrie meer, zijn er minder bedrijven failliet verklaard, maakt detailhandel meer winst en wordt er meer geïnvesteerd, meldt het CBS.

Sinds de prijzen in Nederland nauwelijks stijgen, zijn de consumptie en vertrouwen gestegen en de werkloosheid gedaald.

deflatie3

deflatie4

Maar als u nu denkt, dit kunnen ook gewoon incidenten zijn en dus geen steekhoudende argumenten voor de stelling dat deflatie geen ramp is…dat zou inderdaad kunnen, ware het niet – enter bewijs 3 – dat we óók een voorbeeld hebben van een land met structurele deflatie. En niet een of ander vaag Afrikaans land, maar een Westers land, namelijk Japan.  Het land van de rijzende zon heeft sinds 1995 te kampen met chronische deflatie. De prijzen daalden ongeveer de helft van de tijd. Kortom, er was sprake van structurele deflatie.

Als dus ergens in het Westen de werkloosheid torenhoog zou moeten zijn, waar de economie niets voorstelt en levensstandaard gelijk is aan die van de armste landen ter wereld, dan in Japan. In werkelijkheid is de consumptie er echter sterk gestegen, staat de werkloosheid op een lage 3,5%, is Japan in de top van alle innovatie-ranglijsten te vinden en is de levensstandaard er zeer hoog. Kortom, het beeld kan haast niet meer afwijken van de verdoemenis die volgt uit de theorieën en angsten van Constancio et al. Overigens: de Japanse staat en de Japanse centrale bank zijn bezig de inflatie op te voeren. Dat is gelukt en ze hebben zelfs een inflatie van 2% in elkaar weten te sleutelen. Nu is de Japanse economie in recessie omdat consumenten minder besteden. Hun loon stijgt immers minder hard dan de prijzen. Geweldig.

Paradijs op Aarde

Er zijn talrijke historische voorbeelden van landen met sterk stijgende prijzen. Als dalende prijzen de hel zijn, dan zouden we met inflatie  een soort economisch paradijs verwachten. Vraag het maar aan de inwoners van ex-Joegoslavië, Zimbabwe, Venezuela, Argentinië of, zeer actueel, Rusland. Ze zullen allen vertellen hoe aangenaam het leven is dankzij hoge inflatie.

Wat Constancio en de zijnen echter maar blijven herhalen is dat deflatie zeer gevaarlijk is. Als je dan vraagt naar het waarom, is het antwoord steevast dat de schulden – vooral bij de overheden – dan te zwaar gaan wegen. Aardig wat eurolanden kunnen dan omvallen. En dáár komt de aap uit de mouw: het gaat de centrale bankiers zoals Constancio helemaal niet, zoals ze telkens herhalen, om de inwoners van de eurozone maar om het hachje van de overheden. Dikke pech voor de gewone man.

Het is een zaak van ordinair eigenbelang. En dan is, zoals we weten van de huidige voorzitter van de Europese Commissie, liegen toegestaan. Hoe zit het met die andere lieden, die geen centrale bankiers zijn, maar wel roeptoeteren dat deflatie koste wat kost voorkomen moet worden? Wat mij daarbij opvalt is dat, behalve dat ze nog nooit een (monetair-)economisch geschiedenisboek opengeslagen hebben, ze bijna allemaal óf uit de financiële sector komen (heeft geen belang bij deflatie, wel bij inflatie) of, direct of indirect, uit de staatsruif eten (beleidsmakers, ambtenaren, universitaire docenten, hoogleraren, (ex-)politici).

De gewone man heeft het nakijken. Gebeurt er eindelijk iets waar de gewone man beter van wordt, wordt dat beantwoord met een tegenoffensief. Er moet en zal inflatie komen. Misschien zouden onze centrale bankiers anders denken als ze een modaal inkomen zouden hebben. In werkelijkheid krijgt de 72-jarige Vitor Constancio (pensioen, iemand?) jaarlijks ruim €324.000, dat is €27.000 per maand.

Gebeurt er eindelijk, in economisch opzicht, sinds een lange tijd iets waarvan elk weldenkend mens zegt ‘daar heeft die gewone man wat aan’, denk daarbij aan de daling van de olieprijs, en wat doen onze centrale bankiers, gesteund door velen: met man en macht proberen dat voordeel zo snel mogelijk van tafel te krijgen

Japan is niet het enige voorbeeld waaruit blijkt dat dalende prijzen geen ramp hoeven zijn. Neem Apple, het bedrijf dat ons iPhones en iPads geschonken heeft. Onlangs is de iPhone 6 gelanceerd. Die is technisch beter dan zijn voorganger, maar heeft wel dezelfde introductieprijs als de iPhone 5 in 2012. Je kunt dus zeggen dat de koper meer iPhone voor zijn euro krijgt. Anders gezegd: die smartphone is in feite goedkoper geworden.

Volgens het gangbare anti-deflatie argument had dat moeten leiden tot teleurstellende verkopen. Immers, wie wacht op iPhone 7 krijgt nóg meer iPhone voor zijn euro’s. Begin deze week maakte Apple resultaten over het derde kwartaal bekend. En inderdaad: het bedrijf verkoopt slechts 5 exemplaren van zijn iPhone 6…per seconde! Apple verdiende in het derde kwartaal van dit jaar $8,5 miljard, bijna 13% méér dan een jaar eerder. Apple-baas Tim Cook verwoorde het prima toen hij zei dat Apple ‘alles wat we op dit moment kunnen maken, verkoopt’.

Stelt u zich nou voor dat álle prijzen sinds het begin van dit jaar met 5% waren gestegen, zoals verschillende analisten, journalisten, economen en anderen hoopten? Ik denk dat het CBS in dat geval de grootste daling van de consumptie ooit zou hebben gemeld, de werkloosheid veel hoger was geweest en ons consumentenvertrouwen de grond was ingeboord.