Het is alsof de euro niet ook onze munt is en de eurocrisis niet ook onze crisis. Relevant nieuws inzake de euro blijft in Nederland vaak gewoonweg onbesproken. Maar ook bij euro-gerelateerde onderwerpen met een voor ons allen zwaarwegend maatschappelijke impact die wel in het nieuws komen, ontbreekt elementaire duiding. We zien de olifant (de eenheidseuro) steeds over het hoofd in de Nederlandse porseleinkast.

De Eurocrisis en Keynes

Met zijn Bancor Plan leerde Keynes ons lang geleden dat nationale economieën en wederkerige grensoverschrijdende handel het best floreren met nationale valuta die een onderlinge evenwichtige wisselkoers hebben. Daarbij wees hij er op dat stagnerende of juist naar oververhitting (en inflatie) neigende economieën anticyclisch gestimuleerd zouden moeten worden door een lagere rente respectievelijk afgeremd door een hogere rente. Keynes zag derhalve voor overheden een beperkte maar belangrijke kader-scheppende en sturende rol weggelegd.

Plaatje 'De Olifant in de Porseleinkast'

De euro-olifant in de Nederlandse porseleinkast

Volgens deze elementaire middelbare school economie is het opdringen van de eenheidseuro aan de onderling economisch zo diverse en divergente eurolanden dus een recept voor ellende. Juist door de economische divergentie heeft de euro zich in de onderlinge verhoudingen ontwikkeld als véél te duur voor de perifere Zuidelijke eurolanden, en tegelijkertijd véél te goedkoop voor de sterkere landen zoals Nederland. Terzijde, zelfs indien Italië en Frankrijk de aldaar noodzakelijk hervormingen adequaat zouden doorvoeren, worden de economische onevenwichtigheden t.o.v. de sterkere landen zoals Duitsland en Nederland bij lange na niet in balans gebracht. Binnen dit ontwrichtende krachtenspel is het voor de ECB onmogelijk een voor iedereen effectief rentebeleid te voeren: one-size-fits-none in plaats van one-size-fits-all.

De praktijk van de eurocrisis heeft ook aangetoond dat economische scheefgroei zich intensiveert indien ontstane economische onevenwichtigheden tussen landen niet worden gecorrigeerd middels aanpassing van onderlinge wisselkoersen en rentedifferentiatie. Deze scheefgroei zien we overigens niet alleen tussen de landen maar ook binnen individuele eurolanden. Dit laatste betekent dat de eenheidseuro ook in sterke eurolanden, zoals Nederland, destructief en ontwrichtend uitwerkt. De symptomen daarvan worden in ons land nu weliswaar eindelijk benoemd maar de hoofdoorzaak helaas niet geduid.

De olifant in de porseleinkast

Na het afgelopen zomer blussen van het zoveelste en zeker niet laatste Griekse brandje is de eurocrisis uit ons vaderlandse blikveld verdwenen. De ommezwaai in Portugal en Spanje in het denken over het Europese besparingsbeleid, de in Frankrijk begin dit jaar afgekondigde economische noodtoestand, het nakende Finse parlementaire eurodebat dat heel wel mogelijk uitmondt in een euroreferendum (in-or-out), de door de Duitse en Franse centrale bankpresidenten gedane noodkreet dat het zo niet langer kan met de euro? Voor al dit nieuws blijkt er in de Nederlandse en (mainstream) media niet tot nauwelijks belangstelling te zijn. Het is alsof de euro niet ook onze munt is en de eurocrisis niet ook onze crisis.

Maar het gaat merkwaardigerwijze verder, bij euro-gerelateerde onderwerpen met een voor de Nederland en de Nederlanders zwaarwegend maatschappelijke impact waarover wel wordt gesproken, ontbreekt elementaire duiding. We zien de olifant (de eenheidseuro) in de porseleinkast steeds over het hoofd.

Zo stelde DNB-president Klaas Knot eind januari in Buitenhof dat de Nederlandse economie na jarenlange stagnatie/krimp veel sterker zou moeten groeien dan nu het geval is. De methode zou, volgens Knot, het doorvoeren van loonsverhogingen zijn – maar tegelijkertijd benoemde hij dat daarvoor geen ruimte is gelet op de beroerde toestand van de binnenlandse economie. Loonsverhogingen moeten daarom volgens hem dan maar uitsluitend in onze als een tierelier draaiende exportsector doorgevoerd worden, ondanks de dan binnen onze economie optredende scheve loonontwikkeling. Door Klaas Knot noch door Buitenhof-interviewer Paul Witteman werd er hierbij gerept over de eenheidseuro die voor ons véél te goedkoop is, de olifant in de porseleinkast.

Met een voor Nederland evenwichtige en dus véél hogere wisselkoers dan nu met de euro, zou immers onze koopkracht, binnenlandse economie en dus onze welvaart een grote sprong maken, zonder dat daarvoor loonsverhogingen noodzakelijk zijn. Vanzelfsprekend zouden ook onze banken direct profiteren van de dan loskomende investeringen. Tegelijkertijd zou de uit het lood geslagen balans tussen onze binnenlandse en export-gerelateerde economie in één klap weer in evenwicht worden gebracht. Zoals Keynes ons heeft geleerd is een evenwichtige wisselkoers nu eenmaal voor ieder land de gewenste en meest gezonde situatie. Een illustere voorganger van Knot, Jelle Zijlstra, zei ook altijd dat de Nederlandse welvaart gediend is met een internationaal evenwichtige en sterke munt en dat onze exportsector daarbij prima gedijen kan.

Een ander voorbeeld is de pensioenproblematiek. Om te kunnen voldoen aan de huidige en toekomstige pensioenverplichtingen, spreken we al jaren niet meer over ‘pensioenindexatie’ maar zijn pensioenkorting en premieverhoging inmiddels bestendige praktijk. Pensioenbaas Peter Borgdorff kijkt wanhopig naar de ECB die de rente tot nul en lager heeft gedrukt. Maar Borgdorff noch (mainstream) commentatoren wijzen er op dat de ECB niet zo zeer de schuldige is maar juist de eenheidseuro. Wederom de olifant in de porseleinkast.

Het rente en euro-wisselkoers drukkende ECB-beleid heeft immers uitsluitend tot doel de staatsfinanciën en economieën van de zwakkere eurolanden niet helemaal kopje onder te laten gaan en daarmee tegelijkertijd het feitelijk al in 2010 overleden europroject te redden. Omdat dit ECB-beleid ontwrichtend en destructief uitwerkt voor de Nederlandse financiële sector komt er daarop nu in toenemende mate kritiek los vanuit de banken (ABN-AMRO en Rabo), verzekeraars en AFM. Maar daarbij dus geen woord over de euro.

Eurovisie

Omdat een goed functionerende monetaire structuur cruciaal en van levensbelang is voor ieder land en de eurocrisis niet alleen de zwakke landen maar ook sterke landen zoals Nederland hard raakt, had het adresseren van de eurocrisis natuurlijk een van de speerpunten van het Nederlandse EU-voorzitterschap moeten zijn. De politieke elite blijft de hete euro-aardappel echter ontlopen. Met name omdat in het europroject decennialang zoveel politiek kapitaal is geïnvesteerd en gezichtsverlies dan om de hoek loert. Maar ook omdat men zich op het Binnenhof liever afzet tegen de euro-kritische PVV, in plaats van die (terechte) kritiek aan te grijpen voor een constructief en oplossingsgericht parlementair debat. Dit terwijl als je je oor aldaar te luisteren legt, niet alleen de PVV maar ook de rest van mening is dat het europroject een al lang over de houdbaarheidsdatum heen drama is. Onze regering blinkt evenmin uit in ‘Eurovisie’ – onze minister-president doet niet aan Europese vergezichten en gaat daar zelfs prat op. Desgevraagd blijft zijn regering de markt & munt-retoriek verkondigen, terwijl inmiddels toch afdoende is gebleken dat de munt (de eenheidseuro) de markt (zowel de Europese als de Nederlandse markt) niet versterkt maar juist om zeep heeft geholpen.

Het is evident dat het Europese project onder druk staat, door verkeerd gebleken inzichten, op allerlei vlakken. Zo is de ever-closing-union en de gedachte daarbij van een centraal aangestuurde eenheidsworst voor het diverse en pluriforme Europa niet realistisch gebleken en roept dat ook bij de burger steeds meer weerstand op. Willen we de Europese samenwerking redden dan zullen we ‘Europa’ met gezond verstand en realiteitszin opnieuw moeten uitvinden, het moeten herformuleren’, zeker ook wat betreft de euro.

Nu de politiek dienaangaande verzaakt, zou wellicht het Nederlandse maatschappelijk middenveld eens op kunnen staan, zich gaan verdiepen in de materie, een Eurovisie ontwikkelen en onze politieke leiders tot actie bewegen. Het zijn immers de pensioenfondsen, organisaties van werkgevers en werknemers die de taak hebben de belangen van hun deelnemers en leden te behartigen. Dus de belangen van ons allemaal.

Om de dames en heren alvast op weg te helpen wijs ik hen hierbij graag op ‘The Matheo Solution (TMS)’waarmee het volgens Keynes noodzakelijke monetaire maatwerk betreffende wisselkoersen en rentedifferentiatie op nationaal vlak binnen het Euro Pact kan worden geïntroduceerd terwijl de euro als gemeenschapsmunt en de potentiële voordelen daarvan behouden kunnen blijven. Met zo een ‘flexibele’ monetaire structuur zouden we in Europa en Nederland eindelijk weer eens de weg omhoog in kunnen slaan.

André ten Dam is onafhankelijk Euro-researcher. Al in 2010 ontwierp en presenteerde hij ‘The Matheo Solution (TMS)’, de enige Nederlandse bijdrage aan het internationale wetenschappelijke debat over alternatieven voor de one-size-fits-none euro (www.TheMatheoSolution.eu).