Grosso modo zijn er twee manieren waarop een nieuw kabinet een leidraad kan formuleren voor een regeerprogramma. De ene is die van de vergezichten en het formuleren van een grootse visie, waarvoor grote ‘investeringen’ moeten worden gedaan. Dit blijkt veel kiezers en politici aan te spreken. Achter elke visie gaat de gedachte schuil dat de staat die ook kan waarmaken. De kiezer laat zich daardoor graag in slaap sussen en de politicus speelt met verve de rol van degene die deze visie gaat waarmaken. Dat laatste is gedoemd te mislukken, want de wereld is niet maakbaar en er zijn tal van (onvoorziene) factoren die ervoor zorgen dat de beoogde uitkomst niet zal worden gerealiseerd als die al realistisch of realiseerbaar zou zijn.

 

Toch trappen velen steeds weer opnieuw in deze val en dat komt doordat de tweede manier, hoewel veel effectiever, zoveel onaantrekkelijker is. Dat is gewoon de problemen oplossen die er zijn. Een kabinet dat probleemgestuurd aan de slag gaat, kan veel meer bereiken dan een kabinet dat zich zet aan het realiseren van een grootse visie. Ook dan moet rekening worden gehouden met de beperkingen die er zijn, maar volslagen machteloos is een kabinet natuurlijk niet.

 

Op sociaal-economisch terrein is er een aantal problemen dat dringend om aandacht vraagt. Het grootste probleem in mijn ogen is het feit dat tussen de 1,5 en 2 miljoen mensen onder de pensioengerechtigde leeftijd vrijwel permanent aan de kant staat, d.w.z. niet participeert op de arbeidsmarkt maar wel een uitkering ontvangt. Eerder heb ik de redenen aangewezen waardoor dit komt. Vorige week heb ik een aantal mogelijke en gewenste hervormingen geschetst voor het aanpakken van de hoge marginale druk waarmee werknemers worden geconfronteerd en die de overstap van uitkering naar werk financieel onaantrekkelijk maakt.

 

De hoge mate van betaalde inactiviteit hangt sterk samen met een aantal andere problemen die door het huidige demissionaire kabinet alleen maar zijn verergerd. De hoge marginale druk, waaraan ik de afgelopen weken de nodige aandacht heb besteed, wordt veroorzaakt door hoge belastingen en premies en een oerwoud aan inkomensafhankelijke regelingen dat sterk suggereert dat elke eigen bijdrage van mensen met een laag inkomen aan enige zaak teveel is gevraagd. Nu is armoede in Nederland uitsluitend relatief en feitelijk non-existent. De hoge sociale premies hangen uiteraard samen met het hoge aantal uitkeringen. De hoge belastingdruk is een gevolg van de breed gedeelde opvatting dat de staat een oplossing moet bieden voor elk (gepercipieerd) probleem in dit land. De waan dat de inkomensverschillen in dit land te groot zijn, leidt niet alleen tot hoge belastingen voor de bovenste helft van de inkomensverdeling, maar ook tot een zowel in absolute als relatieve zin hoog minimuminkomen en allerlei inkomensafhankelijke regelingen. De geringe inkomensverschillen gevoegd bij de hoge belastingen en premies zorgen ervoor dat (meer of gaan) werken financieel heel onaantrekkelijk is. Plus dat wie alle lasten in ogenschouw neemt ook het in dienst nemen van iemand wel erg duur is. Daar moet dan een hoge productiviteit tegenover staan, die niet iedere werknemer kan leveren. En zo komen we in een vicieuze cirkel terecht van stijgende lasten, achterblijvende productiviteit en toenemende inactiviteit. Daar komt nog eens een overmaat aan regulering bij op allerlei gebieden. Eerder heb ik al aandacht besteed aan de hoge kosten van ontslag van werknemers met een vast arbeidscontract. Ook de woningmarkt is vergeven van zoveel regels dat van een markt niet meer kan worden gesproken maar wel nog steeds van woningnood.

 

Uiteraard zijn de afgelopen kabinetten niet blind geweest voor deze problemen, maar hun oplossingen hebben niet bijgedragen aan een vermindering. Je kunt uiteraard flexibele contracten meer gaan reguleren, zodat het verschil tussen vaste en flexibele contracten geringer wordt. Dat doet echter niet veel aan het feit dat vaste contracten in Nederland teveel zijn beschermd. Ook de oplossing om meer betaalbare huurwoningen te krijgen, is een typische in een land dat alle heil van de overheid verwacht.  Breed werd het nieuws omarmd dat er de komende jaren een groot aantal sociale huurwoningen wordt gebouwd. Er is echter helemaal geen tekort aan sociale huurwoningen in Nederland. Het probleem is juist dat er teveel mensen wonen in een sociale huurwoning die daar niet thuis horen en die er niet zijn uit te krijgen. Mensen verhuizen gedurende hun leven een behoorlijk aantal malen, maar iemand dwingen om na zeg 10 jaar een woning te verlaten die hij of zij ooit heeft kreeg toegewezen vanwege een laag inkomen terwijl de financiële omstandigheden inmiddels flink zijn verbeterd, is not done. Dat sociale huurwoningen op gewilde locaties worden onderverhuurd of aangeboden via airbnb past al helemaal niet in het mensbeeld van veel (en niet alleen linkse) partijen en wordt dus ook nauwelijks aangepakt

 

Een nieuw kabinet doet er goed aan de volgende maatregelen te nemen om een aantal dringende en chronische sociaal-economische problemen op te lossen:

  • Verlaag de belastingen met een fors bedrag van enkele tientallen miljarden euro’s.
  • Zet de bijl in het oerwoud aan inkomensafhankelijke regelingen.
  • Ontwerp een activerend stelsel van sociale zekerheid.

 

Op het derde aspect wil ik graag een volgende keer nader ingaan; de eerste twee zijn in mijn vorige bijdrages al aan de orde gekomen. Eerst nog iets over twee recente initiatieven die illustreren hoe verslaafd aan de overheid de Nederlandse samenleving is:

  • Een groep van 90 hoogleraren publiceerde in het dagblad Trouw een oproep aan het kabinet om 200 miljard euro te investeren in een groene economie. Daarbij voorbijgaand aan het feit dat het huidige kabinet al een Energieakkoord heeft gesloten met diverse belangengroepen dat 73 miljard ‘investeert’ in duurzame energieproductie. De 200 miljard euro wordt bijeengebracht door de belastingbetaler in de vorm van (een verdere stijging van) diverse milieu- en energieheffingen en invoering van rekeningrijden. De opbrengsten daarvan gebruikt de overheid om onze samenleving zoveel mooier te maken. In hoeverre dit bijdraagt aan het oplossen van het probleem of welke andere analyse dan ook ontbreekt in dit manifest, dat dan ook weinig wetenschappelijk is onderbouwd. Het zou zo uit het verkiezingsprogramma van GroenLinks kunnen komen en dat is ook de hoek waar we veel van deze hoogleraren terugvinden, zich verschuilend achter leerstoelen met wonderlijke namen. Rik de Jong waarschuwde eerder deze week al voor hoogleraren die op de stoel van politici gaan zitten.

 

Lastenverzwaringen ten behoeve van broodnodige overheidsinvesteringen is een grijs gedraaide plaat. Wat deze 90 mensen betreft, mogen lasten zich op lasten stapelen en uitgaven op uitgaven. Elke lastenstijging is gerechtvaardigd met het oog op het te bereiken doel, dat alleen door overheidshandelen kan worden gerealiseerd. En elke uitgave is dusdanig belangrijk dat er binnen het hele overheidsbudget geen euro elders valt weg te halen. Nou ja, defensie zou wel een onsje minder mogen.

  • Deze week kwam de WRR met een rapport over redzaamheid. De inhoud ervan is al even triest als het rapport over flexibele arbeid en ZZP-ers waar ik eerder over schreef. Kort gezegd komt de strekking erop neer dat de zelfredzaamheid van grote delen van de Nederlandse bevolking beperkt is en dat het aan de overheid is om de burger meer te helpen om iets van het leven te maken. Het probleem is verergerd, doordat volgens het rapport de overheid zich steeds meer terugtrekt. Een fabel die we ook al jaren horen en suggereert dat de overheid is teruggebracht tot minimale proporties. Je vraagt je af hoe volgens de auteurs al die generaties voor ons, en voordat de overheid zo begon te slinken, ooit iets van hun leven hebben kunnen maken.

 

De informateur wordt overspoeld door belangengroepen die op de kaalslag in hun sector wijzen en op de dwingende noodzaak om overheidsgeld te investeren. De financiële situatie van het rijk doet vrezen dat een aantal van deze pleidooien niet kansloos is. Visie is aantrekkelijk. Door geld te spenderen laat de overheid zien bereid te zijn om te ‘investeren’ in grootse vergezichten, die ons land op het volgende level brengen. Joop den Uyl stelde ooit dat waar visie ontbreekt, komt het volk om. Het is nu juist dat het volk moet vrezen als de overheid een visie aan hem opdringt of bij de hand wil nemen.