De Grieken hebben gesproken. Het was geen vage, onbegrijpelijke boodschap maar zeer duidelijke taal: 61 procent van de bevolking zei ‘nee’ tegen de voorwaarden waartegen de andere eurolanden Griekenland nieuwe noodleningen willen verstrekken. De veelbesproken Grexit, het vertrek van Griekenland uit de eurozone, was dan ook de voordehand liggende conclusie van velen.

Logisch, want daags voor het Griekse referendum kwam er ook uit de andere eurolanden en ‘Brussel’ duidelijke taal: een ‘nee’ tegen die voorwaarden was en ‘nee’ tegen de euro en dus een keuze voor de terugkeer van de drachme. Athene kon wel roepen dat de volksraadpleging niet over de vraag wel of niet in de euro te blijven gaat, maar Brussel, Parijs, Berlijn, Rome en andere hoofdsteden van de eurozone zagen het toch anders. Matteo Renzi, de Italiaanse minister-president was misschien het duidelijkst van allen: in een tweet schreef hij dat het Griekse referendum ‘de keuze is tussen de euro en de drachme’. De Nederlandse minister van Financiën en de voorzitter van de eurogroep (vergadering van de ministers van Financiën van de eurolanden) Jeroen Dijsselbloem, zei ín de Tweede Kamer dat als de Grieken ‘nee’ zeggen het ‘buitengewoon moeilijk’ zou zijn dat land in de eurozone te houden.

Hoewel daardoor de conclusie dat bij een Grieks ‘nee’ het slechts een kwestie is van wannéér Griekenland de eurozone verlaat en niet óf dat zal gebeuren voor de hand ligt, moeten we niet verbaasd staan als dat een verkeerde conclusie blijkt te zijn.

De andere eurolanden hebben veel te verliezen bij een Grexit, veel meer dan Griekenland zelf

De bovengenoemde waarschuwingen uit de verschillende hoeken van de eurozone zijn enkele dagen vóór 5 juli gedaan. Naarmate echter uit allerlei enquêtes bleek dat het ‘nee’-kamp wel eens zou kunnen winnen, en nu het op 5 juli duidelijk wordt dat het ‘nee’-kamp met een ruime meerderheid gáát winnen, komt uit dezelfde hoofdsteden een heel ander geluid.

Blaffende honden bijten niet

Parijs matigde de toon als eerste. Ook als de Grieken de voorwaarden verwerpen, blijft een compromis met Griekenland mogelijk, zei de Franse minister van Economische Zaken Emmanuel Macron. “Er moet solidariteit zijn, ongeacht de uitkomst,” vervolgde hij en zei er ook bij dat de eurozone “geen schuldverlichting op voorhand zal bieden.” De Italiaanse minister-president Renzi, die dus daags vóór het referendum zei dat dat ging over de keuze tussen de euro en de drachme, echode het geluid uit Parijs. Ook bij een ‘nee’ zal Griekenland de eurozone niet verlaten en er was nog veel om over te onderhandelen. Europeanen “moeten weer met elkaar gaan praten” zei hij in een interview op 5 juli. “Een land dat zo belangrijk is voor de wereld en de wereldcultuur als Griekenland, kan niet zo ellendig eindigen,” aldus Renzi.

In Berlijn hield Bondskanselier Angela Merkel intussen een toespraak waarin ze zei dat “als de euro faalt, Europa faalt.” Volgens Merkel is de euro “meer dan een munt” en dat betekent onder meer dat de leden van de eurozone solidair moeten zijn met elkaar. De Belgische minister van Financiën Johan van Overtveldt, een relatieve hardliner als het op de euro en de onderhandelingen met Griekenland aankomt, zei zondag dat de eurozone “letterlijk binnen enkele uren” de gesprekken met Griekenland kan hervatten om “de Griekse economie terug op de rails te krijgen en de Grieken een goed vooruitzicht voor de toekomst te geven.” De Nederlandse EU-parlementariër Paul Tang (PvdA) was pijlsnel met zijn reactie op de uitslag van het Griekse referendum. Hij schrijft dat ‘een Grexit de problemen zeker niet oplost’ en de eurolanden ‘alles op alles moeten zetten om uit de impasse te komen.’

Voor de voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker en de President van de Europese Centrale Bank Mario Draghi geldt dat beide meermaals gezegd hebben alles ervoor over te hebben van de euro een succes te maken en dat Griekenland een euroland moet blijven. Voor allebei geldt ook dat ze niet de historie willen ingaan als de leiders van twee zeer belangrijke EU-instellingen die een land de muntunie, die als slagroom op de taart van de Europese integratie wordt gezien, lieten uittreden. Dat geldt zeker voor Juncker, voor wie een Grexit haaks zou staan op alles waarvoor hij in zijn lange politieke carrière geknokt heeft, namelijk verdergaande integratie in de EU. Hij kan Griekenland simpelweg niet opofferen.

Grexit onwaarschijnlijker

Wat kunnen we op basis van dit alles concluderen? In mijn ogen is de kans op Grexit niet zo groot; het blijft, ook na het Griekse ‘nee’, géén kwestie van wannéér Griekenland de muntunie zal verlaten. Ik weet niet eens zeker of het echt een kwestie van óf dat zal gebeuren is. Waarom?

Een Grexit zou betekenen dat het euro-project is gefaald, zou dat inhouden dat Angela Merkel zou falen

Laten we even nauwkeuriger naar een paar van de eerder aangehaalde uitspraken kijken en die met elkaar combineren. De Franse minister van Economische Zaken zegt dat een compromis met Griekenland mogelijk is. Van Dale definieert ‘compromis’ als ‘overeenkomst waarbij alle partijen iets toegeven.’ Met andere woorden, de andere eurolanden zijn wel degelijk bereid toe te geven aan wat nog maar enkele dagen geleden een ‘take it or leave it’-aanbod was. Waarop zal de eurozone dan toegeven? Volgens de Franse minister zullen de andere eurolanden ‘op voorhand geen schuldenverlichting bieden’. Maar dus wél bieden, alleen niet op voorhand! Schuldenverlichting was de afgelopen weken dé eis van Griekenland, tot op het laatste moment, en toen het land dat niet kreeg, liepen de Griekse onderhandelaars weg van de onderhandelingstafel. En nu zegt een minister van een van de belangrijkste eurolanden dat “schuldenverlichting niet op voorhand” geboden zal worden. Als ik de Griekse minister-president was, zou ik dat opvatten als: die schuldenverlichting komt er gewoon, alleen moet het zo ingekleed worden dat het voor Parijs en andere euro hoofdsteden geen afgang wordt. Zeker als een hardliner uit de eurogroep, de Belg Van Overtveldt, stelt dat de andere eurolanden “de Grieken een goed vooruitzicht voor de toekomst” moeten bieden.

Bij een Grexit zou Griekenland een paria op de financiële marken zijn, maar dat is het land nu toch al

Een dag vóór het Griekse referendum publiceerde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een rapport waaruit bleek dat Griekenland zijn rekeningen zonder een flinke schuldenverlaging niet onder controle kan krijgen. Het is volgens het IMF aan de landen van de eurogroep om de Griekse staatsschuld draaglijk te maken; een van de opties zou zijn om de looptijd van tal van leningen te verdubbelen en de rente pas veel later te innen, in feite een deel van de schulden af te schrijven. Daarnaast heeft Griekenland de komende drie jaar 50 miljard euro nodig. Dit rapport wilden de bestuursleden van het IMF uit de eurolanden, waaronder een Nederlander, blokkeren. Als het aan onze euro-bestuursleden had gelegen, hadden we dat dus niet mogen weten! Met dit in het achterhoofd kan de uitspraak “de Grieken een goed vooruitzicht voor de toekomst bieden” niets anders betekenen dan een deel van de schulden afschrijven en dat land tientallen miljarden euro aan nieuwe leningen verstrekken.

Politiek telt, de rest niet

En als de Italiaanse minister-president zegt dat “een land dat zo belangrijk is voor de wereld en de wereldcultuur als Griekenland kan niet zo ellendig eindigen”, dan zegt hij in feite dat economische, morele en andere mogelijke argumenten het onderspit zullen delven; alleen de politieke redenen tellen. Omdat een Grexit zou betekenen dat het euro-project gefaald is – immers, de euro was onomkeerbaar – zou dat inhouden dat Angela Merkel zou falen want zij heeft met haar meermaals gedane uitspraak dat het falen van de euro het falen van Europa zou zijn, in feite haar lot verbonden aan dat van de euro. Nog voordat alle stemmen in Griekenland geteld waren, kondigden Merkel en de Franse President Hollande een nieuwe top aan van de EU-staatshoofden en regeringsleiders op dinsdagavond. Op maandag reist Merkel naar Hollande om over Griekenland te praten. En de ECB vergadert maandag over het op zondag gestuurde verzoek van de Griekse centrale bank voor meer geld voor de Griekse banken. Zonder extra geld zijn ze maandag aan het einde van de werkdag, letterlijk, door hun eurobankbiljetten heen.

Kredietwaardigheid van een junk

Waar dat allemaal in zal eindigen is lastig te voorspellen maar voor wat het waard is: weigert de ECB de extra steun voor de Griekse banken, dan duwt de centrale bank Griekenland in feite uit de euro. Mijn inschatting is dat Draghi dat niet op zijn geweten wil hebben. Na het overduidelijke ‘nee’ van de Griekse bevolking, staat de Griekse regering ook sterker in de onderhandelingen, in de wetenschap dat een ruime meerderheid van de Grieken de regering steunt. Athene kan zich de komende dagen daarom nog harder opstellen in de gesprekken. Een andere reden waarom dat het geval is, is dat Griekenland in feite weinig te verliezen heeft.

Bij een Grexit zou Griekenland een paria op de financiële marken zijn, maar dat is het land nu toch al. Het Grieks schuldpapier zou een lagere rating krijgen? Klopt, maar wat maakt dat uit als je kredietwaardigheid toch al lager is dan dat van een junk? De economie krijgt een klap, wordt ook wel geroepen. Dat zou voor Griekenland niets nieuws zijn. Bovendien, er is een kans dat het economisch gezien met dat land buiten de euro beter zou gaan. Athene zou weer een eigen munt hebben en daar desnoods onbeperkt veel van kunnen drukken. Tuurlijk, historisch gezien is dat geen goed beleid, maar feit is wel dat op korte termijn alle pensioenen en salarissen uitbetaald zouden worden en de Grieken bij alle geldautomaten zonder limiet geld zouden kunnen opnemen. Dat dat beleid op termijn voor hoge inflatie en rentes zou zorgen… dat zou voor Griekenland terugkeer naar de normale situatie zijn.

Griekenland blijft euroland

Wij, lees de andere eurolanden, daarentegen, hebben veel te verliezen. Hét Europees integratieproject zou een mislukking zijn en veel Europese leiders zouden persoonlijk falen. Als (persoonlijk) prestige op het spel staat, is dat vaak de garantie dat er beslissingen genomen zullen worden die voor de landen zelf nadelig zijn, maar voor politici niet. De onderhandelingen tussen Griekenland en de andere eurolanden is als een potje poker waarbij de speler met de slechtste hand aan het bluffen slaat. Die speler in het spel tussen Griekenland en de andere eurolanden lijken in mijn ogen de andere eurolanden te zijn. Als puntje bij paaltje komt heeft de rest van de eurozone het corrupte, zich niet aan de afspraken houdende Griekenland met een in coma liggende economie toch harder nodig dan Griekenland die eurolanden. Griekenland blijft gewoon een euroland. De prijs daarvoor gaan wij allen betalen: de geldstromen van het noorden naar het zuiden gaan door en zullen zelfs groeien. Het uiteindelijke akkoord zal wel zodanig zijn dat alle partijen dat als een overwinning zullen presenteren. Voor ons in de andere eurolanden zal het echter een Pyrrusoverwinning zijn. Ironisch genoeg was Pyrrhus een Griek.