De ECB wil het prijspeil opjagen, maar verwacht wel dat u dan meer consumeert.

Afgelopen maandag 9 maart is de Europese Centrale Bank (ECB) begonnen met quantitative easing, het op grote schaal opkopen van staatsobligaties. Het doel is op die wijze de economie te overspoelen met geld en de rentes verder omlaag te drukken, zodat de economische groei toeneemt en de inflatie stijgt.

De redenering is dat door de lage rente sparen nog minder interessant zal zijn en geld lenen juist aantrekkelijker. Daardoor gaan bedrijven meer investeren en huishoudens meer uitgeven. Ergens hoog in de ivoren toren van de ECB klinkt het heel logisch, want daar gedraagt de economie zich als in een model – waar geen ruimte is voor psychologie. En dat terwijl economie bij uitstek een sociale en géén exacte wetenschap is (hoe hard economen al decennialang ook proberen daar een exacte wetenschap van te máken). Buiten het model is het toch een ander verhaal.

Angst regeert

In de eerste plaats: het is niet alsof de rentes torenhoog waren in de eurozone vóór 9 maart. Waarom huishoudens door een iets lagere rente nu wel ineens fors minder zullen gaan sparen en/of behoorlijk meer gaan lenen om uit te geven, is mij niet duidelijk. Als we kijken naar hoeveel huishoudens sparen dan zien we iets vreemds: naarmate de rente verder daalde, zijn ze méér gaan sparen. Hadden Nederlanders begin 2009 nog 251,3 miljard euro opzij gelegd, begin 2015 was dat volgens de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek aangegroeid tot 329,8 miljard euro. Dat is een stijging van ruim 31 procent terwijl in diezelfde periode de spaarrente is gekelderd.

Vanaf het moment dat de Nederlandse inflatie is gaan dalen…

graf1

Dat vertelt mij dat de rentestand van marginaal belang is voor huishoudens om (toch) te sparen. Mensen sparen meer omdat ze bang zijn voor de toekomst. Zo bang, dat ze geen spreekwoordelijk appeltje voor de dorst aan de kant zetten maar een heel krat verzamelen. Dat de huishoudens gezamenlijk juist méér sparen nadat de ECB de rente verlaagt, is eigenlijk heel logisch. Als de centrale bank de rente verlaagt naar 0,05 procent én zegt ‘we gaan onbeperkt geld bijdrukken’ dan interpreteren velen dat, en terecht, als ‘is de situatie dan zó erg dat de ECB dát moet doen?’. Mensen worden er banger door en sparen méér, niet minder.

Crisis verlengd

In de tweede plaats: zelfs áls bedrijven en consumenten meer zouden willen lenen, de banken werken er niet aan mee. Hoe makkelijk geld lenen is geweest vóór de huidige crisis – wat ons de crisis overigens opgeleverd heeft – zo lastig is dat sinds het begin van die crisis.

…is het consumentenvertrouwen gaan stijgen…

graf2

Mensen die weinig vertrouwen in de toekomst hebben, zijn geen mensen die al het geld dat ze verdienen verbrassen en zich in de schulden steken. Voordat mensen minder gaan sparen, moeten ze meer vertrouwen in de toekomst hebben. De overheden en de centrale banken nemen echter maatregelen die daar haaks op staan. Op deze manier kan de huidige crisis wel eens nog heel lang duren.

Tegenstrijdige doelen

In een aantal landen van de eurozone is de economische situatie verbeterd en lijkt het de goede kant op te gaan. Spanje is misschien het mooiste voorbeeld omdat het land hard werd geraakt toen de vastgoedbubbel klapte. Spanje moest noodhulp aanvragen van de andere eurolanden. Onlangs meldde het Spaanse bureau voor de statistiek dat de economische groei het hoogst was in zeven jaar tijd. Het economisch herstel is begonnen op hetzelfde moment waarop de prijzen in Spanje zijn gaan dalen.

…net als de economische groei…

graf3

In Nederland zien we hetzelfde beeld. Sinds de inflatie in ons land scherp is gedaald, is de consumptie toegenomen, werkloosheid gaan dalen en economie gaan herstellen. En toen de Duitse statistici onlangs meldden dat de economische groei weer toeneemt, schreven ze dat vooral toe aan de gestegen koopkracht van de Duitsers door de lage inflatie. Zelfs in Griekenland zien we dat de economie tekenen van leven begint te vertonen, precies op het moment dat de prijzen zijn gaan zakken.

Ivoren toren

Dankzij lage inflatie of deflatie is dus in veel landen economisch herstel begonnen. In de eerdergenoemde ivoren toren zijn dalende prijzen iets ergs omdat, zo is het verhaal, de consument dan zijn aankopen uitstelt. In de praktijk betekent deflatie echter dat veel huishoudens voor het eerst in jaren hun koopkracht zien stijgen. De prijzen dalen en de prijsstijgingen zijn zeer laag doordat de olieprijs is gedaald. Dat is alsof de consument ineens een forse belastingverlaging had gekregen: hij houdt meer geld over en geeft het uit. Dáárvan gaat een economie groeien. Uitstel van consumptie lijkt te volgen op hogere inflatie, simpelweg doordat velen in de eurozone geen geld zouden hebben om uit te geven nadat alle rekeningen zijn betaald.

…waardoor de werkloosheid begint te dalen

graf4

De ECB probeert een onmogelijke act uit te voeren: de centrale bank wil zowel de economische groei aanjagen, als de prijzen opkrikken. Maar economische groei neemt juist toe als consumenten meer uitgeven. Dat gebeurt als de prijzen van spullen die de consument wil hebben, niet (hard) stijgen. Maar de ECB is er juist op uit de prijzen fors aan te jagen en hoe sneller dat gebeurt, hoe beter. Het zijn tegengestelde doelen die niet gemakkelijk beide gerealiseerd kunnen worden.