De Grote Depressie was de eerste overgang van het ene naar het andere monetaire tijdperk. De hoge inflatie uit de jaren zeventig van de vorige eeuw was de tweede. De huidige Grote Recessie kan men zien als het begin van de derde transitie.

De Riksbank, de Zweedse centrale bank, verlaagde deze week zijn rente verder onder 0 procent, van -0,35 procent naar -0,5 procent. Waar de Riksbank op uit is, is om de Zweedse krona zwakker te maken. Die is de laatste tijd in waarde gestegen ten opzichte van de euro en dat drukt de inflatie in het Scandinavische land omlaag. Aangezien die nog niet eens één procent bedraagt en de Riksbank ervan droomt zijn inflatiemeter op twee procent te zien, verbaast het niet dat de Zweedse monetaire ridders in Stockholm de rente verlaagd hebben. En dat ze er meteen bij gezegd hebben klaar te staan de prijs van het geld nog verder omlaag te brengen mocht dat nodig zijn. Tegenwoordig hoef ik er niet eens meer bij te zeggen dat het opkopen van staatsobligaties ook gewoon doorgaat. Wat ooit dé hoofdzonde voor een centrale bank was, het financieren van begrotingstekorten, is al enige jaren een volkomen normaal beleidsinstrument.

Overigens zorgt dit voor gekke situaties op economische faculteiten. Daar leren studenten macro-economie immers dat monetair financieren van schulden zeer onverstandig want gevaarlijk is. Bij hun tentamens worden ze geacht de vraag ‘doet een centrale bank er goed aan begrotingstekorten te financieren met geld drukken’ met een resoluut ‘neen’ te beantwoorden om punten te krijgen. Dit terwijl ze hun hoogleraar economie bij wijze van spreken de avond voor hun tentamen op TV datzelfde beleid hebben horen verheerlijken. Sterker nog: sommige hoogleraren leveren zelfs kritiek op de ECB omdat die te wéinig geld bijdrukt om tekorten te financieren!

Beschouwt men de officiële rentes van de centrale banken als de hartslag van hun economieën, dan luidt de conclusie dat de ontwikkelde economieën in comateuze toestand verkeren

Maar dat terzijde. Terug naar die negatieve rente in Zweden. Zweden is daarin geen uitzondering. Denemarken, Zwitserland en het hele euroland hebben ook hun rentes teruggebracht tot onder wat ooit als een niet open te breken vloer voor de rente gold. Buiten Europa komen we negatieve rentes onder meer tegen in Japan. Tijdens de halfjaarlijkse verantwoordingsaflegging voor het Amerikaanse parlement gaf de voorzitter van de Fed Janet Yellen aan dat negatieve rente in de VS ook mogelijk is.

Hartslag

Omdat de centrale banken hun rentes doorgaans verhogen en (relatief) hoog houden in economisch goede tijden en verlagen als het economisch minder gaat, zie ik hun rentes als een soort hartslag van hun respectievelijke economieën. Kijk ik op die manier naar de rentes van de belangrijke centrale banken, dan is mijn conclusie dat de ontwikkelde economieën in comateuze toestand verkeren en er zeker geen sprake is van (sterk) herstel, zoals de aanvoerders ervan ons willen doen geloven (vandaar mijn beschouwing van enige tijd geleden met als titel ‘Wie houdt hier wie voor gek?’).

Overigens, die verlaging van rente in Zweden naar – 0,5 procent is alleen gericht op het opkrikken van inflatie. Voor economische groei is het niet nodig, de Zweedse economie dikt met 4 procent aan op jaarbasis, een geweldig groeipercentage. Nu ik het toch over de groei heb: het is vloeken in de monetaire kerk, ik weet het, maar…zou die prima economische presentatie niet kunnen komen dankzij en niet ondanks lage inflatie?!

Als de inflatie laag is dankzij de spectaculaire daling van de olieprijs, dan is dat te zien als een onverwachte en forse belastingverlaging, waardoor mensen extra geld hebben om uit te geven. In de VS zou dat voordeel ongeveer 1.000 dollar per huishouden bedragen, berekende de Fed. Ik zou niet weten waarom dat in Europa veel anders zou zijn. Maar goed, ik heb alleen gezond boerenverstand en duizenden jaren aan monetaire historie die leren dat dalende prijzen heel normaal zijn én dat landen met lage inflatie doorgaans sterke, welvarende landen zijn, in tegenstelling tot landen met hoge inflatie. Dat zijn natuurlijk minder sterke argumenten dan de wijsheid van Mario Draghi bijvoorbeeld.

Dood paard

Die verlagingen van de rente onder de 0 procentgrens en het op grote schaal geld bijdrukken om ook alle andere rentes omlaag te manoeuvreren, zie ik vooral als een wanhoopsdaad en laatste stuiptrekkingen van ons moderne geldstelsel. Zoals eerder deze week in een essay uiteengezet, is het voortstuwingsmechanisme van onze moderne economieën, namelijk het moderne geldstelsel, kapot. Wat de centrale banken zoals de Zweedse deze week proberen is dan ook het beste te vergelijken met adrenaline toedienen aan een dood paard. De crisis waar we sinds eind 2008 in zitten is in mijn ogen het begin van een lange, turbulente en pijnlijke transitie van het ene monetaire tijdperk naar het andere.

Wat de centrale banken zoals de Zweedse deze week proberen is dan ook het beste te vergelijken met adrenaline toedienen aan een dood paard

Hoe bedoel ik dat? Wederom biedt een blik op de onvolprezen monetaire historie ons het antwoord. Tot pak ‘m beet 1913 hadden we te maken met een geldstelsel waarbij het geld van goud dan wel zilver was; de centrale banken die er toen bestonden, hadden nagenoeg geen ruimte te experimenteren met rentes en geld bijdrukken. Nee, de goudstandaard zorgde voor een ijzersterke discipline. Geld bijdrukken kon uiteraard…als het land in kwestie meer goud in de kluizen kreeg.

Met de oprichting van de Fed eind 1913 en de Eerste Wereldoorlog in 1914 is langzaamaan het nieuwe monetaire tijdperk aangebroken. De oorlog was de reden dat veel landen de koppeling tussen hun munt en goud opschortten. Na de oorlog zou die koppeling hersteld worden maar die zou nooit meer zo sterk en waterdicht worden als ervoor. Anders gezegd: de overheden en de centrale banken kregen meer ruimte de economie te sturen. Dat leidde al snel tot een ramp.

Zichtbare hand

In het interbellum kwam de economische groei in de westerse wereld onder druk te staan. Niets ongewoons, zoals ik eerder uitgelegd heb horen periodes van lage groei en recessies bij de ontwikkeling van een gezonde, van de zichtbare hand van de overheden gevrijwaarde economie. Vriend en vijand is het inmiddels eens met de conclusie die de vermaledijde Amerikaanse economen Milton Friedman en Anna Schwartz getrokken hebben, namelijk dat wat als een normale recessie begon destijds, door menselijk handelen (het beleid van de Fed) gemuteerd is tot wat we sindsdien de Grote Depressie noemen. Toen Ben Bernanke, voormalig voorzitter van de Fed, een toespraak hield in november 2002 bij de viering van de negentigste verjaardag van Friedman, sloot hij zijn redevoering af met: ‘Trouwens, over de Grote Depressie: jullie hebben gelijk, wij hebben het gedaan.’

Die Grote Depressie – denk aan wanhopige mensen die van gebouwen afsprongen of kilometerslange rijen werklozen die wachtten op een baan of een kop soep in een van de talloze gaarkeukens – markeerde dus de eerste monetaire overgang, van een stelsel dat automatisch voor discipline zorgde naar een stelsel waarin de centrale banken en de overheden aan de knoppen zaten.

Na de Tweede Wereldoorlog – waarvan het ontstaan niet los te zien is van de Grote Depressie, wat een voorbeeld is van wat ik vaak stel, namelijk dat economische instabiliteit uiteindelijk voor politieke en maatschappelijke instabiliteit en spanningen zorgt – zagen de landen in het vrije Westen in dat de wereld een soort monetaire anker nodig had. Maar van de beleidsmakers mocht het ook weer niet een al te stévige anker zijn; zij wilden niet terug naar een stelsel waarin ze geen misbruik konden maken van het geld.

Wat de centrale banken proberen met hun huidige beleid is iets redden wat niet te redden is

Wat dat opleverde was het stelsel van Bretton Woods, genoemd naar het Amerikaanse stadje waar het bekokstoofd werd in 1944. Dat stelsel kwam erop neer dat de Amerikaanse dollar gekoppeld werd aan goud en de andere munten  aan de dollar. De wereld had te maken met een soort semi-goudstandaard. Dat hield aan tot eind jaren zestig toen het Bretton Woods bouwwerk aan alle kanten begon te schudden om uiteindelijk begin jaren zeventig volledig in te storten. Merk op dat dat instorten dus niet van de ene dag op de andere is gebeurd maar een proces van jaren is geweest. Dit is belangrijk om de ontwikkeling waarmee we nu te maken hebben, goed te kunnen duiden. Iedereen die bijvoorbeeld zegt dat de euro levensvatbaar is omdat de munt de crisis tot nu toe overleefd heeft of dat de dollar de dominante wereldmunt blijft alleen maar omdat die nog niet van zijn troon gestoten is, weet blijkbaar niet dat grote monetaire omwentelingen geen revoluties maar evoluties zijn.

Gebakken lucht

Wat in de plaats van het stelsel van Bretton Woods is gekomen, is ons moderne stelsel van fiat geld, dat wil zeggen geld waarvan de waarde gekoppeld is aan gebakken lucht. Pardon: de belofte van de centrale banken om die waarde stabiel te houden.

Wat kenmerkte de transitieperiode van Bretton Woods naar dat fiat geldstelsel? In eerste instantie torenhoge (lees 10 procent en meer) inflatie in het Westen, en dat jarenlang, met dito werkloosheid en algehele economische instabiliteit. Dát waren namelijk de jaren zeventig van de vorige eeuw in economisch opzicht. Dat decennium leverde ons overigens onder meer ook een nieuw woord op, namelijk stagflatie, een samentrekking van economische stagnatie en hoge inflatie, een combinatie die volgens de heersende keynesiaanse economische theorie onmogelijk was. Na dat rampzalige decennium volgden decennia van aanhoudende inflatie, wat een breuk met het verleden is, omdat in het verleden jaren van stijgende én dalende prijzen elkaar opvolgden.

Een ander gevolg van de komst van het fiat geldstelsel was de enorme toename van schulden bij de overheden, huishoudens en bedrijven.

In mijn ogen is het fiat geldstelsel zijn tht-datum voorbij en is de huidige crisis het begin van een nieuwe transitieperiode. Maar de crisis duurt al zeven jaar, hoezo het begin, denkt u nu misschien. Bedenk echter wat ik al genoemd heb, dat transities lang duren. De Grote Depressie en de nasleep ervan duurden lang, net als de transitie náár het fiat geldstelsel (beide ruim tien jaar). De dollar was ook niet altijd de dominante wereldmunt, daarvoor was er het Britse pond. Die positie overnemen, daar deed de dollar enkele decennia over.

Kortom, wat de centrale banken proberen met hun huidige beleid is iets redden wat niet te redden valt. Daarmee zorgen ze wel voor bijvoorbeeld instabiliteit en verarming, vooral van de middenklasse. Aangezien een stabiele middenklasse een noodzakelijke voorwaarde is voor economische, politieke en maatschappelijke rust, zorgen de centrale banken in feite voor economische, politieke en maatschappelijke ínstabiliteit.

Enkele vragen dienen zich nu wellicht aan, zoals waartoe dit verder zal leiden, of we er iets aan kunnen doen om de richting te veranderen en de pijn van de transitie te verzachten (het antwoord is ‘ja!’) en wat er in plaats van het fiat geldstelsel zal komen. Op deze en gerelateerde vragen zal ik binnenkort ingaan, in vervolgstukken op dit artikel.