Het Europees Parlement heeft het recht de ECB-president aan de tand te voelen over het gevoerde beleid. In de beginjaren maakten parlementsleden hiervan effectief gebruik. Maar met elk volgende parlementsperiode worden de hoorzittingen meer tot een mediaspektakel .Het netto resultaat: een parlement dat actief lijkt maar feitelijk tandeloos is, en dus een groeiend democratisch tekort.

Vijftien jaar geleden werd door de eerste president van de Europese Centrale Bank (ECB), Wim Duisenberg, en het Europese Parlement (EP) een akkoord gesloten over de democratische verantwoording van de ECB. In het Verdrag van Maastricht was aanvankelijk vastgelegd dat de ECB-president zich jaarlijks in het EP zou verantwoorden over het gevoerde monetaire beleid. Het was vooral te danken aan de wijsheid van Wim Duisenberg dat er in plaats van een keer per jaar elke drie maanden een verantwoording in het kader van de zgn. Monetaire Dialoog met de ECB-president in het Committee on Economic and Monetary Affairs (ECON) zou plaatsvinden. Daarbij zou de ECON bijgestaan worden door een Monetary Experts Panel van acht tot tien deskundigen, gerespecteerde hoogleraren zoals Daniel Gros, Lars Svensson en Charles Wyplosz. Zelf ben ik vanaf het prille begin bij dit panel betrokken geweest en heb ik in de afgelopen 15 jaar bijna 60 briefing papers (te vinden op: www.sylvestereijffinger.com) geschreven om de leden van de ECON te helpen bij het formuleren van relevante vragen bij hun ondervraging van de ECB-president. De briefing papers werden eerst voorbesproken in de Preparatory Meeting met de europarlementariers om hen goed voor te bereiden op hun dialoog met de ECB-president.

Dit proces voltrok zich vooral achter de schermen. Ofschoon publiekelijk toegankelijk, trok het nauwelijks aandacht van de media, die meer belangstelling hadden voor het spectaculaire optreden van de ECB-president in het EP waarbij de europarlementariërs vochten om de vragen. De eerste parlementaire periode (2000-2004) was een pioniersfase, waarbij de Duitse voorzitter van de ECON, Christa Randzio Plath, zich zeer inspande om de Monetaire Dialoog echte inhoud te geven door een goede voorbereiding door de europarlementariërs in de Preparatory Meeting. Er werden mooie successen geboekt, zoals de toezegging in 2001 door Wim Duisenberg dat de ECB voorspellingen van inflatie en economische groei zou publiceren ondanks het feit dat zijn hoofdeconoom Otmar Issing hier tegen was, omdat “the ECB should not be overburdened with too much transparency”. De ECB heeft deze voorspellingen op aandringen van het Monetary Experts Panel toch gepubliceerd, ook al werden deze later ‘projections by ECB staff’ genoemd.

In de tweede parlementaire periode (2004-2009) werd de ECON voorgezeten door de Franse Pervenche Beres, die overlapte met de Franse ECB-president Jean Claude Trichet van wie de favoriete uitspraak was “we are a team (at the ECB)”, waarmee hij bedoelde dat hij de baas was. De Monetaire Dialoog werd meer bureaucratisch en minder inhoudelijk door de behoefte van de leden van de ECON om allemaal een of liefst meerdere vragen aan de ECB-president te stellen. Het ging meer lijken op een carrousel van vragen, waarbij er nauwelijks vervolgvragen waren. De derde parlementaire periode (2009-2014) onder de Britse Sharon Bowles was ronduit teleurstellend te noemen. ECON-leden kwamen nog zelden naar de Preparatory Meeting om zich voor te bereiden, maar wilden vanzelfsprekend wel zichtbaar zijn bij het Monetaire Dialoog met ECB-president Mario Draghi.

Sinds het uitbreken van de eurocrisis verdrongen de europarlementariers zich voor de camera’s om publiekelijk zichtbaar te zijn, maar de kwaliteit van hun vragen was vaak weinig inhoudelijk door de slechte voorbereiding hiervan. Ik vrees dat de teloorgang van de Monetaire Dialoog verder zal doorzetten onder de nieuwe Italiaanse voorzitter van de ECON, waarbij het ongelukkig is dat zijn nationaliteit overeenkomt met die van de ECB-president. Ik vermoed dat de belangstelling van de europarlementariërs voor de Preparatory Meeting nog verder zal afnemen, omdat dat tijd kost en je daarmee niet scoort. De democratische verantwoording van de ECB is daarmee uitgehold en verworden tot een soort mediaspektakel, waarbij de europarlementariërs meer geinteresseerd zijn in hun zelfprofilering dan in een inhoudelijk debat met de ECB-president over het monetaire beleid en het financieel toezicht. Daarmee wordt het democratisch tekort vergroot in een tijd waarin de ECB steeds machtiger wordt door het politieke vacuum dat in Europa ontstaan is. Dat is niet in het belang van het Europese integratieproces, waarin wij op weg zijn naar een bankenunie en een begrotingsunie. Het is een trieste constatering van een deskundige die 15 jaar lang geprobeerd heeft de Europese economische en monetaire integratie maar ook de bancaire en budgettaire integratie te dienen.

Sylvester Eijffinger is hoogleraar financiële economie aan de Universiteit van Tilburg en is te volgen op zijn weblog (www.sylvestereijffinger.com) en op twitter (@SCWEijffinger) .