Nederland is weer een Euro-illusie armer.

Knallend vuurwerk en grote feesten waren er overal in Europa te zien en te horen op 31 december 1998. Natuurlijk, vanwege de jaarwisseling maar in een aantal Europese landen was er nóg een reden voor feest: de euro werd ingevoerd. Bij De Nederlandsche Bank (DNB) vierden ze net iets meer feest dan elders in Europa. DNB kon namelijk eindelijk meepraten over de rente! Dat sprookje is echter over.

De invoering van de euro op 1 januari 1999 betekende ook dat de Europese Centrale Bank (ECB) de monetaire teugels overnam van de nationale centrale banken zoals DNB. De rente in het gebied tussen Lahti en Lissabon en tussen Dublin en Dresden zou voortaan in Frankfurt bepaald worden en niet meer in de hoofdsteden van de eurolanden. Het verdwijnen van de gulden op die Nieuwjaarsdag 1999 betekende dan ook ogenschijnlijk niet veel nieuws voor DNB en Nederland. Sinds ons land de gulden begin jaren tachtig vastkoppelde aan de Duitse mark bepaalde de Bundesbank, de Duitse centrale bank, in feite de Nederlandse rente. Enigszins gechargeerd was het enige wat het bestuur van DNB deed op de rentevergaderingen in Amsterdam wachten op het bericht uit Frankfurt wat het Bundesbank-bestuur besloten had. Om vervolgens hetzelfde te besluiten voor Nederland. Legendarisch zijn in dat opzicht de woorden van Wim Duisenberg, tussen 1982 en 1997 President van DNB en de eerste President van de Europese Centrale Bank: “Als de Duitsers de rente aanpassen, heb ik een kwartier de tijd om ze te volgen. Die vijftien minuten, dát is de Nederlandse soevereiniteit.” In de ogen van de Fransen was Duisenberg overigens nog te mild voor Nederland. Zijn Franse bijnaam was ‘monsieur cinq minutes’ of zelfs ‘monsieur cinq secondes’: zo lang duurde het in Franse ogen voordat DNB de Bundesbank volgde als die laatste de rente wijzigde.

Ogenschijnlijk veranderde er dus niets voor DNB met de komst van de euro: de Nederlandse rente werd zowel vóór als ná 1 januari 1999 bepaald in Frankfurt. Die schijn dat er niets veranderde bedriegt echter. Enter DNB PR-machine.

Eindelijk zeggenschap over Nederlandse rente

Ruim vóórdat het einde van de gulden ingeluid zou worden in Maastricht greep DNB elke gelegenheid aan om te melden dat het einde van de gulden heel goed was voor DNB. Dat zou namelijk de invloed van de bank vergroten. Ja, de Nederlandse rente bleef in Frankfurt bepaald maar er was één groot verschil: bij de vergaderingen van het bestuur van de Bundesbank zaten er alleen Duitsers aan tafel; DNB kreeg slechts een fax met daarop het besluit. Met de komst van de ECB zat DNB zelf aan de rentetafel. De President ervan was namelijk automatisch lid van het ECB-bestuur en besliste mee over de rente. Voor het eerst in decennia had DNB medezeggenschap over de Nederlandse rente. Toen de gulden verdween en de euro de Nederlandse munt werd, kreeg Nederland zo bezien dus juist een stukje van zijn monetaire soevereiniteit terug. Als 1 januari 1999 echter een stap vooruit was voor Nederland in monetair opzicht, dan zal 15 april 2015 twee stappen achteruit zijn.

“Als de Duitsers de rente aanpassen, heb ik een kwartier de tijd om ze te volgen. Die vijftien minuten, dát is de Nederlandse soevereiniteit.” (Wim Duisenberg, voormalig DNB-President)

Toen de euro het licht zag in 1999, deden elf Europese landen mee. In loop der tijd is dat aantal gegroeid tot negentien leden. De invoering van de euro is voor alle EU-lidstaten geen recht maar een plicht. Zodra een EU-land aan de vijf vastgestelde criteria voldoet (die hebben onder meer te maken met de hoogte van de langetermijnrentes en de inflatie) is het volgens het EU-Verdrag verplicht de euro in te voeren. Alleen Denemarken en het Verenigd Koninkrijk hebben die plicht niet; zij hebben dat in 1992 bedongen.

Reeds enkele jaren geleden besloot het ECB-bestuur dat als er meer dan 24 bestuursleden zijn, het bestuur inefficiënt kan worden. Het bestuur van de ECB bestaat uit de Presidenten van de centrale banken van alle eurolanden en het dagelijks bestuur dat uit zes personen bestaat. Dit betekent dat het ECB-bestuur meer dan 24 leden zou tellen zodra er 19 eurolanden zijn. Sinds januari dit jaar is dat, met de toetreding van Litouwen, het geval.

Rotatieschema

Om een en ander in goede banen te leiden bepaalde de ECB dat er in het bestuur een rotatieschema van kracht zal worden zodra er 19 eurolanden zijn. Daartoe worden de bestuursleden in twee groepen ingedeeld. In de eerste groep komen de leden uit de vijf (in economische termen) grootste landen, namelijk Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Nederland. In de tweede groep vinden we de rest. De Presidenten van de centrale banken van de eurolanden hebben in de nieuwe situatie, met 19 eurolanden, samen vijftien stemmen te verdelen. De eerste groep van zojuist levert vier stemmen; de overige elf stemmen komen uit de tweede groep.

Wie wanneer mag stemmen is vastgelegd in een rotatieschema. Voor de eerste groep houdt dit in dat één van de vijf Presidenten twee of drie maanden paar jaar géén stemrecht zal hebben. Dat geldt dus ook voor Nederland. Concreet houdt dit in dat de President van DNB in april en september 2015 het monetair beleid in de eurozone niet mee mag bepalen.

Vóór de euro waren we elke maand op zijn minst een kwartiertje monetair soeverein. Tegenwoordig is onze monetaire soevereiniteit gereduceerd tot 0 minuten.

Aangezien het bestuur van de ECB vanaf het begin van dit jaar niet meer, zoals voorheen, elke maand over rente vergadert maar slechts acht keer per jaar én twee van die acht vergaderingen in april en september vallen, betekent dit dat de President van DNB in een kwart van de gevallen niet mee mag doen. Het voordeel van de euro waar DNB in de jaren negentig keer op keer op wees, dat Nederland voor het eerst in een zeer lange tijd weer iets te zeggen zal hebben over de Nederlandse rente, is daarmee weg komen te vallen. Op 15 april bepalen onder meer de Spanjaarden, Italianen, Fransen, Grieken en de Portugezen de rente voor Nederland; de baas van DNB Klaas Knot kijkt hoog in de ECB Tower slechts toe. In deze nieuwe situatie komt Nederland er in het ECB-bestuur bekaaid van af.

Als we naar de rotatieschema van de eerste groep kijken, dan zien we dat de President van de Bundesbank in mei en oktober geen stemrecht heeft. In beide maanden vergadert het ECB-bestuur echter níet over het monetaire beleid. De Italiaan uit de eerste groep mag in maart en augustus niet stemmen over het monetaire beleid. Alleen de ECB-vergadering in augustus is een rentevergadering. De Spanjaard en de Fransman uit de eerste groep hebben dit jaar zelfs drie keer geen stemrecht in het ECB-bestuur, namelijk in januari, juni en november respectievelijk februari, juli en december. Van de drie bijeenkomsten waar ze geen stemrecht hebben, zijn er voor elk van die landen twee waarop over monetair beleid wordt gesproken. Net zoals de Nederlander in het bestuur, komen de Spanjaard en de Fransman dus op twee rentevergaderingen niet aan bod en de Italiaan moet één keer afzien van meestemmen over de rente. Maar… zoals reeds genoemd bestaat het voltallig bestuur van de ECB niet alleen uit de Presidenten van de nationale centrale banken van de eurolanden maar ook het zeskoppig dagelijks bestuur. Die leden hebben altijd stemrecht. In dat dagelijks bestuur zitten onder meer een Italiaan (Mario Draghi) en een Fransman (Benoit Coeure). Kort door de bocht betekent dat dat het belang van Italië en Frankrijk altijd vertegenwoordigd wordt, ook als de Presidenten van de Banca d’Italia en de Banque de France aan de beurt zijn hun stemrecht in te leveren.

tabeledin

 

*heeft tevens een lid van het dagelijks bestuur van de ECB, dat altijd stemrecht heeft
**rode maanden zijn maanden waarin de ECB over rente besluit

Bron: ECB

In 2016 lijkt het allemaal nog erger te worden voor Nederland. Het is nog niet bekend in welke maanden het ECB-bestuur in 2016 zal vergaderen, maar als we dezelfde maanden als in 2015 aanhouden, dan zal het Nederlandse lid van het ECB-bestuur de rentevergaderingen in juli en december aan zich voorbij moeten laten gaan. Zijn Italiaanse en Duitse collega missen ieder één rentevergadering en de Fransman zal in 2016 zelfs tijdens álle rentevergaderingen gewoon zijn stemrecht behouden. De Spanjaard mag volgend jaar, net als Nederland, twee keer niet meestemmen.

Neerlands verlies

Blijft nog de vraag over: nu Nederland van tijd tot tijd geen stemrecht heeft in het ECB-bestuur, waarom is dat twee stappen naar achteren en niet één? Immers, zijn we daarmee niet gewoon terug bij het guldentijdperk? Je kunt je zelfs afvragen of het überhaupt een stap terug is! De DNB-President mag twee keer per jaar niet meestemmen over de rente, maar tijdens de overige zes rentevergaderingen is hij gewoon van de partij. Toch is het mijns inziens juist te spreken over twee stappen terug en wel om het volgende.

De Duitse economie is goed voor ongeveer 27 procent van de totale economie van de eurozone. Die van Malta neemt 0,06 procent voor zijn rekening. Toch hebben de Presidenten van de centrale banken van beide landen evenveel in de rentemelk te brokkelen bij de Europese Centrale Bank.

De ECB is ooit opgezet als het tweelingzusje van de Bundesbank. Dit was een prima regeling voor Nederland. De komst van de ECB die zich zou gedragen als de Bundesbank zou betekenen dat er voor Nederland in feite niet veel zou veranderen, ook als de President van DNB tijdelijk geen stemrecht zou hebben. Er zou toch een beleid gevoerd worden dat in het belang van Nederland is. Een lange tijd was dat ook het geval, er was geen vuiltje aan de lucht. De ECB voerde een beleid dat de Bundesbank anders zeer waarschijnlijk ook zou hebben gevoerd sinds 1999. Met het begin van de huidige economische crisis veranderde dat echter.

Sinds het begin van de crisis is het duidelijk dat het monetair beleid in de eurozone gekaapt is door landen die een heel ander idee hebben van wat goed monetair beleid is dan de Bundesbank of DNB. De invloed van de Bundesbank nam zienderogen af. De ECB nam het ene besluit na het andere waar de Duitse bestuursleden zich niet in konden vinden. Dat die besluiten toch werden genomen kwam door het ‘één man/vrouw, één stem’-principe: iedereen in het bestuur heeft één stem bij de stemming, bijvoorbeeld als het gaat om de rente. Dus hoewel de Duitse economie ongeveer 27 procent van de totale economie van de eurozone voor zijn rekening neemt, heeft Herr Präsident van de Bundesbank evenveel in de rentemelk te brokkelen als de president uit Malta, dat goed is voor 0,06 procent van de economie van de eurozone. Sinds het begin van de huidige crisis worden DNB en de Bundesbank in het bestuur van de ECB keer op keer overstemd. Het voordeel dat DNB kreeg bij de invoering van de euro, namelijk dat de bank voor het eerst invloed kreeg in het bepalen van de rente in Nederland, verdween daarmee.

Dat is de reden waarom we niet slechts teruggezet zijn naar het pre-euro tijdperk. Toen had DNB inderdaad ook niets te zeggen over het Nederlandse rentebeleid maar DNB wist wél dat dat beleid gevoerd werd door een instelling met de dezelfde monetaire normen en waarden als bij ons en dús dat dat beleid in het Nederlands belang was. Nu heeft Nederland af en toe niets te zeggen over het rentebeleid maar ook in die maanden waarin DNB dat meebepaalt, wordt de bank aan de kant gezet door de andere eurolanden. Wat onmogelijk leek, namelijk dat Nederland zijn monetaire soevereiniteit nog verder zou inleveren, is wel gebeurd. Vóór de euro waren we elke maand op zijn minst een kwartiertje monetair soeverein. Tegenwoordig is onze monetaire soevereiniteit gereduceerd tot 0 minuten.