Net als het Westen zoekt nu ook China de oplossing voor zijn afkoelende economie in een zwakke eigen munt. Hét voorbeeld van kortetermijndenken en handelen wat op middellange termijn juist economisch schadelijk is. De economische en monetaire historie leert ons dat maar die is niet bepaald populair, en is vaak zelfs onbekend onder onze beleidsmakers, politici en anderen.

Onlangs besloot de Chinese centrale bank om de waarde van de Chinese munt, de yuan, te verlagen. China is zoals bekend een centraal geleide economie, dit soort besluiten worden dus per decreet genomen, in tegenstelling tot onze economieën die wij doorgaans als vrijemarkteconomieën zien.

De vraag waarom Beijing de waarde van de eigen munt verlaagd heeft, is eenvoudig te beantwoorden. De reden is namelijk precies dezelfde als waarom velen in de eurozone pleiten voor een nog veel zwakkere euro – de Italiaanse premier Renzi gaf recentelijk aan te ‘dromen van pariteit tussen de euro en de dollar’ – en waarom de Europese Centrale Bank (ECB) zijn stinkende best doet de euro zwakker te maken. Een zwakke munt betekent dat de eigen export goedkoper wordt, uitgedrukt in buitenlandse valuta.

Groei onder 7 procent voelt in China al snel als een soort lichte recessie

Al enige tijd is er in China sprake van economische afkoeling. De groei dreigt onder het streefpercentage van de regering te zakken, namelijk 7 procent per jaar. Zo een lage economische groei is China niet gewend; gemiddeld genomen dikte de economie van het Rijk van het Midden in afgelopen decennia met ongeveer 10 procent per jaar aan. Groei onder 7 procent voelt in China al snel als een soort lichte recessie. Voor de regering is een groei onder 7 procent nog veel ernstiger. China heeft naar schatting tussen 6,5 en 7 procent economische groei nodig elk jaar om de aanwas van de beroepsbevolking op te vangen. Anders gezegd: komt de economische groei lager uit, dan dreigt de werkloosheid te gaan stijgen.

Chinese lente

In een land met 1,3 miljard inwoners, waar al veel ongenoegen bestaat over grote en toenemende verschillen in rijkdom tussen mensen en vooral tussen regio’s – ja, geloof het of niet, maar centraal geleide, communistische c.q. socialistische economieën zijn geen garantie voor economische gelijkheid – zou dat al snel tot grote sociale onrust kunnen leiden. Wie weet kan een soort Chinese lente het uiteindelijke gevolg zijn en daar is de regerende elite als de dood voor.

Waarom dan de yuan goedkoper maken? Omdat China nog steeds voor een groot deel van zijn groei afhankelijk is van de export. En daar gaat het niet goed mee. In juli is de export met bijna 9 procent gedaald ten opzichte van een jaar geleden, een belangrijke reden voor lage economische groei. Maak de yuan goedkoper en het komt allemaal goed, is de gedachte in Beijing. De kans is groot dat als de waardedaling van de yuan van de afgelopen dagen een onvoldoende sterke vonk blijkt te zijn om de exportmotor aan te zwengelen, de centrale bank de eigen munt verder zal verzwakken.

Nederland behoort tot de rijkste landen ter wereld óndanks de sterke gulden in loop der tijd maar dánkzij een sterke gulden

Waar een goedkopere yuan de Chinese export goedkoper maakt, maakt die de spullen die China importeert juist duurder. Dat is de reden waarom in reactie op het Chinese besluit de aandelenkoersen van veel multinationals omlaag doken. Een aandeel van BMW bijvoorbeeld verloor in één klap circa 8 procent van zijn waarde; BMW verkoopt vooral veel auto’s in China en die winstbron kan wel eens voor een deel opdrogen nu de Duitse auto’s duurder worden voor de Chinese consument.

Geld drukken in zesde versnelling

Daarmee is het Chinese besluit voor een deel slecht voor ons in het Westen. Daartegenover staat echter dat spullen met ‘Made in China’ erop voor ons goedkoper worden. Onze koopkracht ‘dreigt’ te stijgen; als Den Haag en de andere hoofdsteden daar niet voor zorgen, dan Beijing maar. En dat, die mogelijke stijging van onze koopkracht, is wat onze centrale bankiers op hun beurt weer nachtmerries bezorgt.

De inflatie is in de eurozone en de Verenigde Staten zeer laag, gevaarlijk laag volgens de Europese Centrale Bank, de Fed en vele anderen. Doordat de Chinese export nu goedkoper dreigt te worden kan die lage inflatie zomaar omslaan in deflatie(gevaar) en dat zou, zo is het veelgehoorde verhaal, dodelijk zijn voor onze economieën. En dus is het te verwachten dat de ECB en de Fed met nog meer overtuiging zullen proberen de prijzen bij ons omhoog te jagen.

Valuta-oorlog

Hoe? Als we ons tot de eurozone beperken: door desnoods nog meer geld te drukken en/of de waarde van de euro verder de grond in te boren. Daarbij zijn alle middelen toegestaan. Het probleem is alleen dat de Amerikanen niet zomaar zullen accepteren dat de dollar sterker wordt. De kans is dus groot dat zij ook in actie zullen komen om de dollar te verzwakken. Het eindresultaat is een valuta-oorlog waarbij de vier grote economieën, die van China, de VS, Japan en de eurozone, proberen te winnen, lees de eigen munt het meest te verzwakken. Omdat we het over valuta’s hebben, geldt in deze oorlog dat niet iedereen kan winnen. Als de euro zwakker wordt, dan wil dat zeggen dat de koers van euro/dollar daalt, wat per definitie betekent dat de dollar sterker wordt.

Een zwakke munt is geen duurzaam, pijnloos substituut voor innovatie en efficiëncy; als dat wel zo was, dan zouden we anno 2015 vol bewondering spreken over economische supersterren Portugal, Italië, Griekenland en Spanje

Kortetermijndenken

Dit is een treurig voorbeeld van alleen maar op de korte termijn denken en handelen. En dat terwijl de monetaire en economische historie ondubbelzinnig uitwijst dat het beleid van lenen op een zwakke en zwakker wordende munt op de middellange termijn juist zeer schadelijk is voor een economie. Het leidt tot hoge inflatie, dalende koopkracht en stijgende werkloosheid. En ja, het is wel waar wat John Maynard Keynes ooit zei, en wat hét argument dat keynesianen gebruiken als iemand aandacht vraag voor de middellange termijn, namelijk dat we op de lange termijn allemaal dood zijn. Dat is inderdaad een biologische zekerheid. Maar de komende paar jaar blijven we allemaal wel in leven, en dan moeten we de prijs betalen voor deze besluiten.

Een zwakke munt is geen duurzaam, pijnloos substituut voor innovatie en efficiëncy. Door het eerste groeit een economie hooguit tijdelijk; het is het laatste wat nodig is voor aanhoudende, houdbare economische groei. Als een zwakke munt innovatie en efficiëncy kon vervangen of aanjagen, dan zouden we anno 2015 vol bewondering spreken over PIGS (Portugal, Italië, Griekenland, Spanje). Dat zouden immers, gezien hun monetaire historie van de afgelopen eeuw, de best draaiende economieën ter wereld zijn; sterker nog, als een zwakke munt en alles wat dat met zich meebrengt goed economisch beleid zou zijn, dan zouden we de huidige crisis helemaal niet hebben. Als er al landen zouden zijn die in grote problemen verkeren en (bijna) failliet zijn, dan zouden dat de landen met een lange traditie van een ijzersterke munt zijn, zoals Duitsland en Nederland. De werkelijkheid is natuurlijk een hele andere: het zijn de Nederlanden en Duitslanden van de eurozone die de PIGS overeind houden.

Ik ken geen econoom of iemand anders voor wat dat betreft die het niet eens is met de stelling dat innovatie, onderzoek en efficiëncy profijtelijk zijn op termijn omdat ze tot houdbare economische groei leiden. Maar ik ken wel een leger economen die maar niet willen inzien wat de economische en monetaire historie in het algemeen en die van Nederland in het bijzonder, ons leert, namelijk dat een sterke munt voor innovatie en efficiëncy zorgt en niet een zwakke. Wederom kan ik verwijzen naar de PIGS als een duidelijk bewijs daarvoor.

Efficiency en innovatie

Waarom gaan een sterke munt en innovatievermogen en efficiëncy hand in hand? Omdat een sterke munt bedrijven continu dwingt te innoveren en wegen te zoeken efficiënter te worden. Laten ze dat na, dan worden ze binnen de kortste keren niet-concurrerend ten opzichte van de bedrijven uit de zwakke-munt-is-goed landen en leggen ze het loodje. Op middellange termijn komen juist bedrijven uit die zwakke munteenheden landen in problemen en kunnen ze niet concurreren. Waarom? Omdat zwakke en zwakker wordende eigen munteenheden na enige tijd tot hoge en stijgende inflatie leiden. Om de reele lonen gelijk te houden, moeten bedrijven steeds hogere nominale lonen uitbetalen. Dat geldt niet alleen voor exporteurs maar na verloop van tijd voor bedrijven uit alle sectoren.

Op een gegeven moment worden de kosten zodanig dat de exporteurs niet meer kunnen exporteren omdat ze te duur zijn en importeurs in grote problemen komen omdat buitenlandse concurrenten in staat zijn veel goedkoper hun producten te leveren. De enige manier dat laatste te voorkomen is dan de eigen munt nóg meer te verzwakken of allerlei importrestricties en heffingen op te werpen. Beide verzwakken en verarmen een economie vervolgens nog meer.

Ik heb het eerder geschreven maar het is het herhalen meer dan waard: Nederland behoort tot de rijkste landen ter wereld niet óndanks maar dánkzij de sterke gulden in loop der tijd. Het is droevig te moeten constateren dat de Chinese centrale bankiers die les overduidelijk niet hebben geleerd.