Normaliter verrijkt kunst onze levens en voegt waarde toe. Er is echter één soort kunst waar juist voor geldt dat die onze levens niet verrijkt en waarde vernietigt. En de kunstenaars die verantwoordelijk zijn voor die desastreuze kunst zetelen op een plek die u zeker niet met kunst associeert.

hhhKunt u mij enkele voorbeelden van kunst noemen? Dit is geen retorische vraag: stop nu eventjes met verder lezen en noem ze. Ik acht de kans zeer groot dat u aan muziek, beeldhouwen, schilderen, poëzie, theater of iets dergelijks dacht. Ik zou ook durven wedden dat u, ook als u een uur lang voorbeelden had moeten noemen, nooit ‘centraal bankieren’ had genoemd. En terecht.

Na ruim 15 jaar ervaring met de centrale banken en centrale bankiers kan ik het echter een feit noemen: veel centrale bankiers vinden centraal bankieren óók kunst. Een van de favoriete uitspraken van de centrale bankiers is namelijk ‘central banking is an art, not a science’ ofwel dat centraal bankieren kunst is en geen wetenschap. Naar mijn weten is de stelling dat centraal bankieren geen wetenschap maar kunst is, voor het eerst gebruikt in 1931, in het rapport van het Britse Macmillan comité. Dat comité werd naar aanleiding van de spectaculaire daling van de aandelenkoersen in 1929 opgericht en kreeg de taak te onderzoeken wat er mis was met de Britse economie. Het eindrapport kwam grotendeels uit de pen van de Britse econoom John Maynard Keynes  en propageerde onder meer meer overheidsinvesteringen in de economie. Door centraal bankieren kunst te noemen en geen wetenschap, ging de deur wijd open voor de (Britse) centrale bank(en) om op een zeer actieve wijze de economie te stimuleren.

Centraal banken als wetenschap zeer succesvol…

Die stelling, dat centraal bankieren kunst is en die, als je het hardop uitspreekt zo rechtstreeks uit de Romantiek lijkt te komen en zeer onschuldig klinkt, is in feite een zeer gevaarlijke stelling. Dat de centrale bankiers zich gedragen als kunstenaars heeft ons al enorme schade berokkend en als we ze toestaan zich als kunstenaars te blijven afficheren, dan zullen we een nog hogere prijs betalen in de toekomst.

De onder centrale bankiers populaire uitspraak ‘central banking is an art, not a science’ heeft als het bekendste kunstwerk waardeloze bankbiljetten voortgebracht.

Kunst wordt soms omschreven als een spiegel van de tijd. Wat zien we in de monetair-historische spiegel als we terugkijken naar de afgelopen eeuwen? Onder het motto dat één grafiek meer dan duizend woorden zegt, ziet u hieronder het equivalent van ruim tweeduizend woorden ofwel twee grafieken.

Grafiek 1: Centrale banken zónder discretionaire ruimte

grafiek1

Bron: Geldmoord.nl

Een aantal landen hebben gegevens op het gebied van monetaire historie, in dit geval de inflatieontwikkeling in loop der tijd, die eeuwen terug gaan. We gebruiken hier de Nederlandse gegevens omdat het beeld voor álle landen gelijk is dus we kunnen volstaan met de Nederlandse cijfers. In de eerste grafiek is de ontwikkeling van het prijsniveau tussen 1450 en 1936 afgebeeld. 1936 is gekozen als het eindpunt omdat in dat jaar de echte goudstandaard definitief historie is geworden (Nederland was het laatste land dat de goudstandaard verliet). Die eerste grafiek kunnen we dan ook omschrijven als een weergave van de periode waarin centraal bankieren een wetenschap is geweest. In de genoemde periode opereerde de monetaire wereld op de goudstandaard. De kern ervan is dat geld drukken door de centrale banken nagenoeg onmogelijk is. De enige manier waarop de geldhoeveelheid kan stijgen is als een land meer goud in de kluis krijgt. Omdat dat, op één periode tussen 1450 en 1936 na, slechts mondjesmaat gebeurde, veranderde de geldhoeveelheid over een zeer lange periode dan ook nauwelijks. Omdat te veel geld altijd tot stijgende prijzen, lees inflatie, leidt, betekent het ook dat als de geldhoeveelheid niet stijgt, de prijzen ook nauwelijks veranderen. Gemiddeld genomen waren de prijzen in Nederland in 1900 net zo hoog als in 1600.

…in tegenstelling tot de monetaire kunstperiode

De periode ná 1936, afgebeeld in de tweede grafiek, is dan te zien als de periode waarin centrale bankiers zich kunstenaars waanden. De goudstandaard verdween namelijk en de centrale banken konden nu wél ongedekt geld drukken. De gevolgen zijn niet mals. Uitgedrukt in wetenschappelijke vorm, dat wil zeggen in cijfers: het prijsniveau in Nederland in 2010 lag 1912 procent hoger dan in 1936. Wat Impression, soleil levant van Claude Monet is voor het Impressionisme, de uitspraak Cogito ergo sum van Descartes voor de Verlichting en David van Michelangelo voor de Renaissance zijn, is de tweede grafiek voor de periode waarin centrale bankiers als kunstenaars te werk gingen: als centraal bankieren kunst is, dan is de tweede grafiek hét symbool voor die periode. Ik laat het oordeel aan nu, maar ik krijg een pijnlijk, zuur gevoel van dat kunstwerk.

Grafiek 2: Centrale banken mét discretionaire ruimte

grafiek2

Bron: Geldmoord.nl

Gezien de beroerde track record kan en mag centraal bankieren geen kunst zijn. Het kan ook geen kunst zijn om een andere reden. Een centrale bankier kan per definitie geen kunstenaar zijn, omdat een kunstenaar kan doen wat hij wil, er zijn geen regels. Dat is wat kunst tot kunst maakt. Centrale bankiers hebben met hun prestaties in de afgelopen honderd jaar aangetoond juist zeer strenge regels nodig te hebben. Zo streng dat er geen ruimte mag zijn voor eigen inbreng. Dat klinkt saai, maar saai is wat de centrale banken en centrale bankiers moeten zijn. We willen de centrale bankiers niet zien experimenteren. Kunstenaars mogen dat wel doen omdat wanneer kunstenaars experimenteren, de gevolgen als ze falen nauwelijks te merken zijn in ons dagelijks leven. Als de centrale bankiers falen met hun experimenten, dan merken we dat wel degelijk: snel, direct en langdurig. De afgelopen decennia gedroegen de centrale bankiers zich als monetaire kunstenaars en dat heeft ons niet veel goeds gebracht.

Als de centrale bankiers zo graag kunstenaars willen uithangen, dan schilderen ze maar in hun vrije tijd. Ze moeten stoppen met kunstbeoefening met ons geld omdat de gevolgen catastrofaal zijn.

Het enige gebied waarop centrale banken en centrale bankiers kunst mogen beoefenen is in het designeren van de bankbiljetten, hoewel ook dat misschien te ver zou gaan. Als de centrale bankiers zo graag kunstenaars willen uithangen, dan schilderen ze maar in hun vrije tijd. Wat mij betreft mogen ze die werken ophangen in de foyer van hun werkgever, maar ze moeten stoppen met kunstbeoefening met ons geld omdat de gevolgen catastrofaal zijn. Dat romantisch klinkende ‘central banking is an art, not a science’ heeft als bekendste kunstwerk waardeloze bankbiljetten voortgebracht en daarom moet het daarmee afgelopen zijn. In de kunst maken we onderscheid tussen onder meer moderne kunst, abstracte kunst en toegepaste kunst; de enige naam voor de kunst van centrale banken die bij mij opkomt is wrange kunst. Kunst verrijkt onze levens, voegt waarde toe. De kunst van de centrale bankiers daarentegen is verarmende kunst, kunst met een negatieve toegevoegde waarde. Centraal bankieren moet weer een wetenschap worden.

Wat betekent dat? Bij wetenschap horen regels en wetmatigheden. Daarmee kom ik tot een andere, gerelateerde, discussie in het monetaire universum die van rules vs discretion ofwel kiezen we ervoor centrale banken te binden aan regels of geven we ze juist (veel) discretionaire ruimte? Het was de Amerikaanse econoom werkzaam aan de University of Chicago, Henry Simons, die in 1936 als eerste de noodzaak om die keuze te maken, noemde. Het is geen toeval dat dat in 1936 gebeurde; zoals reeds genoemd is dat het jaar waarin ook de laatste diehards, zoals Nederland, van de goudstandaard afstapten. Voor het eerst in de geschiedenis kwam de waarde van ons geld los te staan van welke dekking dan ook.

Het enige gebied waarop centrale banken en centrale bankiers kunst mogen beoefenen is hooguit mede designeren van de bankbiljetten.

Regels verminderen de onvoorspelbaarheid van het beleid. Beleggers, ondernemers, spaarders en anderen zijn daardoor beter in staat verwachtingen te vormen over het toekomstige monetaire beleid. In een situatie van nauwelijks regels en juist enorme discretionaire ruimte voor de centrale bankiers moeten beleggers, ondernemers en spaarders gedachten van de centrale bankiers kunnen lezen om zich die verwachtingen te kunnen vormen. Discretionaire vrijheid voor de centrale bankiers betekent ook dat de wereld tegen ze zegt ‘wij geloven er heilig in dat jullie beter dan de markt weten hoe hoog de rente en hoeveel geld er in omloop moet zijn’. Het is overigens diezelfde overtuiging die er bestond bij de centrale planners in de Sovjet Unie. Ook zij meenden beter te weten dan de markt hoeveel auto’s, schoenen et cetera per jaar te produceren, in welke kleuren en welke modellen. We weten hoe het daarmee is afgelopen.

Als recessies ontstaan door structureel te ruim monetair beleid – de huidige crisis is een prima voorbeeld ervan – dan verkleinen de regels ook de kans op recessies behoorlijk. Discretionaire vrijheid vergroot die kans juist. Er is bewijs dat het aantal (financiële) crisis de afgelopen decennia, dus sinds de centrale bankiers vrijwel volledige discretionaire vrijheid hebben gekregen over het monetair beleid, fors is toegenomen. Een ander nadeel aan het bepalen van welk monetair beleid te voeren met nagenoeg volledige vrijheid is dat dat beleid onvermijdelijk afhankelijk zal zijn van de voorspellingen van de centrale bankiers over economische groei en inflatie. Als die voorspellingen nou goed waren, dan was het nog tot daaraan toe. Maar economen, en dus centrale bankiers, zijn doorgaans notoir slechte voorspellers van economische ontwikkelingen één of twee jaar vooruit.

Politieke invloed funest

Centrale bankiers zijn daarnaast ook gewoon mensen van vlees en bloed. Het zijn echter wel de mensen die bepalen hoeveel geld er in omloop zal zijn en wat de prijs van het geld zal zijn, een voor politici uiterst interessant en aantrekkelijk instrument. Discretionaire vrijheid voor centrale bankiers staat dan ook zo goed als garant voor politisering van het monetaire beleid. Omdat politici alleen maar oog hebben voor de korte termijn en omdat bij verkeerd monetair beleid de aangename effecten, denk bijvoorbeeld aan bijna gratis geld voor iedereen, zich altijd eerst voordoen (dus op de korte termijn) en de onaangename effecten, zoals hoge inflatie, zich pas daarna (dus op middellange termijn) manifesteren , is politisering van het monetaire beleid een uiterst slechte zaak: het leidt tot aanhoudende en/of hoge inflatie, precies wat we in de wereld gezien hebben vanaf het moment dat het monetair beleid zijn anker (goudstandaard) inruilde voor het vertrouwen op de goede intenties, rechte rug tegenover politiek en het goede oordeel van de centrale bankiers. De centrale bankiers die resistent bleken te zijn tegen politieke druk zijn echter op de vingers van één hand te tellen, met de legendarische ex-voorzitter van de Fed Paul Volcker als hét bekendste voorbeeld. Overigens: hij wordt legendarisch genoemd juist ómdat hij zich weinig aantrok van de wensen van de Amerikaanse politici!

Uiteraard, regels voor de centrale banken worden ook gemaakt door mensen en kunnen dus altijd aangepast worden. Maar de praktijk laat zien dat dat makkelijker gezegd is dan gedaan. De Duitse regeringen sinds 1950 waren zeer vaak zeer ontevreden over het beleid van de Bundesbank. De regels die golden voor de Bundesbank konden met een simpele meerderheid in de Bundestag aangepast worden; toch is dat nooit gebeurd.

Kunst verrijkt onze levens, voegt waarde toe. De kunst van de centrale bankiers daarentegen is verarmende kunst, kunst met een negatieve toegevoegde waarde.

Bovendien biedt onderzoek uit andere vakgebieden bewijzen dat simpele regels veel betere resultaten opleveren dan discretionaire ruimte geven aan mensen. Amerikaanse hoogleraar psychologie Paul Meehl bijvoorbeeld toonde in 1954 al aan dat in de medische wereld mechanische methode van voorspellen, dat wil zeggen een methode die alle gegevens gebruikt en combineert,   wat er met een patiënt aan de hand is en hoe die te behandelen aanmerkelijk efficiënter is dan de subjectieve methode, waarbij doctoren of ander personeel zelf een besluit nemen. Een belangrijke reden is dat de mechanische methode consistent is in tegenstelling tot de subjectieve methode die juist vaak niets met consistentie te maken heeft. Vervolgonderzoeken bevestigden Meehls conclusie. Subjectieve besluitvorming op een gebied zoals het monetair beleid, een terrein waarop altijd zeer veel onzekerheid bestaat en waarvoor geldt dat de gevolgen van de besluiten op zowel korte als middellange en langetermijn optreden, is dan ongewenst.

Ook centrale banken hervormen

Naar aanleiding van de huidige financiële en economische crisis klinkt vaak de roep om strengere regels in de voeren voor commerciële banken. Die roep heeft ook navolging gekregen in allerlei nieuwe regels, zoals Basel III. Het vreemde is dat de centrale banken daarbij buiten schot blijven. We kunnen ons financiële stelsel niet zodanig hervormen om de kans voor nieuwe, soortgelijke crises in de toekomst de reduceren als we de kern van het moderne financiële stelsel, de centrale banken, niet hervormen. Die hervorming moet inhouden dat centraal bankieren geboden wordt aan strenge regels en dus dat de centrale bankiers geen discretionaire ruimte krijgen af te wijken van die regels. Het betekent ook dat het afgelopen moet zijn met de beschermde status van de centrale bankiers; die zijn in de praktijk nauwelijks te ontslaan ook als ze aantoonbaar falen in hun taken. Er zijn uiterst zeldzame en/of bedreigde diersoorten die minder goed beschermd zijn dan de centrale bankiers. Als zij afwijken van de regels, dan moet dat gesanctioneerd worden met ontslag. Bijna een eeuw nadat de centrale bankiers zich kunstenaars zijn gaan wanen moet centraal bankieren teruggebracht worden tot wat het in feite is: een wetenschap en geen kunst.

Er zijn uiterst zeldzame en/of bedreigde diersoorten die minder goed beschermd zijn dan de centrale bankiers

Tot slot: al het bovenstaande gezegd hebbende, moet ik de centrale bankiers en de centrale banken van de afgelopen decennia wel één ding nageven: op één terrein zijn het namelijk ware kunstenaars gebleken. Het is namelijk wel een kunst om de waarde van het geld in, historisch bezien, zo een korte tijd zo diep de grond in te boren. Dat is echter een soort kunst die we maar wat graag willen missen.