Centrale banken zoals de Fed zijn ooit opgetuigd om ons te behoeden voor crises, als die optreden de pijn ervan te verzachten en de economie stabieler en minder kwetsbaar te maken. In de praktijk zijn moderne economieën in loop der tijd uiterst complex geworden waardoor het steeds meer activistische monetaire beleid met zijn vertraagde effecten juist voor meer en diepere crises, verhoogde kwetsbaarheid en meer economische instabiliteit zorgt.

Deze week staat de Fed, de Amerikaanse centrale bank, meer dan normaal in de spotlights. De aanleiding is het feit dat die centrale bank voor het eerst in bijna een decennium de rente heeft verhoogd en daarmee die officiële rente na zeven jaar van 0 procent heeft gebracht. In dit stuk wil ik het niet hebben over die renteverhoging, daarover kon u eerder in dit stuk uitgebreid lezen. Hier wil ik nader gaan kijken naar een ander onderwerp dat onder meer met de Fed te maken heeft.

Die centrale bank is opgericht op 23 december 1913. Hoewel we de bank tegenwoordig associëren met doelen als zorgen voor prijsstabiliteit (al is het een rare definitie, namelijk dat prijzen elk jaar met ongeveer 2,5 tot 3 procent moeten stijgen) en maximale werkgelegenheid, was de belangrijkste reden voor de oprichting financiële crises voorkomen. Het was niet hoge inflatie of hoge werkloosheid die de aanzet gaven tot de oprichting van de Fed maar de bankencrisis van 1907. Dat was de directe aanleiding voor het in 1908 in gang zetten van een proces dat eind 1913 dus zou leiden tot de oprichting van de Fed. Het is pas later dat de Fed allerlei additionele verantwoordelijkheden heeft gekregen, zoals zorgen voor prijsstabiliteit en maximale werkgelegenheid, kortom voor een gezonde financiële sector en een gezonde economie.

Overheid als probleemoplosser

De 20ste eeuw is onder meer de eeuw van de toenemende vraag naar overheidsbescherming, onder andere tegen economische crises. Naarmate de maatschappijen evolueerden en de welvaart toenam, nam ook de behoefte voor bescherming tegen de door die toegenomen welvaart steeds lastigere grillen van de economie (we hadden namelijk meer te verliezen).

Zorgen de centrale banken met hun beleid er nu voor dat de economie stabieler wordt of dragen de centrale banken met hun beleid er juist toe dat dat complexe geheel nóg complexer wordt en zorgt hun beleid misschien voor nog meer ínstabiliteit

Parallel daarmee vatte de opvatting langzaam aan post dat het een táák van de overheid is economische en financiële crises te voorkomen of in ieder geval de pijn ervan te verzachten wanneer die zich manifesteren. Dit kreeg een extra boost na de Grote Depressie die de wereld meemaakte tussen de twee wereldoorlogen. De oprichting van de Fed kunnen we dan ook zien als een reactie van de Amerikaanse overheid op die nieuwe opvatting over wat de rol van de overheid is en een uiting van die verantwoordelijkheid. Kort samengevat is de Fed in het leven geroepen om de Amerikaanse economie te stabiliseren (ik ben me er wel degelijk van bewust dat de theorie dat de Fed opgericht is door bankiers om de werelddominantie te krijgen zeer populair is; in dit stuk ga ik uit van de gegevens waarover ik beschik, voor de alternatieve verklaringen verwijs ik graag naar uitbundige literatuur erover).

Twee landen en twee producten

Een economie is alleen simpel in eerstejaars economieboeken, waar doorgaans twee landen die elk één of hooguit twee producten maken, met elkaar handelen. Buiten die boekjes om is een economie een uiterst ingewikkeld, complex mechanisme. Dat was al het geval in 1913, toen de Fed werd opgericht, en is sindsdien alleen maar meer het geval geworden, onze economie is ingewikkelder en complexer geworden.

Naast ingewikkeld en complex is een economie ook instabiel en de ontwikkeling ervan onzeker. Naarmate onze moderne economieën complexer werden, werden ze ook instabieler én omdat onze welvaart in de tussentijd alleen maar toenam, werden wij meer allergisch voor die instabiliteit. Dat is iets wat op zijn beurt gezorgd heeft en blijft zorgen voor meer vraag naar overheidsinterventie. Nogmaals: we hebben meer te verliezen en vinden dan ook dat onze overheid ons moet beschermen. Dát is in de kern de reden waarom velen in deze financiële crisis vol verwachtingen kijken naar de centrale banken voor de redding.

Het lijkt er sterk op dat financiële crises sinds de jaren zestig veel vaker voorkomen dan in ruim 150 jaar ervoor

Onze moderne economieën zijn dus zeer complexe lichamen. De rol van de centrale banken daarin is groot, met name sinds 1971, en de roep om een nog grotere rol te spelen, is duidelijk hoorbaar. Maar zorgen de centrale banken met hun beleid er nu voor dat die complexiteit afneemt en dat de economie stabieler wordt of dragen de centrale banken met hun beleid er juist toe dat dat complexe geheel nóg complexer wordt en zorgt hun beleid misschien voor nog meer ínstabiliteit in plaats van meer stabiliteit te brengen?

Activistisch beleid

Laten we eerst even naar het aantal financiële crises kijken. Uit een onderzoek van het Internationaal Monetair Fonds bleek dat sinds 1970 145 landen een bankencrisis hebben gehad. Daarnaast waren er 208 monetaire crashes en 72 crises met staatsschulden, wat het totaal aan crises op 425 brengt. Is dat meer of minder dan in de decennia ervoor? De onderstaande grafiek verschaft het antwoord: het is overduidelijk dat financiële crises (aangegeven met grijze verticale balken) sinds de jaren zestig veel vaker voorkomen dan in 160 jaar ervoor.

crises

Het ziet er dus sterk naar uit dat dat activistische beleid van de centrale banken juist voor meer instabiliteit heeft gezorgd de afgelopen decennia.

In de grafiek hierboven ziet u ook een rode lijn. Die geeft de ontwikkeling van de toonaangevende aandelenindex FTSE All Share weer. Wat opvalt is dat die vooral sinds begin jaren zeventig fors stijgt. En niet alleen dat valt op.

Waar in de decennia daarvoor de index op en neer beweegt, zijn de perioden van neergang sinds begin jaren zeventig veel minder frequent. Een belangrijke reden is dat de centrale banken bij elke daling van de aandelenkoersen onmiddellijk optraden met geld drukken. Dalende aandelenkoersen zagen zij als ongewenst omdat daardoor pensioenfondsen geraakt worden maar ook natuurlijk beleggers. Door de toegenomen welvaart – die in mijn ogen voor een significant deel nepwelvaart is overigens – en allerlei liberaliserende maatregelen op de financiële markten, heeft beleggen in loop der tijd ook de gewone man bereikt in plaats van, zoals voorheen, voorbehouden te zijn aan een relatief kleine groep deftige heren.

Door de vertraging tussen het moment van actie ondernemen en de effecten ervan op een economie, jagen de centrale banken vaak hun economie aan als die oververhit is en koelen die af wanneer die juist uit zichzelf enkele versnellingen lager draait

Door dat alles zorgen dalende aandelenkoersen meer dan ooit voor instabiliteit, iets wat de centrale banken dus willen voorkomen. Dat ze de afgelopen decennia steeds activistischer beleid zijn gaan voeren, verbaast dan ook niet. Dit ging ook behoorlijk ver, soms trad de Fed zelfs preventief actief op: de bank verlaagde de rente omdat de aandelenkoersen zouden kunnen dalen!

Kwetsbaarheid toegenomen

In mijn ogen dragen de centrale banken met hun beleid niet aan meer stabiliteit maar zorgen ze juist voor meer instabiliteit. Ik heb in een eerdere bijdrage uitgebreid stilgestaan bij het feit dat het lang kan duren voordat maatregelen die de centrale banken nemen, effect beginnen te sorteren. Dat in combinatie met het feit dat onze moderne economieën sneller schakelen en flexibeler zijn dan ooit en dus de periodes van hoog- en laagconjunctuur elkaar sneller afwisselen, betekent dat het beleid gericht op het aanjagen van economische groei effect kan beginnen te krijgen op het moment dat de economische groei al hoog is. Dan moet de centrale bank ingrijpen om te voorkomen dat de economie oververhit raakt. Dat ingrijpen betekent rentes verhogen maar door de genoemde vertraging kan het best zo zijn dat het gieten van koud water om de verhitte economie af te koelen op die economie komt op het moment dat die vanzelf aan het afkoelen is. Dat weer dwingt de centrale bank te stimuleren om te voorkomen dat de economie onderkoeld raakt maar dan komen die vertragingen weer om de hoek kijken.

De centrale banken zoals de Fed zijn dan misschien het beste te vergelijken met een wedstrijdskiër. Wanneer hij op zijn latten richting de finish dendert, neemt hij soms veel risico om de beste tijd neer te zetten. Zo veel risico dat in zijn run kleine foutjes optreden. Hij komt bijvoorbeeld te scherp in een bocht waardoor hij zijn evenwicht dreigt te verliezen. Om overeind te blijven corrigeert hij dat door in de volgende bocht meer op zijn andere been te leunen, wat bijna onvermijdelijk tot meer problemen leidt, het wordt lastiger evenwicht te houden, waardoor hij weer moet corrigeren om uiteindelijk vaak ten val te komen ondanks verwoede pogingen dat te voorkomen. Zo ook de centrale banken. Om een crisis te voorkomen voeren ze een beleid dat juist de kans op een crisis iets verderop vergroot.

Ik ben van mening dat de huidige, zware crisis, het gevolg is van het sinds medio jaren tachtig, na de Zwarte Maandag, op 19 oktober 1987, stelselmatig voorkomen dat de aandelenkoersen zouden dalen. Het voorkomen van een daling door geld te drukken, maakte aan alles en iedereen duidelijk dat het neerwaarts risico verbonden aan het beleggen beperkt was. Immers, dreigt het tegen te zitten, dan komt de Fed wel in actie. Dat lokte speculatief gedrag uit waardoor niet alleen de instabiliteit en kwetsbaarheid toenamen maar ook de negatieve effecten van een daling van de aandelenkoersen voor de economie nog groter werden, iets waardoor de centrale banken zoals de Fed nog heviger probeerden de daling ervan te voorkomen. Dat kun je enige tijd volhouden, onze skiër van zo net valt ook niet meteen na het eerste foutje om maar blijft vaak nog een lange tijd door skiën, maar uiteindelijk valt die vaak. De huidige crisis, die inmiddels al zeven jaar duurt, is te vergelijken met die val. Het corrigerende beleid nu heeft de kwetsbaarheid van onze moderne economieën vergroot door die economieën verslaafd te laten worden aan goedkoop en de laatste jaren gratis geld door rentes langdurig op of marginaal boven 0 procent te houden en op grote schaal staatsobligaties op te kopen (het zogeheten quantitative easing).

Ik ben bang dat onze in de afgelopen decennia verworven welvaart ons stevig op de weg naar meer, dieper, ernstiger en langduriger crises houdt

Op de verkeerde weg

Is dit allemaal economisch-filosofisch geneuzel en een academische discussie of is het ook relevant? U voelt het waarschijnlijk al aankomen: het is zeker geen geneuzel, in mijn optiek althans, maar juist zeer relevant.

Het roept namelijk de vraag op of de Fed en de andere centrale banken wel goed bezig zijn met hun steeds dominantere rol op onze financiële markten en in onze economieën. Mijn antwoord is dat dat alles behalve goed en dus gewenst is. Het feit is echter we dat die dominante rol van de centrale bank ondertussen steeds dominanter wordt. Met hun beleid bepalen die instellingen inmiddels de rentes van bijna alle looptijden, de ontwikkeling van de aandelenkoersen is niet los te zien van het monetaire beleid en zelfs het economisch beleid van de overheden is er niet immuun voor. Was het immers de ECB niet die de Ierse, Griekse en de Italiaanse regeringen een ultimatum stelde de afgelopen jaren? Dublin, Athene en Rome moesten het beleid dat de ECB voorschreef voeren or else…

Onlangs sprak ik hierover met Lex Hoogduin, voormalig centraal bankier die zich tegenwoordig onder meer bezig houdt met het vraagstuk van maatschappelijke complexiteit en onzekerheid. Hij heeft daartoe het razendsnel groeiende netwerk GloComNet opgericht. Op mijn vraag of centraal bankieren van nature complex is of dat het nodeloos complex gemaakt en gepresenteerd wordt door de centrale bankiers, antwoordde deze kenner van de wereld van die wereld dat centraal bankieren an sich niet complex is. “De samenleving en de economie is geëvolueerd tot een complex systeem. Die complexiteit is een gevolg van maar ook een voorwaarde voor ontwikkeling van de economie, samenleving en beschaving”, aldus Hoogduin.

Op mijn vervolgvraag of de samenleving beter gediend is bij een complex, activistisch monetair beleid of dat het meer aan de samenleving bijdraagt door dat beleid simpel te houden, zei Hoogduin: “Kort door de bocht: het monetaire beleid moet op regels zijn gebaseerd en zo simpel mogelijk gehouden worden.” Daar kan ik me alleen maar bij aansluiten.

‘Je kunt wel denken dat je acties niet zullen helpen, maar dat is geen excuus om geen actie te ondernemen’ (Mahatma Gandhi)

Doen we als samenleving het tegenovergestelde, het maakt niet uit of we onze centrale banken toestaan hun beleid ingewikkeld te maken of dat we ze juist áánsporen dat ingewikkeld te maken, dan riskeren we nog meer, diepere, ernstigere en langdurigere crises in de toekomst, crises die zich niet alleen tot financieel-economische domein zullen beperken maar ook sociale en (geo)politieke domeinen zullen omvatten. Waarom? Omdat de samenleving geëvolueerd is tot een complex systeem waar economie en politiek met elkaar sterk verweven zijn. De crisis in het ene domein leidt dan meteen tot een crisis in het andere domein. In zo een complex geheel is het moeilijk voor te stellen dat een handjevol mensen in staat is te bepalen wat voor beleid gevoerd moet worden. Ik ben alleen bang dat onze verworven welvaart ons juist stevig op die weg naar meer, dieper, ernstiger en langduriger crises zal houden.

Gandhi

Meer vrije markt werking, het tegenovergestelde van meer overheidsbemoeienis zoals een uiterst activistisch monetair beleid, is voor velen geen aantrekkelijke route omdat vrije markt opgaande en neergaande periodes kent, wat voor meer welvaart maar ook verlies van een stuk van het eerder verworven welvaart kan zorgen. De mens is sterk geneigd dat laatste te willen voorkomen. Aangezien de kans op verlies toeneemt bij meer vrije marktwerking en vermeend afneemt als de overheid nadrukkelijker aanwezig is, vrees ik weinig weerstand tegen een grotere overheid en dus meer macht, invloed en dominantie van de centrale banken. Dat is, totdat het blijkt dat dat niet alleen geen bescherming biedt maar juist crises veroorzaakt. Maar dat besef zal bij velen er pas komen bij een volgende, diepere crisis wat overigens geen reden is om op dan maar te stoppen met erop te wijzen wat er gaande is. Zoals Mahatma Gandhi ooit zei: ‘je kunt wel denken dat je acties niet zullen helpen, maar dat is geen excuus om geen actie te ondernemen.’