Zoals elke overheidsinstelling, hebben ook de centrale banken overal in het Westen educatie en voorlichting van het gepeupel, pardon, het publiek, hoog in het vaandel staan. Maar nergens is bepaald dat die voorlichting juist, eerlijk, volledig of serieus moet zijn, niet waar?

Zoals u ondertussen wel weet, hebben centrale banken mijn speciale aandacht. Wat ik onder meer doe, is regelmatig de websites van de belangrijkste ervan bezoeken om te kijken wat er zoal gepubliceerd is. Ik let daarbij altijd op publicaties in het kader van voorlichting en educatie, iets waar alle centrale banken naar eigen zeggen veel belangen aan hechten. Maar wordt er wel eerlijk voorgelicht? Toen ik onlangs zo een rondje websites deed, kwam ik op de site van een van de regionale centrale banken in de Verenigde Staten de volgende vraag tegen: ‘Waarom keert de VS niet terug naar de goudstandaard zodat de Fed geen geld uit het niets kan creëren?’

Modern geldregime

De goudstandaard is een geldregime waarin geld (bijna volledig) gedekt wordt door goud. Daarmee is dat geldregime precies het tegenovergestelde van het geldregime dat we sinds de jaren dertig van de vorige eeuw deels en 1971 helemaal hebben, namelijk het fiat geldstelsel. Dat is een stelsel waarin ons geld aan niets anders gekoppeld is dan aan het vertrouwen in de instellingen die geld mogen uitgeven, de centrale banken. Het is een geldregime waarin de centrale banken onbeperkt geld mogen drukken. Hoewel het voor ons volkomen normaal is, omdat we niets anders meegemaakt hebben, is het in historische context juist iets abnormaals. Een fiat geldstelsel op mondiale schaal bestaat pas sinds 1971. In de daaraan voorafgaande millennia had de mensheid de goudstandaard of een equivalent ervan. Slechts sporadisch (en dan ook nog lokaal) stak het fiat geldstelsel zijn kop op om vervolgens elke keer, zonder uitzondering, te eindigen in een catastrofe.

Terug naar de vraag. Toen ik hem las, dacht ik: ‘Goed dat de Fed daar aandacht aan besteedt!’ Om een milliseconde later argwanend te worden: ‘No way dat de Fed op een eerlijke manier dit onderwerp zal behandelen’. Die argwaan bleek meer dan gegrond.

De goudstandaard is de énige garantie voor stabiele prijzen; het enige waar centrale banken in het fiat geldstelsel garant voor staan, is dat de prijzen blijven stijgen

Het antwoord van de Fed begon goed, met ‘onder de goudstandaard is de verleiding om te veel geld te drukken afwezig, dat wil zeggen het geld kan niet uit het niets worden gecreëerd’. De econoom die verantwoordelijk is voor die rubriek vervolgde echter met ‘je zou bijna concluderen dat een terugkeer naar de goudstandaard de enige weg is om stabiele prijzen te garanderen’.

Lachwekkend

De arrogante toon van die zin is bijna voelbaar, je vóelt aan dat het een voorzet is voor een vreemde redenering die je vaak alleen bij politici en centrale banken tegenkomt. En ja hoor… ‘Helaas, de goudstandaard is geen garantie voor prijsstabiliteit’ vervolgt onze centrale bankscribent. Het is vanaf dit punt dat het antwoord op de meer dan terechte vraag lachwekkend wordt.

Diegene die van zijn baas de opdracht heeft gekregen een belachelijk antwoord te formuleren op de genoemde vraag, neemt ons mee naar april 1933. Toen bepaalde de Amerikaanse President Franklin Roosevelt dat de Amerikanen hun goudmunten verplicht moesten inleveren bij de Amerikaanse overheid tegen de vaste prijs van 20,67 dollar per troy ounce (31,1 gram). Op het niet opvolgen van die oekaze stonden zware straffen! Een jaar later, in 1934 verhoogt de regering met een andere oekaze de vaste goudprijs naar 35 dollar per troy ounce. Dit zorgde ervoor dat de Fed de geldhoeveelheid met 70 procent kon verhogen en dat heeft, zo concludeert onze scribent, tot inflatie geleid.

Niet bijkomen van het lachen

Voor de opsteller van deze feiten is die inflatie vervolgens het bewijs dat de goudstandaard geen garantie biedt voor stabiele prijzen! “Het feit dat de inflatie in de VS in de laatste dertig jaar laag en stabiel is geweest laat zien dat goudstandaard niet nodig is om voor stabiele prijzen te kunnen zorgen”, valt er verder te lezen. De laatste zin luidt: “Het moge duidelijk zijn dat prijsstabiliteit niet zozeer afhankelijk is van of geld wel of niet uit het niets gecreëerd kan worden, maar vooral afhankelijk is van het vertrouwen in de centrale bank om de geldhoeveelheid op een verantwoorde wijze te reguleren”.

De opsteller van deze onzin en zijn leidinggevende hebben waarschijnlijk zo hard gelachen om dit conceptantwoord dat de tranen bij beide rijkelijk over de wangen vloeiden voordat zijn baas, nog steeds hardop lachend voldoende adem kon krijgen om te kunnen zeggen “Zet dit er maar op”! Want laten we even kijken naar wat er in feite staat. De overheid vaardigt een oekaze uit die erop neerkomt dat het bezitten van goud je een crimineel maakt. Nadat al het goud geconfisqueerd is, verhoogt diezelfde overheid de goudprijs met 70 procent. Dát betekent dat de geldhoeveelheid explodeert en de inflatie omhoog spuit. Voor de Fed is dat echter geen bewijs dat de overheid met zijn zichtbare hand in de markt voor torenhoge inflatie zorgt. Nee, volgens de Fed bewijst het vooral dat ook onder de goudstandaard hoge inflatie mogelijk is. Het is alsof je autorijden eerst voor iedereen, wel of geen rijbewijs irrelevant, zou verplichten, vervolgens autorijden met ogen open strafbaar zou stellen en daarna zou concluderen dat het onvermijdelijke gevolg, namelijk fors meer ongelukken, veroorzaakt is door autofabrikanten.

Feiten en ‘feiten’

En over dat ‘feit’ dat ‘de inflatie in de VS in de laatste dertig jaar laag en stabiel is geweest’: volgens de officiële inflatiecijfers van de Amerikaanse overheid zijn de prijzen in de VS tussen 1983 en 2013 met 133,9 procent gestegen. Dat je dat stabiele prijzen durft te noemen…

Het is pas sinds de mensheid de goudstandaard heeft afgeschaft dat de prijzen aanhoudend stijgen en dus niet meer stabiel zijn

Ik houd me bezig met alles wat met de centrale banken te maken heeft . Daarnaast ben ik een groot liefhebber van geschiedenis en, door het eerstgenoemde, vooral van monetaire geschiedenis. Mijn bestudering ervan heeft mij geleerd dat de prijzen eeuwenlang zeer stabiel zijn geweest onder de goudstandaard. Er zijn slechts enkele uitzonderingen geweest; die uitzonderingen hadden altijd te maken met een nieuwe goudvondst (denk aan Californië in 1848 of Alaska Gold Rush in 1896) of het leegroven van Midden- en Zuid-Amerika door de Spanjaarden in de 16de eeuw. Daarmee zijn dat uitzonderingen die de regel bevestigen.

Het is pas sinds de mensheid de goudstandaard afgeschaft heeft, dat de prijzen aanhoudend stijgen en dus niet meer stabiel zijn. Het enige wat sindsdien stabiel is, is dat de prijzen jaar in jaar uit stijgen – maar een stabiele stijging is niet hetzelfde als prijsstabiliteit. Anders gezegd: sinds we op mondiaal niveau te maken hebben met het fiat geldstelsel, hebben we te maken met een fenomeen dat ik geldmoord heb genoemd: het structureel en vaak opzettelijk uithollen van de waarde van ons geld. In tegenstelling tot wat de Fed ons, in het kader van voorlichting en educatie, wil doen geloven is de goudstandaard de énige garantie voor stabiele prijzen. Het enige waar centrale banken in het fiat geldstelsel garant voor staan, is dat de prijzen alleen maar zullen stijgen.