‘Het is moeilijk een dommere of gevaarlijkere manier van beleidsbepaling te bedenken dan het maken van beleid in de handen van mensen te leggen die geen consequenties dragen als ze verkeerd beleid voeren’. Deze uitspraak van de Amerikaanse econoom Thomas Sowell is van toepassing op het monetaire beleid in het euroland. 

In de wereld van de centrale banken zijn er twee heilige huisjes. Het ene is dat een centrale bank nooit het begrotingstekort van een regering moet financieren door geld bij te drukken. Het andere is dat de centrale banken onafhankelijk moeten zijn.

Het eerste, dat mag ondertussen duidelijk zijn, is inmiddels met de grond gelijk gemaakt, hoewel de centrale banken zoals de ECB bij hoog en laag volhouden dat ze dat verbod nog steeds respecteren.

Met betrekking tot het tweede geldt dat de centrale bankiers als door een wesp gestoken reageren als het erop lijkt dat hun onafhankelijke positie onder vuur wordt genomen. Zij vormen dan al snel één front. Hoewel ECB-President Mario Draghi en de President van de Duitse Bundesbank Jens Weidmann lijnrecht tegenover elkaar staan als we het hebben over wat voor beleid de ECB mag en moet voeren, stonden ze onlangs schouder aan schouder de onafhankelijkheid van de ECB te verdedigen toen de Duitse minister van Financiën Draghi en de ECB een verbale oor wassing bezorgde. Ineens waren Draghi en Weidmann bondgenoten en vergaten ze hun onderlinge, volgens sommige bronnen, ruzies binnen het ECB-bestuur.

Onafhankelijkheid van de centrale banken is een groot goed. Het grote nadeel ervan is echter dat de centrale banken niet ter verantwoording te roepen zijn. En dat is niet te rijmen met de democratische beginselen, zeker gezien de macht en invloed van de centrale banken

Ik wil het hier niet hebben over de vraag of de centrale banken wel of niet onafhankelijk zijn. In mijn ogen zijn ze dat nooit echt geweest en de laatste jaren zeer zeker niet meer. Wat ik wil doen, is naar dat tweede heilige huisje kijken en de vraag die als je die alleen stelt in de wereld van de centrale bankiers gelijk staat aan het vloeken in de kerk, stellen: moeten de centrale banken wel onafhankelijk zijn?

Conservatieve centrale bankier

Eerst even kort waarom die onafhankelijkheid broodnodig is voor een maatschappij. Dat heeft te maken met iets wat in de economische literatuur inflatiebias wordt genoemd: gegeven het feit dat de politici altijd het publiek zullen foppen door te beloven prudent monetair beleid te voeren maar dat vervolgens niet te doen, lees lage inflatie beloven maar vervolgens hoge inflatie toestaan omdat dat de overheid voordeel oplevert, zal een centrale bank die niet onafhankelijk is van de politiek altijd de, stiekeme, voorkeur voor hogere inflatie hebben.

Om dat probleem op te lossen moet de maatschappij een conservatieve centrale bankier aanstellen, betoogde de beroemde Amerikaanse econoom Kenneth Rogoff in 1985 al (mede door dat paper is hij wereldberoemd geworden). Conservatief betekent hier overigens een centrale bankier die een grotere hekel aan inflatie heeft dan de politici. Om ervoor te zorgen dat die centrale bankier dat beleid waar de politici dus niet op zitten te wachten, kan uitvoeren, moet hij beschermd zijn tegen die politici. Die moeten hem bijvoorbeeld niet kunnen ontslaan of chanteren door een eventuele herbenoeming afhankelijk te maken van of hij wel luistert naar de wensen van politici. Dat laatste is de reden waarom centrale bankiers doorgaans voor één termijn worden benoemd waarbij hun zittingstermijn veel langer is dan die van politici. De ECB-bestuurders worden voor een periode van acht jaar aangesteld en die van de Fed zelfs voor de duur van 14 jaar.

Is die noodzaak voor onafhankelijke centrale banken dan puur theoretisch? Nee, alles behalve. In de jaren zeventig, toen het Westen geteisterd werd door inflatiepercentages van tussen 10 en 20 procent per jaar (inderdaad, per jaar!), viel één land op door de lage inflatie daar: Duitsland. Al vrij snel concludeerden economen dat het feit dat de Bundesbank onafhankelijk van de regering zijn beleid kon voeren, dé verklaring is. Vanaf de jaren tachtig gingen daarom andere landen een voor een hun centrale bank onafhankelijk maken van de politiek: zij wilden een graantje van de Duitse wirtschaftswunder meepikken.

Kritiek uit den boze

Het grote nadeel van onafhankelijke centrale banken is echter dat zij nauwelijks ter verantwoording te roepen zijn. Zou dat mogelijk worden gemaakt, dan zouden politici dat ongetwijfeld gebruiken om via die weg de centrale bankier die ze maar niets vinden, weg te sturen. Vandaar dat de centrale bankiers beter beschermd zijn tegen ontslag dan de meest bedreigde diersoorten op onze planeet tegen verdwijning. Het bestuur van de ECB bijvoorbeeld kan niet ontslagen worden, ook niet bij grof en opzettelijk falen. Sterker nog, politici mogen geen enkele kritiek op de bank hebben, omdat dat al snel als aanval op de onafhankelijkheid ervan gezien wordt. Tekenend was de reactie van Staatssecretaris van Financiën Wiebes enkele weken geleden, toen hem werd gevraagd wat hij van het ECB-beleid vond: hij kon er niets over zeggen vanwege die onafhankelijke positie van de ECB maar zei wel: “Is het voldoende als ik boos kijk”  om aan te geven dat hij er niet over te spreken was.

De impliciete aanname bij Rogoff en andere economen bij hun pleidooien voor een onafhankelijke centrale bankier is dat hij/zij een grotere hekel aan inflatie heeft dan de politici. Als dat inderdaad het geval is, dan werkt de theorie prima en is het bovengenoemde bezwaar niet zo relevant. Ja, de bank is niet ter verantwoording te roepen maar dat is maar goed ook, want dan zouden de politici die goede centrale bankier wel eens naar huis kunnen sturen, niet omdat hij het slecht doet maar juist omdat hij het goed doet!

Het ziet er sterk naar uit dat we in het Westen in een situatie zijn beland waar onze centrale bankiers samen heulen met de politici en daardoor vooral oog hebben voor de korte termijn, ten koste van het belang van de maatschappij en dus de bevolking op de middellange en lange termijn

De maatschappij heeft echter een enorm probleem als die goed beschermde centrale bankier helemaal geen conservatieve bankier blijkt te zijn maar juist dezelfde voorkeuren heeft als de politici of, nog erger, juist méér sympathie voor inflatie heeft dan die politici! In dat geval wordt het eerder genoemde nadeel, namelijk dat niemand een centrale bankier naar huis kan sturen, een erg duur nadeel voor de maatschappij.

Het ziet er sterk naar uit dat we in het Westen in de ergst denkbare situatie zijn beland, eentje waarin onze centrale bankiers samen heulen met de politici en daardoor vooral oog hebben voor de korte termijn, ten koste van het belang van de maatschappij en dus de bevolking op de middellange en lange termijn. Omdat we de onafhankelijkheid van de centrale banken zo goed als heilig hebben verklaard, wordt elke kritiek op een centrale bank meteen als een aanval op die onafhankelijkheid gezien.

Begrijp me niet verkeerd: centrale bank onafhankelijkheid is een aantoonbaar groot goed, maar dat geldt alleen als we een centrale bankier aan het roer hebben die het belang van de maatschappij op de middellange en lange termijn voor ogen heeft en niet het korte termijn belang van politici. En dat is tegenwoordig niet het geval.

Knipperlichten aan

Bovendien geldt dat het een spel van geven en nemen is. Een centrale bank krijgt zijn onafhankelijkheid maar moet zich in ruil daarvoor houden aan de regels, aan zijn mandaat. Bij de ECB is het maar zeer de vraag of dat het geval is. De baas ervan heeft immers gezegd alles wat nodig is te doen om de euro te redden. Draghi en de andere bestuurders van de ECB geven geen speech zonder erin op te merken dat de bank altijd binnen zijn mandaat handelt.  Zij gedragen zich net als sommige asociale autobestuurders. U heeft het vast een zeker ooit meegemaakt dat iemand stil ging staan met zijn auto waar dat niet mag en, omdat het niet mag, alle richtingaanwijzers aanzette. Zo iemand denkt blijkbaar dat als die vier knipperlichten maar aanstaan, dat hem of haar ineens van alle verkeersregels en wetten vrijwaart, wat natuurlijk onzin is. Dat is precies hoe Draghi en de ECB zich gedragen.

Het feit is echter dat als Draghi zegt ‘alles te doen wat nodig is de euro te redden’, dat per definitie meer is dan de ruimte die zijn mandaat hem geeft. Als hij vervolgens kritiek krijgt, bestempelt hij dat als een aanval op zijn onafhankelijke positie, iets wat volgens het Verdrag van Maastricht niet mag. Het kan en mag simpelweg niet zo zijn dat een centrale bank die de regels schendt, zich vervolgens, als daar kritiek op komt, zich kan verschuilen achter de schild der onafhankelijkheid.

Simpel gesteld moet het mogelijk zijn een centrale bankier naar huis te sturen als hij/zij zich  niet aan de regels houdt; nu kan dat niet omdat dat de onafhankelijke positie van een centrale bank zou ondermijnen

Waarom dat niet kan en mag? Omdat het niet te rijmen is met de democratie. Bestuursleden van de ECB zijn niet gekozen maar worden benoemd. Het zijn dus technocraten, technocraten die besluiten over zaken die ons allen, direct en indirect, nu en in de toekomst, aangaan, namelijk de waarde van ons geld en daarmee de waarde van ons spaargeld, pensioenen en lonen. Eenmaal benoemd zijn die technocraten echter niet weg te sturen. Zoveel macht en invloed in een instelling die door de gekozen vertegenwoordigers niet ter verantwoording te roepen is en die geen sancties kunnen opleggen bij falen, is eerder dictatoriaal te noemen dan te rijmen met de democratie.

Wat zou er dan gedaan moeten worden? Stefan Ingves, baas van de Zweedse centrale bank, zei onlangs in een toespraak dat het tijd is ons model hoe de centrale banken werken, tegen het licht te houden. ‘Wij bevinden ons in een situatie waar het raamwerk waarbinnen centrale banken de afgelopen decennia hebben gewerkt, aan een revisie toe is’, zei de Zweed. Ik kan dat alleen maar beamen.

De hervorming van de centrale banken en hoe die werken, moet in mijn ogen inhouden dat de ruimte die ze hebben beleid te voeren sterk ingeperkt moet worden. De regels, hun mandaat, moet leidend zijn en als de banken die grenzen overschrijden, dan verspelen ze daarmee hun onafhankelijkheid.

Er moet een mechanisme ontworpen worden waarbij centrale banken zoals de ECB verantwoording afleggen mét consequenties bij falen. Simpel gesteld: het moet mogelijk zijn een centrale bankier naar huis te sturen.

Is dat ouderwets? Nee. Een, in economisch opzicht, Westers land toont dat aan. Nieuw-Zeeland heeft onlangs zijn wet op de centrale bank herschreven. Daarin staat nu dat de overheid de doelstelling bepaalt, in overleg met de centrale bank. Eenmaal vastgesteld, is die doelstelling niet voor eeuwig: de doelstelling kan tussentijds gewijzigd worden. En als de overheid vaststelt dat de centrale bank zijn werk niet goed doet of dat de President ervan niet naar behoren functioneert, dan kan die de President ontslaan. Is dat een optimaal, ideaal stelsel? Geen idee. Wat ik wel weet is dat het in ieder geval democratischer is dan wat we in het euroland hebben, dat het ervoor zorgt dat de centrale bank zich houdt aan de regels en verantwoording aflegt aan de vertegenwoordigers van diegenen om wie het allemaal te doen is: de inwoners van de eurozone.

En voor wie nu denkt, zoals een centrale bankier ongetwijfeld zou denken, dat hiermee de onafhankelijkheid van de ECB in het geding zou komen of effectief afgeschaft zou worden: ten eerste deel ik die mening niet. Ten tweede: als de bank zich aan de afgesproken regels had gehouden, waren dit soort rigoureuze ingrepen niet nodig. Wie kaatst kan de bal verwachten.