Eerder deze week schreef ik over waarom geldgroei voor een centrale bank niet alleen belangrijk is maar eigenlijk de kompas van die instellingen is. Aan het eind van dat artikel meldde ik dat het daarom verbijsterend is dat de centrale banken niet of nauwelijks ernaar kijken! In dit stuk zal ik laten zien hoe het zo ver is gekomen, dat het niet zomaar gebeurd is maar dat de centrale bankiers dat willens en wetens hebben gedaan en zal ik hardop nadenken over de redenen waarom ze met voorbedachten rade hun kompas hebben weggegooid terwijl ze onderweg zeggen te zijn naar prijsstabiliteit, de Noordpool voor de centrale bankiers.

Centrale bankiers uit Europa en de VS houden van toespraken geven. Elke week staat er minstens één van hen wel ergens achter het spreekgestoelte te spreken over monetair beleid. Zelden is het woord ´geldgroei´ te horen. In de macro-economische modellen die ze gebruiken om hun beleid te bepalen zit werkelijk alles in, van werkloosheid, economische groei tot bij wijze van spreken het aantal kariboes op Alaska, álles behalve…geld. Geldgroei is voor de centrale bankiers net zo relevant als de resultaten uit de Eredivisie van Azerbeidzjan voor een gemiddelde voetballiefhebber in Nederland.

Aangezien volgens de centrale banken allerlei factoren ertoe doen als we het over inflatie hebben, denk aan economische groei, de werkloosheid, de verwachtingen van mensen over toekomstige inflatie, zelfs het weer et cetera, maar geld niet en omdat geldgroei niet of nauwelijks in economische modellen van de centrale banken voorkomt, hebben ze in loop der tijd de geldgroei verjaagd uit hun wereld. Neem de Fed.

Eind 2005 heeft de Fed dé inflatie-rookmelder ontmanteld, weggehaald en weggegooid.

Zoals ik in het eerste deel van dit tweeluik schreef, richtte de Fed zich onder Volcker sterk op het beheersen van de geldgroei in de VS. Toen Volcker echter in 1987 moest verstrekken (Alan Greenspan volgde hem op), was het over met dat, verstandige, beleid. Naarmate de inflatie in de VS en het Westen zakte, moesten de centrale bankiers, die overtuigd waren van hun eigen magische krachten om de inflatie onder de duim te houden, steeds minder van de geldgroei hebben. Geen wonder, de implicatie dat geld ertoe doet betekent dat de centrale bankiers geen bovennatuurlijke krachten hoefden te hebben om goed beleid te voeren. Het enige wat ze moesten doen is van tijd tot tijd nagaan hoe de geldgroei zich ontwikkelt en wanneer nodig bijsturen. Maar zou dat vergaderingen om de haverklap rechtvaardigen, net als de semi-goddelijke status en inkomen van de centrale bankiers (bestuurders van de ECB krijgen circa 300.000 euro per jaar net als een prma pensioenregeling)? Niet lijkt me.

Centrale bankiers als semi-goden

Vandaar dat de Fed vanaf medio jaren negentig af wilde van een wettelijke verplichting die uit 1978 stamde, namelijk om elk half jaar het Amerikaanse parlement te informeren wat voor percentage geldgroei de centrale bank nastreeft. In 1995 degradeerde de Fed de geldgroei al (merk op: op dat moment gold de wet uit 1978 nog, dus de Fed besloot gewoon de wet met de voeten te treden, wat nog een bewijs is voor mijn stelling dat de macht en invloed van de centrale banken ingeperkt moet worden, zij wanen zich te vaak boven de wet). In 1999 zei Frederic Mishkin, een vooraanstaande Amerikaanse econoom en tussen 1994 en 2006 onder meer verbonden aan de Fed (sic!), zonder blikken of blozen dat de informatie die een centrale bank uit de geldgroeicijfers kan verkrijgen 0 is. Hij is bij lange na niet de enige centrale bankier die de geldgroei niet relevant noemde.

In 2000 – dat is het hoogtepunt van de verering van de centrale bankiers, denk eraan dat we het hier over de periode van Alan Greenspan hebben die als een soort maestro werd gezien, maestro was zelfs zijn bijnaam – schaft het Amerikaanse parlement dan op aandringen van Greenspan en de Fed die wettelijke verplichting uit 1978. Het is sindsdien over en uit met de aandacht voor de geldgroei bij de Fed. Nogmaals, ik kan het niet vaak genoeg onderstrepen hoe frappant dat is gegeven het feit dat de geldgroei de inflatie op middellange termijn bepaalt en de Fed zegt als doel lage inflatie op middellange termijn te hebben!

De geldgroeicijfers niet bijhouden, zoals de Fed sinds 2006 doet, helpt je onbeperkt geld te drukken natuurlijk, immers de buitenwacht kan het niet doorhebben want de statistieken erover bestaan niet meer

Maar het afschaffen van die wettelijke verplichting, het vermoorden van de geldgroei als het ware, was voor de Fed nog niet voldoende. Het is één ding om dé rookmelder die voor inflatie waarschuwt als onbetrouwbaar of niet relevant te bestempelen. Het is heel wat anders om die rookmelder te ontmantelen, weg te halen en weg te gooien. Dat is echter precies wat de Fed eind 2005 heeft gedaan.

Medio november 2005 maakt de Fed op een late donderdagnamiddag (vrijdag zouden de beurzen dicht zijn) bekend vanaf 26 maart 2006 zelfs te stoppen met het bijhouden van de cijfers over geldgroei!  Gezien het moment van aankondiging (november 2015), het moment waarop Ben Bernanke de Fed-baas zou worden (1 februari 2006), het feit dat dat hij de baas zou worden medio november 2005 bekend was én dat Bernanke diegene is die de legendarische toespraak hield in 2002 over dat de centrale bank deflatie altijd kan voorkomen door maar onbeperkt geld bij de drukken en desnoods uit een helikopter kan verspreiden door het land, kunnen we gerust stellen dat de eerste daad van die voorzitter van de Fed is geweest dé inflatiemelder te ontmantelen.

Enorme besparing

De geldgroeicijfers niet bijhouden helpt je onbeperkt geld te drukken natuurlijk, immers de buitenwacht kan het niet doorhebben want de statistieken erover bestaan niet meer!  We kunnen eigenlijk spreken van een mini-evolutie bij de Fed. Volcker richtte zich op de geldgroei, zijn opvolger Greenspan lobbyde voor de afschaffing van de wettelijke verplichtingen voor de Fed om zich ook te richten op de groei van de geldhoeveelheid, het eerste wat zijn opvolger Bernanke  deed was stoppen met zelfs bijhouden hoeveel geld er is in omloop in de VS en zijn opvolgster, Janet Yellen, doet alsof de geldgroei niets met monetair beleid te maken heeft.

De reden voor de Fed om te stoppen met bijhouden van de ontwikkeling van de geldhoeveelheid was werkelijk hilarisch. Volgens de Fed zou de geldgroei een onnuttig cijfer zijn. En als iets niet nuttig is, dan is elke dollar die je daaraan besteedt natuurlijk weggegooid geld. Jaarlijks kost het samenstellen van die statistiek ruwweg 1,5 miljoen dollar, aldus de Fed, dus door ermee te stoppen besparen we flink wat poen, meldde de Fed trots. 1,5 miljoen dollar is natuurlijk een behoorlijk bedrag, maar iemand heeft nagerekend dat de besparing in 2005 slechts 0,000007 procent van het netto-inkomen van de Fed bedroeg. Niet echt iets waarvan je zegt ‘wat een besparing’. En als het de Fed echt om besparingen op het statistische apparaat zou gaan, dan zijn er legio andere statistieken die de bank kan afschaffen zonder dat iemand dat ook maar in de gaten heeft, laat staan mist.

De ECB houdt de cijfers over de geldgroei, in tegenstelling tot de Fed, wel bij maar dat is meer  monetaire folklore dan iets serieus; de bank doet in werkelijkheid nauwelijks iets met die cijfers

Kostenbesparingen en het wegdoen van nutteloze statistieken kunnen dus nooit de echte reden zijn. De echte reden kan haast niets anders zijn dan dat Bernanke en de Fed niet wilden dat de buitenwereld in de toekomst kon zien wat ze aan het doen zijn. Wat in november 2005 nog toekomst was, is inmiddels heden geworden. Het is geen toeval dat de Fed ná 2006 als een bezetene geld bijdrukt. Eerst om banken van de ondergang te redden, vervolgens om dezelfde operatie op verzekeringsmaatschappijen uit te voeren en tot slot om te voorkomen dat de Amerikaanse overheid in een diepe coma raakt.

Ondertussen in de eurozone

Bij de ECB is het niet veel anders. Onze centrale bank houdt weliswaar nog steeds keurig de groei van de geldhoeveelheid bij, maar dat is vooral monetaire folklore; de bank doet in werkelijkheid nauwelijks iets met die cijfers.

Officieel speelt de geldgroei bij de ECB. Die bank heeft een monetaire strategie die rust op twee pijlers. De geldgroei in de tweede pijler. En dát is al illustratief. Toen de ECB namelijk begon, in 1999, was de geldgroei de eerste pijler. Waarom? Als de geldberg te snel groeit, kan dat wijzen op inflatiegevaar in de toekomst, aldus de ECB destijds. Alle persconferenties van de ECB begonnen ook met een uiteenzetting van de ontwikkeling van de geldgroei. Eind 2002 kondigde de ECB aan zijn strategie te evalueren. In mei 2003 was die operatie afgerond.

De bank verklaarde toen dat geldgroei vooral als een instrument voor second opinion moet worden gezien, niet als anker of iets wat daarop lijkt. Het is dan ook geen verrassing dat na april 2003 tijdens de persconferenties de geldgroei werd verbannen naar het einde ervan. Dit was een duidelijk signaal hoe belangrijk geldgroei voor de ECB in de praktijk was. De bank bleef wel keurig herhalen dat geldgroei heel belangrijk was en dat de geldgroei in de gaten werd gehouden, maar dat waren holle frases. De ECB besloot tijdens de evaluatie namelijk ook dat het niet meer nodig was jaarlijks het gewenste geldgroeipercentage te kalibreren. Ook een duidelijk signaal hoe belangrijk geldgroei werkelijk was voor de bank. Ondanks alle mooie woorden trok en trekt de bank zich in de praktijk heel weinig, om niet te zeggen niets, van de geldgroei aan.

Zodra het enigszins kon zonder daarmee de publieke opinie in landen zoals Duitsland en Nederland tegen zich te krijgen, loosde de ECB de aandacht voor geldgroei, dé pijler van het Duitse monetaire beleid, zachtjes

Kortom, dat hele verhaal over hoe belangrijk de geldgroei voor de Europese monetaire ridders is, was één grote show. Zodra het enigszins kon – en daarvoor moest de bank een paar jaar geduld hebben omdat de publieke opinie in landen zoals Duitsland en Nederland zich direct tegen de bank en de euro zou keren – loosde de ECB in de praktijk de geldgroei zachtjes. De publieke opinie zou zich hebben gekeerd tegen de ECB omdat de vrees van velen, dat de ECB een minder streng monetair beleid zal voeren dan de Bundesbank, bevestigd zou worden. Geldgroei was dé pijler van de Bundesbank namelijk. De geldgroei officieel laten vallen, zou hetzelfde zijn als zeggen dat de ECB geen Bundesbank-koers zal varen en dus per definitie bijna dat de nieuwe centrale bank meer op haar Italiaanse en Franse zusterinstellingen zou lijken dan op de Bundesbank, zoals aan de vooravond van de euro wél beloofd was.  Het is dus een andere aanpak, maar in feite niet anders dan wat de Fed niet lang daarna ook deed, zoals we gezien hebben.

Zand in de ogen

Blijft nog de vraag over waarom de centrale banken zoals de Fed en de ECB de geldgroei naar de afvalberg van de monetaire geschiedenis verwezen hebben, ondanks het feit dat ze, en dit schrijf ik op basis van eigen ervaring met een aantal centrale bankiers uit de eurozone, wél weten dat geld er wel degelijk toe doet?

Mijn vermoeden is dat de reden een combinatie is van een aantal factoren. Er zijn wel degelijk centrale bankiers die er oprecht in geloven dat geldgroei er niet toe doet. Het zelfvertrouwen van de centrale bankiers is fors toegenomen naarmate de inflatie sinds begin jaren tachtig behoorlijk is gaan dalen. Dankzij de in dezelfde periode groeiende overtuiging dat de economische ontwikkeling te sturen is door de overheden en de centrale banken (dit is wat ik bedoelde met de toegenomen invloed van het keynesianisme), muteerde dat toenemende zelfvertrouwen ergens gaandeweg in het geloof dat de centrale banken de economie, die dus te sturen was, prima konden sturen met hun rentebeleid. Het is ook niet uitgesloten dat ook andere belangen in het spel waren, bijvoorbeeld omdat we in de besturen van de centrale banken in loop der tijd uitsluitend uit ex-politici dan wel adviseurs van politici, academische economen en bankiers  aantreffen. En dan is er nog het feit dat een ruim monetair beleid de zittende politici goed uitkwam (of gelooft u erin dat de centrale banken werkelijk onafhankelijk zijn!?) en de algemene tendens de korte termijn belangrijker te vinden dan de middellange termijn (ook al een keynesiaans trekje).

Roepen dat het je als een centrale bank c.q. centrale bankier uitsluitend of voor een belangrijk deel gaat over lage inflatie maar geldgroei negeren, is zand in de ogen strooien van het publiek

Zich focussen op de geldgroei zou hebben betekend dat de centrale banken geen of weinig ruimte zouden hebben gehad de rente te laag te houden. Het zich richten op het beheersen van de geldgroei zou in feite een soort moderne goudstandaard zijn geweest, met alle nadelen van dien voor de centrale bankiers namelijk nauwelijks ruimte voor discretie op het gebied van monetair beleid.

Als inflatie altijd en overal een monetair fenomeen is, en dat is zo, dan is het onder controle houden van de geldgroei de enige weg naar lage inflatie lijkt me. Roepen dat het je als een centrale bank c.q. centrale bankier uitsluitend of voor een belangrijk deel gaat over lage inflatie maar geldgroei negeren, is zand in de ogen strooien van het publiek! Je zegt dat het je daarom gaat, maar het enige logische doen om er werkelijk voor te zorgen dat de inflatie zeker laag blijft, weiger je te doen. Sterker, je ridiculiseert dat.

Dat de ECB en de Fed zeggen erop uit te zijn de inflatie laag te houden  maar zich niet of nauwelijks bekommeren om geldgroei is dan ook alsof het KNMI bij het voorspellen van het weer niet zou kijken naar de luchtstromen of een piloot zou vliegen zonder in contact te staan met de luchtverkeersleiding.

Het enige wat mogelijk nog frappanter is dan dat de centrale banken zoals de Fed en de ECB de geldgroei negeren terwijl ze zeggen lage inflatie na te streven, is dat de buitenwacht dat klakkeloos accepteert van die centrale banken. Mijn vermoeden is dat dat voor een deel veroorzaakt wordt door het gebrek aan kennis over monetaire historie. Binnenkort kom ik met een initiatief om daar verandering in de brengen. Stay tuned.