Hoera, de AEX nadert 500, maar veel beursexperts en zelf minister van financiën Jeroen Dijssellbloem waarschuwen voor een bubbel. Zin en onzin hiervan op een rij en wat betekent AEX 500? Wat zegt dat getal?

“Er zou een bubbel kunnen ontstaan. Dat is voor de kleine belegger altijd een risico, dus enige voorzichtigheid is op zijn plaats”

Was getekend, minister Jeroen Dijsselbloem dinsdag bij RTL Z over de huidige beurseuforie. Op het moment dat hij die woorden uitsprak klopt de AEX juist op de deur van 500, maar mocht nog net niet naar binnen. Stiekem moest ik wel een beetje gniffelen om de woorden van Dijsselbloem.

Want hoe zou dat nou toch komen dat de beurzen zo hard gaan? Eerst nog meer symboliek. Half oktober vorig jaar keek de hele beurswereld met open mond naar een uitzending van Pauw. De beurs liet net een dipje van een paar weken zien en juist die dag kwam die precies uit op -10%.

Zo’n 10%-dipje is niks bijzonders. Daar krijgt geen handelaar of belegger het benauwd van. Het zijn de bekende haaientanden in de beursgrafieken, reacties op een harde stijging of daling. Correcties heten ze in beursjargon en volgens de boekjes zijn die altijd plus of min 10%, afhankelijk van de rtichting.

Buy the dip, wordt er dan op de beursvloer geroepen

Wel of geen bubbel?

Weten ze op de redactie van Pauw veel! Daling is daling en daling is eng en vandaar dat er in die uitzending de 1929 beurskrach-filmpjes uit het archief werden gemobiliseerd. Ah en wee, en oh, daar gingen we nu al weer. Help! Zoiets. Wat een ironie, want exact vijf maanden later staat de AEX 35% hoger.

Ja, 35%. De AEX ging in één ruk van ongveer 370 naar nu 500. Euforie op de markten, particulieren keren naar de beurs en wat u wel niet voor hosanna-berichten over de financiële markten hoort. Het klopt ook nog, het is inderdaad één groot beursfeest. En iedereen vraagt zich maar één ding af:

Is dit weer een beursbubbel à la 2000 en tuin ik er weer in, of is het dit keer anders en wel veilig?

Nee, het is nog geen bubbel. Nog niet tenminste. Blijft de AEX echter doorstijgen – en dat mag veel minder zijn dan +35% in vijf maanden – dan wordt het wel een bubbel. Tenzij de economie nu écht, maar dan ook een keertje echt aantrekt en de winsten van de beursbedrijven toenemen.

Wacht even, in 2000 stond de beurs nog op 700. Hoezo euforie en hoezo bubbel, denkt u misschien? De AEX staat nog 40% onder die top! Of u krijgt juist hoogtevrees, omdat u zes jaar geldeen de AEX op 200 op viste en de winst nu over de plinten klotst. Wat zeggen deze getallen, wat betekenen die 700, 500 en 200?

Zo rollen de knikkers op de beurs

De koers van een aandeel of index (verzameling aandelen) is niets anders dan de prijs (= koers) die handelaren en beleggers hier en nu voor de winst van een bedrijf of index willen betalen. Daar zijn veel formules voor, maar de gemakklijkste, eenvoudigste en beste is de koerswinstverhouding voor het komende jaar.

Simpel sommetje, de koers op het bord deelt u door de door beursanalisten verwachte winst per aandeel. Waarom de (onzekere) verwachte en niet de (vaststaande) gerealiseerde winst? Beleggen is vooruit kijken. Als u nu een aandeel koopt, moet u het van de winst van morgen en niet van gisteren hebben.

De AEX bestaat sinds 1983 en gemiddeld komt die koerswinstverhouding zo rond 10 à 12 uit. Omdat de AEX-bedrijven door al die jaren heen meer omzet en en winst behaalden – ze verslaan ieder jaar de inflatie – loopt gemiddeld en per saldo de beurs op. Gemiddeld, want beleggers zijn grillig, heel grillig:

  • In het beruchte jaar 2000 betaalden beleggers bijna 30 keer de winst. De AEX piekte toen op 700
  • In de jaren tachtig telden ze er zuinig 6 à 8 keer de winst neer
  • Eind 2008 en begin 2009 (de kredietcrisis) was er eigenlijk geen koerswinstverhouding, want geen enkele analist durfde nog een winstschatting te maken
  • Op dit moment, met de AEX op een haar van 500, is de verhouding 17,5

Van AEX 45,38 naar 700, naar 200 en weer naar 500

Kijk nu eens naar de AEX grafiek hierboven. Het is de hele historie van de AEX, sinds die in maart 2009 op 45,38 (100 gulden) startte. Met deze paar regeltjes hierboven komt de grafiek denk ik alwat meer tot leven. Vraag is waarom betalen beleggers de ene keer veel meer voor die bedrijfswinsten?

Ik laat de groep gelukszoekers buiten beschouwing, die achter de muziek aan holt en geen benul heeft van koersen, waarde, dividend, valuta en leest u uw hele bingokaart maar voor. Die kopen gewoon iets omdat de adviseur of goeroe het roept en dan is het vervolgens god-zegene-de-greep.

In het algemeen heeft het alles te maken met sentiment, of vertrouwen. In de jaren tachtig was aandeel een vies woord, na de slechte jaren zeventig. Vandaar dat de beurs goedkoop was. Rond 2000 was er euforie, met internet werd alles anders en nooit meer recessie. Aandelen waren niet aan te slepen.

Aan de grafiek leest u af, hoe de wal vroeg of laat altijd weer het sentimentsschip keert en na verloop van tijd begint het hele circus opnieuw. Zoals nu? Zou kunnen. Als u nog een keer naar die AEX-grafiek kijkt, dan ziet u dat u alvast die ongelooflijke stijging sinds begin 2009 volledig hebt gemist.

Om dan nu nog één keer, met die aandelen die duur zijn, met uw volle gewicht en al uw geld op de beurs te duiken is hachelijk. Daar wijst Dijsselbloem terecht op en iedereen op de beurs is dat wel met hem eens. Niettemin speelt de minister hier zelf ook nog een bescheiden bubbelrolletje in.

Wat is duur en wat is goedkoop?

Aandelen zijn an sich peperduur. De alternatieven om geld in te steken zijn alleen nóg duurder. Intussen moet u bijna betalen om te sparen – in Zwitserland is dat zelfs al de realiteit – en staatsobligaties bubbelen zeker. Ze zijn in 500 jaar nog nooit zo duur geweest, ofwel de rentes nog nooit zo laag.

Bedrijfsobligaties zijn ook knetterduur, vastgoed is ook al niet goedkoop en grondstoffen zijn eigenlijk niet om in te beleggen. Daarin moet u per defintie handelen, want rente of dividend leveren ze niet op. Bovendien bewegen deze prijzen nog veel harder op en neer – olie! goud! – dan aandelen.

Dat alles zo duur is ligt vooral aan de Europese politiek en de Europese Centrale Bank (ECB). Zij houden al zes jaar geld zo goedkoop mogelijk – lees: de rente zo laag mogelijk – om de onder de schulden bezwijkende EU-landen overeind te houden. Die kunnen spotgoed lenen (op kosten van spaarders) .

Met nu de officiële Europese rente op 0,05% komt daar nog 60 miljard euro per maand voor minimaal 1,2 biljoen euro aan staatsobligatie-aankopen van de ECB bij. Die koopt ze vooral van banken, verzekeraars en pensioenfondsen. Die gaan met dat geld weer… aandelen kopen? Het lijkt er vooralsnog op.

In Amerika werd dit spelletje al met al een jaar of vijf gespeeld en aandelen bleven maar stijgen. Van meet af aan stonden de bubbelroepers ook daar vooraan en aandelen waren duur en bleven duur. Ze wisten echter wel hun winsten te vergroten waardoor die koerswinstverhoudingen niet opliepen.

En u dan, Dijsselbloem?

Of dit ook in de komende anderhalf jaar à twee jaar ook in Europa gebeurt is misschien het meest logisshe scenario, maar geen zekerheidje. Achteraf blijkt vaak dat totaal onverwachte, niet te voorspellen gebeurtenissen de beurzen de andere kant opsturen. Het is de Fed niet overkomen. Dat is geen garantie voor de ECB.

Kortom, neem de woorden van Dijsselbloem ter harte. En wat onze minister zelf betreft? Kijk nog eens goed naar de rijksbegroting. De grootste bubbels in de EU zijn nog altijd de staatuitgaven.