Kenmerk 2016-0000029095. Onthoud dat, het is het kenmerk van een brief die in de Nederlandse monetaire historie terug zal keren wanneer toekomstige historici die gaan schrijven. Het beleid zoals de Europese Centrale Bank (ECB) dat voert, kosten de Nederlander veel geld. Dat is, kort samengevat, mijn stelling geweest de afgelopen jaren. Sinds kort is dat ook de mening van velen die mensen zoals ik, die dus al jaren waarschuwen voor de gevolgen van het ECB-beleid, jarenlang geridiculiseerd hebben, om een understatement te gebruiken. Een van die mensen is nu ook niemand minder dan onze eigen minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem.

Op 23 maart stuurde de minister een brief aan de Tweede Kamer met de in alle opzichten saai want gewoon kenmerk 2016-0000029095. Die brief kan echter wel eens de Nederlandse monetaire historie ingaan als een zeer belangrijke brief.

Minister Dijsselbloem informeert de Kamer dat De Nederlandsche Bank (DNB) vanaf dit jaar een voorziening gaat opbouwen van in totaal 3,8 miljard euro. Waarom? Omdat de recente besluiten van de ECB om de duur van zijn beleid van kwantitatieve verruiming te verlengen en uit te breiden van 60 miljard euro per maand naar, voorlopig, 80 miljard euro per maand volgens de minister ‘een dusdanige stijging van de financiële risico’s die daarenboven ook langer – voor onbepaalde tijd – aanhouden’. DNB zal dit jaar als 500 miljoen euro achter de hand houden voor het opvangen van die risico’s.

Financiële risico’s voor de Nederlandse Staat van het ECB-beleid zullen niet verdwijnen wanneer – of beter als ooit – de ECB besluit te stoppen met het opkopen van staatsobligaties op grote schaal

Hier is sprake van een belangrijke omslag in het denken met betrekking tot de ECB in Den Haag. Toen de ECB namelijk begon met dat beleid van desnoods onbeperkt opkopen van staatsobligaties, in maart vorig jaar, oordeelde Dijsselbloem nog dat er geen aanleiding was een voorziening te treffen.

Risico’s in kaart

DNB loopt wat krediet- maar ook renterisico heet. Als je staatsobligaties van landen zoals Italië of Griekenland massaal opkoopt, is er een kans dat die landen niet alles terug zullen betalen. Kredietrisico dus. En zolang je die obligaties in je bezit hebt, is er een kans dat de rentes zullen stijgen waardoor het schatkistpapier waar je op zit in waarde zal dalen. Renterisico dus.

Deze risico’s zullen niet verdwijnen wanneer – of beter als ooit – de ECB besluit te stoppen met dat opkopen van staatsobligaties op grote schaal. Waarom? Omdat om te beginnen de ECB in het geval dat de bank ooit stopt met dat opkoopbeleid, niet meteen de in loop der tijd gekochte staatsobligaties zal verkopen. Sterker nog, de bank is van plan die tot aan het einde van de looptijd ervan aan te houden. Dit betekent dat de genoemde risico’s nog jaren na het stoppen van kwantitatief verruimen aanwezig zullen blijven.

Maar dat is nog niet alles. Elke keer wanneer zo’n staatsobligatie die de ECB bezit afloopt, betekent dat dat de ECB aan de deur van de uitgever ervan, zeg de Italiaanse overheid, aanklopt met het verzoek de nominale waarde, bijvoorbeeld 1.000 euro, te ontvangen. Rome maakt dat geld vervolgens over aan Frankfurt. En voordat zoiets gebeurt ontvangt de ECB op gezette tijden rente over die obligaties. Wat de centrale bank echter met die rente-opbrengsten en aflossingen zal doen is…opnieuw investeren in staatsobligaties! Dat is wat het bestuur ervan onder aanvoering van Mario Draghi heeft besloten in december vorig jaar (toen hoorde je alles behalve kritiek vanuit onder meer Den Haag overigens).  De ECB heeft in feite gezorgd voor een zeer langdurige, bijna eeuwige, QE-beleid; dat zal dus doorgaan óók nadat de ECB besluit ermee, formeel, te stoppen (wat in het meest gunstige geval ergens in 2018 zal gebeuren). Wat we in het euroland zullen hebben, ook nadat Draghi in november 2019 het ECB-bestuur verlaat, is een soort QE perpetuum mobile.

Met zijn besluit uit december 2015 heeft de ECB ervoor gezorgd dat we in het euroland, ook nadat Draghi in november 2019 het ECB-bestuur verlaat,  een soort QE perpetuum mobile zullen hebben

Multiple-choice vraag

Terug naar die voorziening van 3,8 miljard euro die DNB gaat aanleggen met als eerste tranche 500 miljoen euro dit jaar. Raakt dat ons, de gewone Nederlander? Zeker! Zoals minister Dijsselbloem aan de Kamer laat weten, zal die dotatie van 500 miljoen ten koste van de winstafdracht van DNB aan de Staat zijn. Ofwel: het moeten aanleggen van de genoemde voorziening zorgt voor een gat op de begroting. U mag raden wie daarvoor zal opdraaien, de multiple-choice antwoorden zijn:

  1. De Nederlandse Staat
  2. De EU
  3. u

Daar komt nog bij dat de omvang van de voorziening uiteindelijk hoger kan zijn dan de genoemde 3,8 miljard euro (iets meer dan 200 euro per inwoner van Nederland). Immers, Dijsselbloem schrijft dat DNB de komende tijd de modellen om risico’s in te schatten tegen het licht zal aanhouden. Die evaluatie  kan ‘de hoogte van de totale risico-inschatting beïnvloeden’. Ofwel: er kan wel eens meer dan 3,8 miljard euro nodig zijn. Toegegeven, in theorie kan het ook zo zijn dat de voorziening lager uitpakt, maar de ervaringen van de afgelopen jaren geven niet bepaald veel hoop dat een en ander die kant op zal gaan.

Door de noodzaak een voorziening te treffen voor de risico’s van het ECB-beleid dreigt tussen nu en 2022 een tekort van 767 miljoen euro te ontstaan

Minister Dijsselbloem schrijft overigens ook dat als gevolg van het QE-beleid de winst van DNB hoger zal uitvallen, dus dat gat voor de Staatsbegroting wordt deels gedempt. Dat is echter een schrale troost voor de Nederlander en niet alleen omdat die winsten van het QE-beleid natuurlijk hoogst onzeker zijn en voorlopig alleen op papier geboekt zijn. Het is een schrale troost omdat ook na rekening gehouden te hebben met die extra winst, tussen nu en 2022 een tekort van 767 miljoen – voor de goede orde, dit is de berekening van de minister zelf – overblijft. U moet er dan ook rekening mee houden dat uw belastingen en heffingen de komende jaren gaan stijgen (want inderdaad, in de multiple choice vraag van boven is antwoord ‘c’ het correcte antwoord).

Is deze brief echt bijzonder? Ik bedoel, het is niet alsof we niet wisten of sterk hadden vermoed dat het ECB-beleid ons ook direct geld zal kosten (merk op dat ik in dit stuk even de gevolgen van dat beleid voor het spaargeld of de Nederlandse pensioenen buiten beschouwing laat). Toch is de brief bijzonder want het is voor het eerst dat de Nederlandse regering toegeeft dat er, na lang in een fundamentalistisch-aandoenende ontkenningsfase te hebben verkeerd a) kosten zijn en b) die kosten kwantificeert op, voorlopig dus, 3,8 miljard euro voor de komende jaren. Wat in mijn ogen een onderschatting van de totale kosten van jewelste is, maar dat even ter zijde.