In het afgelopen halfjaar heeft een tijdelijke Kamercommissie zich gebogen over de vraag of het Bruto Binnenlands Product (BBP) wel zo’n goede matstaf is om op te focussen bij het bepalen van beleid. Is er niet meer dan alleen materiële welvaart waar de overheid op moet sturen? Afgelopen woensdag presenteerde die commissie ‘Breed welvaartsbegrip’ haar bevindingen. Een nogal teleurstellend rapport. Veel verder dan herkauwen wat er zo al aan opvattingen heerst komt het niet

Onvermijdelijk wordt er bij dit soort discussies verwezen naar het idyllische Himalaya staatje Bhutan. Daar kijken ze als sinds 1972 verder dan hun BBP lang is en sturen ze op ‘Bruto Nationaal Geluk’. Maar helaas met nog maar beperkt succes. In het World Happiness Report 2015 van de Verenigde Naties staat het op plek 79. Met in totaal 158 landen slechts een magere middenmoter dus. Misschien omdat ze in Bhutan toch iets te weinig werk maken van de economie. Wie de hele VN lijst bekijkt ziet dat de mate van geluk vrij aardig correleert met de economische welstand van een land. Geluk hangt ook nauw samen met gezondheid en levensverwachting maar dat wordt natuurlijk in sterke mate bevorderd door een sterke economie. Geluk en BBP gaan hand in hand kun j zeggen. Maar alle gekheid op een stokje, dit wil natuurlijk niet zeggen dat het niet zinvol zou zijn om ook eens wat nadrukkelijker te letten op zaken die niet in het BBP tot uitdrukking komen.

Boekhoudkundige grootheid

Zoals elke boekhoudkundige grootheid heeft dat BBP zijn beperkingen. Tal van zaken worden niet met het BBP gemeten. Het gemak waarmee ik bijvoorbeeld tegenwoordig al die rapporten kan downloaden en lezen is absoluut iets dat waarde heeft. Maar in het BBP komt dit soort aspecten van vooruitgang niet tot uitdrukking. Er zijn economen die zeggen dat de lage economische groeicijfers mede veroorzaakt worden doordat de zegeningen van de digitalisering onvoldoende zichtbaar zijn in het BBP. Daartegenover staat dat er zijn ook kosten die we niet in kaart brengen. Als er één factor is die wat mij betreft in de vergelijking zou moeten worden meegenomen is het ‘ruimte’. Groene ruimte. Parken en natuur. Het (voort)bestaan daarvan is om tal van redenen belangrijk. Als de Polen inderdaad houtkap in het laatste oerbos van Europa gaan toestaan dan is dat goed voor het BBP. Maar tegelijkertijd gaat er iets unieks en onvervangbaars verloren. En niet alleen voor de dieren die er wonen.

Betalen om met rust te laten

De laatste uitgestrekte wouden zoals die van het Amazonegebied of Siberië worden vaak als de longen van de aarde aangeduid. En dat is terecht. Ze hebben een vitale rol in het regulieren van het klimaat en zijn bepalend voor de leefomgeving ver daarbuiten. Ook al brengen we de CO2 uitstoot naar nul, het zal ons weinig helpen als we de bossen verder decimeren. Dat die laatste ongerepte wouden nu de longen van de wereld zijn is natuurlijk ook te danken aan het feit dat op veel andere plaatsen in de wereld de bossen al lang geleden zijn gekapt. Niet in de laatste plaats hier in Europa. Met de nog steeds voortgaande ontbossing doen bijvoorbeeld de Brazilianen niets anders dan wij al heel vroeger hebben gedaan: het ontginnen van natuur voor landbouw en andere economische activiteiten. Verwachten dat dit zomaar stopt omdat wij in het Westen het ineens zo belangrijk vinden dat er nog wat natuur overblijft is naïef en hypocriet. Als ‘de wereld’ om redenen van het klimaat en zeker ook biodiversiteit op zich terecht vindt dat het belangrijk is dat (regen)wouden en andere vitale ecosystemen behouden blijven, dan is het niet meer dan logisch dat ‘de wereld’ landen als Brazilië hiervoor financieel compenseert. De prijs die de wereldgemeenschap moet betalen zou gelijk moeten zijn aan de gederfde opbrengsten van agrarische of andere economische exploitatie van de gespaarde arealen plus een toeslag ter voorkoming en vervolging van illegale houtkap. Als het Amazonewoud van belang is voor de hele wereld, dan mogen de kosten van bescherming en het niet kunnen exploiteren ervan niet alleen bij Brazilië liggen. Sterker, het behouden en niet exploiteren zou in hun BBP tot uitdrukking moeten komen ten laste van het BBP van anderen. Natuurlijk is de exacte uitwerking hiervan geen sinecure maar ik denk behoud van de laatste stukken ongerepte natuur alleen haalbaar is als de unieke en immateriële waarde ervan ook rechtstreeks economisch zichtbaar wordt gemaakt.

Ewoud Jansen is op twitter te volgen via @ewoudjansen