De Duitse Energiewende werd aanvankelijk gepresenteerd als een succesverhaal. Een moderne economie die zijn energiegebruik op slag verduurzaamt, het kon dus toch! Inmiddels is duidelijk dat het vooral verliezers heeft opgeleverd.

Men kan zich moeilijk aan de indruk onttrekken dat de gemiddelde Nederlander beter op de hoogte is van de ontwikkelingen in het Verenigd Koninkrijk en de VS dan die bij onze oosterburen. De Duitse taal heeft aanzienlijk terrein verloren in het talenpakket van onze middelbare scholen. En er zouden thans meer Duitsers Nederlands leren dan omgekeerd. Dat lijkt mij zowel gevolg als oorzaak van verminderde aandacht.

Angst

Toch hebben de ontwikkelingen in Duitsland een grotere invloed op het wel en wee van onze samenleving dan die in de andere genoemde landen. Daarom moeten we daaraan extra aandacht schenken. Daarbij dient te worden bedacht dat Duitsers wellicht meer dan andere volkeren last hebben van Angst. In de vorige eeuw was dat bijvoorbeeld de angst voor gebrek aan Lebensraum. Thans vloeit de angst voort uit die verschrikkelijke opwarming van de aarde (die zo’ 18 jaar geleden is gestopt!).

Onze oosterburen hebben de reputatie gründlich te zijn. Hun Energiewende, die vooral is gericht op de bevordering van het aandeel hernieuwbare energie in de energy mix, vormt daarop geen uitzondering. Met de Energiewende willen de Duitsers in 2020 een vermindering van hun CO2–uitstoot van 40 procent bereiken ten opzichte van 1990. In 2050 zou dat 80 procent moeten zijn. En dit alles als bijdrage aan de bestrijding van de vermeende opwarming van de aarde als gevolg van een verhoging van de CO2–concentratie in de atmosfeer, die grotendeels aan de mens wordt toegeschreven.

Lichtend voorbeeld

Qua omvang en intensiteit overtreft de Energiewende alles wat er aan klimaatbeleid in de wereld te koop is. President Obama vond het een lichtend voorbeeld voor andere landen. Toch heeft geen enkel ander land het Duitse model overgenomen. Tot voor kort kon de Energiewende op brede politieke steun rekenen onder de bevolking, hetgeen ook niet verwonderlijk is gezien de decennialange indoctrinatie van de zijde van een innige coalitie van staat, kerk, wetenschap, politiek, het bedrijfsleven en de media. Dissidente geluiden werden actief onderdrukt en werden bestraft met wat een sterke gelijkenis vertoonde met een Berufsverbot.

Over kosten en baten van de Energiewende wordt angstvallig gezwegen. Het is toch goed daaraan aandacht te schenken

In een publicatie van het ministerie van Milieu werden de (weinige) kritische journalisten zelfs met name genoemd en als zodanig gestigmatiseerd. Dat is ongekend in een democratische samenleving. Na protesten is het betrokken rapport overigens weer stilletjes ingetrokken. Over kosten en baten van de Energiewende wordt angstvallig gezwegen. Het is toch goed daaraan aandacht te schenken.

Sinds de eeuwwisseling zijn elektriciteitsprijzen in Duitsland aanzienlijk gestegen. Voor huishoudens bedraagt de stroomprijs 29 cent per kWh. In Frankrijk bijna de helft, 15 cent (2013). In ons land ongeveer 20 cent. Voor de industrie gelden lagere tarieven. Maar dat zou kunnen veranderen, omdat de EU een procedure is begonnen tegen Duitsland, waardoor deze uitzonderingspositie zou kunnen worden verboden. Dat is een belangrijke concurrentiefactor. Als de EU haar zin krijgt, zal de hel losbreken in Duitsland.

CO2-uitstoot

Hoge stroomkosten ondermijnen het concurrentievermogen van de industrie, in het bijzonder die van energie–intensieve exportondernemingen. Reeds vele van hen verplaatsen hun investeringen naar het buitenland. Daar komt bij dat de Energiewende geen enkel effect heeft op de CO2–uitstoot. Wanneer Duitsland groene stroom produceert, komen in gelijke mate CO2–uitstootrechten vrij. Die worden verhandeld en leiden in andere Europese landen tot extra CO2–uitstoot. Alles wat in Duitsland wordt bespaard, wordt elders extra uitgestoten. Dat wordt aangeduid met het waterbedmechanisme. Daarnaast moet het intermitterende stroomaanbod van wind en zon worden gecompenseerd door op– en afregeling van conventionele stroomcentrales, om vraag en aanbod van stroom aan elkaar gelijk te maken (elektriciteit kan immers niet of nauwelijks worden opgeslagen). Dit gaat met efficiencyverliezen en hogere CO2–uitstoot gepaard. De ervaring leert dat de ‘winst’ van de inzet van duurzame energie nagenoeg geheel verloren gaat door deze efficiencyverliezen, zodat het netto effect hiervan per saldo nihil is.

Energiearmoede

Ook de bevolking lijdt onder ‘energiearmoede’. Jaarlijks zijn er honderdduizenden huishoudens die hun energierekening niet meer kunnen betalen. Bij hen worden het gas en licht afgesloten. Geen licht, geen verwarming, geen warm water, geen koelkast, geen wasmachine, geen TV en geen internet! Men moet zich dat eens voorstellen; en dát in een rijk land als Duitsland! Bovendien zijn er groeiende zorgen om het gevaar van stroomuitval. Tot op heden heeft Duitsland nog een van de betrouwbaarste elektriciteitsnetten ter wereld. Maar het aantal ingrepen om stroomstoring te voorkomen is de laatste jaren dramatisch gestegen.

Overdrachtsbetaling: van arm naar rijk

In dit verband mogen ook de menselijke gezondheidsproblemen wegens laagfrequent geluid, de slachting onder de vogels, de verstoring van de natuur en landschap, de waardedaling en onverkoopbaarheid van woningen in de buurt van windmolens niet worden vergeten.

Tot op heden heeft deze reusachtige inkomensherverdeling nog geen rol gespeeld in de klimaatdiscussie

Daarenboven leidt de Energiewende tot de grootste inkomensoverdracht van arm naar rijk in de geschiedenis, want de lagere inkomenscategorieën kunnen niet van de subsidies profiteren. Tot op heden heeft deze reusachtige inkomensherverdeling nog geen rol gespeeld in de klimaatdiscussie. Waarschijnlijk omdat de burgers het nog niet hebben gemerkt en omdat er nog geen politicus is geweest die ze dat heeft verteld. Maar je kunt er op wachten!

Maar daarmee zijn we nog niet aan het eind gekomen van de lijst van nadelen.

Ook het verdienmodel van de conventionele stroomproducenten staat op omvallen. In de huidige situatie waarin wind– en zonnestroom voorrang hebben op het net, is de productie van conventionele elektriciteit vaak verliesgevend. Er zou daaraan op elk moment een einde kunnen komen, want anders zouden de betrokken producenten failliet gaan. Gedurende de laatste zes jaar zijn de aandelenkoersen van de betrokken bedrijven dan ook dramatisch gedaald. Vele deskundigen vrezen dat zij het niet lang meer zullen kunnen volhouden. En wat zal er gebeuren wanneer er geen fossiele reservecapaciteit meer is, wanneer de wind niet waait en de zon niet schijnt?

Subsidiecarrousel

Is dat dan alles? Nee! Ook de sociaaleconomische orde, de sociale markteconomie, dreigt ernstig te worden aangetast. De Energiewende heeft de grootste subsidiecarrousel in de moderne geschiedenis in gang gezet, waarin in Duitsland jaarlijks 22 miljard omgaat. Zoals gebruikelijk worden de ernstigste marktverstoringen weer door nieuwe regelgeving gecompenseerd. Zo rechtvaardigt het ene staatsingrijpen het andere. Het reëel bestaande socialisme is in Duitsland sinds 1989 geschiedenis. Maar het energiesocialisme is sterk in opkomst.

Mijns inziens dient er radicaal een einde te worden gemaakt aan de Energiewende, zoals ook aan ons eigen energieakkoord

En wat zijn nu de baten? De olifant blijft maar onopgemerkt rondbanjeren in de zaal. Zelfs als Duitsland er in zou slagen om de CO2-uitstoot tegen 2050 met 80 procent te verminderen, dan bedraagt de modelmatig berekende vermindering van de opwarming als gevolg van de Energiewende 0,006 graden Celsius! Dat kan niet met thermometers worden gemeten. Die zijn eenvoudigweg niet nauwkeurig genoeg. Er is kennelijk niemand die daarvoor belangstelling heeft, hetgeen bevestigt dat AGW (AGW = ‘Anthropogenic Global Warming; door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde) tot dogma is verheven, zich onttrekt aan rationaliteit en dat klimaatbeleid slechts getuigenispolitiek is.

Gesinnungsethik

Dat dit belangrijke element wordt genegeerd en men zich klaarblijkelijk niet interesseert voor kosten én baten van het beleid, is wellicht een teken des tijds waarin Gesinnungsethik belangrijker wordt gevonden dan Verantwortungsethik.
Mijns inziens dient er dus radicaal een einde te worden gemaakt aan de Energiewende, zoals ook aan ons eigen energieakkoord. Maar ik vermoed dat de belanghebbenden en pleitbezorgers daarvan zich te diep hebben ingegraven om nog uit zichzelf een draai te maken. Financiële schade en reputatieschade vormen hierbij tot dusver onoverkomelijk hindernissen.
Zou er dan misschien een impuls uit de wetenschap kunnen komen? De zogenaamde wetenschappelijke consensus inzake klimaat was altijd al een propagandasprookje. De opwarming van de aarde is zo’n achttien jaar geleden gestopt – vaak aangeduid met ‘opwarmingspauze’ of hiatus, waarvoor tot dusver geen afdoende verklaring is gevonden. Dus waar gaat die vermeende consensus eigenlijk over? Maar nu zelfs het Britse Met Office (het Britse KNMI), die altijd een fervent apostel was van het broeikasevangelie, de komst van een nieuwe kleine ijstijd verwacht ,  is het voor iedereen duidelijk dat waar nog wel énige overeenstemming was, deze thans uiteen valt.

Geldgebrek
Maar de politiek trekt zich in deze weinig aan van de wetenschap. De Staat en (RK) Kerk, president Obama en Paus Franciscus, hebben – nog net niet ex cathedra – verklaard dat de opwarming van de aarde (die maar steeds niet wil komen) een van de ernstigste gevaren is die de mensheid bedreigt.

Wat kan deze olietanker dan wél van koers doen veranderen? Geldgebrek misschien? Ja misschien! De financieringsbronnen voor de ambitieuze Energiewende lijken op te drogen. Maar ik vrees dat er eerst nog veel goed geld naar kwaad geld zal worden gegooid voordat de Duitsers (en ook wij) bij zinnen komen.
Als buurland dat met zijn energieakkoord het voorbeeld van Duitsland met zijn Energiewende volgt, verkeert Nederland in de unieke situatie dat we kunnen leren van de Duitse ervaringen en we daardoor kunnen voorkomen dat we dezelfde fouten maken. Maar op de een of andere manier heb ik het onaangename gevoel dat dat nog niet is ingezonken.