De euro zou Nederland zijn monetaire soevereiniteit teruggeven. De nadruk ligt hier op ‘zou’. Want dat is niet alleen feitelijk niet waar, tegenwoordig is het zelfs formeel onjuist.

In 1992 werd het duidelijk dat de euro uiterlijk in 1999 enkele nationale munten zou vervangen. De gulden zou zo goed als zeker één van die munten zijn die ruimte zouden moeten maken voor de euro.

Vrijwel tegelijkertijd met dat besluit dat enkele Europese landen de euro zouden invoeren, startte De Nederlandsche Bank (DNB) een krachtig PR-offensief. Hoewel de gulden zou verdwijnen was dat alles behalve een nadeel voor DNB, aldus de bank zelf. Immers, sinds begin jaren tachtig had DNB in feite niets te zeggen over het monetaire beleid in Nederland. Door de keuze de gulden vast te klinken aan de Duitse mark, leverde Nederland zijn monetaire soevereiniteit  in bij Duitsland. Een andere optie dan elke rentewijziging van de Bundesbank te volgen, was er niet als het hoofddoel was de genoemde koppeling in stand te houden.

Met het verdwijnen van de gulden en de komst van de euro zou Nederland juist een stukje van die verloren monetaire soevereiniteit terúgkrijgen, redeneerde DNB. Hoewel onze rente nog steeds in Duitsland zou worden bepaald – net als de Bundesbank zetelt de ECB ook in Frankfurt – zou de President van DNB namelijk lid zijn van het bestuur van de ECB en dus een stem hebben in de besluiten over de rente. Als de nieuwe monetaire baas iets besluit over Nederland, zit Nederland dus aan tafel. Iets wat met de Bundesbank aan het monetaire roer nooit het geval was: het bestuur van de Bundesbank bestond alleen uit Duitsers.

Vuurwerk

Dankzij de komst van de euro zou voor het eerst in een zeer lange tijd de rente in Nederland dus ook mede door DNB worden bepaald. De stelling van DNB was dan ook dat zij met de komst van de euro een grotere en belangrijkere rol zou krijgen dan de bank in het guldentijdperk had.

Wanneer straks in december het ECB-bestuur in Frankfurt gaat bepalen welk beleid de bank zal voeren in 2017 en verder, zit de Nederlander Klaas Knot er wel bij maar bij de stemming mag hij niet meedoen

Fast forward naar het heden. Deze maand besloot het bestuur van de ECB om het monetaire beleid in het euroland ongewijzigd te houden. Per maand blijft de bank dus voor 80 miljard euro staats- en bedrijfsobligaties kopen, de officiële rente blijft op 0 procent liggen en de depositorente is onveranderd gebleven op -0,4 procent. De kans is groot dat er in december op dat gebied echter behoorlijk wat vuurwerk te zien zal zijn. Zoals de President van de ECB zei: dan zal het ECB-bestuur nieuwe voorspellingen over economische groei en inflatie in de eurozone voor 2017, 2018 en 2019 hebben, gemaakt door eigen economen van de centrale bank. Het zijn die voorspellingen die in de praktijk bepalend zijn voor of de ECB haar beleid wijzigt of niet.

In december zal de ECB dus zeer waarschijnlijk een besluit nemen dat opkoopprogramma wel of niet ook na maart 2017 voort te zetten, wel of niet uit te breiden en de rentes wel of niet te wijzigen. Kortom, de vergadering van december is een zeer belangrijke. Wat heeft dat met het begin van dit artikel te maken, vraagt u zich nu misschien af. Veel en wel om het volgende.

Sinds het begin 2015 zijn de bestuursleden van de ECB in twee groepen ingedeeld. In groep I zitten de vijf, in economische termen, grootste landen, namelijk Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Nederland. In de tweede groep vinden we de andere eurolanden. Sinds vorig jaar hebben de Presidenten van de centrale banken van de eurolanden onderling vijftien stemmen in het ECB-bestuur. Groep I heeft daarbij altijd vier van dat quotum en de overige elf stemmen komen uit groep II.

Voor spek en bonen

Wie wanneer mag stemmen is vastgelegd in een roulatieschema. Voor groep I houdt dit in dat elk van de vijf landen twee of drie maanden per jaar géén stemrecht heeft. Dat geldt ook voor Nederland. Voor dit jaar betekent dit concreet dat de President van DNB, Klaas Knot, in februari en juli van dit jaar geen stemrecht had binnen het ECB-bestuur. Volgens de roulatieschema is dat echter niet alles: ook in december mag Klaas Knot niet meebeslissen over welk beleid de ECB zal voeren.

De vergadering in december zal echter een zeer belangrijke zijn, hebben we net gezien. Die monetaire soevereiniteit die Nederland als land dankzij de euro terug kreeg zoals DNB verkondigde in de jaren negentig, is niet alleen feitelijk een dode letter op papier (Duitsland en Nederland worden al jarenlang overstemd in dat bestuur), zelfs formeel gaat die PR-vlieger niet meer op. Wanneer straks in december het ECB-bestuur in Frankfurt gaat bepalen welk beleid de bank zal voeren in 2017 en verder, zit de Nederlander Klaas Knot er wel bij maar bij de stemming mag hij niet ik herhaal, NIET, meedoen.

Nederland is daarmee weer terug bij wat in monetair-geschiedkundig opzicht de normale stand van zaken is voor ons land. En dan heb ik het hier nog niet gehad over een andere  geschiedkundige ontwikkeling die Nederland heeft meegemaakt en die niet alleen de stem van DNB overbodig kan maken. Dat komt in een andere bijdrage binnenkort aan de orde.