Eigenlijk jammer dat de Zwitsers op 5 juni in een referendum de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen hebben verworpen. Waren ze ermee begonnen dan hadden we eindelijk in een realistische setting kunnen zien wat dat doet met zaken als arbeidsparticipatie, sociale cohesie, solidariteit en andere maatschappelijke factoren.

Want nogmaals, al die lokale en meest kleinschalige ‘experimenten’ met een ‘basisinkomen’ zeggen helemaal niets over hoe het hiermee zou gaan. Alle experimenten betreffen het (tijdelijk) geven van financiële ondersteuning aan een beperkte en afgebakende groep sociaal – of economisch zwakkeren. Ik wil best geloven dat de arbeidsparticipatie van bijstandsgerechtigden omhoog gaat als ze hun uitkering mogen behouden als ze aan de slag gaan. Maakt werken inderdaad een stuk aantrekkelijker voor deze groep. Maar dit soort uitermate unfaire praktijken zegt helemaal niets over wat er zou gebeuren met de arbeidsparticipatie in bredere zin als we ook een onvoorwaardelijke uitkering gaan verstrekken aan iedereen die nu al een baan heeft. Wat doet dat met de motivatie om een baan te nemen of te houden die minder intellectueel uitdagend en bevredigend is dan die van de meeste voorstanders van het basisinkomen? Wie wordt er nog vuilnisman als je een basisinkomen krijgt? Dat lukt waarschijnlijk alleen als de vergoeding die je bovenop het basisinkomen krijgt voor het verlenen van deze belangrijke maatschappelijke dienst aanzienlijk is en aldus leidt tot een veel hoger (totaal) inkomen voor het ophalen van vuilnis dan nu het geval is. Aangezien we er zonder daadwerkelijke productiviteitsverhoging niet allemaal op deze manier op vooruit kunnen gaan moet de invoering van het basisinkomen wel leiden tot aanzienlijke herverdelingen tussen bevolkings– en beroepsgroepen. Daar kun je uiteraard voor zijn, maar dit kan ook bereikt worden door belastingmaatregelen en het verhogen van bepaalde beloningen.

Werken voor je geld versus waarde creëren

In een blog zag ik ondernemer Ronald Mulder ter motivatie van de invoering van een basisinkomen stellen dat we “werken voor je geld” moeten inruilen voor “werken om waarde te creëren”. Met dat waarde creëren ben ik het van harte eens maar verder zie ik hier eerder een valse tegenstelling dan een overtuigend argument voor het basisinkomen. Hoe je het ook wendt of keert, om de maatschappij draaiende te houden moeten er iedere dag weer goederen en diensten worden gecreëerd die aldus van waarde zijn. Ons sociale contract impliceert dat je een bijdrage levert aan die waardecreatie en dat je in ruil daarvoor een salaris of ondernemersloon krijgt waarmee je aanspraak kunt maken op (een deel van) de waardecreatie van anderen. Het systeem is gebaseerd op ruil. Met een basisinkomen wordt dat systeem gekanteld. De voorwaarde dat je zelf iets te bieden moet hebben om aanspraak te kunnen maken op de waardecreatie van anderen wordt losgelaten. Wat dit op langere termijn doet met de collectieve geestesgesteldheid van een land is niet te voorspellen maar erg optimistisch ben ik er niet over. Een universum waarin met basisinkomens gefinancierde dilettanten op zolderkamers in de illusie zitten te geloven dat ze heel waardevolle boeken aan het schrijven zijn is niet denkbeeldig. Heel vervelend misschien, maar of wat jij doet van waarde is of niet, bepaal je niet zelf. Dat doen anderen. Net zo goed dat jij bepaalt of de inspanningen van anderen voor jou van waarde zijn. Juist de wederkerigheid van de ruil draagt bij aan sociale samenhang. Iedereen wordt nu gedwongen om op enige manier rekening te houden met de wensen en belangen van anderen. Dat is een belangrijk gedragssturend mechanisme dat we met het basisinkomen los zouden laten. Niet iets om lichtzinnig te doen.

Misschien toch maar beter dat de Zwitsers niet voor zo’n radicale wijziging van de maatschappelijke ordening hebben gestemd. Want als dit experiment zou mislukken lijkt het me moeilijk er weer mee te stoppen.

Ewoud Jansen is op twitter te volgen via @ewoudjansen