Vandaag verloopt de Griekse deadline voor het terugbetalen van een deel van de schuld aan het IMF. Daarmee is de Griekse staat de facto bankroet. Elk normaal land zou dit scenario ten koste van alles willen vermijden, maar de Griekse regering lijkt er bewust op te hebben aangestuurd. Dat is minder gek dan het lijkt.

Afgelopen weekend toverde de Griekse regering niet een maar twee konijnen uit de hoge hoed. De referendumeis was op zich al opmerkelijk genoeg: er was immers geen enkele garantie dat het Griekse volk inderdaad ja zou zeggen tegen de gemaakte afspraken. Na maanden van onderhandelingen moesten de crediteuren het dus doen met een Grieks ‘ja tenzij’. Deze op zich al weinig solide basis voor een overeenkomst werd nog wankeler toen de Griekse regering bekend maakte dat ze zelf campagne zou voeren voor afwijzing van het akkoord. Geen ja tenzij maar nee tenzij dus: feitelijk een afwijzing, maar dan een met de deur naar ja nog op een kier.

Verbijsterd

De Europese onderhandelaars waren logischerwijs verbijsterd. Beseften de Grieken dan niet dat het twee voor twaalf was en een bankroet dreigde? Wilden ze dat dan niet ten koste van alles voorkomen? Het antwoord luidt: nee, blijkbaar niet. En zo gek is dat niet, althans niet vanuit het perspectief van het huidige Griekse regering. Die heeft altijd twee uitgangspunten gehad: het moet gedaan zijn met de eenzijdig opgelegde bezuinigingsmaatregelen die het herstel van de Griekse economie bemoeilijken, en de crediteuren zullen omwille van datzelfde Griekse herstel ook moeten accepteren dat een aanzienlijk deel van de Griekse schuldenlast moet worden afgeschreven. In de onderhandelingen tot nu toe haalden ze op beide punten precies niets binnen. Het akkoord zoals het er nu ligt is voor hen dus sowieso niet de moeite van het verdedigen waard.

Bewust

Er zijn zelfs redenen om aan te nemen dat Tsipras bewust heeft aangestuurd op mislukking van de onderhandelingen. De voornaamste doelstelling van zijn regering wordt immers op slag een stuk haalbaarder als het bankroet eenmaal een feit is. Europese regeringen zouden het gesprek over schuldafschrijving liever tot nader orde uitstellen, ook al omdat het in feite alleen kan slagen als alle probleemlanden tegelijkertijd worden behandeld (het Brady plan-scenario). Maar nu de Grieken hun schulden niet langer kunnen betalen, hebben ze geen andere keus dan meteen met Athene om tafel te gaan over schuldafschrijving.

Nieuw stadium

Met de Griekse wanbetaling van vandaag begint een nieuw, onzeker stadium in de eurocrisis. Het werkelijke probleem – de onhoudbaar grote staatsschulden – ligt opeens prominent op tafel. Als Griekenland een goede deal voor zichzelf eruit weet te slepen, is het onvermijdelijk dat andere landen eenzelfde deal zullen eisen, de Italianen voorop. Duitsland heeft dit altijd willen vermijden. In de noordelijke opvatting over staatshuishouding is geen ruimte voor wanbetalen, laat staan van het afschrijven van schulden: pacta sunt servanda. Maar als we ooit uit het moeras dat deze crisis is geworden willen komen, hebben we geen andere keus dan te accepteren dat we een deel van de geleende gelden niet meer terug gaan zien. Althans: niet in de komende decennia.

Keiharde tegeneis

Dat is een gevoelige klap voor regeringen als de onze, die altijd heeft beloofd dat we elke cent die we aan de zuidelijke landen hebben geleend gaan terugkrijgen, ‘met rente’ zelfs. Maar wat moet dat moet. Laten we er in ieder geval als keiharde tegeneis voor stellen dat alle landen die nu om schuldafschrijving vragen uit de euro worden gezet en er de komende decennia ook niet meer in mogen terugkeren. Anders zitten we hier over twintig jaar weer.