Jalta onderwierp de banenplannen van minister Asscher aan een nadere analyse. Onze conclusie: het peperdure programma levert in totaal 2000 nieuwe banen op. Als het meezit.

“Ik wil mensen écht aan het werk krijgen!” Aldus een vastberaden Lodewijk Asscher medio 2013, toen hij zijn plan om met 600 miljoen euro belastinggeld honderdduizenden nieuwe banen te creëren lanceerde. Asscher ging voortvarend te werk. Binnen luttele maanden was ruim 230 miljoen besteed aan meer dan 30 sectoren die plannen hadden ingediend. In totaal zouden alle deelplannen samen volgens hem 185.000 mensen aan het werk helpen. Een indrukwekkende claim, maar klopt het wel?

Er is zonder de details van het programma te verkennen al meteen een goede reden om te twijfelen. Als het resterende bedrag met dezelfde doeltreffendheid wordt ingezet, zou dat volgens Asschers eigen rekenmethode namelijk wel eens tot hele vreemde situatie kunnen leiden: er zijn dan meer banen dan er werknemers zijn! Reken maar mee: van 600 miljoen euro kunnen, als we dezelfde verhoudingen aanhouden, in totaal ongeveer 481.000 mensen aan een baan worden geholpen. Tellen we daarbij op de 325.000 banen die middels Herfst, Zorg en Sociaal Akkoord zouden worden gecreëerd, dan komen we tot 806.000 nieuwe banen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn er in Nederland echter ‘slechts’ 657.000 werklozen. Als de banenplannen van Asscher succesvol blijken, wordt Nederland dus het eerste land ter wereld met negatieve werkloosheid!

Teleurstellende details

De details van het plan zijn al even teleurstellend. In nagenoeg alle sectorplannen komt bijvoorbeeld de zinsnede “vooral ingezet op scholing en van werk naar werk trajecten” voor – omscholing dus. Voor elke afzonderlijke sector is daar in principe wel iets voor te zeggen. Het probleem ontstaat als dat in alle sectoren tegelijk gebeurt. De vraag is namelijk naar welke sectoren al die duizenden omgeschoolde werknemers zouden moeten verhuizen. Niet naar een van de andere sectoren nemen we aan. Daar is men immers zelf ook al bezig om personeel om te scholen voor welk elders. Uit Asschers voorstellen worden we op dit punt niet veel wijzer. Daar staat slechts de generieke term ‘banen’; in welke sectoren die banen dan gevonden gaan worden, staat er niet bij.

Als de banenplannen van Asscher succesvol blijken, wordt Nederland dus het eerste land ter wereld met negatieve werkloosheid!

Behalve dergelijke inconsistenties duiken ook evidente onzinnige voornemens in de plannen op. Zo is de minister van plan 80.000 mensen uit de zorg om te scholen zodat ze in andere sectoren aan de slag kunnen. Maar over de zorg weten we dat er in de nabije toekomst tienduizenden banen extra beschikbaar zullen komen. We leven immers allemaal langer en willen langer zelfstandig blijven wonen. Dat betekent dat er veel handen aan het bed nodig zullen zijn, heel veel handen zelfs. Zorg is maatwerk en dus bij uitstek een sector waar robotisering (waar diezelfde minister Asscher bang voor zegt te zijn) niet al het werk kan overnemen. En uitgerekend in die sector gaat de minister dus mensen omscholen om werk elders te gaan vinden! Hetzelfde geldt voor onderwijs. Dat is ook een sector waarvan we wéten dat de vergrijzing ongekend hard zal toeslaan zodat er een enorm tekort aan leraren zal ontstaan. Ook in deze sector waar duizenden banen voor het oprapen zullen liggen zónder een banenplan, gaat minister Asscher 11 miljoen euro inzetten om banen te creëren!

En dat is niet eens het ergste voorbeeld. Neem de chemiesector. Daarover schrijft Asscher zelf dat er sprake is van ‘een jaarlijks tekort van ruim 2000 vakmensen’. Daar is het aantal banen nu al dus structureel hoger dan het aantal beschikbare werknemers. Ofwel: als er één sector is die géén banenplan nodig heeft, dan is dat de chemische sector. Toch vindt Asscher het nodig 10 miljoen euro uit te geven om ook daar banen te creëren. Ik ben heel benieuwd hoe minister Asscher de logica daarachter zou uitleggen als de Tweede Kamer hem hierover vragen zou stellen.

Van “185.000 nieuwe banen” naar “185.000 werknemers geraakt”

Reden genoeg om te twijfelen aan de haalbaarheid van de hyperambitieuze 185.000 claim. Blijkbaar kwam minister Asscher eerder dit jaar tot dezelfde conclusie. In een brief aan de Tweede Kamer had hij het er opeens over dat de goedgekeurde plannen 185.000 mensen zouden ‘raken’. Raken is natuurlijk heel wat anders dan aan een baan helpen. De grote pr-terugtocht was ingezet, de 185.000 banenclaim verdampte voor onze ogen. Maar intussen wordt die 231 miljoen wel gewoon uitgegeven. Hoeveel nieuwe banen zijn daar dan van te verwachten?

Het banenplan van Lodewijk Asscher

Het banenplan van Lodewijk Asscher

Daarvoor lopen we door alle gehonoreerde sectorale banenplannen heen, 24 in totaal. We komen dan veel verschillende beloftes tegen, maar weinig nieuwe banen. Het wemelt van coachingsplannen, leerwerkplekken, sollicitatietrainingen en gezondheidschecks. Van de 185.000 mensen die ‘geraakt’ worden door de sectorale banenplannen, blijken maar liefst 155.000 (84 procent van het totaal) onder deze programma’s te vallen. Allemaal ongetwijfeld nuttige zaken, maar werk wordt er niet mee geschapen.

Van de resterende 30.000 “banen” blijken ruim 17.500 stageplekken te zijn. Bij 8500 andere blijkt het bij nadere beschouwing om ‘coaching’ van jongere werknemers door oudere werknemers te gaan. Allemaal ongetwijfeld nuttig, maar banen zijn het niet. Het is bovendien sterk de vraag of de overheid dergelijke zaken moet financieren. Nog dubieuzer is de financiering voor een post van nog eens bijna 2000 banen voor iets dat “Voorlichting en onderzoek” wordt genoemd. Wat er hier precies wordt onderzocht, wordt niet duidelijk gemaakt. Wie er wordt voorgelicht evenmin.

2000 nieuwe banen

Zo komt het aantal écht nieuwe banen in de plannen uiteindelijk uit op net iets meer dan 2000. Daar geven we dus 231 miljoen euro belastinggeld voor uit. En de rest. Asscher zet het beschikbare belastinggeld namelijk alleen in als het bedrijfsleven hetzelfde bedrag erbij doet. In feite gaat het dus om 462 miljoen euro voor 2.120 banen – 217.924 euro per baan.

Zelfs áls het om permanente banen zou gaan, is bijna een kwart miljoen wel erg veel geld. Gebaseerd op eerdere ervaringen met banenplannen in binnen en buitenland is het nog maar de vraag de hoeveel van die 2000 banen werkelijk blijvend zullen zijn. Van alle Melkert-banen bleek bijvoorbeeld maar 6 procent uiteindelijk permanent. En dat was in de goede economische jaren negentig! Het is het verhaal van vrijwel elk banenplan dat is geprobeerd door westerse regeringen: de banen die het opleverde, bestonden uitsluitend zolang de subsidie liep. Zodra de subsidie werd stopgezet, verdwenen ze weer als sneeuw voor de zon.

Wat wel werkt

Als het kabinet écht banen wil scheppen, en niet tijdelijke maar structurele, dan kan het beter de belasting op arbeid verlagen. De Nederlander houdt daardoor elke maand meer geld over en gaat dat uitgeven. Bedrijven kunnen meer mensen aannemen omdat arbeidskosten lager worden en mensen aannemen winst oplevert. Ze kunnen ook de lonen verhogen als ze Asschers 600 miljoen niet hoeven te matchen. Op die manier heeft de werkende Nederlander meer te besteden, waardoor de vraag naar allerlei goederen en diensten stijgt, zodat het aanbod wel moet volgen. De nieuwe banen die zo ontstaan zijn echte, permanente banen – niet banen die alleen bestaan zolang de subsidiekraan open blijft. Dat lijkt ons het enige banenplan dat werkt!

UPDATE: Kamervragen!

“Schriftelijke vragen van het lid Pieter Heerma (CDA) aan de minister van SZW
1. Bent u bekend met het bericht ‘Asschers banenplannen: 200,000 euro per baan? (Jalta, 14 oktober 2014)
2. Klopt het dat van de 185.000 mensen die tot nu toe ‘geraakt’ worden door de sectorplannen dit in 84% van gevallen is in de vorm van coachingsplannen, leerwerkplekken, sollicitatietrainingen en gezondsheidschecks? Indien nee, hoeveel zijn dit er wel?
3. Klopt het dat aantal écht nieuwe banen binnen de sectorplannen slechts 2120 betreft? Zo ja, hoe beoordeelt u dit aantal? Zo nee, hoe groot is aantal dan wel?
4. Bent u van mening dat de sectorplannen tot op heden voldoende mensen écht aan het werk hebben gekregen? Zo ja, waarom? Zo nee, had dit doel niet beter bereikt kunnen worden door bijvoorbeeld lastenverlichting?
5. Hoe staat het met de uitvoering van de motie Pieter Heerma c.s. (33 930 XV nr. 6) met betrekking tot de informatievoorziening ten aanzien doelen en behaalde resultaten van de sectorplannen?”