Om de kans om euro levensvatbaar te maken groot te maken, is een mate van solidariteit tussen eurolanden nodig die zelfs de homogene Duitse deelstaten niet opbrengen voor elkaar. Dát vergeten voorstanders va de euro vaak in het debat.

Vorige week schreef ik hier op Jalta dat 25 jaar nadat de Berlijnse Muur verdween, een soortgelijke muur tussen voormalig Oost- en West-Duitsland nog steeds duidelijk zichtbaar is in de Duitse economische statistieken.

Dit tweede deel gaat over twee ontwikkelingen binnen Duitsland sinds de hereniging en relateert die ontwikkelingen aan twee veelgehoorde voorstellen hoe de euro levensvatbaar te maken. Duitsland heeft namelijk niet alleen een Oost-West probleem, maar ook een Noord-Zuid twistpunt. Wat kunnen voorstanders van de euro leren uit de Duitse ervaringen?

Hét probleem van de eurozone is volgens velen dat de eurolanden wél een muntunie zijn maar geen begrotingsunie of op zijn minst een unie met een goedgevulde oorlogskas. En dus moesten elke keer als er weer eens een euroland (opnieuw) gered moest worden, de ministers van Financiën in een spoedvergadering bijeen komen om geld op tafel te leggen, wat altijd tot speculaties en spanningen leidde. Nu is er een permanent noodfonds voor de euro – what’s in a name – maar daarmee zijn de potentiële problemen niet opgelost. Het is een begin van een transferunie maar voorstanders ervan willen veel meer. Het tweede deel van het probleem zijn namelijk zeer hoge schulden bij veel eurolanden. Dat is een constant gevaar voor de levensvatbaarheid van de euro en een sta-in-de-weg van economische groei omdat die landen hoge rente moeten betalen om begrotingsgaten te dichten. En dus pleiten velen voor gezamenlijke staatsobligaties, ook wel eurobonds genoemd, om de rente voor de zwakke eurolanden omlaag te drukken. Marktwerking vinden velen in de eurozone prima maar als de markten de onverantwoorde overheden dwingen een verantwoord financieel beleid te voeren, dan moet marktwerking uitgeschakeld worden blijkbaar. Met de eurobonds zouden de schulden van de eurolanden boven 60 procent van hun bruto binnenlands product (bbp) gemeenschappelijke schulden worden.

De euro heeft een permanent noodfonds nodig om te overleven. Een permanent noodfonds. Dat betekent in feite dat de munt niet levensvatbaar is maar kunstmatig in leven wordt gehouden.

Transferunie

Terug naar Duitsland. Sinds 1950 kent dat land een eigen transfermechanisme, deLänderfinanzausgleich genoemd. Dat is een solidariteitsmechanisme verankerd in de Duitse grondwet dat geld verdeelt tussen de rijke en minder rijke Bundesländer. Of zoals het officiële doel is, om levensomstandigheden van alle Duitsers gelijk te maken. Dat mechanisme blijft in ieder geval tot 2019 bestaan en de komende tijd moeten Duitsland en zijn deelstaten besluiten wel of niet ermee door te gaan en zo ja, in welke vorm. En dát wordt zeker geen Blitzbeschluss.

De relatief rijke deelstaten komen namelijk in opstand. Neem Beieren. In 1991 was Beieren met 2 miljoen euro een netto betaler. In 1992 liep dat al op naar 342 miljoen euro en het jaar erop tot 1,3 miljard. Inmiddels draagt München 4,3 miljard euro per jaar, de helft van het totale bedrag dat gemoeid is met de Länderfinanzausgleich.

Als dat transfermechanisme dat elk jaar miljarden euro’s overhevelde van West- naar Oost-Duitsland nou succesvol was geweest was er nog iets voor te zeggen. Maar zoals ik vorige week liet zien, dat is overduidelijk niet het geval. En sinds het begin van de huidige crisis moet Beieren naar eigen zeggen beperkingen opleggen aan eigen inwoners om geld vrij te maken voor andere, arme Länder. Dat valt in München, Garmisch-Partenkirchen en de rest van Beieren nauwelijks uit te leggen. In 2012 beklaagde Beieren zich al over de regeling bij het Bundesverfassungsgericht, het Duitse Constitutionele Hof, in Karlsruhe. Begin 2013 togen Beieren en deelstaat Hessen (grootste stad daar is Frankfurt am Main) samen naar Karlsruhe omdat gesprekken met andere deelstaten om het stelsel te veranderen niets opleverden. Baden-Württemberg (hoofdstad Stuttgart) overwoog ook zich aan te sluiten bij de rechtszaak. Beieren, Hessen en Baden-Württemberg hebben samen 30 miljoen inwoners. Duitsland in totaal heeft 80 miljoen inwoners.

De klagende deelstaten willen, zoals ze dat zelf noemen, stoppen met het financiële eenrichtingsverkeer. Beieren wil zijn bijdrage maximeren op 1 miljard euro per jaar. En Beieren staat niet alleen in zijn kritiek; veel andere netto-betalers eisen dat het mechanisme anders vormgegeven wordt. Als dat niet gebeurt met overleg dreigt Beieren opnieuw naar de rechter te stappen. Met name noordelijke deelstaten beschuldigen het zuiden ervan niet solidair te zijn met andere Duitsers.

Noordelijke Duitse deelstaten beschuldigen hun zuidelijke landgenoten ervan niet solidair te zijn.

De schuld van de één is de schuld van allen

Daarnaast voeren enkele rijke Bundesländer, alweer onder aanvoering van Beieren, ook een strijd op een tweede front. De federale regering in Berlijn geeft, zoals elk land, eigen staatsobligaties uit. Ook de afzonderlijke deelstaten financieren zich op de kapitaalmarkt met eigen schuldpapier. En het komt ook af en toe voor dat enkeleBundesländer samen een obligatieleningen uitgeven (de zogeheten Jumbos) om zo grotere liquiditeit te krijgen. Doorgaans geldt dat hoe hoger de liquiditeit, hoe lager de rente omdat beleggers altijd weten dat er een markt is waar ze hun schuldbewijzen kunnen verkopen. Daarmee is het risico dat ze niet bij hun geld kunnen komen wanneer ze dat willen lager en nemen ze genoegen met een lagere rente.

schuldenperbundesland

Staatsobligaties uitgegeven door de federale overheid samen met alleBundesländer zijn er echter niet. Deze zogeheten Deutschlandbunds zijn wél een vurige wens van veel Duitse deelstaten, vooral die met hoge schulden. Zo pleit deelstaat Noordrijn-Westfalen regelmatig voorDeutschlandbunds en het zal geen toeval zijn dat die deelstaat een schuld van 189,7 miljard euro had eind 2013. Om dat in perspectief te plaatsen: dat is meer dat de gezamenlijke schulden van de nummers 2, 3 én 4 op de lijst van de meest verschuldigde Bundesländer. Beieren heeft een schuld van 26 miljard euro ofwel iets meer dan 5 procent van de Beierse economie. De schuld van Noordwijn-Westfalen, als percentage van zijn bruto binnenlands product, bedraagt 31 procent (Hessen komt op 17 procent en Baden-Württemberg op 15 procent). Noordrijn-Westfalen en medestanders benadrukken de voordelen van Deutschlandbunds: zij kunnen dan profiteren van de Triple A kredietwaardigheid van de federale overheid en dus een aanzienlijk lagere rente betalen.

Nein aus München

Waar Deutschlandbunds een vurige wens zijn van een aantal Bundesländer, zo faliekant tegen die staatsobligaties zijn de deelstaten die lage schulden zoals Beieren. De regering in München peinst er niet over eraan te beginnen. De reden? Het belangrijkste verschil tussen Deutschlandbunds en de eerder genoemde Jumbos is dat waar bij de Jumbos de deelnemende deelstaten alleen aansprakelijk zijn voor hun deel van de schuld, bijDeutschlandbunds álle Bundesländer aansprakelijk zouden zijn voor álle schulden. Dus als Noordrijn-Westfalen om wat voor reden dan ook geen aflossing en rentebetaling kan doen, draaien andere deelstaten daarvoor op. Voor dat soort solidariteit voelt onder meer Beieren niets. Zoals gezegd wil die juist de Beierse bijdrage aan deLänderfinanzausgleich met meer dan drie kwart reduceren.

Tot slot wijst de zuidelijke deelstaat ook het Entschuldungsfonds resoluut af. Het gaat hier om een voorstel waar veel deelstaten achter staan om alle schulden van de Duitse deelstaten in één fonds te stoppen. Iedere deelstaat blijft verantwoordelijk voor de aflossing van zijn eigen deel en de rentelasten komen voor rekening van de federale regering. De relatief rijke deelstaten vrezen dat zij uiteindelijk linksom of rechtsom ervoor zullen opdraaien.

Marktwerking vindt men doorgaans prima alleen als de markt de onverantwoorde overheden dreigt te dwingen een verantwoord financieel beleid te voeren, dan willen voorstanders van de euro de marktwerking blijkbaar uitschakelen

wie_betaalt_ontvangt

Hoge rente voor die Bundesländer die hun financiën niet op orde hebben, is een disciplineringsmechanisme van de markt, stellen de tegenstanders van de Deutschlandbunds. Door die stok van de markt buiten werking te zetten, zullen de probleemgevallen binnen de Duitse republiek minder stimulans hebben te hervormen en hun financiën op orde te brengen. Men vreest dat het gevolg op den duur hogere belastingen zal zijn. Schulden zijn de verantwoordelijkheid van de deelstaat die ze maakt en niet van andere deelstaten.

Minder solidariteit

Beieren wil niet alleen de woorden Deutschlandbunds of Entschuldungsfonds horen, München is daarnaast zelfs erop uit de zogeheten Solidaritätszuschlag te halveren. Dat is een toeslag op de te betalen inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en vermogensbelasting en bedraagt 5,5 procent. De Soli zoals de toeslag in de volksmond wordt genoemd, is ingevoerd in juli 1991. Elk jaar levert Soli bijna 14 miljard euro op.

Solidariteitstoeslag

Als al die wensen van Beieren en andere deelstaten geen kwaad bloed hebben gezet bij de andere Bundesländer, dan zorgt het Beiers plan om die deelstaten die hun financiën niet op orde krijgen sancties op te leggen daar wel voor.

Het mag duidelijk zijn dat solidariteit bínnen Duitsland tussen sterke en zwakke Bundesländer om het zo te zeggen, ver te zoeken is.Länderfinanzausgleich, te zien als een soort transferunie van sterke naar zwakke delen wat velen nodig vinden in de eurozone, staat op springen, zelfs het Duitse Constitutionele Hof wordt erbij gehaald. Over Deutschlandbunds, vergelijkbaar met de door velen bepleite eurobonds, wordt al heel lang gesproken maar ze komen niet van de grond en de kans is levensgroot dat die bonds ook niet van de grond zullen komen. En dat in een land dat een politieke, economische en monetaire unie is én daarnaast ook een homogene unie: 80 procent van de inwoners is Duits en voelt zich Duits. In zo een land lukt het na een kwart eeuw á raison 2.000 miljard euro – zo hoog zijn de kosten van de hereniging inmiddels – overigens ook niet de economische verschillen aanzienlijk te verkleinen. Bedenk ook dat er, zeker in het begin, veel steun was onder de bevolking voor al deze extra belastingen. De Wiedervereinigung was een droom van vele Duitsers en daar wilden ze best voor betalen. Hoe anders is het in de eurozone. Die is wel een monetaire unie (die zich overigens ook niet houdt aan eigen regels.

maar geen politieke en zeker geen homogene unie. De steun voor een mate van solidariteit die nergens in de buurt komt van de solidariteit binnen Duitsland is al ver te zoeken, laat staan de steun voor Duitsland-achtige solidariteit. Die zou inhouden dat er een Europese belasting, eurobonds en een mechanisme om geld door te sluizen van de sterke naar de zwakke eurolanden moeten komen.

Onwelgevallige conclusie voor eurofielen

Omdat een ruime meerderheid van de inwoners zoiets niet wil én omdat de kosten zeer waarschijnlijk vele malen hoger zullen worden (Berlijn raamde in 1991 de kosten van de hereniging op 455 miljard; tot nu toe bedragen die 2000 miljard en lopen verder op elk jaar) zijn eurobonds, een transferunie en een Europese belasting ongewenst.

Maar nog afgezien van de discussie of al die zaken wel of niet gewenst zijn, laten we even de Duitse situatie en ervaringen door de ogen van een voorstander van de euro bekijken. Als die de situatie neutraal benadert dan ziet hij/zij dat zelfs als de eurozone een transfermechanisme, eurobonds en een Europese belasting zou invoeren, de kans groot is dat de verschillen groot zullen blijven. Dát is toch echt de les die de Duitse ervaring ons leert.

Bij groot blijvende economische verschillen binnen de eurozone geldt dat de euro altijd voor een groep landen te sterk en een groep landen te zwak zal zijn. Hetzelfde geldt voor de rente. Deze twee feiten maken de huidige muntunie structureel instabiel. Dat geven de beleidsmakers in de eurozone in feite ook toe wanneer ze spreken over het opgerichte permanente noodfonds voor de euro: uit die naam blijkt al dat de munt zo een fonds nodig heeft, lees niet in staat is op eigen benen te staan. En dan is dé vraag volgens welke logica het logisch is om lid te blijven van een permanent instabiele structuur tegen hoge kosten waarbij geldt dat instorting waarschijnlijk onvermijdelijk is en slechts een kwestie van tijd. Het enige wat logisch is in dat geval is ermee ophouden voordat de oplopende rekening alle leden van de muntunie structureel verzwakt. Het ironische is: dat zou de verschillen tussen de eurolanden wel verkleinen maar de bedoeling van de invoering van de euro was toch echt dat álle deelnemende landen sterker, niet zwakker zullen worden.

Dé vraag is volgens welke logica het logisch is om lid te blijven van een permanent instabiele structuur tegen hoge kosten waarbij geldt dat instorting waarschijnlijk onvermijdelijk is en slechts een kwestie van tijd. Het enige wat logisch is in dat geval is ermee ophouden voordat de oplopende rekening alle leden van de muntunie structureel verzwakt.