Bij een restaurant in de wijk Lombok in de stad Utrecht hangen al wekenlang briefjes voor de ramen: “Afwashulp gezocht op korte termijn”. Tevergeefs.

 

Financiële prikkel

In een stad met bijna 10.000 mensen in de bijstand is er blijkbaar niemand die zich geroepen voelt om de vacature van afwashulp te vervullen. Ook de velen met een verblijfstatus verkiezen blijkbaar de bijstand boven een bestaan als afwashulp. Waren zij niet naar hier gekomen om iets beters van hun leven te maken? Zien ze niet dat je met een baan in je eigen levensonderhoud kunt voorzien? En dat dit een opstapje kan vormen naar een beter betaalde functie en om te integreren in de maatschappij? Of ging het toch vooral om te profiteren van de lusten van de verzorgingsstaat? Daarbij is het wettelijk minimumloon in Nederland niet bepaald laag te noemen. Het is alleen niet meer dan de netto minimumuitkering.

Vorige week stuurde de minister van Financiën in antwoord op vragen van de SGP-fractie in het kader van de Algemene Financiële Beschouwingen de antwoorden naar de Kamer over de omvang van de marginale druk voor een alleenverdiener. Voor andere groepen is de hoogte niet wezenlijk anders, omdat het traject tussen minimumuitkering en modaal loon volgeladen is met inkomensafhankelijke toeslagen en regelingen. Alleen begint een alleenstaande meestal wat lager, op 70 procent van het minimum van een paar. Conclusie is dat je een dief van je portemonnee bent als je (meer) gaat werken, aangezien je met niet (of minder) werken netto besteedbaar ongeveer evenveel overhoudt.

Als er geen financiële prikkel is om aan het werk te gaan, dan hangt alles af van de uitvoering en handhaving van de wettelijke plichten van bijstandstrekkers. Dan wordt al snel duidelijk dat gemeenten bijstandstrekkers geen verplichtingen opleggen. Financiële sancties passen ze niet toe, zo schreef ik al eerder op basis van rapporten van de Inspectie SZW. Dat was allang duidelijk, maar kwam vorige week nog weer eens in de publiciteit naar aanleiding van een artikel in De Telegraaf over de taaleis. Van de vier grote steden verbindt alleen Rotterdam sancties aan de weigering om de Nederlandse taal te leren. Gemeenten zijn onder het mom van armoedebestrijding slechts bezig de inkomenspositie van mensen in de bijstand te verbeteren. Vroeger kon je nog zeggen dat de grootste inkomensstijging kon worden behaald door aan het werk te gaan, maar die uitspraak is inmiddels door de realiteit achterhaald. Naast de tientallen inkomensafhankelijke regelingen die het Rijk heeft bedacht, stapelen gemeenten daar bovenop nog eens hun eigen inkomensafhankelijke regelingen. En die komen niet terecht bij werkenden met een laag inkomen. De gemeente Amsterdam prijst ze in alle talen aan, wat te meer illustreert dat de prioriteit ligt bij inkomen boven werk.

 

Grote steden

De groep mensen in de bijstand in de grote steden is voor het verrichten van betaald werk afgeschreven door de gemeente. Hoewel ze er wel geld voor krijgen, steken gemeenten nauwelijks een vinger uit om deze mensen aan het werk te laten gaan. Dit terwijl de banen voor het opscheppen liggen. In het hele land kan het niemand ontgaan dat er veel bedrijven zijn met vacatures, ook voor die banen waaraan nauwelijks opleidings- of ervaringseisen worden gesteld. Discriminatie? Waarom zou een restaurant in Lombok alleen een blanke, heteroseksuele man als afwashulp willen, terwijl de rest van het personeel uit alle windstreken afkomstig is?

Het CPB belichtte recent enige problematische aspecten aan het snel stijgen van de pensioenleeftijd. Intussen zijn er mensen die op hun 16e aan de slag zijn gegaan, in soms fysiek zware beroepen. Zij krijgen te horen dat, om de verzorgingsstaat betaalbaar te houden, ze moeten doorwerken tot voorbij hun 70e jaar. Het is de wereld op zijn kop: Er zitten meer dan anderhalf miljoen mensen onder de 65 jaar met een uitkering thuis, waarvan een aanzienlijk deel aan de slag kan. Het merendeel van deze uitkeringstrekkers blijkt helemaal niet op zoek te zijn naar werk, als je kijkt naar de CBS-cijfers over onbenut arbeidspotentieel. Wel klagen zij, en met hen de linkse partijen, over armoede. Dit terwijl mensen met laagbetaald werk niet veel meer hebben, maar wel een fulltime loopbaan van meer dan vijftig jaar voor zich zien. Daarbij wil ik niet zeggen dat iedereen in de bijstand daar zit door zijn eigen schuld en niet wil werken. Wel is het zo dat iedereen die iets van zijn leven wil maken en die enige eigen waarde heeft, een baan als afwashulp met beide handen aangrijpt om juist dat te doen.