Over witte bladzijden die je wel moet lezen.

 

Als Gloria Wekker of Sunny Bergman tegen mij zegt dat ik als witte man moet luisteren naar andere groepen en niks mag terugzeggen omdat het nu hun beurt is en ik toch niet kan ervaren hoe het voor hen is, is mijn eerste reactie:

Ja hoor eens, niemand kan ooit ervaren hoe het voor een ander is, en juist daarom ben ik vóór feitelijk onderzoek, logisch denken, en gelijke monniken, gelijke kappen als het om wetten en moraal gaat. Dat lost misschien niet alles op, maar het is het beste wat we kunnen doen.

Eigenlijk zou daarmee de kous af moeten zijn.

Mijn tweede reactie is: wacht eens even… Luisteren naar, althans lezen, wat andere groepen te zeggen hebben, dat heb ik jarenlang uitgebreid gedaan. Zo uitgebreid dat je het bijna binge-lezen kon noemen, zo nieuwsgierig was ik naar hoe het leven voor niet-westerse mensen is.

Autobiografieën als Jeugd in Aké van de Nigeriaanse Nobelprijswinnaar Wole Soyinka, en het ontroerende Puka Puka van het Zuidzee-tienermeisje Johnny Frisbee. Het epos Segou van Maryse Condé over een Afrikaans rijk in verval, en de voor westerlingen bizarre roman Things Fall Apart van Chinua Achebe. Het curieuze Een Afrikaan op Groenland van Tété-Michel Kpomassie, en de kleurrijke, surreële verhalen van de native American Craig Strete. En nu noem ik maar een fractie van de enorme stapel.

Wat nam ik van al die boeken mee? Dat de Westerse beschaving waardeloos is en maar beter zo snel mogelijk door die andere kan worden vervangen? Nee. Dat die Westerse beschaving overal ter wereld vreselijk onderdrukkende dingen heeft gedaan? Mmm, een beetje. Dat niet-Westerse beschavingen superieur en paradijselijk zijn? Nou, nee. Dat het kijken naar andere culturen verfrissend kan zijn, vanzelfsprekendheden onderuit kan halen, dat je ervan leert dat sommige dingen op heel veel verschillende manieren gedaan kunnen worden? Zonder meer. Je hoeft geen cultuurrelativist te zijn om te erkennen dat geen enkele cultuur de volledige wijsheid in pacht heeft, en dat overal wel iets te leren valt.

En vooral: het waren geweldige boeken om te lezen. Goed geschreven, in elk geval altijd goed genoeg om de lezer urenlang geboeid te houden. Er zat geen enkele plicht, laat staan witte plicht, achter toen ik die honderden en misschien wel duizenden bladzijden tot mij nam. Het was een genoegen, lering en vermaak bij uitstek.

Kijk, en dat kan ik me in het Gloria Wekker-tijdperk niet meer voorstellen. Wie gaat er nu een boek van Wole Soyinka of Maryse Condé lezen om zijn witte schuld te delgen, en zich er tegelijkertijd bij elke bladzijde van bewust te zijn? Die witte schuld lijkt mij onverenigbaar met de nieuwsgierigheid die ik had, lijkt hem op gruwelijke wijze te vermoorden.

Want als zo’n ‘anti-racist’ dan al zo’n boek openslaat (wat ik hem niet zie doen), en het leest op de manier van: jij, de niet-witte schrijver vertelt mij, de witte lezer, nu hoe het allemaal zit, en ik moet luisteren – dan kan ik me niet voorstellen dat hij er ook maar iets van meeneemt.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons