GeenStijl-verslaggever Jan Roos meldde gisteren op Twitter te zijn belaagd door een groep Marokkanen. Meteen doken de, meestal lafjes anonieme, twitteraars ter policor-linkerzijde van het spectrum op om Roos te betichten van hoaxen.

Dat dit ging gebeuren voorspelde ik al, en helaas kreeg ik gelijk. Niet omdat ik over paranormale krachten beschik, maar omdat ik spreek uit ervaring: zelfs na de toestanden in de Haagse Schilderswijk vorig jaar waarbij ik het mikpunt was van een horde Marokkanen, kwamen er types uit hun holen die beweerden dat ik het verzonnen had. Dit ondanks collega’s en politieagenten die getuige waren van een en ander.

Roos heeft voor zover bekend geen getuigen dus is zijn relaas voer voor de realiteitontkennende oogklepbrigades: hij liegt! In theorie zou dit kunnen, maar stel dat hij het verhaal van A tot Z verzonnen heeft, dan nog is het op dit moment tamelijk voorbarig om hem te beschuldigen van liegen.

Veel kwalijker is de reactie van mensen die, ongeacht of zij twijfelen aan het waarheidsgehalte van het verhaal, menen dat bepaalde mensen een daad van agressie tegen hun persoon wel een beetje aan zichzelf te danken hebben. Zulke mensen zou je bijna (let op, ik zeg ‘bijna’) een belaging met stokken en stenen toewensen, alleen maar om daarna tegen ze te kunnen zeggen dat ze het er wel een beetje naar gemaakt hebben met hun starnakel stupide en levensgevaarlijke vrijheidshaat.

Zelfs als je geen iota slikt van Roos’ verhaal is deze reactie niets minder dan levensgevaarlijk. Want wie bepaalt wie ‘het er zelf naar gemaakt heeft’? Sinds wanneer is journalistiek in welke vorm dan ook een rechtvaardiging voor geweld? En waarom zijn het al-tijd zelfbenoemd fatsoenlijke mensen die anderen betichten van ‘hufterjournalistiek’ en geweld tegen deze volgens hen ‘respectloze’ mensen niet meer dan een logisch gevolg vinden van hun werkzaamheden?

Toen Tom Staal in het gezicht werd gespuugd door fotograaf Erwin Olaf waren de reacties hetzelfde. Rutger Castricum die werd bedreigd door professor Andreas Kinneging, omdat hij op de stoep van diens huis stond te filmen: terecht dat die zuiger eens zijn vet kreeg, vond men. Zelfs na de slachting bij Charlie Hebdo gingen er al snel stemmen op van lieden die meenden dat doodschieten wat ver ging, maar dat die redactie toch wist dat ze met vuur speelden. Theo van Gogh? Die kon mensen wel heel erg kwetsen…

Nou is een groep agressieve Marokkanen, of een kwatje of een duw of, zoals in mijn Schilderswijkse avontuur, een blikje frisdrank over je kop wat anders dan een moordpartij. Maar de bijna triomfantelijke ‘net goed’ commentaartjes, die zijn doodeng. Mensen met de verkeerde mening hebben niet alleen een horde woeste Marokkanen tegenover zich, maar ook nog een veel grotere groep ogenschijnlijk keurige burgers (hoi wethouder!) die geestelijk rijp zijn voor een dictatuur.

Zij vinden eigenrichting en geweld tegen de pers prima, zolang het maar tegen journalisten is waarvan zij, in al hun wijsheid, hebben besloten dat die niet deugen. Niet alleen willen zijzelf de multiculturele waarheid niet weten, zij zijn er zelfs zo bang voor dat zij opgelucht zijn als het anderen desnoods met geweld onmogelijk wordt gemaakt die feiten voor het voetlicht te brengen.