Ottomanen, Jonge Turken, Armeniërs, massamoord, genocide of hoe je het ook noemt. Moeten we ons daar 100 jaar na dato nog druk om maken? Maakt het uit of je een massamoord een genocide noemt? Het antwoord op die vraag is een hartgrondig ‘ja’.

Gemarteld en vermoord worden, is een afschuwelijk einde van een kostbaar mensenleven. Maar wat nog erger is, is dat de moordenaar zichzelf tot slachtoffer uitroept en van het slachtoffer een dader maakt. En als de moordenaar er alles aan doet om de sporen te wissen, doet alsof er niets is gebeurd en hoopt dat het slachtoffer vergeten wordt. Dat is als een tweede moord. Nog brutaler en smeriger dan de eerste. Want in dat geval heeft het kwaad namelijk definitief gewonnen. En dat is precies wat er op het spel staat bij de 100e herdenking van de Armeense genocide en Turkse pogingen het hemeltergende onrecht van toen te verdoezelen.

Ondertussen is Turkije redelijk succesvol in het wissen van zijn sporen. In de prachtige serie ‘Bloedbroeders’ (zondag, 20.15, NPO2) is te zien hoe restanten van Armeense kerken zijn gebruikt bij de bouw van huizen en hoe een rijke, oude cultuur van een grote, christelijke gemeenschap grotendeels weggevaagd is. Aangrijpend was het fragment waarin in een Turks dorpje mensen van Armeense afkomst werden aangewezen, inmiddels lang en breed moslim. Een oudere vrouw, kleindochter van een Armeniër die moslim werd om het vege lijf te redden, jammert als de vingers in haar richting gaan: ‘maar ik ben toch geen dief, ik heb toch niets verkeerds gedaan?’ Turkse ‘wetenschappers’ zijn druk met de ‘massamoord’ van Armeniërs op Turken (inderdaad…) en met het ontkennen van feiten die door wetenschappers in de rest van de wereld gewoon feiten zijn. En de Turkse overheid intimideert iedereen die de feiten voor zich zelf wil laten spreken en een genocide een genocide noemt. Daardoor wringt onze minister van Buitenlandse Zaken zich in allerlei droevige bochten en had de NOS het zaterdag in het verslag van een herdenking over een ‘massamoord. Don’t mention the genocide…

Het is onrecht aan de slachtoffers waarvan de daders destijds zelf de namen opschreven en van wie de architect van de genocide, Talaat Pasja, zelf de aantallen bij hield. Nu moeten zelfs nog die namen worden gewist en de aantallen vervalst. Maar er is nog meer dan dat. Het is namelijk ook in het belang van Turkije zelf om in het reine met zijn eigen verleden te komen.

Het wonder van het Europa na de Tweede Wereldoorlog is de verzoening tussen Duitsland en zijn buurlanden. Na decennia van bloedvergieten is er een vrede ontstaan waarin we het ons zelfs nauwelijks meer kunnen bedenken waarom er ooit zoveel bloed vergoten is. De vrede van Europa was alleen mogelijk omdat in Neurenberg en elders de waarheid op tafel kwam, er door Duitsers schuld werd beleden en zo ruimte voor verzoening kwam. Dat maakt de serie ‘Bloedbroeders’ ook zo bijzonder. Een Armeense en een Turkse Nederlander, Ara en Sinan, die op zoek gaan naar hun culturele wortels in Turkije en, voorbij elke misplaatste trots, zoeken naar de feiten van het drama van 100 jaar geleden. Dat is eerder een teken van kracht dan van zwakte. Het is wachten op de dag dat Turkije dat door krijgt.

Gert-Jan Segers is Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie