Niet in Nederland in ieder geval.

 

Als we sommige websites en opiniemakers moeten geloven dan ligt er over Nederland een politiek-correcte deken, waardoor we niet alles mogen zeggen. GeenStijl, The Post Online, Wierd Duk en anderen buitelen nu over elkaar heen om Jordan Peterson te verdedigen, de omstreden Canadese hoogleraar die woensdag een lezing op de UvA hield. Veel UvA-medewerkers en – studenten hadden kritiek op Peterson, onder meer vanwege zijn antifemistische standpunten. Deze kritiek zou een aanval zijn op het vrije woord. De ‘fopwetenschappers’ zouden niet-linkse meningen willen smoren.

Dit sentiment beperkt zich echter niet tot de uiterste rechterzijde van het opiniespectrum. Begin deze week schreef Fidan Ekiz in haar column in het Algemeen Dagblad: ‘De angstcultuur die heerst, waardoor mensen niet durven te zeggen wat ze denken, hoort niet thuis in een democratische samenleving.’ Ze noemde als voorbeelden het genderneutrale ‘Beste reizigers’ van de NS en dat The Simpsons zijn gestopt met de Indiër Apu, omdat hij volgens critici een racistisch stereotype is.

Linkse opiniemakers waren het uiteraard niet eens met haar analyse. Zo schreef Volkskrant-columnist Harriët Duurvoort: ‘op twitter is het normaal dat anoniem de meest walgelijke racistische bagger over je wordt uitgestort. Dat soort mensen zou ik echt ontslaan als ze in mijn toko werkten.’ Voormalig PvdA-Kamerlid Myrthe Hilkens was sarcastischer: ‘Twitter is inderdaad een groot zelfcensuurtje. En politici praten ook allemaal met meel in de mond. Nooit eens een kritische noot over de Islam. Nooit eens iets over rassenleer. Niemand praat nog vrijuit.’ Het meest bijtende commentaar kwam uit de digitale pen van Jan Postma van De Groene Amsterdammer: ‘Dat je het als columnist een raar idee vindt dat mensen zouden nadenken over hun woorden, dat vind ik nou mooie ironie.’

Ons land is geen China, Hongarije, Rusland of Turkije, waar kritische journalisten worden gevangengezet of vermoord en waar de staat probeert te bepalen hoe de burgers moeten denken. In Nederland worden weermannen niet ontslagen omdat ze geloven dat het klimaat verandert. Hier is de vrijheid van meningsuiting grondwettelijk verankerd. Daarnaast hebben wij een democratische politieke cultuur, waardoor andersdenkenden de vrijheid wordt gegund om hun eigen mening te hebben. Bijna iedereen in Nederland is voor gelijke rechten voor homo’s en vrouwen, maar de SGP die vindt dat Nederland een christelijke theocratie moet worden viert dit jaar haar 100-jarige bestaan.

Uiteraard is er ook voor (radicaal-)rechtse meningen ruimte. Geert Wilders kan zijn pathetische waarschuwingen tegen de islam doen, Martin Bosma kan de ‘white genocide’-leugen propageren, Wierd Duk kan aandacht vragen voor het gedachtegoed van Erkenbrand en andere extreemrechtse clubjes in De Telegraaf, Jan de Beek mag vluchtelingen de schuld geven van het fileprobleem en Thierry Baudet kan complottheorieën over ‘omvolking’ en George Soros promoten en Russisch nepnieuws verspreiden via zijn twitteraccount. De overheid treedt hiertegen niet op. Baudet en Duk worden niet van hun bed gelicht. Alleen als er echt ondubbelzinnig sprake is van racisme (het ‘minder Marokkanen’ van Geert Wilders) of wanneer de openbare orde in gevaar is (de cartoons van Gregorius Nekschot) kiest de overheid er soms voor om in te grijpen.

Wat is er dan wel aan de hand? Radicaal rechts heeft een eigen narratief ontwikkeld, waarin men zichzelf als slachtoffer portretteert. De radicaal rechtse politicus of opiniemaker speelt de rol van Cassandra, de Trojaanse prinses die waarschuwde voor de ondergang, maar waar niemand naar wilde luisteren. Ook al loopt de pers in Nederland als een blind paard achter Wilders aan en faciliteren Facebook en Twitter de boodschap van Baudet, het beeld is dat de mainstream media links zijn, de elite links is, en dat er een groot complot is om de stem van het volk te smoren. Inhoudelijke kritiek wordt daarom ook meteen met demoniseren in verband gebracht en/of met de beschuldiging dat de vrijheid van meningsuiting wordt gesmoord. Als je de slachtofferkaart trekt hoef je het namelijk niet over de inhoud te hebben.

Hoe bestrijd je dit radicaal-rechtse narratief het effectiefst? Lastig. Je moet met inhoudelijke kritiek komen, pas met de beschuldiging van racisme of islamofobie komen als dat gerechtvaardigd is (dus niet snel ‘racist’ roepen maar tegelijk niet bang zijn om het beestje bij de naam te noemen als het moet) en in het uiterste geval een intellectueel cordon sanitaire om foute meningen leggen en mensen die deze abjecte onzin propageren geen podium meer geven. Universiteiten, als tempels der wetenschap, mogen de drempel sowieso wat hoger leggen. Zoals de Fransen zeggen: Noblesse oblige.

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons